Bernadette Soubirous - Maria's verschijningen te Lourdes


Bron: Dagelijks Bijbelcitaat

Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes (1858)

Maria's verschijningen te Lourdes, Frankrijk; 1858

Bernadette Soubirous
Op 11 februari 1858 kreeg Bernadette Soubirous (1844-1879) de eerste verschijning van 'een vrouwe', zoals ze zelf zei. Het meisje was de 14-jarige dochter van een werkeloze molenaar. Ze was arm en zo traag van begrip dat ze niet eens de antwoorden van de katechismus uit haar hoofd kon leren. Op 25 februari droeg de Vrouwe het meisje op naar de bron in de rots te gaan die daar vlakbij lag, en van het water te drinken en zich ermee te wassen. Bovendien gaf de Vrouwe te kennen dat er een kapel moest komen ter ere van haar zodat de mensen er naartoe konden gaan op bedevaart.
Toen het kind ervan aan de pastoor vertelde, was deze aanvankelijk zeer terughoudend. Hij droeg het meisje op de Vrouwe te vragen naar haar naam. Zij kwam terug met het bericht dat de Vrouwe had gezegd: "Ik ben de Onbevlekte Onvangenis." Door dit antwoord geloofde de pastoor in de echtheid van de verschijningen. Vier jaar eerder had de paus het dogma afgekondigd van Maria's Onbevlekte Ontvangenis. Maar dat een eenvoudig, dommig kind als Bernadette die woorden in de mond nam: dat kon ze eenvoudig niet van zichzelf hebben. Alles bijeen herhaalden zich de verschijningen achttien keer. De laatste vond plaats op 16 juli van datzelfde jaar.

Nog geen veertien dagen later had de bisschop van Tarbes er al een commissie op gezet om te onderzoeken wat hier aan de hand was. Het duurde bijna drie jaar voor ze met haar eindoordeel kwam, dat het hier zeer waarschijnlijk authentieke verschijningen betrof. De gelovigen werd toegestaan naar die plek op bedevaart te gaan. Op aanwijzingen van Bernadette vervaardigde de beeldhouwer J. Fabisch een beeld van de Vrouwe dat vanaf 1864 een plaatsje kreeg in de grot van de verschijningen. In 1876 kon men de kerk inwijden die er gebouwd was. Vijfentwintig jaar later was ook de eronder liggende Rozenkranskerk klaar.
Vandaag de dag komen er elk jaar zo'n twee miljoen mensen naar Lourdes, onder wie vele zieken die er meestal bemoedigd en getroost weer vandaan komen. Sinds de bedevaarten op gang zijn gekomen, zijn er zestig officieel erkende wonderen gebeurd. Van vele andere wonderbare gebedsgenezingen en verhoringen wordt nog onderzocht of zij als wonder kunnen worden erkend. Produceerde de bron op het moment van de verschijning een klein waterstroompje, tegenwoordig geeft ze ruim honderdduizend liter water per dag. Bernadette werd in 1925 zalig en in 1933 heilig verklaard (feest 16 april).


Beschrijving van de 18 Mariaverschijningen te Lourdes
Bron: www.marypages.com/bernadette1.htm


Beeld van de Mariaverschijning
Zowel in Rue du Bac in Parijs als in Lourdes denken we aan Maria als de Onbevlekte Ontvangenis. Deze titel, deze naam, heeft Maria in 1830 bekend gemaakt aan Catherine Labouré en in 1858 te Lourdes aan Bernadette Soubirous. De gebeurtenissen in de Rue du Bac zijn een voorbode van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria in 1854; de verschijning van Maria te Lourdes is er de bevestiging van. De persoon Bernadette is nauw verbonden met hetgeen God wilde bewerken in Lourdes. Daarom wil ik, dat ook u haar van nabij leert kennen. Zij is een Heilige die tot de gewone mensen behoorde en die aantrekkelijk is door haar menselijke en evangelische echtheid. Ze was veertien jaar en ze kende noch haar catechismus, noch beschaafd Frans. Toch heeft Maria juist dit meisje uitverkoren.

