De geschiedenis van het hedendaagse Engels


De geschiedenis van een betreurenswaardige ontwikkeling, waardoor zulke belangrijke woorden als 'geest' en 'ziel' in het Engels hun oorspronkelijke betekenis hebben verloren.

De oorspronkelijke bewoners van Engeland waren de Britten, Scoten en Picten, die een Keltische taal spraken. Na het vertek van de Romeinen uit Engeland begin 5e eeuw, werd het land in de eeuwen daarna door Germaanse stammen uit de kustgebieden van de Noordzee bevolkt, vooral door Angelen (Denemarken) en Saksen (Duitsland). De talen van al deze stammen vermengden zich en vormden het oorspronkelijke, Noordwest-Germaanse Angel-Saksisch.
Eeuwen later veroverde en bezette Willem de Veroveraar (1028 - 1087) Engeland vanuit Normandië. De Franse cultuur van de Normandiërs had in de eeuwen daarna een grote invloed in Engeland. De adel nam de Franse cultuur over en het volk volgde. Bovendien voerde het dus van oorsprong Normandische koningshuis van het Engeland van die tijd, tussen 1337 en 1453 in Frankrijk een reeks oorlogen, die samen de Honderdjarige Oorlog worden genoemd, waarbij het om het koningsschap van Frankrijk ging.

Door deze sterke vermenging van beide culturen hebben de Engelsen een groot aantal Franse woorden in hun van oorsprong Germaanse (want Angel-Saksische) taal overgenomen; daardoor ook werden de klinkers ten slotte geheel anders uitgesproken dan in Germaanse talen gebruikelijk is. Het hedendaagse Engels is daardoor in Europa in feite een aparte taal, een Germaans-Romaanse mengtaal.
Men zegt bijvoorbeeld dat 'language' een Engels woord is, maar in feite is het een Latijns woord: 'lingua' ('tong', 'taal'), dat door de van oorsprong Keltisch sprekende Galliërs in Frankrijk van de Romeinse bezetters is overgenomen als: 'langue' en dat nu door de Engelsen, die dat woord weer van de Fransen overnamen, als 'language' wordt uitgesproken.

Door deze grote, van oorsprong Latijnse invloed op het Engels zijn veel van oorsprong Germaanse woorden verdrongen of hebben hun oorspronkelijke betekenis verloren. Daardoor heeft het woord 'ghost' de betekenis 'geest' als: 'het onstoffelijke, zelfstandige wezen' verloren; het betekent nu slechts 'spook', terwijl het Latijnse woord 'spiritus' in de vorm van 'spirit' de plaats ervan heeft overgenomen.
Daarnaast heeft echter ook het woord 'mind' (van 'to mean': menen, denken) de betekenis 'geest' gekregen. Terwijl door de, op de vorige pagina genoemde, ontwikkeling van de betekenissen van het Griekse 'pneuma' ('geest') en 'psyche' ('ziel') het woord 'soul' ('ziel') ook de betekenis van 'geest' kreeg... wat tot de huidige verwarring van betekenissen leidde.
Het beste is deze betreurenswaardige ontwikkeling voor lief te nemen en te besluiten de Engelse voorliefde voor het Latijn te volgen en voor 'geest' in het Engels het Latijnse 'spiritus' te kiezen. Het is namelijk noodzakelijk een duidelijk onderscheid te maken tussen 'geest' en 'ziel' om de wisselwerking tussen de geest en de hersenen te kunnen beschrijven, waarbij de ziel - de uitstraling van de geest - de onmisbare rol speelt van overdrachtsmiddel tussen geest en hersenen.


terug naar geest, ziel en lichaam






^