C.J. Snijders en M. Gout - De Gulden Snede

De Driehoek, Amsterdam

De mens maakt deel uit van de schepping. Hij is het resultaat van de tot nu toe laatste fase van de ontwikkeling van de geest in de stof.
Het ordenende beginsel, dat aan de oorsprong van kosmos en leven heeft gestaan, kan in de mens zich openbaren als een verlangen om mede-bouwer te zijn.

Cultuur is door de mens gemaakte omgeving; natuur is de omgeving zoals die langs de weg der evolutie is ontstaan buiten de menselijke scheppingsdrang om. Cultuur en natuur zijn verschillend, maar zij tonen overeenkomst in fundamentele maatstaven van vorm. De scheppende mens ontwaart tot zijn verwondering dat de cultuurvormen die hij schiep, hetzij doordacht, hetzij spontaan, in de natuur worden teruggevonden.

De mens moet leven vanuit een aan hem meegegeven beginsel, dat evenzeer tot uitdrukking komt in de natuur, doordat op de achtergrond het ondeelbare bouwplan van de schepper staat.

De gulden snede toont op treffende wijze dat de scheppende mens en de spontane groei in de natuur zich bij hun vormgeving bedienen van dezelfde maatstaven om tot schoonheid te geraken.

Op zijn wijze, aanvankelijk nog niet doorziende hoe dit stelsel is opgebouwd, heeft hij scheppend gearbeid, vormen in het leven geroepen, in beginsel niet anders dan in de kosmos de grote bouwmeester heeft gedaan.

De gulden snede ontstaat enerzijds in kunstwerken van de mens, anderzijds in de natuur. Zij kan worden teruggevonden in architectuur, beeldhouwkunst en muziek; daarnaast in planten, dieren en de vorm van het menselijke lichaam.


terug naar het literatuuroverzicht






^