De ouders zijn Franĉois Soubirous en Louise Castérot. Op zondag 7 januari 1844 wordt hun eerste kindje geboren: Bernadette. Zij wordt in de burgerlijke stand ingeschreven met de namen 'Bernarde-Marie'. Na haar komen er nog zes, waarvan er drie al jong zullen sterven.

Bernadette zelf is nooit gezond geweest, zij leed aan astma. Bernadette zal zich steeds met haar thuis, haar ouders, zusters en broers sterk verbonden voelen. Zij wonen in de molen van Boly. Door de slechte toestand van de molen vermindert de geleverde bloem van kwaliteit en de klanten worden zeldzamer. Tenslotte is de familie Soubirous genoodzaakt om de molen van Boly te verlaten voor een veel armere woonstede.
Franĉois wordt dagloner. Zijn werk wordt slecht betaald, hij kan er zijn gezin niet mee onderhouden. Louise tracht ook wat mee te verdienen door uit werken te gaan terwijl haar oudste dochter Bernadette op de kleinere kinderen past. Men probeert Bernadette wat catechismusles te geven, maar het vlot niet en dikwijls leeft het kind met haar schapen alleen in de natuur. Bernadette is vroom, zij heeft steeds haar rozenkrans bij zich en die bidt zij vaak. Zij kent géén andere gebeden.

Bernadette (14), haar zusje Toinette (12) en een vriendinnetje Jeanne Abadie (13) gaan hout sprokkelen. Ze komen aan de voet van de rots van Massabielle en zien een grot. Voor de grot loopt water en daarom wil Bernadette haar schoenen en kousen uittrekken om het water over te steken. Nauwelijks heeft ze de eerste kous uit, als ze een geluid hoort als van een windvlaag. Weer hoort ze hetzelfde geluid en als zij naar de grot kijkt, ziet ze in de bovenste nis een mooie vrouw met een witte japon, een blauwe ceintuur en een gele roos op elke voet. De Vrouw geeft met haar vinger een teken om dichterbij te komen, maar Bernadette staat als vastgenageld.
Spontaan grijpt Bernadette naar haar rozenkrans en knielt neer. Ze wil het kruisteken maken, maar dat gelukt haar pas als de mooie verschijning, die ook een rozenkrans draagt met een groot blinkend kruis, het haar heeft voorgedaan. Terwijl Bernadette het Rozenhoedje bidt, ziet ze dat ook de mooie vrouw de kralen door haar vingers laat glijden, maar zonder de lippen te bewegen. Het 'visioen' duurt ongeveer een kwartier. De andere meisjes hebben niets gezien. Bernadette vertelt het hun, zo komt het nieuws bij moeder Soubirous terecht.


Tweede verschijning - zondag - 14 februari 1858
Het is carnavalszondag. Bernadette voelt zich innerlijk gedreven om naar de grot te gaan, hoewel haar moeder het haar verboden heeft. Na veel aandringen, geeft haar moeder toch toestemming. Bernadette en de twee andere meisjes gaan mee. Bernadette heeft een flesje wijwater meegenomen, om naar de verschijning te gooien, als ze die bij de grot zou zien. Bernadette laat de groep knielen en samen bidden zij de Rozenkrans. Wéér ziet Bernadette de mooie vrouw met een rozenkrans aan de arm. Ze sprenkelt het wijwater in de richting van de nis en vraagt: "Als u van God komt, blijft u dan en zo niet gaat u dan weg." Hoe meer wijwater Bernadette sprenkelt, des te meer glimlacht de verschijning. Als de fles leeg is, gaat Bernadette verder met haar rozenhoedje. Daarna verdwijnt de gestalte.

