Ervin Laszlo en Kinsley L. Dennis - De verbinding tussen wetenschap en spiritualiteit

Ankh Hermes 2012

Het volgende stuk is een aanhaling uit Hoofdstuk 9: Wetenschap en spiritualiteit - Ontdekkingen van het moderne bewustzijnsonderzoek door Stanislas Grof (psychiater)
Een recensie van dit boek is verschenen in Gamma, jrg. 20, maart 2013,
tijdschrift van Stichting Teilhard de Chardin

Monistisch materialisme was tot nu toe de toonaangevende filosofie van de westerse wetenschappen. Diverse disciplines hebben de geschiedenis van het universum beschreven als een zuiver stoffelijke ontwikkeling, waarbij alleen wat gewogen en gemeten kon worden als reëel werd geaccepteerd. Het leven, bewustzijn en intelligentie worden gezien als min of meer toevallige 'neven-producten' van stoffelijke processen. Fysici, biologen en chemici erkennen wel het bestaan van niet voor onze fysieke zintuigen toegankelijke dimensies. Toch worden alleen dimensies van stoffelijke aard verkend met behulp van allerlei middelen die onze fysieke zintuigen moeten versterken, zoals microscopen, radiotelescopen, MRI-scanners enzovoort. Laboratoriumexperimenten spelen hierbij een grote rol.

In een op deze manier begrepen universum is er geen ruimte voor spiritualiteit, in welke vorm ook. Het bestaan van God, de idee dat er onzichtbare dimensies van de werkelijkheid zouden zijn, die bevolkt worden door onstoffelijke wezens, de mogelijkheid dat bewustzijn na de dood van het fysieke lichaam voortleeft en concepten als reïncarnatie en karma - dit alles wordt afgedaan als sprookjes of als wanen die in het handboek van de psychiatrie thuishoren. Wie als psychiater zulke dingen serieus neemt, wordt als achterlijk beschouwd - onbekend met de ontdekkingen van de wetenschap - of als bijgelovig, of als iemand die zich bezondigt aan primitief magisch denken. Als een intelligent iemand in God (of Godin) gelooft, wordt dat aangemerkt als een bewijs dat betrokkene nooit in het reine is gekomen met het infantiele beeld van de ouders als almachtige wezens, dat hij/zij zich in de vroegste kinderjaren van hen heeft gevormd. Rechtstreekse spirituele ervaringen worden dan zelfs beschouwd als symptomen van een ernstige geestesziekte (psychose).

Het onderzoek van holotrope bewustzijnstoestanden heeft echter nieuw licht geworpen op het vermeende probleem 'spiritualiteit en wetenschap'. De sleutel tot dit nieuwe inzicht is de bevinding dat het in deze bewustzijnstoestanden mogelijk is veel verschillende ervaringen op te doen die veel overeenkomst bezitten met die welke de inspiratiebron voor de godsdiensten van de wereld waren. Ik doel op visioenen van God en allerlei goddelijke en/of demonische wezens, ontmoetingen met onstoffelijke entiteiten, episoden met psycho-spirituele dood en wedergeboorte, bezoeken aan hemel of hel, ervaringen uit vroegere levens en nog vele andere. Het hedendaagse onderzoek heeft boven iedere twijfel verheven aangetoond dat ervaringen als deze niet het resultaat zijn van pathologische processen in de hersenen, maar manifestaties zijn van archetypisch materiaal uit het collectief onbewuste. Daarom behoren ze tot de normale of zelfs essentiële componenten van de menselijke psyche. Hoewel deze mystieke elementen intrapsychisch toegankelijk zijn in een proces van experimentele zelfverkenning en introspectie, zijn ze ontologisch reëel. Kortom, ze bestaan objectief.

Gelet op deze constateringen lijkt de felle strijd tussen religie en wetenschap van de afgelopen eeuwen bespottelijk en totaal overbodig. Waarachtige wetenschap en authentieke spiritualiteit strijden niet om een en hetzelfde territorium. Ze vertegenwoordigen twee benaderingen van het zijn die elkaar aanvullen en zeker geen tegenstellingen van elkaar zijn. De wetenschap onderzoekt de verschijnselen in de manifeste wereld, het stoffelijke domein van al wat meet- en weegbaar is; spiritualiteit en ware religie ontlenen hun inspiratie aan rechtstreeks verkregen ervaringskennis van een aspect van de wereld dat de volgelingen van Jung 'actieve verbeelding' noemen, om deze ervaringen te onderscheiden van verbeeldingsproducten van de individuele fantasie of van psychopathologie.
Dit actieve verbeeldingsdomein is manifest in wat ik 'holotrope bewustzijnstoestanden' noem: veranderde bewustzijnstoestanden waarin deze religie-inspirerende ervaringen zich vaak aandienen. Recent wetenschappelijk onderzoek heeft bewezen dat deze ervaringen geen producten van pathologische processen in de hersenen zijn. Ze zijn, zoals ik al opmerkte, manifestaties van archetypisch materiaal uit het collectief onbewuste en daarom normale en zelfs essentiële componenten van de menselijke psyche. De matrices ervoor zijn in de diepste krochten van de onbewuste psyche van ieder mens voorhanden.

