Victor J. Zammit - The Book

(gedownload van de website www.victorzammit.com)
Vertaling door Gerrit Prins

Een samenvatting in de vorm van een uitgebreide beschrijving van de vele paranormale verschijnselen, die bekend zijn geworden door wetenschappelijk onderzoek.

"In de laatste vijfentwintig jaar heeft de mensheid meer geleerd over wat er gebeurt als we doodgaan dan in alle voorgaande jaren van de geschiedenis." George Meek (Amerikaanse wetenschapper die pionier was op het gebied van elektronische communicatie met het leven na de dood.)

Inhoud

1. Inleiding
2. Onderzoek van gerespecteerde wetenschappers
3. Het elektronische stem-fenomeen (EVP)
4. Instrumentale transcommunicatie (ITC)
5. Scole-experimenten bewijzen leven na de dood
    Paranormale lichten [orbs]
6. Einsteins E=mc² en materialisatie
7. Andere paranormale laboratoriumexperimenten
8. Wetenschappelijke observatie van mediums
9. Leonore Piper, een krachtig Amerikaans medium
10. Materialisatie mediumschap
11. De kruiscorrespondenties
12. Uittreden (buitenlichamelijke ervaringen)
13. Wetenschap en de bijna dood-ervaring (BDE)
14. Het ouija-bord
15. Wetenschap en (geest-)verschijningen
16. Sterfbed visioenen
17. Poltergeisten

1. Inleiding
"Lees dit niet om het tegen te spreken of om het tegendeel te bewijzen, of om het voor waar aan te nemen, maar lees het om de feiten af te wegen en erover na te denken." Sir Francis Bacon

Er is vandaag de dag onweerlegbaar bewijsmateriaal voor het leven na de dood. Ik ben een sceptische advocaat, maar ik sta open voor alles. Ik was een praktiserende advocaat en ben gediplomeerd in een aantal universitaire disciplines. Het bewijsmateriaal dat zich zal openbaren is niet alleen abstract, theoretisch en academisch gezien legaal bewijsmateriaal. Als een wetenschapper die overal voor open staat begon ik met het onderzoeken van het bestaande bewijsmateriaal van het overleven van de dood en samen met anderen wilde ik de beweringen die inhielden dat communicatie met intelligenties uit het leven na de dood mogelijk was te testen.

Na vele jaren serieus onderzoek ben ik tot de onomstotelijke conclusie gekomen dat er erg veel bewijsmateriaal is dat, als je het in z'n geheel bekijkt, absoluut en onweerlegbaar het bestaan van het leven na de dood bewijst. Ik zal niet zeggen dat het objectieve bewijsmateriaal een hele hoge waarde heeft. Ook zal ik niet suggereren dat dit bewijsmateriaal zonder twijfel geaccepteerd moet worden. Ik verklaar dat als al het bewijsmateriaal in z'n geheel wordt bekeken, je tot de vaste conclusie moet komen dat het leven na de dood bestaat.

Er zijn al miljoenen pagina's geschreven over paranormale verschijnselen en wetenschappelijk onderzoek naar het leven na de dood. Door mijn kennis als advocaat en mijn universitaire trainingen in psychologie, geschiedenis en wetenschappelijke methoden, heb ik zorgvuldig verschillende aspecten van wetenschappelijk onderzoek naar het paranormale en kennis van het hiernamaals uitgezocht, en ik heb de zaak op zo'n manier beredeneerd dat het technisch gezien als objectief bewijsmateriaal zou kunnen dienen in de Supreme Court in Amerika, de House of Lords in Engeland, de High Court in Australië en in elke beschaafde legale jurisdictie over de hele wereld.

Als het objectieve bewijsmateriaal, het elektrische stem-fenomeen (EVP), instrumentale transcommunicatie, paranormale experimenten in laboratoria, bijna dood-ervaringen, xenoglossy (spreken van een medium in een andere voor hem/haar onbekende taal), de beste mediums, het directe stem-mediumschap, de kruis-correspondenties, de Scole-experimenten, wetenschappelijk gedocumenteerde zittingen (seances), poltergeister (kwelgeesten), (geest-)verschijningen en al het andere bewijs dat in dit boek staat, in zijn geheel wordt bekeken, dan is het bewijs voor het overleven van de dood absoluut verbijsterend en onweerlegbaar.

Het bewijsmateriaal dat in dit boek wordt aangeboden, bewijst ook het bestaan van zogenaamde paranormale verschijnselen; deze verschijnselen zijn verbonden met het leven na de dood en ze kunnen alleen afdoende worden verklaard door het overleven van de individuele geest en de persoonlijkheid na de dood. Om het in absolute termen te zeggen: de bewijzen die in dit boek worden gegeven, zullen de rationele en intelligente sceptici of diegenen die echt op zoek zijn naar de waarheid, overtuigen van het leven na de dood.

Waarom zijn er niet meer mensen die van het wetenschappelijke bewijs voor het leven na de dood afweten? Er heerst al jaren een bepaalde vijandigheid tegenover onderzoek naar het paranormale door het grootste gedeelte van de media, de universiteiten en sommige kerken. De ontdekkingen van serieuze wetenschappers die proberen het leven na de dood te bewijzen, worden verkeerd bekend gemaakt, veranderd of genegeerd. Bekende kortzichtige sceptici hebben op een oneerlijke wijze toestemming gekregen van de media om deze zaken belachelijk te maken, te liegen en vals te spelen, met als resultaat dat de massa heel weinig weet van de enorme hoeveelheid bewijsmateriaal dat op wetenschappelijk verantwoorde wijze is verzameld.
Veel mensen die echt de waarheid willen weten en niets liever willen dan dit onderzoeken, zijn niet of moeilijk in staat om toegang te krijgen tot onbevooroordeelde, feitelijke informatie, omdat ze niet de tijd of de vaardigheid hebben om de enorme hoeveelheid esoterische boeken te lezen en te analyseren alsook de artikelen die geschreven zijn over dit onderwerp (zie de bronnen). In sommige samenlevingen worden boeken en/of artikelen over dit onderwerp formeel of informeel gecensureerd.

Objectief bewijs
Ten eerste, subjectieve kennis belichaamt alle informatie die niet onafhankelijk kan worden bewezen. Hierbij horen ook persoonlijke overtuigingen, het christendom, de islam, het hindoeïsme, het boeddhisme, het judaïsme en alle andere religies. Onder subjectieve kennis valt ook het moderne, kortzichtige, materialistische scepticisme (een sterk geloof dat het leven na de dood niet bestaat) omdat in de context van het leven na de dood er geen sceptici zijn die de wetenschap willen gebruiken om te bewijzen dat kortzichtig scepticisme onwetenschappelijk is.

De originele betekenis van scepticisme (twijfel) verwees naar het kritisch onderzoeken van een gebeuren zonder het te verwerpen of te accepteren. De originele betekenis van scepticisme had niks te maken met het volledig ontkennen van het leven na de dood of het twijfelen aan de betrouwbaarheid van alle paranormale verschijnselen.
Net als geloof is het kortzichtige scepticisme een persoonlijke subjectieve overtuiging die onderhevig is aan fundamentele fouten en invaliditeit. Omdat persoonlijke subjectieve religieuze of sceptische overtuigingen niet worden gesteund door de wetenschap, kun je zeggen dat alle subjectieve religieuze of sceptische overtuigingen invalide zijn.

Objectieve kennis, wetenschap dus, is datgene waarbij dezelfde resultaten en dezelfde oorzaak/gevolg verbanden kunnen worden gedemonstreerd over tijd en ruimte. Wetenschap wordt gezien als objectief, zodat iedereen die de wetenschappelijke formules toepast met constante variabelen hetzelfde resultaat zal behalen. Dus een wetenschapper die zuur en alkali mengt in Sydney in 2000 zal dezelfde resultaten krijgen als een wetenschapper die dit doet in Moskou in 2002 of in welk jaar dan ook.

De onderzoeken naar het Elektrische Stem Fenomeen (EVP) en Instrumentale Transcommunicatie (ITC) hebben duidelijk dit element van herhaalbaarheid getoond. Onderzoekers in verschillende landen zijn in staat om elkaars werk te dupliceren/herhalen. Het is dan ook onvermijdelijk dat het objectieve het subjectieve zal overwinnen.

Maar niet elk wetenschappelijk onderzoek vindt plaats in een laboratorium. Binnen het kader van wetenschap valt ook de wetenschappelijke, systematische observatie van een verschijnsel. Als voorbeeld, terwijl wij accepteren dat donder, bliksem en stormen voorkomen, kunnen we deze niet namaken in een laboratorium. Onderzoek op locatie van verschijnselen is ook erg belangrijk als wetenschappelijke methode. Zolang er maar strikt wordt gehouden aan wetenschappelijke methoden als iets wordt gemeten, zullen de resultaten wetenschappelijk verantwoord zijn.

Pas op
Wat ik heb ontdekt over bijeenkomsten die gaan over het leven na de dood is, dat sommige mensen veel van de informatie die ze krijgen accepteren, maar sommigen willen teveel nadruk leggen op, of weerleggen van zaken als reïncarnatie, astrologie, meditatie of gebed, of kristallen, en zelfs atheïsme of agnostisme.

Even voor de duidelijkheid, het is niet mijn bedoeling om de overtuigingen of religies van mensen te veranderen of aan te vallen. Ik ben niet op een religieuze kruistocht. Dit is geen kwestie van vertrouwen of geloof. Dit is een kwestie van acceptatie of geen acceptatie van het objectieve bewijsmateriaal.

De belangrijkste informatie die je ooit zult tegenkomen
Er word je nu toegang gegeven tot zeer belangrijke informatie over het leven na de dood, ongetwijfeld de allerbelangrijkste informatie die je ooit zult tegenkomen in je leven. Maar uiteindelijk, na het lezen van al deze informatie zul jij, de lezer moeten beslissen wat je accepteert of verwerpt. Maar als je het bewijsmateriaal dat je in dit boek tegenkomt, verwerpt, zal het jouw taak zijn om objectief aan te tonen waarom je de informatie hebt verworpen.

In het verleden weigerde de geestelijkheid wetenschappelijke informatie te accepteren omdat het botste met hun eigen persoonlijke religieuze overtuigingen. Toen Galilei de telescoop aan de paus liet zien en vertelde dat dit apparaat het beeld van het universum, dat Galilei had, zou bewijzen, noemde de paus de telescoop 'het werk van de duivel' en weigerde erdoor te kijken. Maar uiteindelijk moest de geestelijkheid accepteren dat de wetenschap zegevierde over persoonlijke, subjectieve religieuze overtuigingen. Het zal nooit anders kunnen zijn.

Het 'ik vind het prima zo' probleem
Jij, de lezer moet heel goed oppassen om niet te worden misleid omdat je het wel prima vind zo, hiermee worden je beeld van de wereld en je persoonlijke (religieuze) overtuigingen bedoeld, en dat je dus objectieve informatie verwerpt omdat het botst met je persoonlijke, subjectieve overtuigingen, of ze nu sceptisch zijn of religieus. Als er een verschil is tussen de objectieve informatie en subjectieve overtuigingen is het nodig om meer onderzoek te doen, of om je subjectieve overtuiging(en) aan te passen.
Wanneer mensen zich eenmaal veilig en gemakkelijk voelen met een aantal overtuigingen, willen ze deze meestal niet aanpassen, zelfs als er nieuwe objectieve en wetenschappelijke informatie is die aantoont dat een deel van of alle overtuigingen volledig onjuist zijn.
Veel overtuigingen worden een deel van de psychologische en emotionele samenstelling van de persoonlijkheid van deze mensen. Deze overtuigingen zijn heel moeilijk te veranderen.

De geestelijke barrière
Zelfs als informatie wetenschappelijk is, zullen we in de eerste instantie de neiging hebben om informatie die te geavanceerd is te verwerpen, als het onze 'geestelijke barrière' bereikt, doordat het onze huidige kennis te ver vooruit is. Vooral als deze informatie botst met ons huidige beeld van de wereld, of religieuze overtuigingen, tradities, cultuur, geschiedenis en normen en waarden.
Keer op keer moesten we onze overtuigingen bijstellen om grote wetenschappelijke ontdekkingen een plaats te geven zoals een mens die op de Maan loopt en spectaculaire ruimteverkenning (missies naar Mars). Op dezelfde manier moeten we ook onze overtuigingen aanpassen als we het hebben over paranormale verschijnselen.
De geschiedenis en onze ervaringen laten ons weten dat er altijd mensen zijn geweest die meer 'verlicht' zijn en die de waarde inzien van nieuwe objectieve informatie en deze accepteren en het direct toepassen op hun wereldbeeld.

terug naar de Inhoud

2. Gerespecteerde wetenschappers die onderzoek deden
"Ik ben er volledig van overtuigd dat diegenen die eens op aarde leefden met ons willen en kunnen communiceren. Het is bijna niet mogelijk om de cumulatieve kracht van het bewijsmateriaal nog te verhullen." Sir William Barrett F.R.S.

"Ik zeg je, we houden vol. Communicatie is mogelijk. Ik heb bewezen dat de personen die communiceren, zijn wie ze zeggen dat ze zijn. De conclusie is dat het leven na de dood wetenschappelijk is bewezen door wetenschappelijk onderzoek." Sir Oliver Lodge F.R.S.

"Het is zeker dat er een connectie is gemaakt tussen deze wereld en de andere." Sir William Crookes F.R.S.

"Ik heb met mijn overleden vader gepraat, mijn broer, mijn ooms... Wat voor paranormale krachten we ook willen toeschrijven aan de 'andere persoonlijkheden' van het medium Mrs. Piper, het zou heel moeilijk zijn om mij te overtuigen van het feit dat deze andere persoonlijkheden dus volledig in staat zouden zijn om de totale persoonlijkheden van mijn overleden familieleden te vervangen en/of na te bootsen." Professor Hyslop, professor of Logic at Columbia University.

De briljante wetenschappers die hierboven zijn genoemd waren onder de eersten die het leven na de dood wetenschappelijk onderzochten. In de eerste instantie waren het allemaal sceptici die overal voor open stonden en alleen na diepgravend onderzoek accepteerden zij het leven na de dood. Er waren ook nog andere bekende en geaccepteerde wetenschappers en filosofen over de hele wereld zoals Alfred Wallace, Sir Arthur Conan Doyle, Sir Phillip Lodge, Arthur Findlay, Camille Flammarion, Dr Baraduc, Professor Richet, professor Albert Einstein, Marconi, F.W. Myers, professor William James en Dr Carrington, die na onderzoek het leven na de dood accepteerden.
Vanaf de late 19e eeuw tot aan vandaag zijn er groepen geweest van prominente, vooraanstaande wetenschappers - velen van hen rekent men tot de bekendste wetenschappers in de geschiedenis - die probeerden te bewijzen dat onsterfelijkheid een natuurlijk verschijnsel is en dat onderzoek daarnaar een tak is van de wetenschappen.
Veel van deze wetenschappers waren zeer praktische mensen en hun ontdekkingen op andere gebieden hebben een ingrijpende invloed gehad op de manier waarop mensen tegenwoordig werken en leven. Velen van hen beschouwden zichzelf als rationalisten en humanisten, en ze hebben veel kritiek en tegenwerking gekregen van zowel de traditionele christelijke geestelijkheid als de materialistische wetenschappers, die zich aaneensloten om deze vindingen de kop in te drukken.

Emmanuel Swedenborg
Een van de pioniers in deze zaken was Emmanuel Swedenborg; hij werd geboren in Zweden in 1688. Hij was een van de belangrijkste wetenschappers van zijn tijd en schreef 150 werken in zeventien verschillende wetenschappen. Hij studeerde Grieks, Latijn en andere Europese en Oosterse talen, evenals geologie, metallurgie, astronomie, wiskunde en economie aan de Universiteit van Uppsala. Hij was een zeer praktische man die onder andere de glider, de onderzeeër, en een oortrompet voor doven uitvond. Hij werd door iedereen zeer gerespecteerd. Hij was een lid van het parlement en had belangrijke overheidstaken in de mijnindustrie. Hij toonde altijd een zeer hoge intelligentie en behield een scherpzinnige geest tot zijn dood.
Swedenborg was ook een hoog begaafd helderziend medium en deed al meer dan twintig jaar onderzoek naar andere werelden. Hij beweerde dat hij regelmatig communiceerde met mensen die waren overleden. Tijdens één goed gedocumenteerde gebeurtenis zei de koningin van Zweden sarcastisch tegen hem dat als hij haar overleden broer ooit zou spreken, hij hem de groeten moest doen. Een week later fluisterde Swedenborg een bericht in haar oor. Geschrokken vertelde ze aan omstanders dat alleen zij en God konden weten wat hij net in haar oor fluisterde. (Inglis 1977:131)

Swedenborg schreef:
Nadat het geesteslichaam wordt gescheiden van het lichaam (wat gebeurt als een persoon overlijd), leeft hij nog steeds als een persoon zoals hij was voor zijn dood. Om zeker te zijn van de juistheid hiervan, werd het mij toegestaan om met praktisch iedereen te communiceren die ik ooit heb gekend tijdens hun leven hier op aarde. Sommige van hen kende ik uren, sommige dagen, sommige weken of maanden, en sommige al jaren. Het doel hiervan was dat ik verzekerd werd van dit feit (dat er geen dood bestaat) en er getuige van mocht zijn. (Swedenborg, 'Heaven and Hell': 437). Swedenborg schreef boekdelen over het fenomeen wat wij tegenwoordig 'uittreden' noemen, hierin stonden zeer gedetailleerde beschrijvingen van het leven na de dood. Interessant genoeg maakte hij zijn visie van het universum bekend en deze lijkt merkwaardig genoeg zeer veel op onze twintigste eeuwse kwantumfysica. In een tijd waarin Newton beargumenteerde dat alle materie was opgebouwd uit ondoordringbare atomen die beweging kregen door krachten van buitenaf, beweerde Swedenborg al dat materie was opgebouwd uit een serie deeltjes die in grootte toenamen. Elk deeltje was opgebouwd uit een gesloten vortex van energie die spiraalde met een oneindige snelheid, zodat het solide lijkt.
In het boek 'De historie van het paranormale' van Brian Inglis uit 1977 (490 blz.) verwees hij naar Emmanuel Kant, de grote rationalistische filosoof die onderzoek deed naar Swedenborg. Ondanks het feit dat Kan een scepticus was die voor alles openstond, vond hij dat het bewijsmateriaal dat gegeven was door Swedenborg voor het leven na de dood in zijn geheel overweldigend was.
Hij citeerde het volgende van Kant: ... "Hoewel ik ze individueel soms betwijfel, heb ik nog steeds vertrouwen in het totaal van alle bewijzen bij elkaar."

De grootste wetenschapper van zijn tijd
Sir William Crookes was een van de stichters van de Sociëteit voor Psychisch Onderzoek (Society for Psychical Research (SPR). Hij was een lid van de Koninklijke Sociëteit, een zeer prestigieuze groep van de meest vooraanstaande wetenschappers gekozen door hun collegawetenschappers. Later was hij zelfs voorzitter van deze groep. Hij ontdekte zes chemische elementen waaronder thallium. Veel mensen beschouwden hem als de grootste wetenschapper van zijn tijd.
Crookes deed uitgebreid onderzoek naar het levitatie fenomeen dat werd geassocieerd met het medium D.D. Home. Conclusieve foto's waren onderdeel van zijn rapport en de echtheid van de afbeeldingen, evenals de totale absentie van fraude of bedrog, werden geverifieerd door andere vooraanstaande wetenschappers in zijn tijd. Een van hen was Cromwell F. Farley, een van de eerste onderzoekers naar ionisatie en leidinggevende bij het leggen van de Atlantische telegraafkabel. Crookes werd uiteindelijk overtuigd van het leven na de dood door een aantal materialisaties van zijn overleden vrouw. Vreemd genoeg is er in geen enkele biografie van wetenschappers melding gemaakt van zijn aanzienlijke aandeel in onderzoek naar het leven na de dood.

Andere zeer hoog aangeschreven natuurkundige wetenschappers
Andere leden van zijn groep waren de wetenschappers Lord Balfour, Sir William Barrett, Sir Oliver Lodge en Lord Rayleigh, J. J. Thompson, de ontdekker van het electron, en Alfred Russell Wallace, die de evolutietheorie voorstelde onafhankelijk van Charles Darwin. Wallace onderzocht minutieus het spiritualisme gedurende een aantal jaren. Uiteindelijk verklaarde hij dat de verschijnselen in deze wetenschap net zo goed bewezen waren als de verschijnselen van welke andere wetenschap dan ook.

Pionierende uitvinders Thomas Alva Edison, de Amerikaanse uitvinder van de fonograaf en de eerste elektrische lamp, was gefascineerd door de mogelijkheid van het leven na de dood en hij experimenteerde met technische manieren om contact te maken met de 'overledenen'. (Scientific American, 30/10/1920) John Logie Baird, pionier van de televisie en uitvinder van de infrarode camera verklaarde dat hij contact had met de overleden Thomas A. Edison d.m.v een medium. Hij zei:
"Ik ben getuige geweest van een aantal zeer ontstellende verschijnselen onder omstandigheden die fraude of bedrog uitsluiten." (Logie Baird 1988: 68-69)

Een andere onderzoeker uit de twintigste eeuw was Dr. Glen Hamilton, een arts en een lid van het Canadese parlement. In zijn laboratorium, onder strikt gecontroleerde omstandigheden, had hij een batterij van veertien elektrisch bediende flitscamera's die (geest)verschijningen tegelijk vanuit alle hoeken fotografeerden. Observatoren die getuige waren geweest van deze experimenten, waren onder andere vier artsen, twee advocaten, een elektrisch ingenieur en een civiel ingenieur. Elk van deze getuigen verklaarden uitgesproken en zonder twijfel dat:
"Keer op keer zag ik een overleden persoon zich materialiseren." (Hamilton 1942)
Nauwkeurige verslagen van zijn onderzoek en zijn collectie foto's zijn op een publieke tentoonstelling te zien in de universiteit van Manitoba, in Canada. [http://www.umanitoba.ca/libraries/units/archives/collections/manitoba-manuscripts/reg_hamilton.shtml].