Derde verschijning - donderdag - 18 februari 1858
Eerst bij de derde verschijning spreekt de Heilige Maagd tot Bernadette. Het aparte is, dat Maria haar aanspreekt in zuiver Frans, maar als Maria merkt, dat Bernadette haar niet verstaat, schakelt de Heilige Maagd over in de streektaal van Bernadette, nl. Baskisch. Het is heel vroeg in de morgen als Bernadette weer bij de grot knielt. Enkele volwassenen uit de stad zijn meegegaan. Zij geven haar papier en schrijfgerei. Bernadette gaat de grot in en vraagt: "Wilt U zo goed zijn Uw naam op te schrijven?" Dit hebben de volwassenen haar ingeprent. "Dat hoeft niet," hoort Bernadette als antwoord. En dan de wedervraag: "Wilt u zo goed zijn om gedurende vijftien dagen naar de grot te komen?" "Ja, ik beloof het u," antwoordt Bernadette. De verschijning doet een belofte:
"Ik beloof u gelukkig te maken, niet in deze wereld, maar in de andere."
Tot slot doet de mooie dame een verzoek: "Ik zou hier veel mensen willen zien." Voor het eerst heeft Bernadette de 'welluidende en zachte' stem gehoord. De verschijning heeft iets minder dan een half uur geduurd. Bernadette weet helemaal niet dat Maria voor haar staat, want ze zegt, dat ze een mooie witte dame heeft gezien.

Vierde verschijning - vrijdag - 19 februari 1858
Bernadette is niet meer bang. Zij voelt een onweerstaanbare innerlijke drang om naar de grot van Massabielle te gaan. Zes of zeven vrouwen, onder wie de tante van Bernadette, zijn meegegaan. Na amper drie weesgegroeten herhaalt zich de verschijning, ongeveer een kwartier. Een klein detail: voor de eerste keer neemt Bernadette een gewijde kaars mee naar de grot. Zij zal deze verder elke keer meenemen tot op drie maart, de dag van de veertiende verschijning.

Vijfde verschijning - zaterdag - 20 februari 1858
De begeleidende groep is aangegroeid tot ongeveer dertig mensen. Die dag vertonen zich dezelfde verschijnselen. En als ze voorbij zijn, is Bernadette meteen het normale en eenvoudige kind van altijd. En ze wil bijna niet praten over de verschijning. Alleen zegt ze weer beslist dat ze 'aquero', 'de mooie witte dame', die glimlachte en haar groette, weer heeft gezien.

Zesde verschijning - zondag - 21 februari 1858
Deze zondagmorgen zijn zo'n honderd mensen getuige van de vervoering van Bernadette. De blik van Maria schijnt een ogenblik over heel de aarde te gaan en Zij zegt: "Bid voor de zondaars." In de namiddag wordt zij onderworpen aan een langdurig verhoor door de politiecommissaris Jacomet. Zij is uiterst kalm en elke poging om haar zichzelf te laten tegenspreken mislukt. Vader Soubirous laat haar beloven niet meer naar de grot te gaan.

Zevende verschijning - dinsdag - 23 februari 1858
In de biechtstoel zegt kapelaan Pomian tegen Bernadette, dat men niet het recht heeft haar de gang naar de grot te beletten. Vader Soubirous trekt zijn verbod in. Deze dag zijn er zeker weer honderd getuigen, onder wie dokter Dozous en verschillende vooraanstaande mannen uit het stadje. Maria leert aan Bernadette woord voor woord een 'klein speciaal gebed', wat zij geheim houdt. Zij zal dit voortaan haar hele leven iedere dag bidden. Maria geeft nu een opdracht: "En ga nu aan de priesters zeggen, dat Ik wil, dat men hier een kapel bouwt."

Achtste verschijning - woensdag - 24 februari 1858
Twee á driehonderd personen zijn bij de grot samengestroomd. Zij zien dat het gezicht van Bernadette een en al droefheid is. Zij kruipt op haar knieën over de grond en af en toe kust zij de grond. Men hoort haar stamelen: "Boete ... Boete ... Boete ...". Ze vertelt, dat de Dame haar dit gevraagd heeft als boetedoening voor de zondaars.
Wees gegroet, Maria ... bid voor ons zondaars.

