Wat was er vóór het Nederlands? De Sikkeltalen

Sporen van prehistorische talen in de Lage Landen

Artikel in 'Onze Taal' 7/8 2015 - maandblad van het Genootschap Onze Taal, blz. 206
Door Gaston Dorren


Rond het begin van de jaartelling werden er hier Germaanse talen gesproken waaruit uiteindelijk ons Nederlands is voortgekomen. Maar wat klonk er vóór die tijd, duizenden jaren geleden?
Hoogleraar Peter Schrijver is iets op het spoor.

Welke prehistorische talen waren hier in een grijs verleden elke dag te horen? Een lastige vraag, want die talen zijn morsdood, en hebben geen geschreven bronnen achtergelaten. Maar talen overlijden nooit vanzelf; ze worden altijd uit de weg geruimd door een andere taal - de moordenaar. U bent dus in een detectiveverhaal beland. We hebben een paar verdachten: de talen die enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling in de Lage Landen gesproken werden. Dat zijn het Germaans, vooral in het noordelijke deel, en het Keltisch, wat zuidelijker. Beide verdachten zijn aan elkaar verwant, want ze behoren allebei tot de grote Indo-Europese taalfamilie. Er lijkt nog een verdachte te zijn, want taalkundigen vermoeden dat voor het Germaans en het Keltisch nog een andere Indo-Europese taal ('Belgisch', fluisteren sommigen) zich in onze contreien had verbreid.
In dit Indo-Europese clubje moeten we de dader van de prehistorische taalmoord zoeken. Niet dat de sprekers van die talen de sprekers van de voorafgaande talen hebben afgeslacht. Zoiets gebeurt wel eens, maar talen sterven zelden op die manier uit. Veel gebruikelijker is het dat sprekers van de ene taal er een tweede bij leren. Is die tweede taal nuttiger dan de eerste, dan is de minder nuttige na een paar generaties verdwenen.

Landbouwers
Maar het gaat in dit detectiveverhaal dus eigenlijk om een andere vraag: wie waren de slachtoffers? Met welke lijken hebben we van doen? Peter Schrijver, hoogleraar Keltische talen in Utrecht, heeft zijn vermoedens. "Dat zouden de talen van de eerste landbouwers kunnen zijn. De landbouw heeft zich tussen 8000 en 3500 v.Chr. vanuit de 'Vruchtbare Sikkel' in het Midden-Oosten over Europa verspreid. België en Zuid-Nederland werden zo tegen 5000 v.Chr. bereikt. Onderzoek van prehistorisch DNA duidt erop dat zich hier daadwerkelijk agrarische immigranten van Midden-Oosterse origine hebben gevestigd. Doordat landbouw veel meer mensen kan voeden dan jagen en verzamelen, zullen de boeren de autochtone bevolking overvleugeld hebben. Dat geldt dan ook voor hun taal."
En welke taal was dat? Welke taal hadden ze meegebracht uit de Vruchtbare Sikkel, vanwaar ze rond 8000 v.Chr. immers aan hun lange volksverhuizing waren begonnen? Dat is niet bekend, want de oudste teksten dateren pas van 3350 v.Chr. Die staan op spijkerschrifttabletten, geschreven in het Soemerisch. Dat Soemerisch werd toen gesproken in het huidige Irak, het oostelijkste deel van de Vruchtbare Sikkel. Het is alleszins mogelijk dat het Soemerisch daar toen al duizenden jaren werd gesproken, dus het kan toch wel een van die oude Midden-Oosterse boerentalen zijn die we zoeken.
Een andere kandidaat is het Minoïsch, gesproken op Kreta en genoemd naar de man die het beroemde labyrint voor de Minotaurus liet bouwen: koning Minos. De oudste Minoïsche teksten dateren van rond 2000 v.Chr., maar het Minoïsche volk had zich al duizenden jaren eerder op Kreta gevestigd. En omdat hun oudste wortels in het Midden-Oosten liggen, is ook hun taal van belang voor Schrijvers recherchewerk.