In Europa waren er van de vroege 19e eeuw tot aan 1920er jaren andere wetenschappers, waaronder Baron von Schrenck-Notzing, professor Charles Richet, professor Eugene Ostyand, professor Gustav Geley. Deze fotografeerden op dezelfde manier (geest)verschijningen onder dezelfde gecontroleerde laboratorium omstandigheden. Hun geschreven verslagen lieten zien dat ze alle mogelijke bronnen van fraude en bedrog onderzocht hadden en uitsloten.
De internationaal gerenommeerde en invloedrijke psychiater Dr. Carl Jung gaf toe dat metafysische verschijnselen beter verklaard konden worden met de 'geest-hypothese' dan met welke andere hypothese dan ook. (Jung, Collected Letters 1:431)

Een andere briljante wetenschapper en uitvinder die na onderzoek volledig overtuigd was van het leven na de dood, was de Amerikaanse George Meek. Toen Meek 60 jaar was, ging hij met pensioen na zijn werk als uitvinder, ontwerper en producent van airconditioning apparaten en de behandeling van afvalwater. Hij had talloze industriële patenten op zijn naam, die hem in staat stelden comfortabel te leven en om zijn volgende vijfentwintig jaar te wijden aan zelf gefinancierd onderzoek naar het leven na de dood.
Meek verzamelde een uitgebreide bibliotheek na een literatuur-onderzoeksprogramma en reisde de wereld rond om onderzoeksprojecten op te zetten en uit te voeren met de beste doctoren, psychiaters, natuurkundigen, scheikundigen, mediums, genezers, parapsychologen, hypnotherapisten, ministers, priesters en rabbi's. Hij richtte de Metascience Foundation op in Franklin, Noord Carolina die het beroemde 'spiricom onderzoek' financierde. Hierbij was sprake van tweezijdige instrumentale communicatie tussen hier levende mensen en overleden mensen. (zie hoofdstuk 4 over Instrumentale Transcommunicatie)
Zijn laatste boek 'After We Die, What Then' (1987), bevat de conclusies van zijn jarenlange fulltime onderzoek naar het leven na de dood, namelijk dat we allemaal overleven en dat de mensheid in de laatste vijfentwintig jaar meer heeft geleerd over het leven na de dood, dan in alle voorgaande jaren van de geschiedenis. (Meek 1987:4)

Sommige van de meest vooraanstaande mensen in het onderzoek naar het leven na de dood zijn zeer intelligente geleerden die hun onderzoek begonnen als sceptici. Dr. Kübler-Ross, die een wereldwijde invloed heeft gehad op de manier waarop stervende mensen worden behandeld, werd volledig overtuigd van het leven na de dood door haar nauwe betrokkenheid bij duizenden stervende patiënten. Ze zei:
"Tot dan geloofde ik absoluut niet in het leven na de dood, maar de feiten overtuigden me dat dit geen toevalligheden of hallucinaties waren." (Kübler-Ross 1997: 188)
Ze raakte zo overtuigd van het leven na de dood, dat ze vier boeken schreef die allemaal over het hiernamaals gingen: 'On Life After Death' (1991), 'The Facts on Life After Death' (1992), 'Death is of Vital Importance: On Life, Death and Life After Death' (1995), 'The Wheel of Life' (1997). Je kunt het interview van John Harricharan met Elisabeth lezen op zijn Insight 2000 website [http://www.insight2000.com/Kübler-Ross.html].

Dr. Melvin Morse (een kinderarts en een wereldwijd gerespecteerde autoriteit op het gebied van stervende kinderen) was, zoals hij zelf zei, een "arrogante trauma-arts met een emotioneel vooroordeel tegenover spiritualiteit," voordat zijn op wetenschap gebaseerde studies van stervende kinderen en zijn uitgebreide studie van de literatuur op dit gebied, hem tot de onvermijdbare conclusie voerden dat er een goddelijk iets is dat dienst doet als een soort 'lijm' voor het universum. Hij schreef:
"Toen ik de medische literatuur bestudeerde, vond ik dat het direct naar het bewijs verwees dat sommige aspecten van het menselijke bewustzijn de dood overleven. Andere onderzoekers zijn het met me eens. Arts Michael Schroter-Kunhardt bijvoorbeeld maakte een uitgebreide studie van wetenschappelijke literatuur op dit gebied en concludeerde dat de paranormale verschijnselen bij een stervende persoon wijzen op het bestaan van een tijd en ruimte overstijgende onsterfelijke geest. Andere onderzoekers kwamen tot dezelfde conclusie. Of het nu komt uit eigen onderzoek van zaken of uit de onderzoeken die ze hadden bestudeerd, er is in de wetenschappelijke gemeenschap een groeiend geloof in de menselijke geest." (Morse 1994:190)
Vandaag de dag komt er veel nieuwe informatie over het leven na de dood van natuurkundigen die door hun werk in subatomische deeltjes de beperktheid van de wetenschappelijke 'grondslagen' beseffen.

Groepen wetenschappers, wiskundigen en professoren over de hele wereld werken aan het bekend maken van de resultaten van hun experimenten naar subatomaire deeltjes en wiskundige berekeningen, die een wetenschappelijke verklaring geven voor de zogenaamde paranormale verschijnselen. De moderne natuurkunde leert nu dat atomen voor 99,99999% bestaan uit lege ruimte. De afstand tussen een elektron en zijn kern (nucleus) is net zo groot als respectievelijk de afstand van de aarde tot de zon. En elektronen, protonen en neutronen, de deeltjes waaruit een atoom is opgebouwd, worden nu zelfs eerder gezien als energie dan materie.
Astronomisch natuurkundige Michael Scott van de universiteit van Edinburgh beargumenteerde dat:
"De vooruitgang in de kwantumnatuurkunde heeft een beschrijving van de realiteit geproduceerd die het bestaan van parallelle universums toelaat. Deze bestaan uit echte substantie die geen wisselwerking heeft met materie uit ons eigen universum." (Roll 1996)
Professor Fred Alan Wolf blijkt het eens te zijn met deze ontdekkingen. In zijn boek 'Mind and the New Physics' verklaarde hij:
"Hoe ongelooflijk het ook klinkt, de nieuwe natuurkunde die de kwantummechanica wordt genoemd, bevestigt dat er een andere wereld, een parallel universum naast onze eigen wereld bestaat, een exacte kopie die net iets anders is en toch hetzelfde. En niet alleen twee parallelle werelden, maar drie of vier of zelfs meer! In elk van deze universums ben jij, ik en zijn alle anderen die leven, leefden, ooit geleefd hebben, en gaan leven in leven!" (Wolf 1985)

Het bewijs dat veel wetenschappers voor het leven na de dood leveren, is overweldigend. Maar zoals boven al is vermeld, er is nog niet één wetenschapper geweest die bewezen heeft of empirisch heeft beargumenteerd, dat het leven na de dood niet bestaat of niet kan bestaan. Dit betekend niet dat er aan materialistische, kortzichtige sceptici wordt gevraagd om het tegendeel te bewijzen, zoals sommige keiharde sceptici beweren. Hoofdstuk drie t/m vierentwintig van dit boek bestaat uit aanvaardbaar bewijsmateriaal voor het leven na de dood. In de vier jaar dat dit onderzoek op het internet is gepubliceerd, is er nog geen scepticus, geen wetenschapper, geen theoloog of wie dan ook geweest die in staat was en is om dit bewijs voor het leven na de dood te weerleggen of tegen te spreken.
Ik heb mijn onderzoek opgestuurd naar vooraanstaande geleerden, wetenschappers, theologen, materialistische, kortzichtige sceptici in de Verenigde Staten, Engeland en Australië en het is ook gepubliceerd op het internet voor de wereld om het te lezen of om het te weerleggen. Eén of twee mensen beweerden dat ze het bewijsmateriaal konden weerleggen en deze zouden later contact met me opnemen, maar vandaag, jaren later heeft nog niemand contact met me opgenomen om me te laten zien dat het bewijsmateriaal dat in dit boek is gepubliceerd, technisch kan worden weerlegd of tegengesproken op wat voor manier dan ook.
In tegenstelling tot voorgaande heb ik en krijg ik nog steeds overweldigende positieve reacties over het onderzoek dat in verschillende delen van de wereld wordt gedaan. Over het algemeen vinden mensen het zeer opwindend dat het leven na de dood nu door de wetenschap wordt gesteund en dat het niet langer het exclusieve terrein is van religieuze dogmatici.

terug naar de Inhoud

3. Het elektronische stem-fenomeen (EVP)
"Ik zei niet dat het mogelijk was, ik zei gewoon dat het gebeurde!" Sir William Crookes

Tot mijn verbazing merkte ik dat er maar erg weinig mensen op de hoogte waren van de dramatische stap vooruit die is gedaan in de communicatie met overledenen door middel van ontwikkelde technologie. Ondanks het feit dat er zeer betrouwenswaardige boeken zijn verschenen over de Electric Voice Phenomena (EVP) en dat deze zijn geschreven door vooraanstaande wetenschappers op het gebied van EVP, wordt het niet door de massamedia gemeld. En toch bewijst dit verschijnsel dat objectieve communicatie tussen onze fysieke wereld en de geesteswereld mogelijk is en dus ook gebeurt!

Stemmen die vragen beantwoorden
Al meer dan 50 jaar worden er over de hele wereld stemmen opgenomen door onderzoekers met bandrecorders. Deze stemmen kunnen niet worden gehoord als de bandrecorder normaal afspeelt, maar zij worden pas gehoord als de band achterstevoren wordt afgespeeld. Veel van de korte boodschappen zijn van geliefden die zijn overleden. Het zijn geen willekeurige geluiden en woorden. Ze gebruiken de naam van de onderzoekers en ze beantwoorden vragen.
Er zijn duizenden onderzoekers over de hele wereld die onderzoek hebben gedaan naar dit fascinerende verschijnsel. Op het moment van schrijven had het internet zoekprogramma Google bijna 50000 zoekopdrachten voor EVP. Het is vooral relevant voor mijn argumentatie, omdat EVP strikt wetenschappelijke procedures volgt en experimenten ermee onder laboratorium omstandigheden zijn gereproduceerd door verschillende onderzoekers in veel verschillende landen.

Colin Smythe en Peter Bander
Vasthoudende onderzoekers kunnen worden geschokt wanneer ze besluiten het Elektrische Stem Fenomeen te onderzoeken omdat ze, als ze de juiste methode gebruiken voor het opnemen, een grote kans hebben de stemmen van geliefden of vrienden te horen die al zijn overleden. Dat is wat er gebeurde met Peter Bander, een senior speaker in Religieuze en Morele Educatie van een van de colleges van het Cambridge Instituut voor Onderwijs. Bander, een getrainde psycholoog en christelijk theoloog met een vijandige houding tegenover spiritistische verschijnselen, verklaarde uitdrukkelijk voor zijn onderzoek naar het Elektrische Stem Fenomeen dat het onmogelijk was voor diegenen die overleden waren om met ons te communiceren. Hij zei niet alleen dat het vergezocht was, maar bovendien zelfs schandelijk was om te denken dat het mogelijk zou zijn. (Bander 1973: 3)
Toen uitgever Colin Smythe Peter Bander vroeg om zich bezig te houden met het stem-fenomeen, was het antwoord van Peter ondubbelzinnig "Nee". Toen ging Colin Smythe zelf aan het experimenteren met een bandrecorder terwijl hij de procedures volgde zoals die stonden beschreven in Constantin Raudive's boek 'Breakthrough' (1971). Hij vroeg Bander om de bandrecorder in te stellen op opnemen gedurende een paar minuten. Toen spoelde hij de band terug en liet het afspelen. Na tien minuten wou hij het bijna opgeven toen Bander plotseling zei:
"Ik merkte het vreemde ritme dat genoemd werd door Raudive en zijn collega's... Ik hoorde een stem... Ik geloof dat het de stem van mijn moeder was die drie jaar eerder overleed." (Bander 1973: 4)

Gecontroleerde experimenten sluiten radiosignalen als oorzaak uit
Later publiceerde Colin Smythe 'Voices from the Tapes' waarin vier pagina's met foto's stonden waarop verschillende deelnemers stonden van Banders latere experimenten. Deze werden uitgevoerd onder de strengste gecontroleerde omstandigheden. In één geval werden er EVP-experimenten uitgevoerd in geluidsdichte studio's om eventuele verdwaalde uitzendingen uit te sluiten. In een periode van 27 minuten werden zo'n 200 stemmen opgenomen.

Commentaren van observatoren bij deze experimenten die geciteerd werden in Banders boek waren onder andere van Ken Attwood, hoofdingenieur van Pye, die verklaarde:
"Ik heb alles geprobeerd wat ik kon om het mysterie van de stemmen te verklaren, maar zonder succes; hetzelfde geld voor andere experts. Ik denk dat we ze maar moeten accepteren." (Bander 1973:132)
Dr. Brendan Mcgann, hoofd van het Instituut voor Psychologie in Dublin, zei: "Ik ben er klaarblijkelijk in geslaagd om dit verschijnsel te reproduceren. Stemmen zijn verschenen op een band die niet van welke bekende bron dan ook afkomstig waren." (Bander 1973:132)
A.P. Hale, natuurkundige en elektrisch ingenieur, verklaarde:
"Over de testen die zijn uitgevoerd in een gescreend laboratorium van mijn firma, kan ik zeggen dat ik niet in normale natuurkundige termen kan verklaren wat er gebeurde." (Bander 1973:132)
Sir Robert Mayer LL.D., D.Sc., Mus.D. concludeerde:
"Als de experts verbijsterd zijn, beschouw ik dat als genoeg reden om het Elektrische Stem Fenomeen bekend te maken aan het publiek." (Bander 1973:132)
Ted Bonner van Decca en RTE zei:
"Dit is geen trucage. Dit is geen bedrog; dit is iets waarvan we nooit eerder hadden kunnen dromen." (Bander 1973:106)

De laboratoriumtesten in Pye die werden uitgevoerd door Colin Smythe en Peter Bander voorafgaande aan de publicatie van 'Voices from the Tapes' werden opgezet en betaald door de eindredacteur van de Engelse krant 'The Sunday Mirror'. Ronald Maxwell, een journalist voor deze krant, had de leiding in deze experimenten. Hij had een drie pagina's tellend hoofdartikel geschreven over deze experimenten met foto's. Hij ondersteunde de experimenten. Hij was blij dat de experts in elektronica die geselecteerd waren door de krant, verifieerden dat de stemmen echt waren en dat er geen fraude of bedrog was gepleegd. Maar ondanks dit positieve nieuws werd dit bijzonder belangrijke artikel op het laatste moment zonder verklaring tegengehouden door de eindredacteur, die weigerde om het artikel in de krant te plaatsen. Peter Bander zei hierover:
"De experimenten die uitgevoerd en betaald werden door The Sunday Mirror onthulden resultaten die de man aan de top niet bevielen." (Bander 1973:68)

Maxwell en Cyril Kersch, de hoofdartikel redacteur, probeerden het een week later opnieuw. Deze keer hadden ze ook nog informatie en verklaringen verzameld van vooraanstaande wetenschappers waaronder Mr. Peter Hale. Nogmaals weigerde de eindredacteur om het artikel te plaatsen. (Bander 1973:68)

Pioniers van EVP
De experimenten van Peter Bander werden geïnspireerd door het onderzoek van Dr. Konstantin Raudive. Dr. Raudive werkte in Duitsland om de onderzoeken die gedaan waren door Friedrich Jurgenson, welke bij toeval in 1959 het Stem Fenomeen herontdekte, te reproduceren.
Raudive's klassieke onderzoek, welke de Engelse titel 'Breakthrough' droeg uit 1971, was gebaseerd op 72.000 stemmen die hij had opgenomen. Het onderzoek naar het Stem Fenomeen was eigenlijk al begonnen in de 1920er jaren met Thomas Edison, die geloofde dat er een radiofrequentie moest zijn tussen de korte en lange golven die het mogelijk zou kunnen maken om een vorm van telepathisch contact te maken met de andere wereld. (Stemman 1975:98)
Het is als bewijsmateriaal niks waard, maar het zegt toch wel iets dat de pioniers van radio en televisie, Marconi, Edison, Sir Oliver Lodge, Sir William Crookes en John Logie Baird allemaal overtuigd waren van het bestaan van communicatie tussen de geesteswereld en de onze en ze gebruikten dan ook hun professionele vaardigheden om het te demonstreren.
Er is een rapport dat Marconi, één van de ontwikkelaars van de draadloze radio, bezig was met het ontwikkelen van een systeem om elektronisch te kunnen communiceren met het hiernamaals ten tijde van zijn overlijden.

Het Vaticaan steunt EVP
Onbekend voor veel christenen, katholieken, protestanten en fundamentalisten is dat de Katholieke Kerk actief, positief en bemoedigend staat tegenover onderzoek naar het stemfenomeen.
- Twee van de eerste onderzoekers waren Italiaanse katholieke priesters, Pater Ernett en Pater Gemelli, die het verschijnsel per toeval ontdekten terwijl ze Gregoriaanse psalmen opnamen in 1952.
- Zeer ontsteld door de schijnbare tegenstrijdigheid tussen dit verschijnsel en de katholieke leer over het hebben van contact met overledenen, bezochten de twee priesters Paus Pius XII in Rome.
- De paus verzekerde hen:
"Beste Pater Gemelli, je hoeft je echt geen zorgen te maken. Het bestaan van deze stemmen is een strikt wetenschappelijk feit en heeft niets te maken met spiritisme. De recorder is volledig objectief. Het ontvangt en registreert alleen geluid van waar het ook komt. Dit experiment zal misschien wel de hoeksteen worden van wetenschappelijke studies die het geloof van mensen in een hiernamaals ver-sterken." (Italiaans Journal Astra, Juni 1990 geciteerd Kubis en Macy, 1995: 102)
- De neef van Paus Pius, de Rev. Professor Dr. Gerhard Frei, medeoprichter van het Jung-Instituut, was een internationaal bekende parapsycholoog die nauw had samengewerkt met Dr. Raudive, een pionier in dit onderzoek. Hij was ook de voorzitter van de Internationale Gemeenschap van katholieke parapsychologen. Hij zelf verklaarde officieel:
"Alles wat ik gelezen en gehoord heb dwingt me om te geloven dat de stemmen afkomstig zijn van getranscendeerde, individuele entiteiten. Of ik het nou wil of niet, het is niet mijn recht om aan de echtheid van de stemmen te twijfelen." (Kubris and Macy, 1995:104)
- Dr. Frei stierf op 27 Oktober 1967. In November 1967 kwam er tijdens veel bandsessies een stem door die zich voorstelde als Gebhard Frei. De stem werd geïdentificeerd door Professor Peter Hohenwarter van de Universiteit van Wenen als zijnde de stem van Gebhard Frei. (Ostrander en Schroeder, 1977: 271)
- Paus Paulus VI was zich heel goed bewust van het werk dat werd gedaan vanaf 1959 naar het stem-fenomeen, door zijn goede vriend, de Zweedse filmmaker Friedrich Jurgenson, die een documentaire had gemaakt over hem. De Paus sloeg Jurgenson tot Ridder Commandant in de Orde van St. Gregory in 1969 voor zijn werk. Jurgenson schreef naar Bander, de Engelse stemonderzoeker het volgende:
"Ik heb een luisterend oor gevonden voor het stemfenomeen in het Vaticaan. Ik ben een aantal zeer goede vrienden rijker waaronder de belangrijkste mensen van de heilige stad. Vandaag de dag staat 'de brug' stevig op zijn grondvesten." (Ostrander and Schroeder, 1977: 264)
- Het Vaticaan gaf ook toestemming aan zijn eigen priesters om onderzoek naar de stemmen te verrichten. Pater Leo Schmid, een Zwitserse theoloog, verzamelde meer dan 10.000 stemmen in zijn boek 'When the Dead Speak' welke werd gepubliceerd in 1976, kort na zijn dood.
- Een andere onderzoeker die toestemming had van het Vaticaan was Pater Andreas Resch, die zelf experimenteerde alsook cursussen volgde in parapsychologie in de Vaticaanse school voor Priesters in Rome. (Kubris en Macy, 1995:104)
De internationale gemeenschap van katholieke parapsychologen hielden in 1970 een conferentie in Australië en een belangrijk deel van deze conferentie werd gewijd aan het stemmen-fenomeen.
- In 1972 in Engeland werden vier senior leden van de katholieke hiërarchie betrokken bij de bekende Pye opnamestudiotesten die werden uitgevoerd door Peter Bander.
- Pater Pistone, superieur van de gemeenschap van St. Paul in Engeland, zei in een interview na de tests het volgende:
"Ik zie niets in de stemmen dat de leer van de katholieke kerk tegenspreekt, ze zijn buitengewoon, maar er is geen reden om het te vrezen of om er gevaar in te zien." (Bander 1973: 132)

De kerk realiseert zich dat zij de vooruitgang van de wetenschap niet kan tegenhouden. Hier hebben we te maken met een wetenschappelijk verschijnsel; dit is vooruitgang en de kerk is vooruitstrevend. Ik ben verheugd om te zien dat afgevaardigden van de meeste kerken er hetzelfde over denken: We erkennen dat het onderwerp stemfenomenen tot de verbeelding spreekt van zelfs diegenen, die altijd hebben volgehouden dat er nooit bewijs of reden voor discussie zou kunnen zijn over de vraag van leven na de dood. Dit boek en de daaruit volgende experimenten zorgen voor twijfels, zelfs in de hoofden van atheïsten. Alleen dat is al een goede reden voor de kerk om deze experimenten te steunen. Een tweede reden dat de kerk deze experimenten steunt kan worden gevonden in de grote flexibiliteit van de kerk sinds Vaticaan II. We zijn bereid om open te staan voor alle dingen die de leer van Christus niet tegenspreken." (Bander 1973:103)
- Zijne excellentie, de Aartsbisschop H.E. Cardinale, Apostolistisch nuntius van België, zei: "Natuurlijk is het allemaal zeer mysterieus, maar we weten dat de stemmen er voor iedereen zijn om te horen." (Bander 1973: 132)
- De Right Dominee Monsignor Professor C. Pfleger verklaarde:
"De feiten hebben ons doen realiseren dat er tussen de dood en de wederopstanding een andere 'wereld' bestaat van leven na de dood. Christelijke theologie heeft weinig te zeggen over deze wereld." (Bander 1973: 133)
- Banders boek (1973: 133) bevat een foto van de Right dominee Mgr. Stephen O'Connor, pastoor generaal en principieel Rooms Katholiek kapelaan van de Koninklijke Marine, luisterend naar het afspelen van een opname van een stem die zich had gemanifesteerd en zei een jonge Russische marineofficier te zijn die hij had gekend en die twee jaar eerder zelfmoord had gepleegd. Dr. Raudive nam de boodschap onafhankelijk op tijdens een eerdere sessie.
- Al sinds 1970 blijft het Vaticaan uitgebreid onderzoek naar alle gebieden van de parapsychologie steunen waaronder het stemfenomeen.
- Recentelijk verklaarde Pater Gino Concetti, een van de meest vooraanstaande theologen van het Vaticaan in een interview:
"Volgens het moderne cathechisme staat God onze geliefde gestorvenen die leven in een bovennatuurlijke wereld toe om boodschappen te sturen om ons te leiden in bepaalde moeilijke periodes in ons leven. De kerk heeft besloten om gesprekken met overledenen niet langer te verbieden onder de voorwaarde dat deze contacten uitgevoerd worden met een serieus religieus en wetenschappelijk doel. (afgedrukt in de Vaticaanse nieuwsbrief Osservatore Romano - geciteerd in Sarah Estep's American Association Electronic Voice Phenomena, Inc Newsletter, vol 16 No, 2 1997)
Het is duidelijk dat de kerk zich realiseert dat de wetenschap enorme, onvermijdelijke, onomkeerbare en voortschrijdende vooruitgang boekt die niemand kan tegenhouden.

