Wat zijn geesteswetenschappen?

1. Kennislink; vrijdag 8 februari 2013 door Rens Bod

De vakgebieden die je tegenkomt op de Kennislink-pagina Geschiedenis, Taal en Cultuur vallen allemaal onder de geesteswetenschappen. Maar wat zijn geesteswetenschappen eigenlijk? Hoe zijn ze ontstaan en hebben ze een specifieke methode die ze onderscheidt van de andere wetenschappen?
De geesteswetenschappen, ook wel alfawetenschappen of 'humaniora' genoemd, bestuderen de producten van de menselijke geest zoals kunst, muziek, taal, literatuur, theater, en teksten in de breedste zin van het woord. Grosso modo bestaan de geesteswetenschappen uit de volgende vakgebieden: taalkunde, literatuurwetenschap (of letterkunde), geschiedwetenschap, filosofie, kunstgeschiedenis, archeologie, musicologie, theaterwetenschap, religiestudies en mediastudies.

Bestaat er een typische geesteswetenschappelijke methode of werkwijze die al deze wetenschappen verbindt? Al sinds de Oudheid hebben filosofen, filologen, taalkundigen, historici en anderen zich beziggehouden met activiteiten die we tegenwoordig onder de geesteswetenschappen laten vallen. Zij hebben methoden ontwikkeld die ook nu, weliswaar in aangepaste vorm, nog worden gebruikt.

Authentiek of vervalst?
Zo bestaat de historische bronnenkritiek al sinds de 5e eeuw v.Chr., toen de Griekse geschiedschrijver Herodotus selectiecriteria opstelde voor historische bronnen. Zo moest een bron geloofwaardig zijn en in overeenstemming zijn met andere bronnen. Pas eeuwen later werden deze criteria omgewerkt tot een precieze methode door geleerden als Jean Mabillon in de zeventiende eeuw en vooral door de negentiende-eeuwse Duitse historicus Leopold von Ranke.

Elke bron diende gesitueerd te worden in tijd en ruimte, land, stad en milieu. Nadat een bron was gelokaliseerd werd getoetst of de inhoud kon overeenstemmen met de historische werkelijkheid. Is de bron authentiek, of wellicht vervalst? Is ze consistent en coherent met ware bronnen? En hoe verhouden de mondelinge, geschreven en materiële bronnen uit de betreffende periode zich tot elkaar? De bronnenkritiek werd als snel een van de meest toegepaste methoden in alle (geestes)wetenschappen.

Taal- en muziekgrammatica
Een heel andere werkwijze in de geesteswetenschap bestaat uit het opstellen van grammaticale systemen, in het bijzonder voor taal, maar ook voor muziek, film, literatuur en kunst. De notie van grammatica werd al gebruikt in de Oudheid door de Griekse taalkundige Dionysius Thrax in de 2e eeuw v.Chr. De Griekse filosoof Pythagoras hield zich al bezig met het opstellen van regels voor muzikale harmonie.

Een grammatica beschrijft aan de hand van een eindig aantal regels de mogelijke combinaties van woorden die resulteren in correcte zinnen van een taal. Deze notie van grammatica is, net als bronkritiek, verder ontwikkeld in de Renaissance, en vooral door de negentiende-eeuwse taalkundige Franz Bopp en de twintigste-eeuwse taalkundige Noam Chomsky. Het idee van grammatica werd ook overgenomen door andere geesteswetenschappers.
Zo construeerde Gallus Dressler al in de 16e eeuw een muziekgrammatica die weergaf welke combinaties van tonen resulteerden in een bepaald muzikaal genre, in zijn geval het motet. En de literatuurwetenschapper Vladimir Propp liet aan het begin van de twintigste eeuw zien dat Russische toversprookjes volgens precieze regels van een verhaalgrammatica waren opgebouwd.

'Onderdompelen' in de geschiedenis
Naast de bronkritische en de grammaticale aanpak, zijn er ook andere werkwijzen die de geesteswetenschappen kenmerken. Zo houdt de zogeheten hermeneutische methode zich bezig met de interpretatie van de producten van de menselijke geest. Net als de bronkritische en grammaticale methode valt ook de hermeneutische werkwijze terug te voeren op de Oudheid, in het bijzonder op het werk van de filosoof Aristoteles.