Negende verschijning - donderdag - 25 februari 1858
Weer is de omgeving van de grot vol mensen. Zo uiterlijk te constateren is Bernadette's houding gedurende deze verschijning vreemd, maar dat komt door datgene wat Maria tegen haar zegt: "Mijn dochter, Ik wil je alleen voor jezelf en alleen aangaande jezelf, een laatste geheim toevertrouwen, dat je aan niemand ter wereld zult prijs geven. En nu, ga drinken en je wassen bij de bron en eet van het gras, dat daar vlakbij groeit."
Maria wijst met Haar vinger naar de grot. Dan ziet Bernadette wat vies modderig water, zij kan er niet van drinken. Zij probeert het drie keer en graaft steeds wat dieper. De vierde keer kan zij het drinken en zij wast zich ermee. Dan eet zij van het gras. Onder de mensen, die dit zien, zijn er die zeggen: "Zij is gek." Maar de bron wordt onder handen van Bernadette, de overvloedige bron (100.000 liter per dag). Voor velen wordt dit het 'wonderdadige water.' Dezelfde dag ondergaat Bernadette een verhoor bij de procureur des keizers, zonder enig succes voor de procureur.

Tiende verschijning - zaterdag - 27 februari 1858
De verschijning herhaalt zich ten aanschouwen van 800 personen. Weer drinkt Bernadette van het water uit de inmiddels sterker borrelende bron en eet zij van het gras.

Elfde verschijning - zondag - 28 februari 1858
Een nog grotere menigte dan de vorige dag (1.150 mensen) is Bernadette naar de grot gevolgd. Ook de commandant van de gendarmerie uit Tarbes is er met zijn secretaris. Deze was onder de indruk en zegt dat de verschijning vrij lang geduurd heeft. 's Middags volgt weer een verhoor bij de procureur, de commissaris en de rechter van instructie. Ook de directeur van de middelbare school komt haar privé ondervragen. Hij denkt dat ze aan catalepsie lijdt, maar na het gesprek is hij overtuigd dat ze echt iets ziet.

Twaalfde verschijning - maandag - 1 maart 1858
Er zijn 1.500 personen aanwezig, door de politie geteld. Bernadette ziet het meisje weer dat haar attent maakt op het feit dat zij niet haar eigen Rozenkrans in de hand houdt, maar die van een ziek vriendinnetje. Opnieuw drinkt en wast ze zich aan de bron. Op deze dag was er voor de eerste keer een priester aanwezig. Het was de pasgewijde priester Abbe Dezirat van het nabijgelegen plaatsje Omex. Hij houdt Bernadette nauwlettend in de gaten en verklaart later: "Wat een volmaakte vrede! Wat een kalmte! Wat een verhevenheid! Het is onmogelijk, dat een kind zoiets verzint; zo puur, zo liefelijk. Het was alsof ik op de drempel van het Paradijs stond."

Dertiende verschijning - dinsdag - 2 maart 1858
Er zijn 1.650 toeschouwers. Bernadette hoort het verzoek: "Ga aan de priesters zeggen hier een kapel te bouwen; Ik wil dat men hier in processie naartoe komt." Pastoor Peyramale ontvangt haar zo brutaal dat ze alleen over de processie praat en de kapel vergeet. Vol schrik gaat ze 's avonds terug en doet de aanvulling van haar boodschap aan de pastoor en drie kapelaans. De pastoor zegt dat ze eerst maar eens naar de naam van de Dame moet vragen.

Veertiende verschijning - woensdag - 3 maart 1858
Er zijn in alle vroegte tussen de 3.000 en 4.000 mensen bij de grot, maar er gebeurt niets. 's Middags gaat Bernadette terug en nu ziet ze in tegenwoordigheid van honderd mensen, de verschijning. Zij vraagt de Dame namens de pastoor naar haar naam, maar de Dame glimlacht en geeft geen antwoord. Bernadette bezoekt de pastoor, die zegt, dat ze voor de gek wordt gehouden, maar dringt er op aan opnieuw naar haar naam te vragen.

Vijftiende verschijning - donderdag - 4 maart 1858
Het is marktdag in Lourdes. De laatste dag van de vijftien, waarover het ging bij de derde verschijning. Er is veel volk van buiten. Twintigduizend mensen trekken naar de grot. De politiemacht in het Pyreneeën stadje, met versterking van de buurtdorpen, heeft er de handen aan vol. Drie kwartier blijft Bernadette in vervoering bij de grot. Weer volgt een bezoek aan de pastoor. De Dame heeft alleen geglimlacht, toen Bernadette haar naam vroeg. Maar ze wil nog steeds de kapel. Weer dringt Peyramale aan om haar naam te vragen.
Nu volgt een onderbreking in de verschijningen die twintig dagen duurt, tijdens welke Bernadette niet naar de grot gaat. Zij voelt deze onweerstaanbare kracht niet die haar uitnodigt. Voor haar is het een welkome pauze waarin zij haar rust terugvindt; zij gaat naar school en bereidt zich voor op de Eerste Communie.