Je eigen experimenten uitvoeren
Voor gedetailleerde informatie over hoe je zelf kan experimenteren met technische communicatie met de geesteswereld zie World ITC [http://www.worlditc.org/gettingstarted.htm].
Eventueel zou je contact kunnen opnemen met één van de volgende Nationale Associaties.
American Association of Electronic Voice Phenomena [http://dreamwater.com/aaevp] Email is aaevp@aol.com Mail to 3415 Socrates Dr., Reno Nevada 89512 USA. EVP & Transcommunication Society for the UK and Ireland [http://www.psychicworld.net/evp3.htm] German Association for Transcommunication Research [http://www.vtf.de/]
Een Engelse versie van de site is beschikbaar.
National Association of Transcommunication - Brazil [http://www.geocities.com/Athens/Acropolis/9045/ingles.html]. Een Engelse versie van de site is beschikbaar.

terug naar de Inhoud

4. Instrumentale transcommunicatie (ITC)
"Voor het eerst in 8000 jaar kan er nu met zekerheid worden gezegd dat onze geest, ons geheugen, onze persoonlijkheid en onze ziel de fysieke dood zullen overleven." George Meek

Sinds ongeveer 1980 hebben onderzoekers beweerd dat er contact is gemaakt met overledenen middels de telefoon, de radio, de televisie, antwoordapparaten, faxapparaten en computers. Deze meer recentere vorm van contact wordt Instrumentale Transcommunicatie genoemd (ITC) of uitgebreide ITC of transdimensionale communicatie. Het is zeer belangrijk als bewijsmateriaal omdat het contact zich herhaaldelijk voordoet in laboratoria over de hele wereld terwijl het onderhevig is aan strikte wetenschappelijke voorwaarden.

Amerikaans onderzoek
Marc Macy, convenant van de Amerikaanse onderzoeksstichting 'Continuing Life' verklaarde:
"De onderzoekslaboratoria in Europa rapporteren uitgebreide tweezijdige communicatie met geestelijke collega's op een bijna dagelijkse basis, ze ontvangen uitgebreide informatie door antwoordapparaten, radio's en computer print-outs. Ze ontvangen videobeelden op hun televisies die mensen en plaatsen uit het hiernamaals laten zien... Als gevolg daarvan krijgen we direct fysiek bewijs hoe het leven er uitziet als we ons stofkleed hebben afgeworpen." (Continuing Life Research, Contact Volume 1 #96/01)

Een telefoongesprek van dertien minuten
Tijdens ITC experimenten in 1994 ontvingen onderzoekers uit Luxemburg, Duitsland, Brazilië, Zweden, China en Japan paranormale telefoongesprekken van Dr. Konstantin Raudive (zie foto), de bekende pionierende onderzoeker van EVP die in 1976 overleed (Kubris and Macy 1995: 14). Deze gesprekken werden opgenomen en geanalyseerd door stemexperts. De gesprekken gingen door en één tweezijdig opgenomen gesprek in 1996 tussen Dr. Konstantin Raudive en Mark Macy duurde maar liefst dertien minuten. (Continuing Life Research video-ITC Today 1997)

De geestelijke grens op de proef stellen
Volgens Marc Macy's World ITC website [http://www.worlditc.org/] ontvingen wetenschappers van het Internationale Netwerk voor Instrumentale Transcommunicatie (INIT), het volgende uit het hiernamaals:
- Afbeeldingen van mensen en plaatsen uit het hiernamaals op de televisie, die of duidelijk op het scherm verschenen en bleven gedurende meerdere frames, of afbeeldingen die zich gestaag opbouwden tot redelijk heldere afbeeldingen gedurende meerdere frames.
- Tekst- en/of fotobestanden van mensen uit het hiernamaals die verschenen in het computergeheugen of die op de harde schijf of gelijkende opnamemedia werden geplaatst.
- Tekst- en/of afbeeldingen van mensen en plaatsen uit het hiernamaals d.m.v. faxberichten.
Zulke contacten, die werden ontvangen door Europese proefnemers gedurende een periode van tien jaar en door onderzoekers wereldwijd vanaf 1995 tot 1997, verschaffen moderne onderzoekers een nooit eerder vertoonde blik in het hiernamaals.
Het bewijsmateriaal dat door deze uitgebreide groep van betrouwbare getuigen is verzameld, waaronder vooraanstaande wetenschappers, natuurkundigen, technici, elektrische technici, doctoren, professoren, administrateurs, geestelijken en succesvolle zakenmensen, is onomstotelijk bewijsmateriaal voor diegenen die EVP en ITC systematisch onderzoeken. De overeenkomsten van het bewijsmateriaal uit verschillende landen van de wereld is overweldigend.

Het Braziliaanse Team
Een van de meest vooraanstaande wetenschappers in dit gebied vandaag de dag is Sonia Rinaldi (zie foto). Zij leid de grootste ITC Associatie in Brazilië, met bijna 700 leden. Ze maakte kortgeleden bekend dat er nieuwe contacten waren gelegd middels de computer, het antwoordapparaat, de telefoon en de videocamera. Tijdens publieke bijeenkomsten in Brazilië en de Verenigde Staten kregen veel bezoekers en leden directe antwoorden op hun vragen van geliefden in uit het hiernamaals. Up to Date informatie over haar onderzoeken is te vinden in het Engels op haar website ANT Associacao Nacional de Transcomunicadores [http://www.geocities.com/Athens/Acropolis/9045/index.html].
Haar werk is gebaseerd op wetenschappelijke controle en haar site bevat wetenschappelijke aanbevelingen, uitgegeven door de meest gerespecteerde universiteit in Brazilië, USP Universidade de Sao Paulo.
Recentelijk heeft het 'Institute of Neotic Sciences' (IONS) [http://www.noetic.org/], een organisatie die werd gesticht door de voormalig Maan-astronaut Ed Mitchell om het gat tussen wetenschap en religie te overbruggen, bekend gemaakt dat ze gaan samenwerken met Sonia in een project om de beweringen van ITC te onderzoeken. Mitchell besloot om een groep te vormen na een spirituele ervaring tijdens zijn verblijf op de maan, 25 jaar geleden. Vandaag de dag is IONS gebaseerd in Californïe. Het hoofd van deze organisatie is Winston Franklin, en het omvat zo'n 50.000 leden over de hele wereld, waaronder enkele van de beste wetenschappers ter wereld. IONS ontwerpt en financiert verscheidene cuttingedge wetenschappelijke onderzoeksprojecten.

Hoe het allemaal begon
In Amerika waren de pioniers in dit werk George Meek en William O'Neill, die werkten om de 'SPIRICOM' te realiseren, een tweezijdig communicatiesysteem tussen deze wereld en het hiernamaals. Ze gebruikten meer geavanceerde apparatuur dan werd gebruikt in het EVP onderzoek. O'Neill was een begaafd medium, die in staat was om twee wetenschappers uit het hiernamaals te zien en te horen. Ze gebruikten een aangepaste sideband radio waarop de stemmen van de overleden wetenschappers werden opgenomen tijdens verschillende intelligente en responsieve gesprekken.
De lezer wordt verwezen naar het boek 'The Ghost of 29 Megacycles' uit 1981 geschreven door John G. Fuller. In dit 351 pagina's tellende boek word het zeer betrouwbare werk van George Meek en het bewijsmateriaal dat hij produceerde in detail beschreven. Ik raad dit boek ten zeerste aan voor de 'serieuze zoeker'.

De Radio Luxemburg experimenten
Hans Otto Koenig, een West Duitse expert op het gebied van elektronica en akoestiek, ontwikkelde een geavanceerde elektronische apparatuur welke extreem lage frequentie-oscillatoren gebruikte alsmede ultraviolette en infrarode lampen. Op 15 januari 1983 werd hij gevraagd te verschijnen in Europa's grootste radiostation, Radio Luxemburg. Toendertijd had dit station miljoenen luisteraars over heel Europa. Er werd Koenig gevraagd om een 'live' demonstratie te geven op de radio van zijn nieuw ontwikkelde ultrasone techniek waarmee hij tweezijdig kon communiceren met overledenen. Koenig installeerde zijn apparatuur onder het toeziende oog van de radiotechnici en de presentator van het programma, Rainer Holbe. Iemand van het personeel van de radio vroeg of er een stem kon doorkomen als antwoord op zijn vraag. Bijna direct reageerde een stem:
"We horen je stem en Otto Koenig maakt draadloos contact met overledenen." (Fuller 1981:339)
Andere vragen werden gesteld, maar toen verklaarde presentator Halbe, geschrokken door wat hij en iedereen hadden gehoord:
"Ik verzeker jullie, beste luisteraars van Radio Luxemburg, en zweer op het leven van mijn kinderen, dat er niets in scène is gezet. Dit is geen trucage. Het is een stem en we weten niet waar het vandaan komt." (Fuller 1981:339)
Het radiostation gaf naderhand een officiële verklaring dat elke stap van het programma nauwkeurig was gecontroleerd. Het personeel en de technici waren ervan overtuigd dat de stemmen paranormaal waren (Fuller 1981:339).
Natuurlijk werden er door Koenig nog meer en intensievere publieke experimenten verricht. Andere experimenten bij Radio Luxemburg werden met hetzelfde succes uitgevoerd (Fuller 1981:339). Er kwam in het bijzonder een stem door die verklarende: "Ik ben Konstantin Raudive". Het belangrijke hiervan is dat toen Dr. Raudive nog leefde hij het boek 'Breakthrough' schreef waarnaar eerder verwezen is. Hierin gaf hij uitgebreide details van zijn eigen experimenten met EVP, er werden meer dan 72.000 stemmen opgenomen door Dr. Raudive.

Afbeeldingen op zwart-wit televisies
In de 1980er jaren waren onderzoekers in verschillende landen in staat om afbeeldingen van hun overleden geliefden op hun televisiescherm te krijgen. De West-Duitse Klaus Schreiber begon afbeeldingen van overleden personen door te krijgen op zijn beeldbuis. De beeldbuizen gebruikten een optisch elektronisch feedback systeem. Er volgde positieve identificatie, in veel gevallen werden deze bijgestaan door audio communicatie, waaronder audio-video contact met overleden familieleden. Het werk van Schreiber was het onderwerp van een film en een boek, gemaakt door de voormalige scepticus Rainer Holbe van Radio Luxemburg.

Telefoongesprekken
In de 1980er jaren werden onderzoekers zich ervan bewust dat meerdere mensen beweerden telefoontjes te hebben ontvangen van geliefden die waren gestorven. De gesprekken waren meestal van korte duur en verschenen niet op apparatuur om telefoongesprekken te registreren. Sommige kwamen zelfs op lijnen die niet eens verbonden waren. Scott Rogo schreef het klassieke boek 'Telephone Calls from the Dead' erover in 1979.

Computercontacten
Een man en een vrouw die in Luxemburg werkten tussen 1985 en 1988 met hulp van helpers uit het hiernamaals, ontwikkelden twee elektronische systemen die aanzienlijk betrouwbaarder waren en vaker contact maakten dan eerdere versies. Jules en Maggie Harsch-Fischbach verkregen in 1987 computercontact die het mogelijk maakte om technische vragen te stellen aan entiteiten uit het hiernamaals met een hoge snelheids printout van de goed doordachte antwoorden.
Rond 1993 was het onderzoeksteam naar het hiernamaals in staat om toegang te verkrijgen tot de harde schijf van computers en hierop gedetailleerde, computer gescande afbeeldingen alsook een aantal pagina's tekst te plaatsen. De computerafbeeldingen waren veel gedetailleerder en minder gevoelig voor storing dan de video-afbeeldingen. Onderzoekers in onze wereld waren in staat om direct vragen te stellen aan hun gelijken in het hiernamaals en ze ontvingen antwoorden middels de telefoon, radio, tv, computer en fax (Kubris and Macy 1995: 14).

De eerste kleurentelevisie afbeelding van een geestelijke entiteit werd gerapporteerd in oktober van 1995. Dit was in combinatie met een computercontact, toen een Duitse onderzoeker wakker werd met de sterke drang om te experimenteren met zijn kleuren-tv. Hij was gewend om paranormale video afbeeldingen te ontvangen op zijn zwart-wit-tv, maar nadat hij van tevoren in kennis was gesteld door de telefoon door zijn geestelijke collega's, zette de onderzoeker deze keer alleen de kleuren-tv aan en richtte de camcorder op de beeldbuis. Op dat moment verscheen er een beeld van de Zweedse ITC pionier Friedrich Jurgenson, die in 1987 gestorven was, op zijn scherm en bleef daar gedurende 24 seconden.
Toen hij een luid krakend geluid hoorde komen uit de kamer ernaast ging hij er kijken, nadat hij tevergeefs had geprobeerd om stemcontact te krijgen met het beeld op zijn televisie. Toen hij de kamer binnenging, zag hij dat zijn computer was aangezet en dat er een getypt bericht op het scherm stond met de naam Friedrich Jurgenson erboven, de vroege EVP onderzoeker.

Engelse doorbraak
Judith Chrisholm, oprichter van de EVP & Transcommunication Society for the UK and Ireland [http://www.psychicworld.net/evp3.htm], beweert dat er voor haar een enorme doorbraak plaatsvond toen ze een digitale recorder kocht. Deze sluit door zijn samenstelling uit dat er uitzendingen van buitenaf opgenomen kunnen worden. Ze beweert dat ze in staat is om met alle gestorven mensen, waaronder haar overleden zoon, een vriend en een collega die in 1986 stierf, contact te krijgen. Haar onthullende boek beschrijft op welke manier geesten haar bereiken middels haar digitale antwoordapparaat als ze geen tijd heeft om op te nemen.

Kan iedereen contact maken d.m.v. ITC?
Terwijl er letterlijk tienduizenden onderzoekers contact maken d.m.v. EVP (gebruikmakend van bandrecorders), zijn er maar een handjevol mensen die contact maken d.m.v. Instrumentale Transcommunicatie. Volgens degenen die daar onderzoek naar doen, komt dat doordat ITC alleen kan werken door de samenwerking van twee teams van toegewijde wetenschappers, een team hier op aarde, en een team in het hiernamaals.
Sonia Rinaldi schrijft in Associacao Nacional de Transcomunicadores [http://www.geocities.com/Athens/Acropolis/9045/index.html], dat haar team gedurende drie jaar tevergeefs probeerde contact te krijgen, totdat ze in staat waren om de energieën van een groep wetenschappers uit het hiernamaals aan te trekken, geleid door Dr. Roberto Landell de Moura, een vroege radiopionier. De Europese groep werkt met een zeer geavanceerd zendstation in het hiernamaals die 'TIMESTREAM' wordt genoemd.

Het belang van resonantie
Alle proefnemers die werken in de ITC getuigen dat harmonie, eenheid, afwezigheid van ego en altruïstische motieven belangrijk zijn alsook een hevig verlangen naar contact en een constante positieve houding in gedachten tegenover het overleden persoon met wie een sterke emotionele band bestaat, nodig zijn.

'Miracles in the storm' (Wonderen in de storm)
Marc Macy is een sleutelfiguur geweest in World ITC, hij documenteerde de resultaten van de meest vruchtbare ontvangen ITC-contacten. Ook organiseerde hij jaarlijks onderzoekseminars aan beide kanten van de Atlantische Oceaan en hij bereikte het eerste belangrijke ITC-contact in de Verenigde Staten. Hij beweert dat hij wonderen in zijn laboratorium meemaakt, waaronder kleurenafbeeldingen van geestelijke wezens op een betrouwbare basis en gestage verbetering in radiocontacten. In zijn boek 'Miracles in the Storm' [http://www.worlditc.org/miracles.htm] worden de details van zijn werk beschreven.

terug naar de Inhoud

5. De Scole-experimenten bewijzen het leven na de dood
"Voor de onbevooroordeelde scepticus is het bewijsmateriaal voor het hiernamaals, dat is verzameld over een periode van meer dan vier jaar met meer dan 500 zittingen door de Scole-onderzoekers en het Hiernamaals-team, absoluut, definitief, onweerlegbaar en onomstotelijk bewezen. Velen beschouwen de Scole-experimenten als het grootste recente hiernamaals-experiment dat in de Westerse wereld is uitgevoerd". Victor Zammit

Scole is een stadje in Norfolk, Engeland. Het wordt als basis gebruikt door verscheidene onderzoekers van de Scole-groep, waaronder mediums Robin en Sandra Foy en Alan en Diana Bennett. Ze produceerden briljant bewijs voor het leven na de dood in Engeland, de Verenigde Staten, Ierland en Spanje. Hun resultaten worden gereproduceerd door andere groepen over de hele wereld en ze zullen zelfs de hardnekkigste onbevooroordeelde scepticus overtuigen.

Vier jaar lang experimenteren
Senior wetenschappers en onderzoekers die betrokken waren bij de Scole-experimenten zijn onder andere Professor David Fontana, Arthur Ellison en Montague Keen. Er waren tijdens de vier jaren van onderzoek natuurlijk ook vele anderen die deelnamen zoals senior wetenschappers en gasten, waaronder Dr. Hans Schaer, een advocaat, Dr. Ernst Senkowski, Piers Eggett, Keith McQuin Roberts, Dr. Rupert Sheldrake en professor Ivor Grattan-Guiness. Ze hadden allemaal wetenschappelijke en/of andere relevante achtergronden en er waren nog een groot aantal andere betrouwbare getuigen die jaren ervaring hadden in de wereld van het paranormale.

NASA-wetenschappers worden erbij betrokken
In de Verenigde Staten werden de sessies ook bijgewoond door veel wetenschappers, waaronder een aantal senior wetenschappers van het Ruimte Agentschap NASA en anderen van het Instituut van Noetic Science, dichtbij San Francisco. Ook waren er afgevaardigden van de Stanford Universiteit. Grant en Jane Solomon die een boek schreven over de experimenten, melden dat ongeveer vijftien wetenschappers van de NASA-groep hun eigen paranormale groep vormden om communicatie met entiteiten uit het leven na de dood voort te zetten. (Solomon 1999)
Eén kritisch punt waarmee de lezer rekening moet houden is, dat tijdens de experimenten het team uit het hiernamaals uitdrukkelijk verklaarde dat zij de paranormale verschijnselen veroorzaakten. Dit was om 'super ESP' en andere theoretische en abstracte niet-relevante dingen uit te sluiten als een verklaring voor de Scole-experimenten. De leden van het 'hiernamaals-team' identificeerden zich en ook de wetenschappers van het 'hiernamaals-team' hier identificeerden zich. Met tussenpozen waren er geestelijke observatoren zoals het hoogbegaafde medium Helen Duncan.

Het Scole Rapport
Een wetenschappelijk rapport van de Society for Psychical Research (Sociëteit voor Paranormaal wetenschappelijk Onderzoek) is beschikbaar. Een samenvatting van het 300 pagina's tellende rapport die de verschijnselen valideert, kan worden gevonden op hun website. Volgens Montague Keen die spreekt namens de drie onderzoekers die het rapport schreven:
"Geen van onze critici is in staat geweest om ook maar één voorbeeld aan te wijzen van fraude of bedrog." (Keen and Ellison 1999)
De groep begon met twee mediums die boodschappen overbrachten van een niet fysieke groep (uit het hiernamaals). Veel van deze boodschappen bevatten persoonlijke informatie die niemand anders kon weten.

Stemmen en materialisaties
Binnen korte tijd kwamen de boodschappen door in de vorm van stemmen die door iedereen in de kamer konden worden gehoord. Veel van de proefnemers ervoeren fysieke aanrakingen en de levitatie van een tafel vond plaats. Toen begon de materialisatie van mensen en objecten van de niet fysieke groep. Meer dan 50 kleine objecten werden gematerialiseerd waaronder een zilveren ketting, een Churchill munt, een kleine kristallen bal van rozenkwarts, een Britse cent uit 1940, een vrede voorstelling op een frank uit 1928, een zilveren medaillon van Magere Hein, een origineel exemplaar van de 'Daily Mail' gedateerd op 1 April 1944, een origineel exemplaar van de 'Daily Express' gedateerd op 28 Mei 1945 en vele andere dingen.