Middeleeuwse monnik
kopieert teksten
De interpreterende aanpak kreeg een hernieuwde impuls toen in de negentiende eeuw het idee ontstond dat elke vorm van interpretatie contextafhankelijk ('context': samenhang) is. Een geesteswetenschapper moest die context ontdekken en zich kunnen 'onderdompelen' in een historische periode. Alleen zo kon hij tot een geleidelijk begrip komen van een bepaalde tekst, kunstwerk of historische gebeurtenis.
De hermeneutische methode verschilt erg van de eerder genoemde methoden. Een interpretatie is namelijk per definitie subjectief van aard. De geesteswetenschappen omvatten op methodisch gebied dus het gehele spectrum van onderzoek: van een subjectivistische, interpreterende benadering tot een objectivistische, falsifiërende aanpak.

Srebrenica
Wat is de betekenis of reikwijdte van de besproken geesteswetenschappelijke methoden? Het belang van het achterhalen van de betrouwbaarheid van een bron of het opstellen van een grammatica ligt waarschijnlijk voor de hand, maar het wordt pas echt spannend als deze leiden tot concrete ontdekkingen of inzichten.
Hoe invloedrijk de bronnenkritiek is blijkt uit de roemruchte studie naar de val van Srebrenica in 1995 door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). In 1996 gaf de Nederlandse regering opdracht tot deze studie waarvoor duizenden schriftelijke, mondelinge en materiële bronnen werden onderzocht en vergeleken - waaronder vele vervalste.

De resultaten van dit onderzoek leidden tot de conclusie dat de Nederlandse regering weliswaar niet schuldig maar wel medeverantwoordelijk was voor de val van Srebrenica en de daarop volgende massamoord van achtduizend moslimjongens en -mannen. Zes dagen later viel het kabinet Kok II over het Srebrenica-drama. Het toont de betekenis van de geesteswetenschap en in het bijzonder het bronnenonderzoek. Naast politieke en historische waarheidsvinding, wordt de bronnenkritiek ook veelvuldig ingezet voor waarheidsvinding in rechtspraak.

Computertalen
De betekenis van de grammaticale aanpak is van een nogal andere orde. Het regelsysteem van een taalgrammatica bleek in de twintigste eeuw namelijk zeer goed toepasbaar voor het creëren van een heel andere klasse van talen: hogere programmeertalen voor computers. Dit soort programmeertalen gebruiken in tegenstelling tot lagere programmeertalen geen enen en nullen of machine-achtige codes, maar 'zinnen' die lijken op menselijke taal. De programmeertaal Python lijkt in een aantal opzichten op menselijke taal en is daardoor gemakkelijk te gebruiken en te leren.
Vrijwel alle hogere programmeertalen zijn geschreven in een vorm die gebruik maakt van de taalkundige notie van een grammatica. Dankzij de overname van dit taalkundige idee nam de computerkunde een enorme vlucht. Niet alleen werden betere programmeertalen ontwikkeld maar konden ook snellere zoekalgoritmen worden ontworpen. En zo kon het gebeuren dat een typisch taalkundig inzicht terecht kwam in de informatica en dat dit vakgebied, en daarmee de informatietechnologie, een geweldige impuls kreeg.

Patronen zoeken en interpreteren
Kortom, geesteswetenschappelijke methoden hebben geleid tot nieuwe inzichten en onverwachte ontdekkingen. Een overzicht van deze alfa-inzichten en ontdekkingen en hun onderliggende methoden was echter lange tijd ver te zoeken is pas zeer onlangs tot stand gebracht. De lijst van ontdekkingen blijkt veel indrukwekkender dan gedacht.
Zo hebben de geesteswetenschappen geleid tot de ontdekking van verwantschapsrelaties tussen talen en daarmee tussen volken, die jaren later werd bevestigd door genetisch onderzoek. De geesteswetenschappen gaven ons de eerste kritische analyses van het medium film en televisie en ze blijven ons verbazen met nieuwe interpretaties van literatuur, kunst, muziek en het verleden.