Familie
Het Soemerisch en het Minoïsch staan tot nu toe allebei bekend als talen zonder aantoonbare familie. Een van de belangrijkste elementen in Schrijvers naspeuringen is dat hij zowel het Soemerisch als het Minoïsch verbindt met een andere taal, en dan ook nog met precies dezelfde. Dat is er opnieuw een waar je zelden over hoort: het Hattisch. Het is dan ook al 3500 jaar geleden als spreektaal uitgestorven, in Turkije. Als Schrijver gelijk heeft, heeft hij dus drie oude talen samengebracht in één familie.
Het verband tussen het Soemerisch en het Hattisch is het stevigst. Schrijver laat gedetailleerd zien dat de grammatica's van beide talen meer overeenkomsten vertonen, onder andere in de werkwoords- vervoeging, dan redelijkerwijs toeval kan zijn. Dat is een beetje zoals de gelijkenis tussen de Nederlandse vormen winnen - wonnen - gewonnen en de Engelse vormen win - won - won nauwelijks toeval kan zijn (en ook niet is).
De tweede farnilieband van het Hattisch, die met het Minoïsch, is voorlopig een stuk minder overtuigend. Dat komt vooral doordat de Minoïsche teksten nauwelijks ontcijferd zijn. Maar van de vijf Minoïsche woorden die de deskundigen menen te kennen, lijken er twee ook in het Hattisch voor te komen - te toevallig om toeval te kunnen zijn. Daarnaast vertoont het Minoïsche werkwoord ook weer overeenkomsten met het Hattische werkwoord, zij het minder frappant.

Sikkeltalen
Voor het geestesoog van de speurder begint zich nu een scenario af te tekenen. 8000 v.Chr. spraken boe- ren in de Vruchtbare Sikkel talen uit een taalfamilie die we voor het gemak even de 'Sikkeltalen' zullen noemen, waaronder een oude vorm van Soemerisch. Een deel van de bevolking begon te migreren in noordwestelijke richting: naar Kreta (Minoïsch!), naar Turkije (Hattisch!) en van daaruit geleidelijk steeds verder, duizenden jaren lang, tot in de Lage Landen. Hun taal veranderde in de loop der eeuwen, want dat doen talen nu eenmaal, maar het bleef in de kern een Sikkeltaal. Zeker is dat allemaal nog niet, verre van. Misschien blijkt het Minoïsch, mocht het ooit ontcijferd worden, helemaal geen Sikkeltaal te zijn. Of misschien namen de boeren met hun Sikkeltaal ergens onderweg een heel andere taal over, die we niet kennen.
Bij zo veel onzekerheden zijn extra aanwijzingen natuurlijk van harte welkom. Zijn die er? Zijn er bijvoorbeeld in de moderne Europese talen sporen van de Sikkeltalen te vinden? Schrijver denkt van wel. Zo bevatten de moderne Europese talen woorden die onmogelijk uit het Indo-Europees kunnen komen. Schrijver heeft er voorlopig acht verzameld die 'Hattisch gedrag' vertonen. Dat betekent concreet: Ze krijgen een voorvoegsel a- en in de volgende lettergreep valt een klinker weg. De details zijn ingewikkeld, maar in ieder geval hebben de Nederlandse woorden leeuwerik (Frans: alouette), merel (Duits: Amsel) en erts (Oudduits: aruz) een rolletje in de redenering. Ook maakt Schrijver aannemelijk dat een Minoïsch woord voor 'varken' terug te vinden is in het Grieks, Litouws en Welsh.

Dezelfde richting
Zijn we er dus uit? Kan Schrijver, als een klassieke detective, alle betrokkenen in één kamer bijeenbrengen en aan het eind van een briljant betoog dader(s) én slachtoffer(s) nauwkeurig aanwijzen? Nee, dat niet. Een rechter zou met het huidige bewijsmateriaal geen genoegen nemen. Toch is Schrijver optimistisch. "Veel van de aanwijzingen afzonderlijk zijn niet al te zeker, maar ze wijzen wel onafhankelijk van elkaar in dezelfde richting. Dat is een methode die ook bij het ontcijferen van talen wordt gebruikt: je veronderstelt allerlei dingen, en uiteindelijk valt alles op zijn plaats - of niet."
En als dat inderdaad gebeurt, wat dan? Dan blijken de prehistorische talen van onze drassige delta de nakomelingen te zijn van de oudste Sikkeltalen van het Midden-Oosten en dus familie van Soemerisch en de rest. Het is dat later de Indo-Europese talen onze kant op zijn gekomen, anders hadden de Lage Landen nu misschien nog steeds zo'n Sikkeltaal gesproken. Of had dan een andere moordenaar zijn kans gegrepen? Op die vraag kan zelfs Schrijver geen antwoord geven.


terug naar de literatuurlijst






^