Ingeprente beelden op film en video
Er werden interessante experimenten uitgevoerd met fotografie. Beelden werden ingeprent op ongeopende filmrolletjes die in een gesloten doos zaten. Deze beelden bevatten onder andere foto's van mensen en plaatsen, soms uit het verleden, en verscheidene obscure coupletten en tekeningen die wel wat moeite kostten om te identificeren. Er zaten ook afbeeldingen bij van andere werelden en de wezens die daar leefden. Uiteindelijk waren ze met videocamera's in staat om beelden van mensen zonder fysiek lichaam op te nemen.

terug naar de Inhoud

Paranormale lichten [orbs]
Een van de meest spectaculaire verschijnselen van de Scole-experimenten waren de gematerialiseerde paranormale lichten [orbs] die in de kamer ronddwarrelden en verschillende manoeuvres uitvoerden. Af en toe kwamen er stralen uit de lichten en ook gingen ze door vaste objecten heen. Als ze mensen aanraakten, kon men dat voelen en als ze in iemands lichaam gingen, kwam er een heling tot stand.
De snelheid, de verschillende configuraties en andere verschijnselen die door de lichten werden uitgevoerd, waren overweldigend, in het bijzonder doordat alle getuigen verklaarden dat het onmogelijk was om op welke manier dan ook deze lichten op een frauduleuze of fysieke manier te manipuleren. Al deze verschijnselen werden vergezeld door een plotselinge en ingrijpende daling van de temperatuur.
Dit is hoe Piers Egget, een van de ooggetuigen, het licht beschreef:
"Het was een kleine bal van licht die in alle richtingen van de kamer bewoog, soms met hoge snelheid en een spoor achterlatend zoals je bij vuurwerk wel ziet. Soms zweefde het licht in de lucht om daarna sommige aanwezigen aan te raken, die hierdoor een lichte elektrische schok kregen."

Volgens andere getuigen deed het licht, dat normaal gesproken van één punt kwam, het volgende:
- heen en weer bewegen met hoge snelheid en uitvoeren van uitgebreide danspatronen, waaronder perfecte, blijvende cirkels, die met hoge snelheid werden uitgevoerd en met een precisie die niet leek te worden veroorzaakt door fysieke manipulatie
- neerstrijken op uitgestoken handen en springen van de ene hand naar de andere
- een kristal binnengaan en daar blijven als een klein lichtpunt, dat in het kristal bleef rondbewegen
- de tafel raken met een lichte, scherpe tik of het glas van de koepel of met een bijbehorend 'ping-geluid', en dit werd herhaaldelijk gedaan terwijl het zichtbaar bleef als een helder punt van licht.
- het voldoen aan verzoeken van de aanwezigen zoals lichaamsdelen beschijnen of bestralen
- het verplaatsen in tijd naar muziek, die was opgenomen met een taperecorder
- het produceren van 'lichtflitsen' in een grote ruimte op een afstand van drie tot drieëneenhalve meter van de groep, die om de tafel zat (in Spanje)
- het ondernemen van verscheidene 'luchtaanvallen' op het tafelblad, terwijl het geraakt werd op een zeer auditieve en visuele manier; het leek te komen uit een gebied direct onder de tafel (USA, Los Angeles)
- het veranderen van vorm, van een lichtpunt tot een algemene verlichting/uitstraling
- bewegen met zeer hoge snelheden, terwijl het een baan beschreef van perfecte geometrische figuren op een afstand van zo'n 60 cm van de gezichten van de getuigen, maar zonder geluid te maken of enig waarneembare luchtbeweging te veroorzaken.

Het getuigenis hierover van een meester-illusionist
Sceptici kunnen argumenteren dat dergelijke effecten geproduceerd zouden kunnen worden door lange holle stengels van fiberglas te gebruiken, terwijl laserlicht erdoorheen wordt geprojecteerd. Deze mogelijkheid werd zeker opengehouden door James Webster, een professionele illusionist en voormalig lid van de 'Magic Circle', die meer dan vijftig jaar ervaring hebben in paranormaal onderzoek. In drie gevallen woonde hij de zittingen van de Scole-groep bij en hij publiceerde daar rapporten over. Zijn conclusie werd duidelijk verwoord in een recente brief aan de Engelse krant 'Psychic World' (Juni 2001):
"Ik heb geen enkel teken van bedrog ontdekt en volgens mij zijn magische trucs om het type verschijnselen waarvan ik getuige was en onder die omstandigheden, niet mogelijk."


terug naar orb bij vragen en antwoorden

Kingsley Fairbridge
Er waren veel dramatische onthullingen tijdens de jaren waarin de Scole-experimenten plaatsvonden, maar één geval dat ik in het bijzonder zeer interessant vond, was een lid van het hiernamaals-team die Kingsley Fairbridge heette. De informatie van het team uit het hiernamaals verklaarde dat Kingsley Fairbridge geboren was in Zuid Afrika, een opleiding genoot aan de Oxford Universiteit in Engeland, en verhuisde naar Australië. Daar richtte hij Fairbridge Farm Schools (boerenschool) op, om minder bedeelde kinderen een vak te leren. Jammer genoeg was hij niet gezond en hij stierf vrij jong.
De Scole-groep deed een aantal pogingen om de details te onderzoeken en ze publiceerden de details in het nieuwe Scole-journaal om om hulp te vragen. Als gevolg daarvan werden ze gecontacteerd door een familielid van Kingsley die nog steeds in Australië woonde. Toen de Scole-groep haar een kopie stuurde van een foto waarop een materialisatie stond van Kingsley uit het hiernamaals, bevestigde ze de juistheid van de informatie en ook dat de foto een perfect beeld was van Kingsley Fairbridge, haar vader.

Internet referenties
De eigen website van de Scole-experimenten groep is The Spiritual Science Foundation [http://www.psisci.force9.co.uk/].
Het uitstekende boek van Grant en Jane Solomon heet 'The Scole Experiments'.
Voor een ooggetuigenverslag van Montague Keen, al lange tijd lid van de Society for Psychical Research, zie The Scole Event [http://www.datadiwan.de/SciMedNet/library/articlesN73+/N73Keen_Scoleevent.htm].
Voor een ander ooggetuigenverslag van Nick Kyle van de Scottish Society for Psychical Research zie Witnessing physical phenomena with the Scole Group [http://www.nick.kyle.btinternet.co.uk/new_page_10.htm].

terug naar de Inhoud

6. Einsteins E=mc² en materialisatie
"Grote geesten hebben altijd een krachtige tegenwerking gehad van middelmatige geesten."
Professor Albert Einstein

Er zijn al duizenden claims gedaan in de menselijke geschiedenis, vele werden genoemd in de Bijbel en daarvoor, van een persoon zoals Jezus die verscheen en verdween voor het oog van een menigte.
Onderzoekers noemen het verschijnen en verdwijnen van mensen en dingen 'materialisatie' en 'dematerialisatie'. Het bewijs voor materialisatie is aanzienlijk, niet alleen in Engeland en de Verenigde Staten, maar ook in andere landen zoals Brazilië, waar materialisaties plaatsvonden bij daglicht in het bijzijn van honderden van de meest hardnekkige sceptici (zie hoofdstuk 10).

Een wetenschappelijke verklaring voor materialisatie
Het boek van David Ash en Peter Hewitt, 'The Vortex' (de draaikolk) geeft onder andere een wetenschappelijke verklaring voor materialisatie. Ze beginnen met de formule van Einstein E=mc² , deze laat zien dat de energie 'E' gelijk is aan de massa 'm' maal het kwadraat van de snelheid van licht 'c'.
Ze argumenteren dat dit uitlegt hoe materialisatie en dematerialisatie werken door materie om te zetten in energie. Als mensen proberen te argumenteren dat deze vergelijking alleen maar theorie is en niet gedemonstreerd kan worden, moeten ze er even aan herinnerd worden dat minder dan één ons materie omgezet werd in genoeg energie om Hiroshima te vernietigen.
De vortex is het eigenlijke wervelen van de atomen en moleculen. Ash en Hewitt argumenteren van Einsteins vergelijking dat doordat materie en licht een gelijke beweging delen, de echte snelheid van het wervelen van de vortex de lichtsnelheid moet zijn. Ze beweren dat dit de enige logische verklaring kan zijn voor Einstein's vergelijking en dat - doordat de vortex met lichtsnelheid wervelt - je in staat bent om deze pagina te lezen of een ander persoon te zien, of bomen, of lucht en alles wat je met je fysieke ogen kunt zien.

Zo solide als jij en ik
Ash en Hewitt vragen zich af: Waarom zou de snelheid van de beweging van de vortex begrensd zijn tot de lichtsnelheid? Ze argumenteren dat wanneer de beweging van de vortex de lichtsnelheid overschrijdt, een persoon of object de toestand van 'superenergie' zal binnengaan, in een nieuwe wereld. Maar in die nieuwe wereld zal de persoon of het object net zo solide zijn als jij en ik in deze wereld. Het enige verschil is dat de vortexen sneller wervelen dan hier in de aardse wereld.
De menselijke ogen hier op aarde (tenzij iemand een echt begaafd medium is) zijn niet in staat om iets van de nieuwe wereld te zien doordat onze ogen alleen in staat zijn om personen of objecten te registreren als hun vortex wervelt met de lichtsnelheid. Het is ook een logisch gevolg dat de persoon of het object in de toestand van superenergie in staat is om bijvoorbeeld stenen muren in onze wereld te doordringen. Dit komt doordat de atomen en moleculen van de stenen muur langzamer wervelen dan die van de andere wereld.

Verhogen en verlagen van trillingen
Een mogelijke verklaring voor materialisatie is dat de vortexen van de atomen van geesten sneller wervelen dan de lichtsnelheid en daardoor niet kunnen worden gezien met onze ogen. Maar bepaalde energieën veroorzaken dat de vortexen van de geestelijke lichamen worden verlaagd tot de lichtsnelheid. Als dit gebeurd wordt de geest zichtbaar voor onze ogen.
Aan de andere kant, als geesten willen dematerialiseren wordt de snelheid van de vortexen weer verhoogd en kunnen ze niet langer worden gezien met onze fysieke ogen en verdwijnen ze in een andere wereld. Ash en Hewitt noemen deze materialisatie 'transsubstantiatie' om de verandering van de substantie, maar niet de vorm van de vortex weer te geven. Transsubstantiatie verandert de atomaire of moleculaire opbouw van een lichaam niet.
Door middel van transsubstantiatie kan een intelligentie, een etherische, een geest in het hiernamaals of een object materialiseren of dematerialiseren. Maar, zeggen Ash en Hewitt - en ze hebben gelijk - dematerialiseren is niet verdwijnen of oplossen! Het is het accelereren en deaccelereren van de vortexen van de atomen die de historische verschijningen vanuit het niets en de verdwijningen van personen voor je ogen verklaren.
Ash en Hewitt geven vele voorbeelden van goed gedocumenteerde materialisaties en dematerialisaties. Materialisatie komt overeen met het argument dat leven doorgaat na de fysieke dood. Zie het mediumschap van Mirabelli (hoofdstuk 10) waar materialisatie plaatsvond in het bijzijn van wetenschappers en honderden anderen bij daglicht in Brazilië.

terug naar de Inhoud

7. Andere paranormale laboratoriumexperimenten
"Ik wordt aangevallen door twee zeer verschillende sekten, de wetenschappers en de onwetenden. Beide lachen me uit, ze noemen me de 'dansmeester van de kikkers'. Maar ik weet dat ik één van de grootste krachten in de natuur heb ontdekt." Galvani, ontdekker van elektriciteit.

Laboratoriumexperimenten naar paranormale verschijnselen worden al meer dan honderd jaar uitgevoerd en ze laten de omvangrijke objectieve bewijzen voor het leven na de dood toenemen. Zeer indrukwekkende en overtuigende resultaten zijn bereikt in gecontroleerde experimenten waarbij er maximale samenwerking bestond tussen intelligenties uit deze wereld en het hiernamaals. Er worden hier details gegeven van een klein aantal van deze experimenten.

Crookes, de eerste van een lange reeks prominente wetenschappers
Een van de eersten uit een lange reeks van wetenschappers die dergelijke onderzoekingen deed was Sir William Crookes die onder andere het mediumschap van Daniel D. Home onderzocht. Crookes was een van de grootste wetenschappers die ooit hebben geleefd. Hij werd bedolven met onderscheidingen van vele landen, Engeland, de Verenigde Staten, Schotland, Duitsland, Frankrijk, Italië, Zuid Afrika, Nederland, Mexico en Zweden. Zijn bijdrage aan de wetenschap is door niemand van zijn of onze moderne tijd ooit geëvenaard.
Sir William was een scepticus voordat hij speciaal werd uitgekozen door de Engelse sceptici om paranormale verschijnselen te onderzoeken met de bedoeling ze te verwerpen. (Crookes 1871) Hij was ook een zeer integere man, hoogst intelligent en met een rotsvaste onafhankelijkheid. Hij verklaarde dat hij propageren nooit in de weg zou laten staan van het vertellen van de volle waarheid. Hij onderzocht paranormale verschijnselen zeer grondig en ondanks het feit dat hij een overweldigende hoeveelheid bewijsmateriaal verzamelde voor het bestaan van onbekende krachten, bleef hij gedurende het grootste deel van zijn leven sceptisch. Pas toen zijn vrouw middels een medium voor hem materialiseerde, werd hij volledig overtuigd van het voortleven na de dood.

Laffe en laag bij de grondse campagne
Een van de meest walgelijke aanvallen was de claim van Walter Mann dat Sir William Crookes bij het onderzoek naar materialisaties gefraudeerd had omdat hij een affaire zou hebben gehad met een van de mediums die hij onderzocht, toendertijd een 15-jarig meisje. Logischerwijs werd de claim pas bekend gemaakt toen Crookes al dood was, omdat de persoon in kwestie niet het lef en de overtuiging had dit te doen toen Crookes nog leefde. Deze laffe Engelse scepticus wachtte tot Crookes dood was voordat hij zijn lage en laffe beschuldigingen bekend maakte om hem aan te vallen.
Tot op de dag van vandaag blijft dit incident dat veroorzaakt werd door een zeer jaloers en vals onmens één van de afschrikwekkendste voorbeelden van walgelijk gedrag in de geschiedenis van Engels onderzoek naar paranormale verschijnselen. Diegenen die uit materialistische motivatie de klonen zijn geworden van hun materialistische meesters en Walter Mann's bewuste valsheid tegen Sir William herhalen, kan ik zeggen dat er een dag komt dat ze hun belachelijke, laag bij de grondse campagne terugtrekken.
Sir William Crookes deed veel paranormaal onderzoek met Daniel D. Home. In een van hun experimenten demonstreerde Home met behulp van een onzichtbare compagnon het vermogen om invloed uit te oefenen op het gewicht van objecten die zich in de directe nabijheid van Crookes bevonden. Tientallen zeer betrouwbare getuigen gaven onafhankelijk hun verklaring van het vermogen van Home om zwaar meubilair te leviteren (in de lucht laten 'zweven'). Crookes liet in een laboratoriumsituatie zien dat Home invloed kon uitoefenen op een plank die op een weegschaal lag door alleen z'n vingers in een glas water te steken die op het uiteinde van de plank stond.

Psychische kracht
Crookes concludeerde dat hij een nieuwe kracht had ontdekt die hij 'psychisch' noemde. Hij voegde toe dat deze kracht erg variabel was en soms niet aanwezig; het vereiste nauwgezet en geduldig onderzoek. Hij deed moeite om speculatie over deze nieuwe kracht te vermijden en hij deed een beroep op zijn collega wetenschappers om hem te assisteren in het onderzoek naar het verschijnsel (Crookes 1874:17).
In een ander zorgvuldig opgezet experiment speelde een accordeon, die Crookes uit zichzelf had gekocht, in de directe nabijheid van Home. De handen en voeten van Home werden vastgezet en de accordeon werd in een kooi gezet die onder stroom stond. Crookes en twee andere aanwezige getuigen verklaarden dat ze "duidelijk zagen dat de accordeon zweefde binnenin de kooi zonder zichtbare hulp." (Crookes 1874:14)

De vrouw van Crookes sprak op gewone wijze over haar observaties. Dit was een klassiek voorbeeld van een intelligentie uit het hiernamaals die in staat was zichzelf half zichtbaar te maken. Volgens haar zag ze dat de accordeon uit de handen van Home werd gepakt door:
"Een wazige verschijning die snel leek te verdichten tot een duidelijk menselijke gestalte, gekleed in een fijne, gedrapeerde stof. De gestalte was half doorzichtig en ik kon de aanwezigen er de hele tijd doorheen zien. Mr. Home bleef dicht bij de schuifdeuren. Toen de gestalte naderde, voelde ik een intense kou, die sterker werd toen die dichterbij kwam, en terwijl die mij de accordeon gaf, kon ik het niet laten om te schreeuwen. De gestalte leek tot zijn middel in de vloer te zakken, met alleen het hoofd en de schouders zichtbaar, terwijl de accordeon, die toen zo'n 30 cm boven de vloer zweefde, bleef spelen." (geciteerd door Stemman 1975: 129)
Sir William Crookes zal zonder twijfel één van de grootste onderzoekers blijven naar paranormale verschijnselen die onweerlegbaar objectief bewijs leverde voor het bestaan van het leven na de dood.

Meer laboratoriumexperimenten
Dr. Hereward Carrington is een zeer onderscheiden, uiterst betrouwbare en gerespecteerde wetenschapper en schrijver, die ook nog hoofd was van de Amerikaanse 'Psychical Institute'. In veel gevallen onderzocht hij persoonlijk paranormale verschijnselen. In zijn meest indrukwekkende werk 'The World of Psychic Research' uit 1973, schetste hij een aantal paranormale laboratoriumexperimenten die duidelijk en in absolute termen bewijzen hoe intelligenties uit het hiernamaals in staat zijn om hun aanwezigheid en deelname bekend te maken.

De Dr. Osty - Rudi Schneider-experimenten
Dr. Eugene Osty, hoofd van het Metafysische Instituut in Parijs, bewees in laboratoriumomstandigheden dat een jong medium, Rudi Schneider, in staat was om echte paranormale verschijnselen te produceren zonder fraude. Dit is hoe Carrington het experiment omschreef:
"Dr. Osty plaatste de objecten die bewogen moesten worden op een kleine tafel. Over de bovenkant van de tafel liet hij infrarode stralen schijnen. Deze waren natuurlijk onzichtbaar voor de aanwezigen, maar het geheel was zo ontworpen dat als een vast object de infrarode straal voor dertig procent onderbrak er een batterij camera's tevoorschijn kwamen die met flitslicht meteen een foto maakten van de bovenkant van de tafel op dat moment vanuit verschillende hoeken. Dit zou gebeuren als een materieel iets de objecten zou bewegen zoals bijvoorbeeld een menselijke hand. Een hele serie foto's zou gelijk de fraude vastleggen.
In de sessies die volgden, werden objecten in vele gevallen bewogen, flitsen gingen af en de platen werden ontwikkeld. Wat lieten ze zien? Niets, dat wil zeggen, niets abnormaals. Ze lieten alleen de bovenkant van de tafel zien. Maar iets had toch over de tafel bewogen, want de infrarode stralen werden onderbroken en de objecten waren verplaatst. (Carrington 1973:54)

Het eerste gedeelte van het onderzoek was zeer succesvol, met een medium dat de medewerking kreeg van een intelligentie uit het hiernamaals; door de objecten te verplaatsen werd zijn aanwezigheid bekend en bewezen door de camera's die afgingen, als de intelligentie de objecten bewoog.
Het tweede gedeelte was het lokaliseren en identificeren van de aanwezigheid van de intelligentie. Om dit te doen, maakte de onderzoeker een galvometer. Deze kon de radiostoring of trillingsfrequentie van de intelligentie registreren als het experiment begon. Gelijk toen het experiment begon, begon de intelligentie objecten te verplaatsen, wat aangaf dat hij aanwezig was. Toen gebeurde er iets spectaculairs, de galvometer begon de pulsering van de intelligentie te registreren. Zoals Carrington zei:
"Het was alsof die de hartslag opnam van een onzichtbaar wezen, dat voor ons stond in de ruimte!" (Carrington 1973:54)

Het 'etherische dubbel'
Al eeuwen lang wordt er door helderzienden beweerd dat iedere levende vorm een onzichtbaar lichaam bezit, een astraal of etherisch lichaam, dat het 'etherische dubbel' is van het fysieke lichaam en waarin de geest zich bevindt - in tegenstelling tot in de fysieke hersenen. Interessant genoeg werd bevestigend bewijsmateriaal voor deze bewering gerapporteerd door Sheila Ostrander en Lyn Schroeder in hun revolutionaire boek 'PSI Psychic Discoveries Behind the Iron Curtain' in 1973.
Deze auteurs verklaarden dat experimenten in Rusland met gebruik van zeer gevoelige elektronische apparatuur aantonen, dat alle levende dingen, planten, dieren en mensen, niet alleen een fysiek lichaam hebben dat opgebouwd is uit atomen en moleculen, maar dat we ook een tweede lichaam hebben van energie, die de Russen fotografeerden en 'het biologische plasma lichaam' noemden. Interessant genoeg hebben de Russen de beweringen van helderzienden, dat als een mens een vinger, arm of been verliest, dat de astrale tegenhanger daarvan heel blijft - een soort geest van de missende ledemaat - ook bevestigd. (Ostrander and Schroeder 1973: 223)

Paranormale temperatuur meten
Een ander zeer indrukwekkend experiment, dat beschreven werd in het boek van Carrington in 1973, was de poging om wetenschappelijk bewijsmateriaal te vinden voor de vele claims van mediums, dat er een 'koude tocht' neerdaalt als er intelligenties in de nabijheid zijn of als ze een trancestaat binnengaan. Lange tijd moesten de claims van de mediums subjectief worden geaccepteerd, totdat de wetenschap gebruikt werd om aan te tonen dat het verschil in temperatuur objectief gemeten kon worden.
"Een thermometer ... werd ingesloten in een kooi van staaldraad, en met schroeven vastgemaakt aan een balk aan het plafond. De thermometer werd in werking gesteld vlak voordat de seance zou beginnen, en die begon eerst de temperatuur in de kamer te registreren. Tijdens de seance die volgde, werden een aantal ongelooflijke paranormale verschijnselen opgemerkt, waaronder gehele levitatie of het omhoogtillen (zonder de tafel aan te raken) van de tafel. Gelijktijdig met deze verschijnselen liet de thermometer plotselinge dalingen in temperatuur zien van tien, vijftien en tot twintig graden Fahrenheid. Deze dalingen duurden maar een paar seconden, en ze liepen precies gelijk met de paranormale verschijnselen die elders in dezelfde kamer plaatsvonden. En alweer was de wetenschap in staat om een opmerkelijk effect te meten. (Carrington 1973: 57)
Carrington rapporteerde:
"Het doel van het experiment was om met zekerheid te bewijzen dat er een nieuwe kracht gebruikt werd die onbekend was voor de wetenschap onder omstandigheden die geen enkele denkbare vorm van fraude of bedrog toestonden." (1973: 57)

Psychologische tests
Tijdens een andere serie laboratoriumexperimenten gingen de onderzoekers van fysieke naar psychologische testen. Dit vereiste medewerking van één van de succesvolste Amerikaanse mediums ooit, Mrs. Garrett, die volgens Carrington zichzelf opgaf voor allerlei wetenschappelijke onderzoeken. Ze werd getest door vooraanstaande universiteiten en wetenschappelijke groepen in Europa en Amerika. Mrs. Garrett verklaarde als medium dat ze regelmatig een 'meester' bij zich had. Dit was een geest of intelligentie met de naam Urvani, die door haar sprak als ze in trance was. De onderzoekers besloten om een woord-associatietest die door Dr. Carl Jung was samengesteld te gebruiken om te testen of Urvani werkelijk een aparte entiteit was die los stond van Mrs. Garrett. Er werd besloten om Mrs. Garrett de test te laten doen als ze niet in trance was, en om haar 'meester' de woord-associatietest te geven als ze wel in trance was.
Professionele psychologen en psychiaters bevestigen dat het onderzochte medium fraude niet lang kan volhouden als gebruik wordt gemaakt van de woord-associatietest van 100 woorden, waarbij de reactietijd wordt gemeten in tienden van een seconde. Elke inconsistentie en aarzeling wordt direct opgemerkt. Met dit in gedachten werd er geregeld dat Urvani zelf de test zou doen en ook zeven andere intelligenties uit het hiernamaals zouden meedoen.
De resultaten lieten zien dat de woord-associaties van Mrs. Garrett als ze niet in trance was en van Urvani en de zeven andere intelligenties allemaal geheel verschillend waren en dat het niet mogelijk was dat de informatie die was overgebracht van één persoon of één geest kwamen. (Carrington 1973:59) Deze resultaten komen overeen met ander bewijsmateriaal dat we onze fysieke dood overleven en onze geest en onze persoonlijkheid (karakter), samen met ons zullen overleven.