Tot slot: onderscheiden de geesteswetenschappen zich door hun methoden en inzichten van andere wetenschappen, zoals de natuurwetenschappen? Ja en nee. Ja, omdat de bronkritische, grammaticale, en hermeneutische methode niet wordt aangetroffen bij de natuurwetenschappen.
En nee, omdat elke methode of benadering een zoektocht naar bepaalde patronen behelst, zowel in de geestes- als natuurwetenschappen. Of deze nu voor één historische periode, stijl of persoon gelden, voor een hele taal of taalfamilie, of zelfs 'universeel' zijn - uiteindelijk zoekt elke wetenschapper naar patronen en probeert die te interpreteren. Dat is wat alle wetenschappen verbindt.

Meer lezen:
Rens Bod, De Vergeten Wetenschappen: Een Geschiedenis van de Humaniora; Uitgeverij Prometheus, 2010.


2. Boekbespreking
Geesteswetenschappen; Rens Bod neemt de lezer streng bij de hand.
'Vergeten' wetenschappen boeken ook vooruitgang
Door: Marcel Hulspas, De Pers, Gepubliceerd: 14-04-2011

Natuurwetenschappers vinden dat zij de enige zijn die vooruitgang boeken. In hun ogen brengen geesteswetenschappers de samenleving 'niets'.
Het nieuwste boek van Stephen Hawking heet The Grand Design. Het Grote Ontwerp, van de kosmos welteverstaan. Met dank aan de natuurkunde. En op de eerste pagina laat Hawking weten dat de filosofie helaas 'geen gelijke tred heeft gehouden' met de natuurkunde. Het boek is voornamelijk bedoeld om filosofen een beetje bij te praten. Een dergelijke arrogantie is niet typisch voor Hawking; álle natuurwetenschappers pretenderen enerzijds nuchtere, zelfkritische onderzoekers te zijn, maar achten zich tegelijkertijd mijlenver verheven boven alle andere wetenschappers. Zij maken immers écht vooruitgang. En daarbij wijzen ze graag op de filosofie en op taalkunde, geschiedenis, literaire wetenschappen, en nog zo wat zogenoemde 'geesteswetenschappen': daar gebeurt dus niks bijzonders. Die hebben 'de samenleving' niks gebracht. Aldus de bèta's.

Te graag willen

Volgens Rens Bod, verbonden aan de universiteiten van St. Andrews en Amsterdam, vertonen die wetenschappen wel vooruitgang. Het probleem is dat niemand dat weet doordat, aldus Bod, er geen geschiedenis van de geesteswetenschappen bestaat. Er verschijnen tientallen boeken over Galilei, Darwin en Einstein. En over de helden van de geesteswetenschap? Over Ibn Khaldun, Vico, Ranke, Chomsky? Niet één. En dus besloot Bode zo'n alomvattende geschiedenis te schrijven. De geschiedenis van 'De Vergeten Wetenschappen'. Zijn grote voorbeeld daarbij is het beroemde, alweer zestig jaar oude boek De mechanisering van het wereldbeeld, van E.J. Dijksterhuis. Bode werd als puber getroffen door 'het archaïsche taalgebruik' maar ook 'het meeslepende verhaal' van het ontstaan van de natuurwetenschap.
Archaïsch is De Vergeten Wetenschappen zeker niet, maar echt meeslepend is Bods betoog evenmin. Het probleem is dat hij té graag volledig wilde zijn en dat hij té graag wil aantonen dat de geesteswetenschappen vooruitgang boeken. En dus wordt de lezer streng bij de hand genomen en moet hij strak chronologisch steeds hetzelfde rondje rond de wereld volbrengen, van beschaving naar beschaving, opdat Bod keurig kan vertellen welke 'theoretische principes en empirische patronen' toen, daar, aan het grote bouwwerk der geesteswetenschappen zijn toegevoegd. De namen buitelen over elkaar en ook al is de oogst vaak mager, de conclusie is onontkoombaar: ook in de geesteswetenschappen komen 'wereldveranderende ontdekkingen' voor.
Bod hoopt dat zijn overkoepelende geschiedenis anderen zal verleiden ook de pen op te pakken, zodat de geschiedenis van de geesteswetenschappen straks net zo uitgebreid beschreven is als de natuurwetenschappen. Dat is heel goed mogelijk, want in zijn boek passeren heel wat denkers aan wie boeiende biografieën gewijd kunnen worden. De Sanskriet-grammaticus Panini, die zijn tijd 25 eeuwen vooruit was. Lorenzo Valla, die aantoonde dat de kerkelijke staat op een literaire vervalsing gebaseerd was. Vader Julius en zoon Joseph Scaliger, die de bijbelse tijdrekening opbliezen. Taalkundige/schilder/filosoof Leon Alberti uiteraard, de man die liet zien dat het Toscaans (en daarmee alle andere 'gewone' talen) net zo'n strakke grammatica kende als het Latijn.