Spiritualiteit is een bijzonder belangrijk en natuurlijk aspect van de menselijke psyche. De spirituele zoektocht is dan ook een volstrekt legitieme en gerechtvaardigde menselijke activiteit. Het is echter noodzakelijk te onderstrepen dat dit alleen van toepassing is op authentieke spiritualiteit, gebaseerd op directe persoonlijke ervaring. Dit levert geen enkele steun aan dogma's of ideologieën van georganiseerde religies. Het is van cruciaal belang duidelijk onderscheid te maken tussen spiritualiteit en religie, om de misverstanden en verwarring die in het verleden zoveel soortgelijke discussies hebben vertroebeld, uit te sluiten.

Spiritualiteit steunt op rechtstreekse ervaringen van normaal onzichtbare, numineuze domeinen van de totale werkelijkheid, die gedurende holotrope bewustzijnstoestanden toegankelijk worden. Om in verbinding te treden met het goddelijke hoeven we niet naar een specifiek gebouw of een officieel daartoe benoemde persoon. Mystici hebben geen kerk of tempel nodig. De context waarin zij de heilige domeinen van de werkelijkheid ervaren, de eigen goddelijkheid inbegrepen, bestaat uit het eigen lichaam en de rest van de natuur. In plaats van bedienende priesters hebben zij eerder behoefte aan een steungroep van medezoekers, of de leiding vaп een leraar die verder gevorderd is op zijn/haar innerlijke reis dan zijzelf.

Geïnstitutionaliseerde religies zijn geneigd gezagshiërarchieën te vormen die uit zijn op macht, overheersing, politieke invloed, geld, bezit en andere wereldse zaken. Als gevolg hiervan hebben religieuze hiërarchieën in de regel een afkeer van directe spirituele ervaringen van hun volgelingen. Zij ontmoedigen deze en bevorderen in plaats daarvan afhankelijkheid omdat hun lidmaten zich anders niet goed laten sturen.
In die gevallen kan geestelijk leven alleen floreren in mystieke kloosters, ordes of extatische sekten die nog wel van de desbetreffende religie deel uitmaken. Tijdens de diepe mystieke ervaring vallen de grenzen tussen religies weg en worden de diepere grondslagen zichtbaar die ze met elkaar gemeen hebben. De dogma's van georganiseerde religies benadrukken daarentegen de verschillen tussen het ene geloof en het andere, wat tot antagonisme en vijandigheid leidt.

Het lijdt geen twijfel dat de dogma's van georganiseerde religies over het algemeen lijnrecht tegenover die van de wetenschap staan, ongeacht of een discipline berust op het mechanistisch-materialistische model of op het zich thans aftekenende nieuwe paradigma. Met authentieke mystiek op basis van spirituele ervaringen ligt dat echter anders. De grote mystieke tradities hebben immens veel kennis over het menselijke bewustzijn en de spirituele domeinen vergaard. Dat is gebeurd op een manier die overeenkomt met de methode die wetenschapsbeoefenaren toepassen voor het induceren van transpersoonlijke ervaringen, het systematisch verzamelen van data en het intersubjectief verifiëren van resultaten. Net als elk ander aspect van de werkelijkheid kunnen spirituele ervaringen door middel van wetenschappelijk onderzoek worden onderzocht, vanuit een open geesteshouding.

Het wetenschappelijk uitgevoerd bewustzijnsonderzoek heeft overtuigende bewijzen opgeleverd van het objectieve bestaan van het actieve verbeeldingsdomein. Zo werden de voornaamste metafysische veronderstellingen uit het mystieke wereldbeeld, de oosterse spirituele wijsheidsstromingen en zelfs overtuigingen uit sommige inheemse culturen bevestigd.

Het conflict tussen religie en wetenschap is een afspiegeling van een wederzijds misverstand. Zoals Ken Wilber 1) uiteen heeft gezet, kan er geen conflict tussen wetenschap en religie zijn wanneer beide gebieden naar behoren worden verstaan en gepraktiseerd. Als er toch een conflict lijkt te zijn, hebben we vermoedelijk te maken met pseudowetenschap en pseudoreligie. De schijnbare onverenigbaarheid komt voort uit het feit dat beide kampen de standpunten van het andere kamp schromelijk misverstaan en naar alle waarschijnlijkheid ook een onjuiste versie van hun eigen discipline presenteren.

1) Zie hiervoor Ken Wilber, De integratie van wetenschap en religie, Servire, Utrecht


terug naar de Doelstelling






^