Stemopnametoestel analyse
De onafhankelijkheid van de intelligenties die door een medium spraken werd ook bevestigd door een totaal onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar een zeer begaafd Australisch medium, Shirley Bray. De stemmen van drie intelligenties die zich regelmatig door haar manifesteerden, werden opgenomen met een taperecorder.
Deze opgenomen stemmen werden toen geanalyseerd door een zeer geavanceerd stemopnametoestel, hetzelfde dat ook werd gebruikt door de Engelse politie in de jacht naar de Yorkshire ripper. Het stemopnametoestel kan variabelen zoals snelheid, ritme, accenten enz. meten. Het opnametoestel liet zien dat alle opgenomen stemmen van Shirley Bay van totaal verschillende personen afkomstig waren. Wetenschappers verklaarden uitdrukkelijk dat - doordat het opnametoestel ook het ademhalingspatroon van iemand analyseert terwijl diegene spreekt - het onmogelijk is dat een persoon deze drie stemmen kon hebben geproduceerd. Dit komt doordat het stemvibratiepatroon van ieder persoon iets dergelijks is als een vingerafdruk, die van persoon tot persoon verschilt. (Bray 1990:15)

EEG-analyse
De Amerikaanse professor Charles H. Hapgood rapporteerde in zijn uitstekende boek 'Voices of Spirit' uit 1975 dat hij een medium testte om te kijken of het EEG (Electro Encephalogram) van het medium Elwood Babbitt - als ze niet in trance was - verschilde van de toestand, als haar geest in trance werd overgenomen door andere intelligenties uit het hiernamaals. Hapgood nam EEG's van Babbitt terwijl drie intelligenties controle over haar hadden. De EEG's van ieder van de drie waren compleet verschillend van elkaar en van het EEG van Rabbitt toen ze niet in trance was. Dr. Bridge, een EEG-expert, merkte op dat de EEG's karakteristiek waren voor mensen van verschillende leeftijden en niet van één persoon konden komen. Hapgood reproduceerde de EEG-diagrammen in zijn boek (1975: 224-227).
Dit zijn maar een paar voorbeelden van een enorme hoeveelheid experimenten die samen een aanzienlijke hoeveelheid bewijs vormen.

terug naar de Inhoud

8. Wetenschappelijke observatie van mediums
"Mensen die het niet hebben gezien, zouden er niet over moeten oordelen." Professor Charles Richet

Een medium is een begaafd persoon dat communiceert met wezens in het hiernamaals. Bevooroordeelde sceptici hebben altijd geprobeerd de prestaties van mediums te kleineren, suggererend dat ze allemaal gewone fraudeurs zijn of leugenaars, die misbruik maken van goedgelovigen en geestelijk zwakkeren. Ondanks het feit dat er ongetwijfeld mediums zijn die geen echte gaven hebben en liegen en bedriegen om financiële redenen, zijn er ook echte mediums wier resultaten de wereld schokken met ongelooflijk accurate informatie.
De algemene indruk die materialistische critici aan het publiek willen geven is dat alle mediums met vage suggesties, gokwerk en goede observatie van de cliënt werken, of gebruik maken van massahypnose. Maar als iemand de literatuur onderzoekt, gebruikmakende van dezelfde testen van betrouwbaarheid die historici gebruiken om te bepalen of een gebeurtenis echt is gebeurd, is er een aanzienlijke hoeveelheid bewijsmateriaal die aantoont dat er echte mediums zijn geweest en nog steeds zijn, die een grote hoeveelheid bewijsmateriaal hebben verzameld voor het overleven van de dood door onze individuele persoon.

Meerdere soorten mediums
Mediumschap omvat veel verschillende soorten paranormale verschijnselen. De meest voorkomende vorm is 'mentaal mediumschap', waarbij het medium communiceert middels innerlijke visie, helderhorendheid, automatisch schrift en automatische spraak. Soms gaat het medium volledig in trance en wordt het lichaam tijdelijk overgenomen door een andere entiteit.
Er is ook 'fysiek mediumschap', dat wordt gekenmerkt door kloppen, levitatie en het bewegen van objecten. Sommige, maar zeldzame fysieke mediums zijn in staat om een 'directe stem' te produceren, waarbij overleden geliefden tot het publiek spreken zonder de stembanden van het medium te gebruiken.
Zeldzamer is 'materialisatie mediumschap', waarbij mediums menselijke en dierlijke geesten, maar ook voorwerpen, kunnen laten verschijnen.

De Engelse kerk vindt mediumschap echt
John. G. Fuller, een gerespecteerde journalist die bewijsmateriaal voor mediums onderzocht, wijst op het probleem dat wordt veroorzaakt alleen al door de hoeveelheid:
"Als je het bewijsmateriaal onderzoekt, blijkt het overtuigend naar de rationele conclusie te wijzen dat het leven verdergaat, en dat welbespraakte communicatie mogelijk is. Eén probleem is dat de berg bewijsmateriaal zo hoog is, dat het saai en eentonig wordt om het door te nemen. Net zoals de studie van wiskunde en scheikunde vereist het veel inspanning om alles te beoordelen." (Fuller 1987: 67-68)
Hij wijst erop dat het comité van de Engelse kerk er twee jaar over deed om de enorme hoeveelheid bewijsmateriaal over mediumschap te beoordelen. Het Comité werd speciaal aangesteld in 1973 door Aartsbisschop Lang en Aartsbisschop Temple om spiritualisme te onderzoeken. Hun onderzoekingen hielden onder andere zittingen (seances) in met de beste mediums uit Engeland. Aan het einde kwamen zeven van de tien leden van het comité overtuigd tot de conclusie dat:
"De hypothese dat zij (geestcommunicaties) doorkomen van ontlichaamde geesten, is in sommige gevallen is de juiste." (Psychic Press 1979) Dit rapport werd door conservatieven van de kerk zo gevaarlijk bevonden dat het werd geclassificeerd als privé en vertrouwelijk en gedurende 40 jaar(!) werd weggestopt in Lambeth Palace voordat het uitlekte naar de media in 1979.

Het is inderdaad een zeldzaamheid om een hoogbegaafd medium tegen te komen. George Meek, de Amerikaanse onderzoeker, bestede 16 jaar aan reizen (1971 tot 1987) naar verschillende landen, om te proberen de meest begaafde mediums in de wereld te vinden. Hij zei dat hij in al die tijd maar zes buitengewone mediums vond, die niet adverteerden met hun paranormale gaven of geld vroegen voor hun diensten. (Meek 1987: 81-82) Er is ons verteld vanuit het hiernamaals dat de motieven van mediums zeer belangrijk zijn voor het onderhoud en de kwaliteit van hun mediumschap. Dus zelfgerichtheid en het verlangen naar status kan leiden tot een afname van de krachten van het medium en ervoor zorgen dat het medium in contact komt met minder ontwikkelde spirituele wezens.
Wanneer mediumschap wordt gebruikt als bron van inkomsten, kan de verleiding bestaan om bedrog te plegen of nep resultaten te gebruiken als ze niet vanzelf komen, en hierdoor kunnen lagere astrale wezens worden aangetrokken. Dit betekend dat hoewel er intelligenties door het medium communiceren er geen grote wijsheid naar voren zal komen. Materialisme en spiritualiteit zijn als olie en water, ze mengen niet.
Veel echt begaafde mediums schuwen publiciteit en houden zich bewust op de achtergrond. Ze nemen weinig of geen geld aan en beperken hun activiteiten tot een kleine kring van betrouwbare, regelmatige seancebezoekers. De recente geschiedenis heeft echte mediums geleerd om afstand te houden van degenen die zichzelf paranormale onderzoekers noemen en om hun werk privé te houden.

Spirituele service
Eén medium dat als voorbeeld diende van het ideale mediumschap als spirituele service was Chico Xavier uit Brazilië. Alhoewel hij weinig onderwijs had genoten en bijna blind was, was hij de schrijver van meer dan 126 door geesten gedicteerde bestselling boeken over een verscheidenheid van zeer gespecialiseerde en technische onderwerpen. Hij weigerde alle rijkdom en invloed die hij aangeboden kreeg en wijde zijn leven aan het voeden, kleedden en medische assistentie geven aan arme mensen en het bewijzen leveren van een leven na de dood. Hij werd door velen beschouwd als een radicale Christelijke heilige.
"Een éénpersoons bijstandssysteem, een man met een bijna pathologische bescheidenheid en nederigheid." (Playfair 1975:27)

De literatuur van het spiritualisme is vol van zelfuitgegeven dagboeken en boeken die allemaal getuigen van de wonderbaarlijke gebeurtenissen die plaatsvonden en vinden door het werk van toegewijde mediums.

Twee Engelse moeders
Een recent boek van bovenstaand type is 'Russel' uit 1994. Hierin vertelt de auteur, Gwyne Byrne, haar herinneringen over hoe zij en haar man Alf weer samen werden gebracht met hun negen jaar oude zoontje, die materialiseerde door het mediumschap van Rita Goold; dit gebeurde meer dan 100 keer. Gwyne is een stichting begonnen om andere ouders die hun kinderen hebben verloren te troosten, deze heet de 'Russel's Pink Panther Society'. Haar vriendin Pat Jeffrey die deelnam aan dezelfde experimenten werd ook herhaaldelijk samengebracht met haar overleden zoontje.
Ga naar de volgende site om te luisteren naar een interview met Gwyn en haar vriendin Pat Jeffrey: The Jeff Rense Show archives [http://www.broadcast.com/shows/endoftheline/01archives.html] en selecteer daar het programma van 15 januari 2001.

Lord Dowding
Veel bekende en kritische mensen hebben jarenlang regelmatig bij mediums gezeten en publiceerden hun persoonlijke getuigenissen van wat ze van dichtbij hebben ervaren. Een noemenswaardige getuigenis was 'Many mansions', voor het eerst gepubliceerd in November van 1943 door luchtmachtcommandant Marshal Lord Dowding, die de Britse luchtmacht leidde in het gevecht om Brittanië.

Sir Oliver Lodge
Een ander was één van de beste geleerden van zijn tijd, Sir Oliver Lodge. Hij werd professor in natuurkunde op zijn dertigste. Hij werd tot ridder geslagen en werd een 'Fellow van de Royal Society' in 1902. Het originele werk van Lodge omvatte onderzoeken naar bliksem, elektrolyse en de galvanische cel en elektromagnetische golven. Hij bestudeerde ook het karakter van ether, een medium (geleide stof) dat alle ruimte doordrong, de beweging van ether en de veronderstelde relatieve beweging tussen ether en elk lichaam (object) dat zich daarbinnen bevind.
Op het gebied van radio was hij de eerste die een draadloos signaal verzond en daarmee was hij Marconi voor. Nadat hij een rechtszaak van Marconi had gewonnen omdat deze zijn ideeën zou hebben gebruikt, werd hij technische adviseur voor Marconi's bedrijf. Hij was een van de eerste wetenschappers die elektromagnetische golven ontdekte. Hij leverde ook een grote bijdrage aan de motorindustrie toen hij de elektrische vonkontsteker (bougie) voor interne verbranding uitvond.
Sir Oliver begon met het bestuderen van mediums in 1883 en deed zittingen met het bekende medium uit Boston, Mrs. Lenore Piper, toen het medium werd getest in Engeland door de Society for Psychical Research (Sociëteit voor Paranormaal Onderzoek). Hij ontving veel duidelijke boodschappen van overledenen die hem in korte tijd overtuigden van het feit dat de doden leven. Zijn vindingen werden gepubliceerd in 1890. Later gaven zijn goede overleden vrienden Edmund Gurney en Frederick Myers zeer gedetailleerd bewijsmateriaal door middels Mrs. Piper.

Maar wat Sir Oliver volledig overtuigde waren de opmerkelijke communicaties door verschillende mediums met zijn zoon Raymond, die sneuvelde in de Eerste Wereldoorlog op 14 september 1915. Op 25 november 1915 schreef een volslagen vreemde een brief naar de familie waarin stond dat ze een foto van Raymond had samen met officieren, die vlak voor zijn dood was genomen. Ze bood aan om deze op te sturen naar de Lodges en deze gingen dankbaar op dit aanbod in.
Op 3 december 1915 gaf Raymond, terwijl hij door Mrs. Piper communiceerde, een volledige beschrijving van de foto die noch het medium, noch de Lodges al hadden gezien. Hij beschreef zichzelf als zittend op de grond, samen met een medeofficier die zijn hand op zijn schouder had. Op 7 december 1915 arriveerde de foto en het klopte precies met de beschrijving van Raymond vier dagen eerder. Er kwamen nog vele andere boodschappen van Raymond, al deze boodschappen waren een duidelijk bewijs voor Sir Oliver en Lady Lodge.
Al deze directe bewijzen, die van een vooraanstaande wetenschapper kwamen, werden vastgelegd door Sir Oliver Lodge in zijn boek 'Raymond on Life After Death' uit 1916.

Abraham Lincoln
Het was algemeen bekend dat Abraham Lincoln seances bijwoonde in het Witte Huis gedurende de Amerikaanse Burgeroorlog waar hij lezingen kreeg van een spiritueel wezen door een medium in trance over de noodzakelijkheid om slaven te bevrijden. (Stemman 1975: 22-25)

Het Britse koningshuis
Koningin Victoria communiceerde ondanks dat ze nominaal gezien hoofd was van de Kerk van Engeland jaren met haar overleden man door John Brown, een trancemedium die op haar paleis verbleef. Ze voedde al haar kinderen op als spiritualisten. De huidige koninginmoeder maakt vaak gebruik van het medium Lillian Bailey om met haar overleden man Koning George VI te communiceren.

Winston Churchill
Sir Winston Churchill was een goede vriend van het medium Bertha Harris tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bertha Harris deed vele zondagavondbezoeken aan Downingstraat nummer 10 gedurende de oorlog en ze voorspelde de aanval op Pearl Harbour zes maanden van tevoren (Meek 1973:140).
Generaal Charles de Gaulle consulteerde haar ook regelmatig toen hij in Engeland was nadat Churchill hen aan elkaar voorstelde (Meek 1973:140). Hij was ontzet toen materialisatiemedium Helen Duncan gevangen werd genomen tijdens de oorlog en bezocht haar in haar cel. Hij beloofde haar dat hij mediumschap zo snel als hij kon legaal zou maken (Hoofdstuk 11).

Seances in het Vaticaan
Volgens Arthur Findlay zijn er seances gehouden in het Vaticaan. In het boek 'Looking Back' uit 1955 vertelt hij hoe hij in Rome in 1934 een groot publiek toesprak waaronder enkele hoogwaardigheidsbekleders van de kerk. Na de toespraak vertelde een kardinaal hem dat er seances werden gehouden in het Vaticaan, maar dat Paus Pius XI geen goede invloed had en dat er veel betere resultaten werden bereikt als hij niet aanwezig was (Findlay 1955:350).
Een handvol mediums hebben samengewerkt met vaak vijandig gezinde paranormale onderzoekers om hun gaven te demonstreren. Soms kwam dit de mediums persoonlijk duur te staan omdat zij per definitie mensen zijn met een hoog ontwikkeld gevoel.
Zoals boven al genoemd, voerde de kerk van Engeland een tweejarige studie uit naar mediumschap in Engeland in de jaren 1930. De gezagsdragers van de kerk zaten aan bij de beste mediums die beschikbaar waren en concludeerden dat er een grote hoeveelheid bewijs was gegeven dat goede geesten contact konden krijgen door het mediumschap en dat goede leiding kon worden ontvangen.

Uitdaging
Iedereen die wil bewijzen dat mediumschap niet bestaat, moet het bewijsmateriaal dat in die tweejarige studie werd verzameld en het bewijsmateriaal dat door de beste mediums in de wereld werd geproduceerd, eerst doorwerken. Recentelijk werd er een gedetailleerd onderzoek gedaan naar de echtheid van mediumschap door professor Gary Schwartz en zijn collega's van de universiteit van Arizona (Schwartz 2001). Ze gebruikten de bekende mediums George Anderson en John Edward en de minder bekende mediums S. Northrop, L. Campbell en A. Gehman. Tijdens dubbelblinde onderzoeken concludeerden ze dat de mediums zeer naukeurig waren, in een mate die toeval ver te boven ging. Factoren zoals fraude, fouten en statistisch toeval werden uitgesloten.

terug naar de Inhoud

9. Leonore Piper, een zeer krachtig Amerikaans medium
"Ik zal mijzelf niet toestaan mee te doen aan het modeverschijnsel om alles wat ik niet kan verklaren, als fraude te beschouwen." C.G. Jung

Eén van de meest indrukwekkende en beste mentale mediums die ooit leefde, was Mrs. Leonore Piper uit Boston. Niemand, zelfs niet de meest hardnekkige, kortzichtige scepticus suggereerde na haar mediumschap te hebben onderzocht, dat er sprake kon zijn van fraude. Ze ging in trance, daarna nam een leider (controle), een intelligentie uit het hiernamaals met de naam Dr. Phinuit haar over en begon met het geven van uitgebreide, nauwkeurige informatie en boodschappen van degenen die waren gestorven.
Slechts één voorbeeld van de vele duizenden gedurende decennia, waarbij Mrs. Piper zeer nauwkeurig was in haar mentale mediumschap, was toen Rev. en Mrs. S.W. Sutton deelnamen aan een seance in 1893. De Suttons waren volgens Richard Hodgson's rapport zeer intelligente mensen. Ze namen deel aan een seance met Mrs. Piper om te kijken of ze ook contact konden krijgen met hun pas overleden dochtertje. Hodgson zorgde ervoor dat er een stenograaf bij was, zodat alles wat Mrs. Piper zei over het meisje van de Sutton's bewaard is gebleven in de archieven van de Society for Psychical Research. (see Proceedings 1898: 284-582)
Mrs. Piper was in staat contact tot stand te brengen tussen de Sutton's en hun geliefde kleine dochtertje in het hiernamaals. De informatie liet geen twijfel bestaan dat het kleine meisje echt communiceerde vanuit het hiernamaals met haar moeder en vader die nog op aarde leefden. Ze bevestigde dat ze vroeger graag in knopen beet. Ze identificeerde haar oom Frank en een vriend die gestorven was aan een tumor en ze verwees naar haar broer met een koosnaampje die hij had. Ze verwees ook naar haar zere keel en verlamde tong en dat haar hoofd vroeger vaak heet werd toen ze nog leefde. Ze verwees naar haar pop Dinah en haar zus Maggie, en naar haar kleine speelgoedpaardje. Ze zong ook twee liedjes, dezelfde liedjes die ze vlak voor haar dood zong. Voor de Sutton's bestond er geen twijfel dat ze contact hadden met hun kleine meisje en ze waren vooral gelukkig toen zij hun verzekerde: "Ik ben gelukkig... huil niet meer om mij."
Een zeer belangrijke vaardigheid die Mrs. Piper moest ontwikkelen was de mogelijkheid om twee intelligenties gelijktijdig door haar heen te laten communiceren. Een onderzoeker van de Society for Psychical Research (SPR), Richard Hodgson, verklaarde in één van zijn rapporten voor de SPR dat hij getuige was van intelligenties uit het hiernamaals die door Mrs. Piper communiceerden met een aanwezige, terwijl Mrs. Piper bewusteloos was en tegelijkertijd schreef haar hand een totaal verschillende boodschap over een ander onderwerp aan Hodgson zelf.

