Jakob Lorber - Geschenken uit de hemel, deel II, 21-5-1844

Overgenomen uit de Nieuwsbrief van de Jakob Lorber Stichting, dec. 2016


Christus Pantokrator
Noord-Rusland
Religie en openbaring
Schrijf dus maar een goed 'criterium' voor [beschrijving van de noodzaak voor het bestaan van] religie en openbaring!
Religie is een herverbinding van de mens met God, die hem vanuit Zich vrij heeft geschapen en als buiten Zich in de materiële wereld heeft geplaatst ter beproeving en ontwikkeling van de vrijheid, die de enige voorwaarde is voor het leven van de geest, omdat de vrijheid in zichzelf de liefde is, als het fundamentele oerwezen van alle bestaan!
Men zegt dat God door Zijn almacht de mensen toch wel zo zou kunnen vormen en bewaren dat ze altijd volkomen zouden kunnen beantwoorden aan hun (goddelijke) roeping. Waartoe dan een geopenbaarde religie? Waartoe het schepsel zich vrij laten bewegen te midden van schepsels en wezens die het evenmin kent als zichzelf?

Dat zou God wel kunnen, maar dan zou de mens geen mens, maar een dier zijn. Hij zou gericht zijn zoals het dier [instinctief] en zich onvermijdelijk moeten bewegen binnen de smalle perken van het eeuwige moeten [instincten]! Zou de mens dan volgens de bedoeling van de Schepper ook wel een zelfstandig en vrij leven hebben? Nee, dat zou hij in eeuwigheid niet hebben!
Want al het werkelijke, zelfstandige leven moet als zodanig vrij verworven zijn, omdat elke dwang de vrijheid belemmert en dus ook het eigenlijke leven richt en daardoor doodt. Zelfs de liefde is dood zonder vrijheid!
Daarom kan bij de mens de goddelijke almacht niet de plaats van de geopenbaarde religie innemen. De daarop gebaseerde noodzaak van een goddelijke openbaring is het eerste bewijs voor de echtheid van zo'n openbaring. Want ieder gericht [instinctief] wezen [het dier] komt al met alle nodige volkomenheden [aangeboren gedrag] ter wereld en heeft daardoor geen openbaring nodig.

Maar heel anders is het gesteld met de mens! Die komt in zijn hele sfeer naakt ter wereld en heeft dus zeer zeker een geopenbaarde richtlijn nodig, volgens welke hij zijn geheel vrije, door niets gebonden levenskracht moet gaan ontwikkelen, teneinde een werkelijk zelfstandig, vrij en levend wezen te worden.
Waarin ligt dan wel het 'criterium' voor de echtheid van een werkelijk noodzakelijke, goddelijke openbaring? Het criterium ligt enkel en alleen in het handelen volgens de openbaring. Wie gewetensvol en trouw leeft volgens een erkende openbaring, die zal de innerlijke vrijheid van zijn geest bereiken of hij nu een jood, een moslim, een brahmaan of een christen is, net zoals iedereen die volgens een methode een kunst leert, beslist een meester wordt als hij serieus het onderwijs bestudeert en volgens de beginselen ervan voortgaat.
Zo staat er immers ook geschreven: Wie zal handelen naar Mijn woorden, die zal herkennen of ze van God of van de mens zijn. Daarin ligt het voornaamste criterium voor de echtheid van een goddelijke openbaring! Dus met andere woorden: iedere mens moet 'door God onderwezen' zijn! Wie het niet van God leert, die heeft het niet en weet het niet.
Laat ieder de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs lezen, en wel het tweede hoofdstuk! Daar zal hij ook een belangrijk criterium vinden. Zo zij het!