Zestiende verschijning - donderdag - 25 maart 1858
Maria boodschap. Drie weken is Bernadette niet meer naar de grot geweest. Maar in de nacht van 24 op 25 maart voelt zij weer die onverklaarbare drang naar de nis in de Massabielle. Het is vijf uur in de morgen, als zij met enkele familieleden op weg gaat. Er zijn al een paar tientallen mensen, onder andere de commissaris. Onmiddellijk ziet Bernadette de Dame. Zij raakt bijna een uur lang in vervoering. Drie keer vraagt zij de Dame om haar naam. De Dame glimlacht. Dan waagt zij het nog een vierde keer. Nu komt ook het antwoord: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis."

Hiermee bevestigt de H. Maagd het op 8 december 1854 door Pius IX uitgeroepen leerstuk. Zij is 'De Vrouw bekleedt met de zon; de totaal zuivere'. Maria kondigde Haar Onbevlekte Ontvangenis al aan bij haar verschijning in de Rue du Bac te Parijs in 1830 aan zuster Catherine Labouré. Zij leerde toen aan de zuster het gebed:
'O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen.'
De wonderdadige medaille heette immers eerst 'de Medaille van Maria's Onbevlekte Ontvangenis'. En Bernadette begrijpt het niet, ook niet na een bezoek bij de pastoor. Pas 's middags, in een gesprek met meneer Estrade, een geletterd man, begint ze te beseffen dat het tóch de Heilige Maagd moest zijn.

Nu volgt opnieuw een onderbreking in de verschijningen.
Zeventiende verschijning - woensdag - 7 april 1858
Omdat Bernadette daags tevoren te biechten is geweest, verwacht men dat ze naar de grot zal gaan. Het blijkt waar te zijn. Zoals gewoonlijk draagt zij een brandende kaars in de linkerhand, met haar rechter beschermt zij de vlam tegen de wind. In de extase die volgt, beroert de vlam haar vingers, een kwartier lang. Dr. Dozous, die er bij staat, kan geen enkele brandwond constateren en hij gelooft ook dat Bernadette echt iets ziet.

Dan volgt de langste onderbreking in het verloop van de verschijningen.
Achttiende en laatste verschijning - vrijdag - 16 juli 1858
Op het feest van Onze Lieve Vrouwe van de berg Karmel voelt Bernadette zich gedwongen nog eens naar de grot te gaan. Ze gaat 's avonds om acht uur. De autoriteiten hebben intussen (naar een decreet van 10 juni) de grot afgesloten en er schuttingen rondom laten aanbrengen. Bernadette knielt samen met haar tante Lucile aan de overkant van de Gave. Gedurende korte tijd raakt ze in vervoering, net als enkele maanden geleden. Als haar daarna gevraagd wordt of de Heilige Maagd iets gezegd heeft, antwoord zij "niets", maar tevens zegt ze dat ze haar nog nooit zo mooi heeft gezien.
Toen de burgemeester de bron had laten sluiten en aan de bisschop van Tarbes werd gevraagd de bron weer te openen, reageerde hij: "Alleen de keizer kan de bron heropenen. Laat maar eens zien wie er sterker is, Maria of de keizer." Op nadrukkelijk aandringen van keizerin Eugénie heeft keizer Napoleon III de bron weer laten heropenen. Hiermee zien we duidelijk, dat het Goddelijke boven het Aardse gaat. En nadien neemt zij de gewone lijn van haar leven weer op, haar groei in het geloof, die voor haar geheel bestaat in de trouw van elke dag.