Sceptici overtuigd
In het begin was er veel kritiek en twijfel over Mrs. Pipers mediumschap. Maar toen de informatie en boodschappen uit het hiernamaals zo gelijkblijvend en nauwkeurig bleven gedurende vele jaren, gaf uiteindelijk het op één na meest sceptische lid van de SPR, Richard Hodgson toe dat haar mediumschap echt was en hij erkende dat de informatie uit het hiernamaals kwam.
Er werd door het SPR-bestuur van Richard Hodgson verwacht dat hij Mrs. Piper in diskrediet zou brengen, zoals hij al had geprobeerd bij vele gevestigde mediums, waaronder Madam Blavatsky en Eusapia Palladino. Hij werd speciaal uitgekozen door de SPR om het mediumschap van Mrs. Piper in een vroeg stadium te onderzoeken. Voordat hij aan zijn onderzoek naar haar begon, verklaarde hij dat hij wel zou laten zien hoe zij in staat was om succesvol trucage te gebruiken, of zoals hij het zelf zei, hoe Mrs. Piper informatie verkreeg: "Voornamelijk door gewone manieren zoals informatie verkrijgen middels inlichtingen door bondgenoten."

Mrs. Piper volledig onderzocht
Hodgson was vastbesloten Mrs. Piper te ontmaskeren. Hij zette privé-detectives in om haar te volgen en om te rapporteren wie ze ontmoette als ze buitenshuis was, om haar post te onderscheppen en om afwijzende aanwezigen uit te nodigen die niemand kende, die al het mogelijke zouden doen om te bewijzen dat Mrs. Piper geen echt medium was.
Ondanks alle tegenwerking, alle obstructie en controles, bleef de ongelooflijk accurate informatie maar doorkomen bij Mrs. Piper. Toen argumenteerde Hodgson dat haar leider, Dr. Phinuit een aftreksel was van haar eigen geest. Hij beweerde dat omdat Dr. Phinuit niet kon vertellen wie hij was toen hij nog in deze wereld leefde, waarom hij niet echt kon zijn. Of omdat hij, omdat hij bepaalde vragen over filosofie niet kon beantwoorden, hij niet echt bestond. Of dat telepathie alles verklaarde. De strekking van deze argumenten is natuurlijk het volledig ontkennen van het leven na de dood.

De beperkingen van Hodgson
Het is duidelijk dat de bezwaren van Hodgson niet technisch gefundeerd waren. Schrijvers over paranormale verschijnselen, zelfs huidige, zijn allemaal te enthousiast om in het voordeel te schrijven van wat Hodgson beweerde over mediums. Maar deze schrijvers hebben herhaaldelijk:
- gefaald om aan te tonen dat hij onder grote druk stond van het bestuur van de SPR om iets tegen mediums te vinden
- gefaald om aan te tonen dat Hodgsons veronderstelling van fraude een opzettelijk, ongecontroleerde buiten de zaak staande negatieve en tussenliggende variabele is
- gefaald hebben om aan te tonen dat de plicht verschoof naar Hodgson om het bewijs dat Mrs. Piper produceerde voor het hiernamaals, technisch te weerleggen
- gefaald hebben om Hodgson te bekritiseren omdat hij geen wetenschappelijke methode heeft gebruikt om het bestaan van het hiernamaals te weerleggen
In zijn aanvankelijke bezwaren faalde Hodgson zelf om aan te tonen dat:
- zijn bewering over telepathie een gegronde bewering was
- Mrs. Piper het vermogen had om gedachten van mensen te lezen
- Mrs. Piper in staat was om gedachten te lezen terwijl ze bewusteloos was op een seance
- Mrs. Pipers telepathie rijkte tot aan diegenen die honderden mijlen weg waren van de seance terwijl ze bewusteloos was
- de nauwkeurige informatie niet kwam van intelligenties uit het hiernamaals
- de informatie rechtstreeks verzonden werd door een afsplitsing van haar geest.

Er was geen ontsnappen aan de vraag wie de last had het technische bewijs te leveren. De plicht was duidelijk aan Hodgson om te bewijzen dat zijn bezwaren gegrond waren. Maar hij kon niets bewijzen. Hij kon alleen maar de volgende woorden zeggen:
"Ik kan helemaal niets bewijzen... Ik kan fraude niet bewijzen, ik kan bedrog niet bewijzen, ik kan trucage van Mrs. Piper niet bewijzen; maar vertrouw mij, geloof niemand anders behalve mij, geloof alleen mij omdat ik alleen de waarheid heb over deze zaken en niemand anders."
Dit soort persoonlijke, bewust bevooroordeelde, ongegronde, dogmatische beweringen zijn niet de professionele manier om weerleggingen te presenteren. Toen niet en nu niet.

We weten dat Hodgson later zijn bezwaren zou intrekken, zijn verwerpingen, zijn arrogantie, zijn onverzoenlijkheid tegenover de acceptatie van paranormale verschijnselen en om met tegenzin toe te geven dat communicatie met geesten de enige verklaring was voor de samenhangende nauwkeurige informatie die hij en anderen ontvingen. Het was eigenlijk vrij absurd dat deze SPR-onderzoekers na voortdurend ontvangen van duidelijke en zeer nauwkeurige informatie over honderden verschillende zaken, nog beweerden dat het niet mogelijk was dat een intelligentie uit het hiernamaals de leider was van Mrs. Piper.
Veel mensen accepteerden het bewijs voor het hiernamaals omdat ze nauwkeurige informatie ontvingen, maar het kortzichtige, sceptische bestuur van de SPR accepteerde het niet. Hun strategie was dat als ze Mrs. Piper niet konden vernietigen of in diskrediet brengen, ze dan maar elke notie zouden vernietigen dat iemand uit het hiernamaals erbij betrokken was.

Het moet telepathie zijn!
Toen de kortzichtige sceptici niet in staat waren om Mrs. Piper in diskrediet te brengen, begonnen ze met een nieuwe aanval, verklarende dat Mrs. Piper terwijl ze in trance was, dat wil zeggen terwijl ze volledig bewusteloos was, ze de gedachten las van de aanzittenden en de gedachten van anderen die zich honderden mijlen van de plek bevonden waar de seance plaatsvond! Het is zeer bizar dat het sceptische bestuur van de SPR, zoals Hodgson en Frank Podmore, die telepathie nooit hebben geaccepteerd, zomaar hun houding veranderden en beweerden dat het wel telepathie moest zijn! Terwijl het bewijsmateriaal voor het hiernamaals dat Mrs. Piper gaf objectief, onfeilbaar en absoluut was.
Al meer dan 100 jaar en tot op de dag van vandaag ontkent het bestuur van de Society for Psychical Research dat telepathie of welke vorm dan ook van paranormale verschijnselen, bestaan! Ze verwierpen zelfs experimenten die werden uitgevoerd onder de toezicht van hun eigen leden waarbij de kans dat het resultaat zich door toeval voordeed 1 op de triljoen was. Zie de Creery experimenten naar telepathie. (Inglis 1977: 322-324)

Even tussendoor, het is zeer interessant om op te merken dat naar mijn weten de SPR-onderzoekers nooit bezwaar hebben gemaakt tegen de principes van de psychologie, die statistisch significant en commercieel acceptabel zijn verklaard op een zeer laag kansniveau van .05, dus 1 op 20 dat het resultaat toeval was. Maar als het over paranormale experimenten gaat zoals de Creery-kinderentelepathie, gebruiken de beoordelers van de SPR ineens een niet consistente standaard.

Een ongelooflijke test
De feiten over Mrs. Piper worden niet in twijfel getrokken. Verschillende auteurs erkennen dat Dr. Phinuit haar eerste leider was. Maar toen overleed George Pellow, een goede vriend van Hodgson plotseling; hij nam het leiderschap daarna over van Dr. Phinuit en manifesteerde zich door Mrs. Piper als ze in trance was. Hodgson was nu in de unieke positie zijn vriend duizenden vragen te stellen over hun relatie. Door de jaren heen beantwoordde George Pellow middels Mrs. Piper al zijn vragen juist.
Hodgson introduceerde meer dan 150 aanwezigen bij de seances met Mrs. Piper gedurende een aantal maanden. Dertig van deze personen hadden George Pellow gekend toen hij nog leefde, de anderen hadden hem nog nooit ontmoet. George Pellow was in staat om alle aanwezigen die hij had gekend, juist te identificeren. De meeste van hen praatten en haalden herinneringen op met George Pellow die door Mrs. Piper sprak alsof hij daar zelf in levende lijve zat. Zijn enige fout was dat hij een persoon die hij niet meer had ontmoet sinds ze een klein meisje was, onjuist indentificeerde.
Deze bijeenkomsten waren zo indrukwekkend, dat Richard Hodgson in detail in zijn rapport schreef waarom hij in zijn eerdere rapporten fout zat en dat hij nu onherroepelijk het bestaan van het hiernamaals accepteerde. Hij stelde dat hij had gecommuniceerd met intelligenties uit het hiernamaals en dat hij niet kon wachten om er zelf heen te gaan.

Wat gaf Hodgson toe over het mediumschap van Mrs. Piper?
Het hardnekkige scepticisme van Richard Hodgson leidde ertoe, dat hij een aantal van de meest afschuwelijke blunders in de historie van paranormaal onderzoek beging. Maar ze kwamen tot een einde door Mrs. Piper. Hij bevestigde het bestaan van het hiernamaals zeggende:
"... op het moment kan ik niet onderbouwen dat ik ook maar enige twijfel heb dat de leidende 'communicators' waarnaar ik heb verwezen in de voorgaande bladzijden, controleerbaar de persoonlijkheden zijn die ze beweren dat ze zijn en dat ze de verandering die wij dood noemen hebben overleefd, en dat ze rechtstreeks met ons levenden hebben gecommuniceerd door Mrs. Piper, terwijl haar organisme in trance was." (SPR Proceedings Vol 13, 1898, H 10)
Dit was wonderbaarlijk. Hier was iemand wiens eerdere onvolwassenheid, relatieve incompetentie en onervarenheid meehielpen om de geloofwaardigheid van twee internationale mediums, waarvoor hij niet de tijd had genomen om ze te onderzoeken, te vernietigen. Toen hij Mrs. Piper onderzocht, accepteerde hij het hiernamaals omdat het samenhangende, nauwkeurige bewijsmateriaal gedurende de jaren niet stopte. Hodgson was verslagen door een mentaal medium en hij wist het.
Het briljant begaafde Amerikaanse medium Mrs. Piper won keer op keer de gevechten tegen kortzichtige, vaak oneerlijke negatieve sceptici. De geschiedenis heeft deze zeer opwindende overwinning van echt mentaal mediumschap met communicatie met intelligenties uit het hiernamaals, gedocumenteerd.

Groten in de wetenschap vernederd
Sommige van de meest vooraanstaande wetenschappers en geleerden waren het na wetenschappelijk onderzoek naar het mediumschap van Mrs. Piper unaniem in uitdrukkelijke termen eens dat Mrs. Piper het bestaan van het hiernamaals had bewezen. De volgende citaten zijn genomen uit het autobiografische boek over paranormale verschijnselen van Nobelprijswinnaar Richet met de titel 'Our Sixth Sense' uit 1927:
Frederick Myers, één van de meest onderscheiden leden van de Society for Psychical Research verklaarde:
"Boodschappen werden mij gegeven en bepaalde omstandigheden wezen erop dat het onmogelijk was dat Mrs. Piper deze persoon kende." (Richet 1927: 128)
Sir Oliver Lodge, één van de grootste wetenschappers die deze wereld ooit heeft gekend verklaarde:
"Ik heb mezelf ervan verzekerd dat veel van de informatie die Mrs. Piper doorgaf terwijl ze in trance was, niet werd verkregen door gewone alledaagse methodes en ik sluit het gebruik van de gewone zintuigen uit." (Richet 1927: 128)
Professor William James uit de Verenigde Staten - één van de meest inspirerende en intellectuele reuzen van zijn tijd - was in het begin een hardnekkige scepticus en gaf toe dat:
"Ik ben ervan overtuigd dat Mrs. Piper, als ze in trance is, dingen weet waarvan het onmogelijk is dat ze dat zou kunnen weten als ze gewoon wakker was." (Richet 1927: 128)
Professor Hyslop uit de Verenigde Staten is een verstokte, kortzichtige scepticus die gedurende vele jaren antiparanormale propaganda verspreide, maar werd uiteindelijk overtuigd van de echtheid van het mediumschap van Mrs. Piper. Hij bekeerde zich net zoals Hodgson en accepteerde het leven na de dood.

Een fascinerend postscriptum
Een zeer interessant incident overviel Hodgson vlak nadat hij het leven na de dood accepteerde. Op een dag direct nadat hij had gesport, stierf Hodgson onverwacht op de betrekkelijk jonge leeftijd van 50 jaar. Kort daarna nam hij het leiderschap over van George Pellow als leider van Mrs. Piper. Hij gaf veel informatie over het hiernamaals en tot zijn verbazing kwam hij erachter dat sommigen niet accepteerden dat hij Hodgson was zoals hij beweerde. Professor James zei:
"Ja, misschien is het Hodgson die de informatie geeft, maar ik weet het niet zeker".
Hodgson liet zijn beperkingen en gebrek aan talent zien toen hij zijn beheersing verloor en in woede uit barstte, en te zeggen:
"Als ik Richard Hodgson niet ben, dan heeft Richard Hodgson nooit geleefd."

terug naar de Inhoud

10. Materialisatie mediumschap
"Het onbekende is gewoon het nog niet ontdekte."

Communicatie uit het hiernamaals
Materialisatie mediumschap zoals het tot recentelijk werd gepraktiseerd, maakt normaal gesproken gebruik van ectoplasma. Een witachtige 'damp' die uit het lichaam van het medium komt. Dit ectoplasma geeft intelligenties uit het hiernamaals de mogelijkheid om hun eigen vibraties te verlagen tot het fysieke, menselijke niveau. Als er genoeg ectoplasma is, kan een intelligentie uit het hiernamaals materialiseren en vast (tastbaar) worden. Huisdieren en geliefden die zijn overleden, worden herkenbaar en voelen aan als levende wezens. Er zijn zelfs wasimpressies van hun handen genomen die echte vingerafdrukken laten zien.
Materialisatie van overleden personen en dieren, levitaties, apports van bloemen, munten en andere objecten zowel als gedetailleerde en specifieke informatie van degenen die zijn overgegaan, zijn goed bewezen gebeurtenissen van fysiek mediumschap, dat altijd zeer zeldzaam is geweest. Er wordt geschat dat slechts 1 op 100.000 mensen de mogelijkheid heeft om deze gave te ontwikkelen en het kost normaal gesproken ongeveer 20 jaar van discipline en proberen om het te ontwikkelen. (Boddington 1992:10)

De bijna sadistische behandeling die fysieke mediums te verduren kregen van zogenaamde paranormale onderzoekers, is verantwoordelijk geweest voor het feit dat fysieke mediums in de late jaren 1930 ondergronds werden gedreven. Fysieke mediums in het Westen deden alleen maar zittingen met vrienden en familie achter gesloten deuren. (Boddington 1992: 10)
The Noah's Ark Society for Physical Mediumship [http://home.freeuk.net/noahsark/] is gevestigd in Engeland in 1990 en heeft 1700 leden en 150 ledenkringen wereldwijd. Het werd gesticht om een veilige plaats voor mediums te creëren en om ze te beschermen tegen wat de president van het genootschap noemt:
"Vroege pioniers van het fysieke mediumschap kregen een ruwe behandeling te voorduren van zogenaamde onderzoekers, die erop stonden mediums vast te binden, ze eisten eindeloze tests, en ze veroorzaakten ernstig fysiek letsel bij mediums door de wetten die paranormale verschijnselen beheersen, te overtreden." (Boddington 1992: 8)

Omdat ze niet kunnen geloven dat zulke dingen mogelijk zijn en doordat soortgelijke effecten ook door 'illusionisten' worden geproduceerd, nemen sceptici aan dat alle materialisaties en andere paranormale verschijnselen vals zijn en dat alle succesvolle materialisatie mediums 'illusionisten' zijn. In het verleden konden ze niet accepteren dat ectoplasma normaal gesproken wordt beïnvloed door licht en dat de meeste materialisatie mediums in volledige duisternis moesten werken.
Er zijn vele voorbeelden waarbij sceptici het licht probeerden aan te doen om het medium op heterdaad te betrappen, wat resulteerde in het gewond raken en zelfs de dood van materialisatie mediums, zie hoofdstuk 11. Hierin word beschreven hoe Helen Duncan, een zeer krachtig materialisatie medium, stierf een aantal weken nadat haar seance werd binnengevallen door geüniformeerde politie. [Voor andere voorbeelden waarbij materialisatie mediums gewond raakten toen de lichten plotseling werden aan gedaan tijdens een seance, zie Fodor 1934.]

Maar het feitenmateriaal - als het onpartijdig wordt onderzocht – bewijst, dat sommige hoogbegaafde mediums in staat waren om materialisaties te bewerkstelligen, doordat ze een overvloed aan ectoplasma hadden. Sceptici beweren dat ectoplasma niet bestaat en dat alle foto's ervan vals zijn. Ze zouden normaal gesproken door het medium worden geproduceerd doordat mediums een zeer dunne, witte stof in hun mond zouden doen en deze er tijdens de seance uit zouden laten komen. Ondanks het feit dat er ongetwijfeld valse mediums zijn geweest die dit probeerden, is er overvloedig bewijsmateriaal van topwetenschappers, waaronder een Nobelprijswinnende arts, dat ectoplasma echt is en dat het de basis is van veel onvoorstelbare paranormale verschijnselen.
Baron Von Schrenk-Notzing, een arts uit München, liet zien dat ectoplasma bestaat uit leukocyten, dat zijn witte of kleurloze bloedcellen en epitheliale cellen, deze zijn van de verschillende beschermende weefsels van het lichaam. Tijdens materialisatie wordt het uit het lichaam van het medium en de aanwezigen, onttrokken (Stemman, 1975:57).

Gewichtsverlies
Professor W.J. Crawford was een lector in mechanische bouwkunde aan de Queens Universiteit in Belfast, die lange en uitgebreide studies deed naar ectoplasma. Hij schreef drie klassieke boeken: De 'Reality of Psychic Phenomena' (1916), 'Experiments in Psychic Science' (1919) en 'The Psychic Structures in the Goligher Circle' (1921). Hij kwam erachter dat het gewicht van zijn medium tijdens een materialisatie daalde van 120 pond naar 66 pond.
George Meek (1987) ontdekte dat er een tijdelijk gewichtsverlies optrad tijdens een materialisatie seance van het medium en de aanwezigen doordat er een bepaalde stof aan hun lichamen werd onttrokken. In zijn eigen experimenten vond hij een gewichtsverlies van 27 pond, ongeveer 10 kilo, wat was verdeeld over het medium en de 15 artsen, psychologen en anderen waaruit het onderzoeksteam bestond. (Meek 1987:69)

Een andere bekende fysioloog die uitgebreid onderzoek deed op het gebied van ectoplasma was professor Charles Richet, fysioloog aan de Sorbonne in Parijs, Nobelprijswinnaar en lid van de prestigieuze Institute de France. Hij bedacht het nieuwe woord voor de substantie vanuit het Grieks, wat letterlijk 'naar buiten gebrachte substantie' betekent.
In de eerste fase van het ectoplasma kwam hij erachter dat het onzichtbaar en niet voelbaar was, maar dat het desondanks toch kon worden gefotografeerd door infrarode lampen en dat het kon worden gewogen. In de tweede fase wordt het of gasvormig of vloeibaar of vast, met een geur die wat lijkt op ozon. In de laatste fase, als het kan worden gezien en gevoeld, lijkt het op mousseline, en het voelt als een massa spinrag. Soms is het vochtig en koud, en in zeldzame gevallen droog en hard. De temperatuur is normaal gesproken rond de 40 graden Fahrenheit. (Butler 1947: 75)

De conclusie van Richet was: Er is voldoende bewijs dat experimentele materialisatie (middels ectoplasma) een definitieve plaats moet krijgen als een wetenschappelijk feit. We begrijpen het niet en het is zeer absurd, voor zover een waarheid absurd kan zijn. (Richet 1927: 112)
Professor Crawford kwam erachter dat alle fysieke manifestaties van zijn mediums, zoals het leviteren van tafels, het verplaatsen van objecten enz. bereikt werden door de ectoplastische constructie van stangen, stutten en hefbomen. In zijn boek 'Psychic Structures' laat hij foto's zien hoe ectoplasma gebruikt word om tafels te leviteren. Zijn deskundige mening als hoogleraar in mechanische bouwkunde was: Alle mechanische resultaten gaven zonder uitzondering de mechanica weer van een straal die aan één kant aan het lichaam van het medium zat en waarbij de andere kant in de seance-ruimte werd geprojecteerd. (Butler 1947: 78)

Eén van de belangrijkste eigenschappen van ectoplasma is dat sommige van zijn vormen extreem gevoelig zijn voor licht, zo erg zelfs dat zelfs het knipperen met een zaklantaarn de substantie met een kracht van knappend elastiek terug laat schieten in het lichaam van het medium. Kneuzingen, open wonden en bloeduitstortingen kunnen daarvan het resultaat zijn. Tijdens een seance van de British College of Psychic Science maakte één van de aanwezigen een plotselinge beweging toen hij werd aangeraakt door het ectoplasma; het medium, Mr. Evan Powell leed onmiddellijk aan een ernstige verwonding op zijn borst. (Butler 1947: 75)
Door de gevoeligheid voor licht moeten de meeste fysieke mediums in het donker of in infrarood licht werken. Er zijn trouwens een aantal noemenswaardige uitzonderingen.
Eén van de opwindende dingen van de Scole-experimenten (zie Hoofdstuk 5) was de ontwikkeling van een nieuwe soort energie die materialisaties toeliet zonder het gebruik van ectoplasma en het potentiële gevaar voor de mediums.
Hieronder en in het volgende hoofdstuk worden drie voorbeelden gegeven van bijzondere materialisatie mediums welke sceptici niet kunnen verwerpen.

