Jan Swammerdam


Jan Swammerdam (Amsterdam, 12 februari 1637 - aldaar, 17 februari 1680) was een bekende Nederlandse natuurwetenschapper. Swammerdam was met Christiaan Huygens, Antoni van Leeuwenhoek en Marcello Malpighi de beroemdste geleerde van zijn tijd.


Jan Swammerdam
Er bestaat geen portret van Swammerdam, daar was hij te bescheiden voor. Dit hiernaast is een 19e-eeuwse fantasie, gebaseerd op een schilderij van Rembrandt.
Bron: Wikipedia

Studie en ontdekkingen
Jan Swammerdam was de zoon van de Amsterdamse apotheker Jan Jacobsz. Swammerdam op de Oude Schans, die bekendstond om zijn natuurhistorische verzameling. Als jongeman had Swammerdam predikant willen worden, maar werd later een groot aanhanger van de leer van Descartes, die op een voor hem overtuigende manier beschreef hoe de natuur kon worden uitgelegd.
In 1661 ging Swammerdam geneeskunde studeren in Leiden. Hij studeerde anatomie en fysiologie onder de in zijn tijd beroemde Leidse professor Franciscus de le Boë Sylvius, tegelijk met Niels Stensen, Frederik Ruysch en Reinier de Graaf. Halverwege zijn studie trok hij naar Saumur, een stadje met een protestantse universiteit. Daar woonde hij bij Melchisédech Thévenot, een Franse edelman en geleerde met wie hij nog jarenlang correspondeerde. Swammerdam beschreef het mechanisme van de ademhaling en promoveerde in Leiden op zijn onderzoek daarnaar. Hij is echter nooit als arts werkzaam geweest.

Microscopist
Swammerdam deed veel anatomische en medische ontdekkingen. Hij gebruikte alle wetenschappelijke mogelijkheden van de microscoop. Eerder hadden Johannes Hudde, Christiaan Huygens - die met Swammerdam concurreerde - en mogelijk Spinoza al verbeteringen aangebracht aan deze uitvinding van Zacharias Jansen (en eventueel Cornelis Drebbel).
Hij was een baanbrekende bioloog, van jongs af aan geïnteresseerd in het leven van insecten. Hij was de eerste die de metamorfose van insecten beschreef als een geleidelijke omvorming van één en hetzelfde insect. Hij toonde aan dat insecten over organen beschikken en over een anatomie die net zo complex is als die van hogere dieren. Het hoogtepunt van zijn werk is zijn monografie over bijen. Tot aan zijn onderzoek werd aangenomen dat de grote bij een koning was, maar hij toonde aan dat het een koningin is.
Hij was een creatieve geest in het ontdekken van de mogelijkheden die de microscoop bood voor het bestuderen van het menselijke lichaam. Hij bewees dat de mannelijke spermacel de vrouwelijke eicel bevrucht. Hij ontdekte de rode bloedlichaampjes en beschreef de structuur van de hersenen, de longen en het ruggemerg van de mens. In vele opzichten werd Antoni van Leeuwenhoek, die een ander soort microscoop ontwikkelde, zijn opvolger. Hij kreeg bezoek van Cosimo III de Medici en demonstreerde hem de spierwerking bij kikkers.

Insecten
Swammerdam verlegde zijn werkterrein naar de studie van insecten omdat het aanhangen van de Cartesiaanse filosofie veel stof deed opwaaien. In zijn Algemeene Verhandeling van de 'bloedloose dierkens' in 1669 legde hij de grondslag voor de entomologie, zowel door zijn aandacht voor structureel detail als door zijn baanbrekende werk in het samenstellen van preserveringoplossingen.

Preformatietheorie
Swammerdam ontwikkelde de preformatietheorie, die ervan uitgaat dat de nakomeling zich al in miniatuurformaat in de zaad- of eicel bevindt en eigenlijk alleen nog hoeft te groeien. Dit concludeerde hij vooral uit de wijze waarop insecten zich ontwikkelen, van rups naar vlinder.

Religieuze inspiratie
Het bestuderen van de anatomie van dieren toonde volgens Swammerdam de grootsheid van Gods schepping aan; wetenschappelijk onderzoek was voor hem een vrome bezigheid. Tegelijkertijd was hij bang dat hij wetenschappelijk onderzoek deed alleen om zijn eigen nieuwsgierigheid te bevredigen, waardoor hij aan de juistheid van zijn beweegredenen twijfelde.
Rond 1673 besloot hij daarom zich geheel aan de religie te gaan wijden en trok hij zich onder invloed van de Vlaamse mystica Antoinette Bourignon - die een groep geleerden uit die tijd om zich heen had verzameld - gedurende een jaar uit de wetenschap terug. Zij overtuigde hem ervan dat godsdienst een dieper inzicht verschaft dan anatomie.
In een opdracht van Swammerdam aan zijn beschermer Thévenot, schreef hij de woorden:
"Ik presenteer U Edele alhier den Almaghtigen Vinger GODS in de Anatomie van een Luys; waarin Gy wonderen op wonderen op een gestapelt sult vinden, en de Wysheid Gods in een kleen puncte klaarlyk sien ten toon gestelt."
Max Weber noemt dit als een blijk van de godsdienstige inspiratie van de vroeg-moderne wetenschap.

Het wetenschappelijke werk van Swammerdam werd sterk beïnvloed door zijn godsdienstige instelling. Het bestuderen van de natuur had voor hem de betekenis van het bestuderen van Gods schepping. Hij zag de hand van God in de bijzonderheden en samengesteldheid van de dierlijke anatomie.

Gedurende de laatste tien jaar van zijn korte leven werkte Swammerdam aan een alomvattend werk waarin hij verslag deed van zijn microscopische onderzoekingen. Het werd postuum uitgegeven (1737-1738) door Herman Boerhaave onder de titel Bybel der Natuure. Boerhaave was ook zijn eerste biograaf. In de levensbeschrijving die in dat werk is opgenomen werd Swammerdam afgeschilderd als een verstild genie en een gekwelde mysticus.

Bronnen: o.a. Wikipedia


terug naar Doelstelling






^