De eerste van de achttien verschijningen te Lourdes had plaats op 11 februari 1858. Tijdens en na de verschijningen is Bernadette een voorwerp van belangstelling, van bewondering en ... van afkeer! Ook haar ouders hebben het zwaar te verduren, hoe kunnen arme mensen zich verdedigen tegen dreigende openbare machten!
Maar Bernadette blijft steeds zichzelf, eenvoudig, oprecht en Godvruchtig. Voor de burgerlijke en de kerkelijke ondervragers zal zij steeds even kalm en onbevangen, soms met een tikkeltje humor, zelfs met kordaat verweer tegen onkiese opdringers, het verloop van de verschijningen vertellen. In deze periode groeit bij Bernadette het persoonlijk besluit om religieuze te worden, zij kiest tenslotte voor de zusters van Nevers, omdat haar gezondheid niet geschikt is voor een te strenge regel, omdat zij graag zieken verzorgt en "omdat men mij er niet naartoe getrokken heeft".

Bernadette te Nevers:
Zeven jaar later, in 1865, wordt Bernadette postulante in het klooster van de zusters van Nevers te Lourdes, waar ze inwoonde. Voor haar vertrek naar het moederhuis te Nevers neemt zij afscheid van de geliefde grot op 4 juli 1866. Zij verlaat voorgoed Lourdes en haar dierbare familie. Bij de zusters van Nevers leeft Bernadette verder onder haar doopnaam, Soeur Marie-Bernarde. Bij het begin van haar noviciaat werd Bernadette voor de vergaderde kloostergemeente naar het verhaal van de verschijningen gevraagd. Daarna werd haar opgelegd er nooit meer over te spreken.
Met enigszins overdreven ijver hebben sommigen van haar oversten alles in het werk gesteld om haar nederig en klein te houden. Zij heeft onder deze vernederingen geleden, maar ze heeft ze grootmoedig aanvaard en bewaarde haar leven lang haar opgewektheid. Op de dag van haar kloostergeloften gaf de bisschop haar de opdracht: "Bidden". Zij werd aangesteld op de ziekenzaal waar zij een heel bekwame en goede verpleegster bleek te zijn. Maar ze was zelf veel ziek, behalve astma kreeg zij tuberculose, beenontkalking en open wonden, die haar veel deden lijden en haar lichaam verwoestten. In lichaam en geest beleefde zij dag na dag wat Maria te Lourdes had gevraagd: "Bid voor de zondaars, doe boete." "Mijn lijden zal duren tot mijn dood," had Bernadette op een dag verklaard.

"Ik beloof je niet in deze wereld gelukkig te maken, maar wel in de andere."
Op 16 april 1879, de woensdag na Pasen, stierf zij, 35 jaar oud. Zij stierf om 3 uur in de middag. Zij, die haar op dat ogenblik omringden, zeiden later, dat haar heengaan deed denken aan de dood van Christus aan het kruis. Op verzoek van paus Pius IX en de bisschop van Lourdes bekrachtigde zij op haar sterfbed nog eens onder eed haar vroegere verklaring over de gebeurtenissen bij de Massabielle.

Na een langdurig en streng proces, zoals dat door het kerkelijke recht is voorgeschreven, heeft paus Pius XI Bernadette in 1925 zalig en op 8 december 1933 heilig verklaard. Haar feestdag werd in 1891 als het 'Feest der Verschijningen' vastgesteld op 18 februari, de dag van het derde visioen waarop haar, zoals zij verklaarde, voorspeld werd: "Ik beloof je niet in deze wereld gelukkig te maken, maar wel in de andere." Deze instelling gebeurde door paus Leo XIII.

Pius IX en de Onbevlekte Ontvangenis:
Paus Pius IX sprak 150 jaar geleden, op 8 december 1854, het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria uit. Met deze uitspraak verklaarde hij dat "de leer dat de allerzaligste Maagd Maria vanaf het eerste ogenblik van haar Ontvangenis door een enige bijzondere genade en bevoorrechting van de almachtige God, omwille van de verdienste van Christus Jezus, de Zaligmaker van het menselijk geslacht, van alle smet van de erfzonde vrij is bewaard, door God is geopenbaard en door alle gelovigen als waarheid aanvaard moet worden." De rede van Pius IX bij gelegenheid van deze plechtigheid, is een ontroerend getuigenis van zijn liefde voor God, zijn Moeder en alle gelovigen.
Haar lichaam, dat gaaf bewaard is gebleven, ligt nu opgebaard in een glazen schrijn in de kapel van het klooster te Nevers.
Persoonlijke noot van mijzelf over Lourdes in verhouding tot Bernadette: 
Bernadette wist niet eens wat "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis" betekende. Ze was een eerlijk en oprecht meisje. Juist zij werd door Maria uitverkoren. De verschijningen hebben haar als persoon alleen ellende bezorgd. De wereld daarentegen is zeer gebaat bij Lourdes: meer dan 5 miljoen pelgrims per jaar.