Daniel Dunglas Home, een zeer begaafd medium
Home (zie foto) was een fysiek medium dat in Schotland werd geboren en opgroeide in de Verenigde Staten. Hij gaf seances voor zijn vrienden en bekenden in Engeland en Europa gedurende 20 jaar, van 1854 tot 1874. Hij weigerde betaling voor zijn diensten. In al die tijd werd hij nooit betrapt op bedrog ondanks het feit dat hij één van de bekendste personen in Europa was. Zijn seances werden bijgewoond door leden van de aristocratie, literaire grootheden en vooraanstaande wetenschappers zoals Alfred Russel Wallace, William Crookes en Francis Galton. Ook bekende goochelaars kwamen naar zijn seances, hopende dat ze hem konden betrappen op trucs; maar ze gingen allemaal teleurgesteld naar huis. (Inglis 1984: 20)
Het uitzonderlijke van Home was dat hij in staat was om in daglicht of gaslicht te werken en in huizen waar hij nog nooit was geweest. Onder deze omstandigheden was hij in staat om:
- klopgeluiden te produceren die in de hele kamer werden gehoord
- tafels in de lucht te laten zweven
- muziekinstrumenten uit zichzelf te laten spelen
- handen zonder lichaam te laten verschijnen; aanwezigen konden deze inspecteren, aanraken en schudden, maar als iemand de hand probeerde vast te houden smolten ze weg
- zichzelf en anderen te leviteren
- hete kolen in de handen te pakken zonder nare gevolgen.

Tegen het einde van zijn carrière werd Home gevraagd of hij zijn krachten wilde demonstreren in een laboratorium. In testen die werden uitgevoerd door Alexander Von Boutlerow in Rusland en William Crookes in Engeland was hij in staat om op afstand telekinetische effecten te produceren die gemeten konden worden met weegmachines. Voor meer informatie over Home zie Altered Dimensions [http://www.spartechsoftware.com/dimensions/mystical/DanielHome.htm].

Carmine Mirabelli, onomstotelijk bewijs
Een medium dat ongetwijfeld fantastische paranormale verschijnselen vertoonde, was Carmine Mirabelli uit Brazilië (1889-1950) (zie foto). Door hem konden wetenschappers uit vele delen van de wereld hun deskundige getuigenissen geven over paranormale verschijnselen, die tot op de dag van vandaag nog niet zijn weerlegd. Het is ook zeer onwaarschijnlijk dat ze ooit zullen worden weerlegd.
Er verscheen in 1927 in Brazilië een boek getiteld: 'O Medium Mirabelli', het bevatte een 74 pagina's tellend verslag van verschijnselen die zich voordeden bij daglicht, waarbij soms meer dan 60 getuigen aanwezig waren die de leidende wetenschappelijke en sociale kringen van Brazilië vertegenwoordigden. Onder degenen die hun namen gaven als getuigen waren de President van Brazilië, twee professoren in de geneeskunde, 72 doctoren, 12 technici, 36 advocaten, 89 ambtenaren, 25 militairen, 52 bankiers, 128 koopmannen en 22 tandartsen, alsook leden van religieuze ordes. (Zeitschrift fuer Parapsychologie 1927: 450-462)
De getuigenissen van zoveel prominente geloofwaardige getuigen kan niet makkelijk worden genegeerd en in Brazilië werd een comité opgericht van 20 personen, geleid door de president van Brazilië om getuigen te interviewen en te besluiten wat er moest worden gedaan om de krachten van Mirabelli wetenschappelijk te onderzoeken. Er werd in 1927 besloten om een serie van gecontroleerde onderzoeken te doen door de nieuw opgerichte Academia de Estudos Psychicos, met gebruik van dezelfde controles die Europese mediums ook ondergingen tijdens onderzoek.

De onderzoekers werden in drie groepen verdeeld. Eén groep behandelde het gesproken mediumschap en ze hadden 189 positieve zittingen (zittingen die positieve resultaten opleverden). Een tweede groep onderzocht het automatische schrift; ze hadden 85 positieve zittingen en 8 negatieve (zittingen die geen resultaten opleverden). Een derde groep onderzocht paranormale verschijnselen; ze hadden 63 positieve zittingen en 47 negatieve zittingen. Van de positieve zittingen werden er 40 bij daglicht gehouden en 23 bij helder kunstlicht, waarbij het medium op een stoel was vastgebonden in kamers die voor en na de zittingen werden doorzocht. (Inglis, 1984: 223)
Mirabelli had alleen basisonderwijs genoten en sprak alleen zijn moedertaal. Maar als hij in trance was spraken geesten door hem in 26 verschillende talen waaronder Duits, Frans, Nederlands, vier Italiaanse dialecten, Japans, Spaans, Russisch, Turks, Hebreeuws, Arabisch, West-Slavisch, Albanees, Syrio-Egyptisch en het oude Grieks.
Terwijl hij in trance was, communiceerden hoge geesten gesproken informatie door hem heen over moeilijke onderwerpen, die ver boven het begrip van het medium uitgingen. Hieronder vielen gesprekken over geneeskunde, jurisprudentie, sociologie, politieke economie, politiek, theologie, psychologie, geschiedenis, natuurwetenschappen, astronomie, filosofie, logica, muziek, spiritualisme, occultisme en literatuur. (Greber 1970: 236)

Als hij in trance was demonstreerde hij ook de kunst van het automatische schrift in 28 verschillende talen, waarbij hij schreef met een snelheid die normaal schrijversschap niet kan bereiken. Hij schreef in 15 minuten 5 pagina's in het Pools over 'De wederopstanding van Polen'; in 20 minuten schreef hij 9 pagina's in het West-Slavisch over 'De onafhankelijkheid van Tsjecho-Slowakije'; in 12 minuten schreef hij 4 pagina's in het Hebreeuws over 'Laster'; in 40 minuten schreef hij 25 pagina's in het Perzisch over 'De instabiliteit van de Grote Rijken'; in 15 minuten schreef hij 4 pagina's in het Latijn over 'Bekende vertalingen'; in 12 minuten schreef hij 5 pagina's in het Japans over 'De Russisch-Japanse oorlog'; in 22 minuten schreef hij 15 pagina's in het Syrisch over 'Allah en zijn profeten'; in 15 minuten schreef hij 8 pagina's in het Chinees over 'Een verontschuldiging voor Budha'; in 15 minuten schreef hij 8 pagina's in het Syrio-Egyptisch over 'De fundamenten van wetgeving'; in 32 minuten schreef hij 3 pagina's in hiërogliefen die nog niet zijn ontcijferd. (Johannes Greber 1970: 236)
Tijdens een seance in Sao Vicente waarbij velen aanwezig waren, kwam de stoel waarop Mirabelli in trance zat omhoog en zweefde twee meter boven de vloer in de lucht. Getuigen verklaarden dat de levitatie ongeveer 120 seconden duurde. Tijdens een ander voorval was Mirabelli bij het da Luz treinstation met een aantal metgezellen toen hij plotseling verdween. Na ongeveer 15 minuten kwam er een telefoontje uit Sao Vicente, een stadje dat 90 kilometer verderop lag, dat verklaarde dat hij exact twee minuten nadat hij verdwenen was in da Luz weer verscheen.

Materialisaties in vol daglicht
Tijdens een seance die werd uitgevoerd in de ochtend tijdens volledig daglicht in het laboratorium van het onderzoekscomité gebeurde er voor de ogen van veel belangrijke mensen waaronder tien mensen met een doctoraal in wetenschap, het volgende:
- de vorm van een klein meisje materialiseerde naast het medium
- Dr. Ganymede de Souza die erbij was, bevestigde dat het kind zijn dochter was die een paar maanden eerder was gestorven en dat ze de jurk aanhad waarin ze was begraven
- een andere observator, colonel Octavio Viana, nam het kind ook in zijn armen, voelde haar pols en stelde verscheidene vragen die ze met begrip beantwoorde
- er werden foto's gemaakt van de verschijning en deze werden deel van het rapport van het onderzoekscomité
- nadat ze 36 minuten lang zichtbaar was geweest bij daglicht, zweefde het kind de lucht in en verdween
- de vorm van Bisschop Jose de Camargo Barros, die vlak daarvoor stierf bij een scheepsongeluk, verscheen in volledige beroepskleding
- hij praatte met de aanwezigen en stond hen toe om zijn hart, zijn tandvlees, zijn buik, en zijn vingers te onderzoeken voordat hij weer verdween.

Tijdens een andere seance die plaatsvond in Santos om half drie in de middag, vond het volgende plaats voor de ogen van 60 getuigen die hun handtekening gaven voor het rapport van wat er gebeurde:
- de overleden Dr. Bezerra de Meneses, een vooraanstaande arts, materialiseerde
- hij sprak tot al de verzamelde getuigen om hen te verzekeren dat hij het was
- zijn stem werd in de hele zaal gehoord d.m.v. een megafoon
- er werden verscheidene foto's van hem genomen
- gedurende 15 minuten werd hij onderzocht door twee doctoren die hem hadden gekend en ze verklaarden dat hij anatomisch een normaal mens was
- hij schudde handen met de toeschouwers
- uiteindelijk zweefde hij de lucht in en begon te dematerialiseren, eerst verdwenen zijn voeten, daarna zij benen en buik, zijn borst en armen en als laatste zijn hoofd
- nadat de verschijning gedematerialiseerd was, zat Mirabelli nog steeds vastgebonden op zijn stoel en alle zegels waren nog intact op alle deuren en ramen
- de foto's die bij het rapport hoorden, lieten Mirabelli en de verschijning op dezelfde fotografische plaat zien

Tijdens een andere seance dematerialiseerde Mirabelli zelf onder gecontroleerde omstandigheden, waarna hij in een andere kamer werd teruggevonden. Dit terwijl de zegels op de deuren en ramen en op de stoel waarop hij was vastgebonden in de seancekamer, nog intact waren. (Inglis 1984: 226)
Voor degenen die getuige zijn van materialisaties is het één van de meest overtuigende bewijzen van het leven na de dood. Gedetailleerde artikelen van meer dan 30 bewezen materialisatie mediums kunnen worden gevonden op de website van de Noah's Ark Society for Physical Mediumship [http://www.noahsarksoc.fsnet.co.uk/ind2a.htm] en in Hoofdstuk 11.

terug naar de Inhoud

11. De kruiscorrespondenties
"Het meest overtuigende bewijs van een leven na de dood dat ooit op papier is gezet.'" Colin Wilson

Een terugkomend argument in paranormaal onderzoek is dat de informatie die door mediums wordt geproduceerd als bewijsmateriaal voor het hiernamaals, zou kunnen komen uit het eigen onderbewustzijn van het medium of door het lezen van de gedachten van de aanwezigen. Maar paranormaal onderzoek naar het onderwerp van de rol die het onderbewustzijn van het medium speelt is zeer succesvol geweest om te laten zien dat het onderbewustzijn bij echte mediums niets te maken heeft met de informatie die wordt gestuurd uit het hiernamaals. Ook telepathie van de aanwezigen naar het medium heeft er niets mee te maken.

De 'Myers kruiscorrespondenties' ('Myers Cross-Correspondences) zijn nu een klassiek bewijs voor overleven en hebben veel invloed en overtuigingskracht die talloze mensen helpt om het leven na de dood te accepteren.
Frederick W.H. Myers (zie links) was een Cambridge Classics geleerde en een schrijver aan het einde van de vorige eeuw. Hij was ook één van de pioniers die de Sociëteit voor Paranormaal Onderzoek (Society for Psychical Research ) oprichtte en was betrokken bij onderzoek naar het hiernamaals. Toen hij nog leefde was hij in het bijzonder geïnteresseerd om een manier te vinden om te bewijzen dat de informatie die door mediums werd doorgegeven niet uit hun onderbewustzijn kon komen.

De methode die hij bedacht was de 'kruiscorrespondenties' - een serie boodschappen naar verschillende mediums in verschillende delen van de wereld die op zichzelf geen betekenis hadden, maar als ze samen werden gevoegd zou de betekenis duidelijk worden. Hij vond samen met zijn medeleiders van de Sociëteit voor Paranormaal Onderzoek dat als zoiets kon worden bereikt, dit een hoog betrouwbaarheidsgehalte zou hebben alsmede een zeer goed bewijs voor het leven na de dood.
Nadat hij stierf in 1901 begonnen meer dan een dozijn mediums in verschillende landen series incomplete scripts te ontvangen d.m.v. het automatische schrift, die werden gesigneerd met Frederick Myers. Later werden er scripts ontvangen die werden ondertekend door zijn medeleiders van de Sociëteit voor Paranormaal Onderzoek, dit waren Professor Henry Sidgwick en Edmund Gurney. Dit gebeurde na het sterven van deze mensen.

De scripts gingen allemaal over onbekende klassieke onderwerpen en betekenden op zichzelf niets. Maar toen de mediums werden verteld om contact op te nemen met een centraal adres en de scripts werden verzameld, pasten ze bij elkaar als de stukjes van een puzzel. Alles bij elkaar zij er meer dan 3.000 scripts ontvangen in een periode van meer dan dertig jaar. Sommige van deze waren meer dan 40 getypte pagina's lang. Samen vormden ze 24 volumes en 12.000 bladzijden! Het onderzoek ging zolang door dat sommige onderzoekers zoals Professor Verrall stierven tijdens het onderzoek en zelf begonnen te communiceren.

De mediums die gebruikt werden door Myers en de anderen vanuit het hiernamaals waren geen professoren in klassieken. Ze waren niet hoog opgeleid en alle boodschappen die doorkwamen gingen hun eigen kennis en ervaring te boven. In één geval communiceerde het medium Mrs. Coombe-Tennant d.m.v. het automatische schrift met de geest van Professor Sidgwick en zijn hier levende collega G.W. Balfour over de lichaam-geest relatie, epiphenomenalisme en interactionisme. Ze klaagde bitter dat ze geen idee had waar ze het over hadden en verloor haar geduld over het feit dat er van haar gevraagd werd om zulke moeilijke dingen door te geven.
Myers zei dat het extreem moeilijk was om boodschappen door te geven vanuit de geesteswereld naar de mediums. Hij beschrijft het als:
"... staande achter een stuk bevroren glas die het zicht verwaast en het geluid smoort terwijl je zwak dicteert aan een niet meewerkende secretaresse die traag van begrip is." (Wilson 1987: 176).

De informatie die doorkwam tijdens het Myers-experiment was zo nauwkeurig dat het de leden van de Sociëteit voor Paranormaal Onderzoek versteld deed staan. Op een gegeven moment huurden degenen die onderzoek deden naar de Myers kruiscorrespondenties privé detectives in om Mrs. Piper, één van de mediums die erbij betrokken was, onder surveillance te plaatsen. Haar post werd bekeken, ze werd gevolgd, haar vrienden en bekenden werden ondervraagd. Alle onderzoeken bewezen haar onschuld aan fraude of samenzwering of trucage.

Het bewijs is absoluut! Alle originele documenten zijn bewaard en gesorteerd en er zijn minstens acht kopieën van in omloop voor onderzoekers om te bestuderen. Voor diegenen die het initiatief hebben om onderzoek te doen is er voldoende informatie beschikbaar. En wat betreft de onderzoeker van de Myers kruiscorrespondenties, de informatie is uitdagend, de beloning is duidelijk bewijs voor een leven na de dood.

Eén persoon die de tijd nam om de kruiscorrespondenties uitgebreid te bestuderen was de voormalige seculaire-humanist Colin Brookes-Smith. Na onderzoek verklaarde hij in de Journal of the Society for Psychical Research dat het overleven van de dood nu bekeken dient te worden als een voldoende goed bewezen feit dat niet kan worden ontkend door ieder redelijk persoon. Verder argumenteerde hij dat deze conclusie niet in de onbekendheid van onderzoekverslagen moest blijven, maar dat het als volgt aan het publiek gepresenteerd moest worden: een zeer belangrijke wetenschappelijke conclusie van groot belang voor de mensheid. (Murphet 1990: 64)

Een ander zeer overtuigend stuk bewijs voor het leven na de dood kwam van één van de mediums die een gedeelte van de Myers kruiscorrespondenties ontving. Na haar dood in 1956 op 81 jarige leeftijd stuurde Mrs. Coombe-Tennant, onder haar schrijversalias Mrs. Willett, een lang en gedetailleerd boek door over haar persoonlijke herinneringen welke ongelooflijke details gaf over haar leven. Dit gebeurde door het medium Geraldine Cummins welke haar of haar kinderen nog nooit had ontmoet. Het werd uitgegeven als Swan on a Black Sea. De Willett scripts zoals ze ook wel worden genoemd wordt door velen, waaronder Colin Wilson, beschouwd als:
"Het meest overtuigende bewijs van de realiteit van het leven na de dood dat ooit op papier is gezet." (Wilson 1987:183).

Colin Wilson, zelf een voormalige scepticus en nu schrijver met een internationale reputatie heeft het onderzocht. Hij schreef:
"Bekeken als een geheel vallen de kruiscorrespondenties en de Willett scripts onder het meest overtuigende bewijs dat er op dit moment bestaat voor het leven na de dood. Voor iedereen die bereid is om ze wekenlang te bestuderen, bewijzen ze zonder enige twijfel dat Myers, Gurney en Sidgwick doorgingen met communiceren na hun dood." (Wilson 1987: 179)

De Myers kruiscorrespondenties hebben succesvol laten zien d.m.v. wetenschappelijke methoden, dat datgene wat is doorgegeven aan het medium, niet uit zijn/haar onderbewustzijn kwam.
Interessant genoeg zijn er in het Scole-experiment (zie hoofdstuk 5) een aantal aanwijzingen en puzzels die waren opgezet door de communicerende entiteiten en die gerelateerd waren aan het leven en het werk van Frederick Myers - dit suggereerde aan de onderzoekers dat het Scole-experiment een voortgang is van de kruiscorrespondenties (zie het boek van Grant en Jane Solomon 'The Scole Experiment').

terug naar de Inhoud

12. Uittreden (buitenlichamelijke ervaringen)
"De grootste illusie is dat mensen beperkingen hebben." Robert A. Monroe

De buitenlichamelijke ervaring of BLE komt voor wanneer het onzichtbare etherische dubbellichaam van een persoon welke ook het astrale - of etherische lichaam wordt genoemd in staat is om in vol bewustzijn uit het fysieke lichaam te treden. Daarom word het ook wel 'astrale projectie' genoemd. De meeste mensen hebben geen enkele controle over hun BLE, het gebeurt gewoon. Iemand die dit ervaart, hoeft niet ziek te zijn of bijna dood. Ze weten dat de oorzaak dat ze terugkeren naar hun fysieke lichaam is, doordat ze nog steeds zijn verbonden met dit lichaam met een zilveren koord. Wanneer het zilveren koord onherstelbaar scheurt, kan het dubbellichaam verder leven in de volgende wereld.

De BLE is historisch en er word al meer dan 20 eeuwen melding van gemaakt over de hele wereld.
Als eerste, hier wat historische BLE's (kort):
- de oude Egyptenaren beschreven de BLE en het astrale lichaam welke zij 'ba' noemden
- mythische inwijdingsrituelen in de Mithrasmysteriën maakten gebruik van BLE's
- Plato herinnerde zich de BLE van Er in zijn 'De Republiek'
- Socrates, Plinus en Plotonius beschreven buitenlichamelijke ervaringen
- Plotonius schreef over het feit dat hij vaak uit zijn lichaam werd getild
- Plutarchus beschreef een BLE die Aridanaeus in 79 voor Christus had
- het Tibetaanse Dodenboek beschrijft een dubbellichaam, de zogenaamde 'Bardo Body', welke uit het fysieke lichaam stijgt
- het Mahayana Boeddhisme erkent het bestaan van het dubbellichaam
- de oude Chinezen zeiden dat ze een BLE konden ervaren na meditatie
- sommige sjamaans zeggen dat ze een BLE kunnen oproepen wanneer ze willen
- vroegere missionarissen die naar Afrika en Amerika gingen, waren verbijsterd over hoe de plaatselijke stammen zo'n gedetailleerde kennis konden hebben van alles dat gebeurde in een radius van honderden kilometers. (see Inglis 1977: 30-35)

Een aantal vroege systematische onderzoeken (kort):
- Yram, geboren als Marcel Louis Fohan, (1884-1917), hield zijn eigen BLE's systematisch bij - zie zijn boek Practical Astral Travel (or projection)
- Sylvan Muldoon, uit de VS schreef samen met Hereward Carrington over zijn jarenlange BLE-ervaringen. (1915-1950) Zijn boek The Projection of the Astral Body werd voor het eerst gepubliceerd in 1919
- Oliver Fox uit Engeland hield zijn BLE's bij in zijn boek Astral Projection (1920)
- J.H.M Whiteman beweerde in zijn boek The Mystical Life (1961) dat hij meer dan 2000 astrale projecties had gehad
- een enquête die gehouden werd in 1954 aan de Duke Universiteit Afdeling Sociologie wees uit dat 27.1% van de studenten wel eens een BLE had gehad
- twee onderzoeken uitgevoerd door Celia Green in Britse Universiteiten in 1976 lieten zien dat 19% en 34% BLE's had ervaren (Green 1967 en 1975)
- onderzoeken door John Palmer en M Dennis uit 1975 lieten zien dat 25% van de studenten en 14% van de inwoners van Charlottesville beweerde wel eens een BLE te hebben gehad

De overeenstemmingen van BLE's
Dr. Dean Sheils analyseerde meer dan duizend studies naar BLE's in zeventig niet-westerse culturen. Zijn resultaten lieten zien dat terwijl er verwacht werd dat er significante variaties in de ervaring zouden zitten, er absolute overeenstemming in zat. Dr. Sheils zei dat de resultaten zo algemeen waren dat het fenomeen wel echt moest zijn. (Lazarus 1993: 167)
Veel van de literaire groten van zijn eeuw verklaarden publiekelijk dat ze een BLE hadden ervaren: Ernest Hemingway, Dostoevsky, Tennyson, Edgar Allan Poe, D H Lawrence, Virginia Woolf (Lazarus 1993:166).

Zevenhonderd zaken
Een zeer vooraanstaande wetenschapper, Dr. Robert Crookall analyseerde meer dan zevenhonderd rapportages van BLE's. Hij kwam erachter dat 81% van degenen die dit hadden ervaren een sterke overtuiging hadden van het leven na de dood welke ze aan hun persoonlijke ervaringen te danken hadden. Wat Crookall, een grondige wetenschapper, verbijsterde, was de samenhang van de rapportages van BLE's die vanuit de hele wereld binnenkwamen met bijna dood-ervaringen en communicatie die kwam van hoge, verbonden mediums (Crookall 1970).