Hoog en laag

En bestaat er een biografie van Noam Chomsky die recht doet aan zijn taalkundige inzichten én zijn politieke standpunten? Een boek over de 'mens' Chomsky? Daar gaat het om, want dat is waar de belangstelling voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen uit voortkomt: uit de mix van 'hoog' en laag'. De wisselwerking tussen populaire literatuur over de 'mens', het 'genie' en zijn eigenaardigheden, en de 'hoge' literatuur over zijn wetenschappelijke werk.
Newton besteedde meer tijd aan alchemie en bijbelse chronologie (met dank aan de Scaligers), dan aan de zwaartekracht. Had het een invloed op het ander? Had Darwin zijn evolutietheorie ook ontdekt wanneer hij niet met de Beagle was meegegaan op wereldreis? Kon Stephen Hawking zijn grote ontdekkingen doen dankzij het feit dat hij zo arrogant is?
Voorlopig blijft voor de geesteswetenschappen de fundamentele vraag: zal dat populaire genre ook daar opbloeien? Wellicht dat de strenge Bod een eerste aanzet heeft gegeven.

Rens Bod, De vergeten wetenschappen, Uitgeverij Bert Bakker


3. Pleidooi voor de geesteswetenschappen
Deze publicatie is onderdeel van het thema: Wat is wetenschap?
1 april 2016, NEMO Kennislink, door Mathilde Jansen

Vandaag begint de Maand van de Filosofie. Een goed moment om ons te bezinnen op het belang van de alfa- of geesteswetenschappen. Want die raken steeds meer uit de gratie, omdat het praktisch nut minder aan de oppervlakte ligt dan bij de meeste praktijkstudies. Maar juist in een tijd waarin computers ons steeds meer werk uit handen nemen, zouden we veel waarde moeten hechten aan uniek menselijke competenties, zoals taalgevoel en filosofisch denken.

Dit redactioneel weerspiegelt de mening of visie van de redacteur. Hoewel wetenschappelijk onderbouwd en beargumenteerd, is het een persoonlijke mening en geen wetenschappelijk feit. Ben je het (niet) eens met de auteur? Geef dan vooral ook een reactie hieronder.

Deze week was ik aanwezig op een symposium over het schoolvak Nederlands. Zowel academici als docenten uitten hun zorgen over het huidige onderwijs, waarin de nadruk steeds meer ligt op toetsing en dus op praktische toepassing en minder op kennis. In de zinsontleding krijgen leerlingen vooral ezelsbruggetjes aangereikt, maar ze weten vaak niet waarom die ezelsbruggetjes wel (of niet) werken.

De nadruk ligt op het hoe, en minder op het waarom. Dat geldt voor het vak Nederlands, maar voor andere vakken net zo goed. Het heeft ook niets te maken met leraren Nederlands, of met de nieuwe generatie scholieren, maar alles met de tijdgeest.

Yin Yang
We leven in een tijd van technologie en globalisatie, zo schrijft de Amerikaanse journalist Fareed Zakaria in zijn onlangs verschenen boek Lof van de geesteswetenschappen. Daarin lijken we alleen nog maar oog te hebben voor alles wat onmiddellijk praktisch nut heeft. Volgens hem verenigt een goede leerschool het praktische met het filosofische.

Dat is ook hoe het Amerikaanse liberal education system is opgebouwd. Maar zelfs in Amerika, de bakermat van de vrije scholing, komen de alfavakken nu in het gedrag. Tijd voor bezinning, meent ook Zakaria.