Toen de burgemeester de bron had laten sluiten en aan de bisschop van Tarbes werd gevraagd de bron weer te openen, reageerde hij: "Alleen de keizer kan de bron heropenen. Laat maar eens zien wie er sterker is, Maria of de keizer."
Op nadrukkelijk aandringen van keizerin Eugénie heeft keizer Napoleon III de bron weer laten heropenen. Hiermee zien we duidelijk, dat het Goddelijke boven het Aardse gaat.
Sinds de verschijning van De Heilige Maagd in Lourdes zijn er 6.000 wonderbaarlijke genezingen gemeld, waarvan er tot op heden 67 officieel erkend zijn, na een grondig onderzoek door een team van specialisten.
Paus Johannes Paulus II overnachtte in augustus 2004 tijdens zijn bezoek aan het Franse bedevaartsoord Lourdes in een verblijf voor zieke pelgrims. De 84-jarige kerkvorst, die aan de ziekte van Parkinson leed, maakte de bedevaart net als andere zieke pelgrims die hopen dat het Lourdeswater hen zal genezen. Dat zei bisschop Jacques Perrier van Tarbes in Lourdes op 18 juni 2004. De paus bezocht Lourdes ter gelegenheid van de 150e verjaardag van het dogma van de onbevlekte ontvangenis. Dat dogma houdt in dat Maria als enige mens vrij van de erfzonde is geboren, als voorrecht omdat zij de moeder van Jezus is geworden.

"Wanneer is een genezing in Lourdes een wonder?"
De RK-Kerk heeft officieel 67 wonderen die aan Onze Lieve Vrouw van Lourdes worden toegeschreven, erkend. Daarnaast registreerde de Kerk sinds de Maria-verschijningen in Lourdes in februari 1858 ongeveer 7000 onverklaarbare genezingen. Deze cijfers staan in het boek 'Il medico di fronte ai miracoli' (De arts tegenover wonderen) van de Vereniging van Italiaanse Katholieke Artsen (AMCI). (Bron: katholieknederland.nl)

Reactie webmaster Leo de Bondt:
Bernadette's onwetendheid liet haar niet toe het wondere visioen van Massabielle te verzinnen. De dame bidt niet zo: "Ik geloof in God...", noch "Onze Vader..." noch "Wees gegroet, Maria...", doch slechts zo: "Glorie aan de Vader, en de Zoon, en de H. Geest..." Als een ongeletterd meisje zoiets zegt, dan moet ze het gezien hebben.
Had Bernadette het spel van leugen en list gespeeld, ze zou vroeg genoeg 's hemels peetschap aanvaard hebben, toen het volk haar vroeg: "Is het de H. Maagd?" Bernadette's antwoord kennen we: "Ik weet het niet, ze heeft me haar naam niet gezegd!"
"Ik ben de onbevlekte ontvangenis." Deze woorden sprak Maria in het Baskisch tot Bernadette: "Que soy era immaculada councepciou." Hoe zou Bernadette die formule gevonden hebben? Ze had ze nooit voordien gehoord, om de goede reden dat die formule gebruikt werd in een tot dan toe onbekende vorm. Dit is zo waar, dat vele theologen er hun verwondering over uitdrukten.
Tenslotte zou zij, wegens haar gebrek aan ontwikkeling en haar kinderlijke eenvoud, in de val gelopen zijn tijdens de ondervragingen, die niet zonder valstrikken en bedreigingen geschiedden. Zij die, even voor haar dood, plechtig verklaarde: "Ja, ik heb Haar gezien!" heeft van meet af blijk gegeven van haar oprechtheid.


terug naar het overzicht






^