Jakob Lorber - Geschenken uit de hemel, deel III, 13-10-1843

De zegen van de beproeving
Zie, het tijdstip waarop jij lichamelijk werd geboren, is Mij heel goed bekend. Ik heb je toen gezegend en Ik zegen je nu weer, opdat je steeds gezond van geest alsook van lichaam zult blijven voor zover het voor je heil nodig is. Maar heb niet te grote waardering voor de gezondheid van het lichaam, want die schaadt de geest meer dan dat ze er nuttig voor is [door de onbewuste vereenzelviging ermee].
Kijk eens naar een frisse groene noot aan de boom! Zolang die stevig, fris en groen blijft, zolang wordt de pit ook niet rijp. Maar wanneer de buitenste groene schil bruin begint te worden en week, en verdroogd rondom de pit, dan is dat een teken dat de pit binnen in de schil rijp is geworden.

Om die reden laat Ik de Mijnen ook steeds lichamelijk nu en dan een beetje ziek zijn, opdat ze zich niet al te zeer met een gezonde lichamelijke toestand met de wereld zouden vermengen [de toestand van onbewuste vereenzelviging]. Want als iemand lichamelijk kerngezond is, dan denkt hij er totaal niet aan dat hij deze bedrieglijke wereld eens zal moeten verlaten; want dan bevalt alles hem veel te goed op de wereld, ieder bloempje, ieder lekker hapje, elk meisje, elk landschap en hij heeft de vurige wens zo maar eeuwig op de aarde te blijven leven, en krijgt nooit het heilige heimwee naar het eeuwige Vaderhuis in het rijk van de hemelen.
Maar als zijn lichaam ziek wordt, dan herinnert de mens zich dat hij niet op de aarde kan blijven en hij begint nu en dan toch wat angstig er over na te denken, wat er na de dood van het lichaam toch zou kunnen zijn en komen. En dat is al heilzamer voor de geest dan alle nog zo onschuldige genoegens bij een kerngezond lichaam.
Kijk, als je een van je zonen naar het buitenland zou sturen en het ging hem daar buitengewoon goed, denk je dat hij weer naar huis terug zal keren? Denk je dat hij heimwee zal krijgen naar zijn ouderlijke huis? O nee, daar kun je wel zeker van zijn! Want hij zal zeggen: Dan zou ik echt niet wijs zijn! Hier heb ik immers alles wat mijn hart verlangt en men respecteert mij bovendien nog overal waar ik maar kom. Ga ik terug naar huis, dan zou ik voor elke kleinigheid mijn vader moeten vragen en dan denkt hij er eerst lang genoeg over na of hij mij het gevraagde zal geven of niet. Hier ben ik een op zich geacht persoon, maar thuis naast mijn vader ben ik niemand; daarom blijf ik hier!

Zie dat is de letterlijke uitspraak van die zoon in den vreemde die het te goed gaat op vreemde bodem! Als de vader hem naar huis zal ontbieden, dan zal hij zich ten eerste toch slechts met grote tegenzin naar huis begeven en ten tweede zal hij zich thuis zo gedragen, dat het een grote schande zal zijn. Want alles zal hem te bekrompen en ellendig en slecht voorkomen, in één woord gezegd: hij zal daar thuis nooit zijn best doen! Maar als het een zoon in den vreemde niet al te best gaat, maar tamelijk armoedig en vaak zelfs ellendig, dan zal hij weldra doen zoals de verloren zoon!
Daarom zeg ook Ik je dit vandaag, opdat je als Ik je met kleine lichamelijke onpasselijkheden beproef, je je dit zult herinneren en weten dat dergelijke lichamelijke ongemakken louter handbriefjes zijn waardoor Ik Mijn kinderen aan hun vaderlijke huis en hun terugkeer herinner, zodat ze zich niet al te vast in den vreemde zouden vestigen!
Ik wil je daarom beslist nog niet zo spoedig uit den vreemde wegroepen, maar je alleen aan je vaderland laten herinneren! Dat je alle onaangenaamheden van je aardse leven daaraan zult afmeten, wens Ik, je heilige Vader, voor jou vandaag en altijd in heel de volheid van Mijn liefde en genade, neem het daarom ook levend in acht. Amen.


terug naar het overzicht

terug naar het weblog







^