Het lijkt op de aloude discussie: wat is belangrijker, alfa of bèta? Geesteswetenschap of natuurwetenschap? Waarvoor natuurlijk het yin-yangprincipe geldt: beide hebben elkaar nodig. Hetzelfde gaat op voor de balans tussen kennis en vaardigheden. De doelstelling van Yale Universiteit (daar waar Zakaria studeerde) in 1928 was tweeledig: studenten leren denken én hun geest van een bepaalde inhoud voorzien. Maar het denken komt nu op de tweede rang, terwijl het een eersterangs plek verdient.

Schrijfonderwijs
Meer aandacht voor het denken, dat is waar de Neerlandici in hun Manifest voor pleiten. Ook Zakaria plaatst het denken voorop. Volgens hem kun je het beste denken door je gedachten op papier te zetten. Kortom, het leren duidelijk te schrijven, staat voor hem aan de basis van een goede opleiding. Zelfs voor technologen, ingenieurs en natuurkundigen is het duidelijk kunnen schrijven een van de belangrijkste voorwaarden voor hun carrière, laat Zakaria zien. En voor het goed kunnen schrijven, heb je goede kennis nodig van de grammatica, zou ik hieraan toe willen voegen.

Naast het belang van goed schrijfonderwijs, benadrukt Zakaria het belang van het goed kunnen spreken in het openbaar (de retorica) en 'leren hoe je moet leren'. En dat is cruciaal in een wereld die zo snel verandert door alle technologische ontwikkelingen dat de huidige generatie studenten eigenlijk wordt opgeleid voor banen die nu nog niet bestaan. Omdat computers ons steeds meer werk uit handen nemen, is het juist belangrijk om in het onderwijs oog te hebben voor vaardigheden die uniek menselijk zijn. En dan gaat het vooral om vaardigheden die een gezond verstand vereisen.

Lof van de geesteswetenschappen
De originele titel van dit boek is In Defense of a Liberal Education. In dit boek breekt Fareed Zakaria een lans voor een breed georiënteerd curriculum voor bachelorstudenten, zoals dat lange tijd gebruikelijk was aan Amerikaanse colleges en universiteiten. De liberal arts zijn geënt op de artes liberales (de vrije kunsten) uit de middeleeuwen, en omvatten onder andere filosofie, literatuur, geschiedenis en muziek. Na het doorlopen van het liberal arts-programma kunnen de studenten kiezen voor een specifieke studie.

Geestverruimend
De auteur laat dus zien dat de alfavakken wel degelijk een praktisch belang hebben, maar dat niet alleen. Ze helpen mensen de geest te verruimen. Literatuur confronteert ons met nieuwe ideeën, ervaringen en emoties. Net als andere kunstvormen. Geschiedenis plaatst actuele problemen in een nieuw licht. Filosofie helpt ons na te denken over ons zelf en de wereld om ons heen. Die geestelijke verruiming kun je vinden in alle geesteswetenschappen, en voor je zelfontplooiing is het belangrijk dat je daarin je eigen interesses kunt volgen. Dat stelt de auteur en is ook mijn eigen ervaring.

Als student had ik een ontzettende honger naar kennis en ik maakte gretig gebruik van de vrijekeuzeruimte aan mijn universiteit. Deze vulde ik onder meer met een propedeuse filosofie. De kennis die ik opdeed, was cruciaal voor mijn zelfontplooiing. Evenals als het lidmaatschap van de studentenvereniging Prometheus. Daar kwam ik in contact met studenten uit de alfa-, bèta- en gammawetenschappen. Daar konden we oeverloos filosoferen over de zin van het leven. Ik hoop dat ook de toekomstige generatie studenten die kans krijgt én grijpt. Zakaria weet het ook weer precies juist te verwoorden in zijn laatste alinea, waar ik dan ook graag mee afsluit:

"Omdat we in de huidige tijd leven, besteden wij allemaal, jong en oud, te weinig tijd en moeite aan het nadenken over de betekenis van het leven. We doen te weinig aan zelfonderzoek, waardoor we te weinig weten over onze sterke en zwakke kanten. En omdat we weinig om ons heen kijken, en niet naar de wereld en niet naar de geschiedenis omzien, stellen we onszelf te weinig diepgaande en brede vragen. De oplossing van dit probleem is dat we, juist nu, allemaal iets meer liberal education kunnen gebruiken."


terug naar de Doelstelling






^