Astraal lichaam geobserveerd tijdens exterialisatie (uittreden)
The Society for Psychical Research heeft een groot aantal gerapporteerde BLE's in haar bestand. Een van de meest interessante was die van een persoon die uit zijn lichaam was getreden en echt gezien werd alsof hij in zijn fysieke lichaam zat, door een andere persoon:
Mr. Landau rapporteerde dat zijn toekomstige vrouw hem in 1955 vertelde van haar BLE's. Op een nacht gaf hij haar zijn dagboek en vroeg haar dit te bewegen tijdens haar volgende BLE. De volgende morgen vroeg zag hij haar verschijning die achteruit weg liep. Hij keek terwijl hij de verschijning zag verdwijnen in het slapende lichaam van zijn vrouw in bed. Toen hij in zijn kamer terugkwam, vond hij haar rubberen speelgoedhondje dat hij het laatst had gezien op een ladekast, naast haar bed. Toen ze ernaar werd gevraagd, verklaarde ze dat ze zich niet op haar gemak had gevoeld om het dagboek te verplaatsen omdat ze haar als kind hadden geleerd om niet aan andermans dagboeken of brieven te komen (Landau 1963: 126-128).

Alex Tanous
In de Verenigde Staten besteden Karlis Osis en Boneita Perskari jarenlang wetenschappelijk onderzoek met hun zeer goede proefpersoon Alex Tanous. Ze waren in staat om significante resultaten te behalen. Bij één test reisde Alex astraal mijlen weg naar een kantoor om te zien wat er op de tafel lag, om dat daarna te vertellen. Tanous wist niet dat er in dat kantoor een helderziende (Christine Whiting) wachtte om te kijken of ze iemand kon zien komen. Met haar helderziendheid kon ze Tanous zien komen en ze beschreef in detail de kleren die Tanous aanhad. (Williams 1989: 35-36)
Als je meer wilt weten over het werk van de begaafde Alex Tanous, zie dan Alex Tanous Foundation for Scientific Research

Dingen zien die normaal niet zichtbaar zijn
Sir Oliver Oyston, een vaak onderscheiden Britse soldaat, kreeg een BLE toen hij heel ziek in het ziekenhuis lag met tyfus gedurende de Boerenoorlog. Zijn astrale lichaam, volledig bewust van de omgeving, zweefde en ging door muren heen waar een jonge arts die helse pijnen had van tyfus zijn aandacht trok. De volgende dag vertelde Sir Oliver de medische staf in detail wat er was gebeurd. De medische staf bevestigde later alles wat hij hun had verteld.
Professor Kimberly Clark van de Universiteit van Washington rapporteerde een zaak die nu internationaal bekend is, waarbij een vrouwelijke patiënte die een hartaanval had in het ziekenhuis een BLE kreeg. Haar onzichtbare dubbellichaam ondernam een astrale reis naar de hogere verdiepingen waar ze een oude tennisschoen zag liggen. Toen ze weer bijkwam vertelde ze alles aan de professor en deze ging kijken of het klopte. Alles wat ze had gezegd, klopte tot in het kleinste detail, zelfs het merk van de tennisschoen.
Dr Elisabeth Kübler-Ross verklaarde dat ze in haar onderzoek een aantal keren blinde patiënten tegenkwam welke in staat waren om bepaalde dingen te zien gedurende hun BLE welke later bevestigd werden. (Kübler-Ross 1997:175)

Enkele gecontroleerde experimenten
Dankzij de medewerking van enkele begaafde mensen die BLE's ervoeren, kwam het fenomeen in de aandacht van de wetenschap.
- Nederlandse wetenschappers slaagden erin om het fysieke lichaam te wegen, voor, tijdens en na uittreding (BLE). Ze vonden een gewichtsverlies van 2 ¼ ons gedurende de uittreding (Carrington, 1973)
- Franse onderzoekers waaronder Professor Richet, lieten vele jaren het astrale lichaam materiële objecten bewegen, tikgeluiden maken op afstand en fotografische platen en calciumschermen beïnvloeden. Ze fotografeerden uittreding
- andere onderzoekers waaronder Robert Morris van de Psychical Foundation van North Carolina besteden twee jaar aan het onderzoeken van BLE's. Een vrijwillige proefpersoon Keith 'Blue' Harary, welke beweerde BLE's te hebben gehad sinds zijn jeugd, was in staat om te gaan liggen in een gesloten loboratoriumruimte en zichzelf naar een huis te bewegen dat twintig meter weg lag. Terwijl hij daar was kon hij brieven lezen en nauwkeurig rapporteren over welke onderzoekers daar zaten en waar ze zaten.

Robert Monroe
In 1965 voerde Dr. Charles Tart, een psychiater aan de Universiteit van California, gecontroleerde experimenten uit met Robert Monroe, een hoog begaafd BLE'er. Voor gedetailleerde wetenschappelijke verslagen van dit onderzoek zie Charles Tart's homepage.
Robert Monroe, een voormalig directeur van Mutual Broadcasting Corporation was directeur van twee corporaties die actief waren in kabeltelevisie en elektronica. Hij produceerde meer dan 600 televisie programma's. Tijdens de jaren van zijn BLE's had hij nog steeds een actief zakenleven en familieleven. Hij stierf in 1995.

BLE'ers en het hiernamaals
Monroe schreef meer dan drie boeken waarbij hij uitvoerige details gaf over zijn BLE's. Hij beschreef in wat hij noemde: 'Locale I' en 'Locale II' de overeenkomstigheden uit de occulte literatuur zoals buiten het lichaam zweven binnen de bekende fysieke omgeving. Net zoals Swedenborg had hij het ook over reizen naar de astrale werelden van hemel en hel, compleet met geesten en gedachtevormen.
Monroe stichtte een nonprofit instituut 'The Monroe Institute' welke tienduizenden mensen, zowel inwoners als veraf wonenden leren om uitredingen te maken. Zijn programma was zo bruikbaar dat het Amerikaanse leger het aannam als deel van de standaardtraining van mensen die op afstand kunnen zien (zie hoofdstuk 17).

terug naar de Inhoud

13. Wetenschap en de bijna-doodervaring (BDE)
"Er bestaat geen twijfel over het feit dat BDE's (bijna-doodervaringen) voorkomen in alle culturen en in alle periodes van de geschiedenis. De BDE komt voor bij jong en oud, bij mensen van allerlei afkomsten, bij zowel degenen die een spirituele achtergrond hebben als bij mensen die geen enkel geloof hebben. Er zijn veel voorbeelden van mensen die een BDE hebben gehad terwijl ze op dat moment niet eens wisten dat die bestonden." Dr. Peter Fenwick

De bijna-doodervaring (BDE) is een sterk argument voor het bestaan van het leven na de dood. Doordat de medische technieken om iemand die op het randje van de dood balanceert weer terug te brengen, sterk zijn verbeterd, zijn er ook steeds meer mensen die dit meemaken. Ze kwamen terug van het randje van de klinische dood. Een aantal van hen herinnert zich een intense, zeer belangrijke en zinvolle ervaring, waarbij ze leefden en functioneerden buiten hun lichaam. Voor velen is een BDE een zeer krachtige emotionele en spirituele ervaring.

Het bewijs voor BDE's is samenhangend, overtuigend en zij is door velen ervaren. Het is ook samenhangend met bewijs voor andere paranormale verschijnselen - BLE's (Buiten Lichamelijke Ervaringen), met de informatie die komt van mentale mediums en fysieke mediums, en met (geest)verschijningen. De beter geïnformeerde kortzichtige sceptici erkennen nu dat er geen twijfel bestaat over de echtheid van een BDE, de vraag is alleen wat het betekent.

Helderzienden zeggen dat in een crisissituatie, waarbij de dood onvermijdelijk is of wordt ervaren als onvermijdelijk, het dubbellichaam van het fysieke lichaam - ook wel astrale of etherische lichaam genoemd - loskomt van het lichaam om de eerste fase van het leven na de dood te ervaren. Als de dood niet intreedt, herneemt het dubbellichaam zijn plaats in het fysieke lichaam. Studies hebben aangetoond dat BDE's voorkwamen als gevolg van ziektes, operaties, bevalling, ongeluk, hartaanval en poging tot zelfmoord.

Sceptici zeggen dat een dubbellichaam niet bestaat en dat de ervaringen die mensen hebben alleen te maken hebben met problemen in het fysieke lichaam zelf - het zit allemaal 'tussen de oren'.
Een pionier op dit gebied was Dr. Raymond Moody Jr., deze begon zijn werk als een scepticus. Zijn eerste boek 'Life after Life' dat in 1975 verscheen, wordt beschouwd als een klassiek werk dat dit onderzoeksgebied openende voor modern onderzoek. Dit boek werd gevolgd door twee andere boeken die verschenen in 1983 en 1988.
Sinds 1975 zijn er veel studies geweest in verschillende landen - zo veel zelfs dat er nu verschillende internationale associaties en journaals zijn voor het onderzoek naar BDE. Cherie Sutherland's buitengewone boek (Australië, 1992) bevat een geselecteerde bibliografie van meer dan 150 rapporten van wetenschappers die onderzoek hebben gedaan op dit gebied.

Vijftien overeenkomsten
Moody vond duidelijke overeenkomsten in de verklaringen van 150 mensen die deze ervaringen hebben gehad - zo veel zelfs dat hij in staat was om vijftien verschillende elementen te beschrijven die keer op keer terugkomen in deze verklaringen. Hij beschreef een typische BDE-ervaring die al deze elementen in zich had:
- Een man is stervende en op het moment dat hij in de grootste lichamelijke stress terechtkomt, hoort hij dat de dokter hem dood verklaart.
- Hij hoort een ongemakkelijk geluid, luid ringen of zoemen en op dat moment voelt hij dat hij heel snel door een lange donkere tunnel beweegt.
- Aan het einde is hij uit zijn fysieke lichaam, maar nog wel in de onmiddellijke nabijheid ervan, en hij kan zijn eigen lichaam zien van een afstandje alsof hij een toeschouwer is.
- Hij ziet de reanimatiepogingen vanuit dit zeer ongebruikelijke standpunt en is in een staat van emotionele opwinding.
- Na een tijdje komt hij weer een beetje tot zichzelf en raakt hij wat meer gewend aan deze nieuwe staat.
- Hij merkt dat hij nog steeds een lichaam heeft, maar wel van heel andere aard met heel andere krachten dan het fysieke lichaam dat hij heeft achtergelaten.
- Er beginnen andere dingen te gebeuren. Er komen anderen om hem te ontmoeten en te helpen.
- Hij ziet de geesten van familieleden, kennissen en vrienden die voor hem zijn gestorven,
- en hij voelt een liefde, een warmte uitstralende geest van een soort zoals hij die nog nooit heeft meegemaakt en een wezen van licht verschijnt voor hem.
- Dit wezen vraagt hem iets, zonder woorden, om zijn leven te evalueren en helpt hem door panoramische beelden van gebeurtenissen uit zijn leven te laten zien.
- Op een gegeven moment komt hij op een punt waarbij hij een grens bereikt, die klaarblijkelijk de grens is tussen het aardse en het volgende leven.
- Maar hij komt er achter dat hij terug moet gaan naar de aarde omdat zijn tijd nog niet is gekomen.
- Op dit moment verzet hij zich, omdat hij helemaal is opgenomen door deze ervaring in het leven na de dood en hij wil niet terug.
- Hij is overweldigd door intense gevoelens van blijdschap, liefde en vrede. Ondanks zijn verzet komt hij weer terug in zijn fysieke lichaam en leeft verder op aarde.
- Later probeert hij het aan anderen te vertellen, maar hij heeft er veel moeite mee. In de eerste plaats kan hij geen menselijke woorden vinden die deze onaardse ervaringen goed beschrijven. Hij komt erachter dat anderen het moeilijk vinden het te begrijpen en hij stopt met het vertellen aan anderen.
- Maar de ervaringen beïnvloeden zijn leven ingrijpend, vooral door de nieuwe kijk op de dood in relatie tot het leven op aarde. (Moody 1975: 21-23).

Dr. Kenneth Ring, die een studie naar BDE's publiceerde in 1980, bevestigd Dr. Moody's bevindingen, maar kwam erachter dat mensen in fases door de ervaringen gingen en dat een groot aantal mensen alleen de eerste fase(s) ervoeren.
Andere studies door Karlis Osis en Erlendur Haraldsson (1977), Michael Sabom en Sarah Kreutziger (1976), Elisabeth Kübler-Ross (1983), Craig Lundahl (1981), en Bruce Greyson en Ian Stevenson (1980) beschreven allemaal dezelfde soort ervaringen.

Zien buiten bewustzijn
Dr. Sabom, een cardioloog uit Georgia, interviewde 100 patiënten in het ziekenhuis die de dood op het nippertje waren ontglipt. Van deze mensen vertelde 61% dat ze een klassieke BDE ervoeren van het type zoals beschreven door Moody in 1975.
Veel van de patiënten die in leven werden gehouden waren in staat om met veel technische details te beschrijven wat er gebeurde in de OK (operatiekamer) gedurende de tijd waarvan werd gedacht dat ze bewusteloos of dood waren. Dr. Sabom onderzocht de hypothese dat de patiënten gewoon hun creatieve fantasie gebruikten, of kennis die ze onbewust hadden opgepikt door eerdere ervaring met opnames in het ziekenhuis.
Hij interviewde een groep chronische hartpatiënten die geen BDE hebben gehad en vroeg ze om zich voor te stellen dat een medisch team iemand met een hartaanval probeerde bij te brengen en om met zo veel mogelijk details de stappen die werden ondernomen te beschrijven. Tot zijn verbazing beschreef 80% de stappen of procedures verkeerd. Van de groep die beweerde dat ze hun eigen reanimatie hadden gezien terwijl ze uit hun lichaam waren, maakte niemand een fout over de procedure en de stappen die werden genomen. (Sabom 1980: 120-121).

Een gedeelde ervaring
Er zijn nu letterlijk miljoenen mensen over de hele wereld die een BDE hebben meegemaakt. Een groot Amerikaans onderzoek door George Gallup Junior rapporteerde dat 8 miljoen Amerikanen, dat is ongeveer 5% van de volwassen populatie, een dergelijke ervaring had gehad. (Gallup 1982) Een Australisch onderzoek in 1989 door Allan Kellehear en Patrick Heaven wees uit dat 10% van 179 mensen beweerden dat ze minstens 5 typische elementen van een BDE ervoeren.
Studies op zeer verschillende geografische locaties gaven verbazingwekkend overeenkomstige resultaten: Margot Grey's studie naar BDE's in Engeland (Grey 1985); Paola Giovetti's studie in Italië (Giovetti 1982); Dorothy Counts' studie in Melanesia (Counts 1983); Satwant Pasricha en Ian Stevenson (1986) studie in India. Er komen steeds meer studies vanuit verschillende landen op een regelmatige basis, en historische voorbeelden laten zien dat de BDE verbazend samenhangend is gebleven in de geschiedenis (zie het voorbeeld van Er's BDE, beschreven door Plato in De Republiek).
Maar terwijl deze ervaringen gedurende de hele geschiedenis voorkwamen, is het in de westerse cultuur pas sinds 20 jaar dat mensen zich vrij voelen om erover te praten, alsmede over de invloed die deze ervaringen op hun leven hebben gehad.

Terugkomen met onverklaarde informatie
Er zijn veel verklaringen van mensen die terugkomen na een BDE met feitelijke informatie waarvan ze geen eerdere kennis hadden. Hieronder vallen zaken als in staat zijn om voorouders aan te wijzen van foto's, kennis hebben van baby's die stierven voordat ze zelf werden geboren, kennis hebben van familiegeheimen enz. Anderen waren in staat om informatie te documenteren die ze kregen over gebeurtenissen in de toekomst. (Zie bijv. Eadie 1992, Brinkley 1994 en Atwater 2000:204)

Gemeenschappelijke nawerking
Volgens de Internationale Associatie voor BDE-studies beweert 80% van de mensen die een BDE hebben ervaren, dat hun leven voor altijd veranderd is. Ze ervaren specifieke psychologische en fysiologische verschillen op grote schaal die grote aanpassingsmoeilijkheden kan veroorzaken gedurende, gemiddeld, zeven jaar, maar vooral gedurende de eerste drie jaar. Dit geldt voor zowel kinderen, tieners als volwassenen die een dergelijke ervaring hebben gehad.
Deze afterlife-effecten worden gedeeld door mensen, waaronder kinderen, die intense ervaringen hadden met levendige dromen, of gedurende meditatie, of mensen die de dood op het nippertje ontsnapten.
Cherie Sutherland, een Australische onderzoeker, interviewde 50 BDE-overlevenden grondig en kwam erachter dat de effecten op de levens van deze overlevenden verbazend samenhangend waren en behoorlijk verschillend van de effecten van drugs of chemisch opgeroepen hallucinaties. Ze beschreef veel effecten die zijn gevonden door andere studies zoals bijv. Ring (1980 en 1984) Atwater (1988). Hieronder vielen:
- een universeel geloof in het leven na de dood
- een groot gedeelte (80%) gelooft nu in reïncarnatie
- een totale afwezigheid van angst voor de dood
- een grote verschuiving van georganiseerde religie naar persoonlijke spirituele ontwikkeling
- een statistisch gezien significante toename van paranormale gevoeligheid
- een positievere kijk op zichzelf en anderen
- een toegenomen verlangen naar alleen zijn
- een toegenomen gevoel van een doel hebben
- een gebrek aan belangstelling voor materieel geluk gekoppeld aan een toename in spirituele groei
- vijftig procent ervoer moeilijkheden in naaste relaties als gevolg van hun veranderde prioriteiten
- een groter gezondheidsbewustzijn
- de meesten dronken minder alcohol
- bijna iedereen stopte met roken
- de meesten stopten met medicijnen
- de meesten keken minder televisie
- de meesten lazen minder vaak de krant
- toegenomen belangstelling voor alternatieve geneeswijzen
- toegenomen belangstelling in leren en zelfontwikkeling
- vijfenzeventig procent ervoer een grote verandering in de loopbaan, waarbij ze meer naar gebieden toegroeiden waarbij ze andere mensen hielpen

Overlevenden worden paranormaal gevoeliger
Een onafhankelijke Amerikaanse studie door Dr. Melvin Morse liet zien dat BDE-overlevenden drie keer zoveel verifieerbare paranormale verschijnselen meemaken dan de massa. Ze waren vaak niet in staat om horloges te dragen en vaak hadden ze problemen met elektriciteit zoals laptops laten kortsluiten en pinpassen wissen (Morse 1992). Hij kwam er ook achter dat volwassenen die BDE's hadden gehad meer geld uitgaven aan goede doelen, en dat de kans groter was dat ze vrijwilligerswerk gingen doen voor de gemeenschap, vaker helpende beroepen gingen uitoefenen, geen last hadden van drugsgebruik en meer groenten en vers fruit aten dan de controle groep (Morse 1992).
Voor meer details en voor hulp bij het verwerken van dergelijke ervaringen, neem contact op met de International Association for Near Death Studies [http://www.iands.org/aftereffects.html].

Alternatieve verklaringen
Natuurlijk kan de BDE niet zomaar klakkeloos worden aangenomen zonder alternatieve verklaringen te onderzoeken. Is het allemaal verzonnen?
Zoals in bovenstaande al werd verklaard, diegenen die de BDE onderzocht hebben - wetenschappers, doctoren, psychologen, andere onderzoekers en sceptici - beweren nu allemaal met absolute zekerheid dat de BDE bestaat!
Sommige onbevooroordeelde cardiologen namen aan dat de BDE niet bestond, maar later veranderden ze van gedachten. Michael Sabom, de cardioloog die hierboven werd vermeld, gaf toe dat hij voor zijn onderzoek zeker was van het feit dat BDE's bewuste vormsels waren van degenen die het rapporteerden of degenen die erover schreven. Maar, toen hij eenmaal begon met zijn onderzoek was hij totaal ondersteboven van de echtheid van het verschijnsel.
Een cardioloog die in de eerste instantie sceptisch was, was Maurice Rawlings. Hij verklaarde in zijn boek 'Beyond Death's Door' (1978), dat hij altijd geloofde dat de dood een totale uitsterving was, totdat op een dag een 48-jarige postbode dood neerviel voor de deur van zijn kantoor. Toen hij begon met reanimeren begon de patiënt te schreeuwen: "I'm in Hell! Keep me out of Hell!" Eerst zei Rawlings tegen hem: "Keep your hell to yourself - I'm busy trying to save your life", maar langzaamaan werd hij overtuigd door de pure angst van de man waarmee hij bezig was. De ervaring was zo overtuigend en traumatisch, dat Dr. Rawlings er een boek over schreef. Als je de woorden van een zeer geloofwaardige en zeer hoog gekwalificeerde cardioloog accepteert, veranderde zijn hele leven na deze ervaring.
Beangstigende en helachtige BDE's zijn vrij algemeen en zijn het onderwerp geweest van een diepte-onderzoek van Bruce Greyson, een dokter en Nancy Evans Bush, een zuster. Zie Understanding and Coping with a Frightening Near-Death Experience [http://www.iands.org/scary.html#talkto].

De pharmalogische verklaring?
Sommigen beweren dat BDE's worden veroorzaakt door drugs die worden toegediend aan de patiënt gedurende een crisis situatie. Drugs zoals ketamine en morfine worden genoemd. Moody onderzocht deze hypothese en verwierp hem. (Moody 1975: 160-161) Dit kwam doordat veel patiënten die een BDE hadden geen drugs kregen toegediend, en omdat visioenen die door drugs werden veroorzaakt aanmerkelijk verschilden van echte BDE's wat betreft inhoud en intensiteit en deze hadden geen lange termijn gevolgen.
Sommige onderzoekers waaronder R.K. Siegel meldden dat sommige mensen die hallucinogene drugs namen zoals LSD, een soort van BDE ervoeren. Maar de ervaring is dat er een duidelijk verschil is tussen het effect van LSD en een BDE. Moody en anderen hebben dit uitvoerig onderzocht.

Gebrek aan zuurstof?
Er wordt soms beweerd dat een BDE wordt veroorzaakt door een gebrek aan zuurstof en dat het een 'normaal' gevolg is van stervende hersenen. Maar veel mensen hebben een BDE gehad voordat er lichamelijke stress was en in sommige gevallen was er helemaal geen fysieke verwonding. (Moody 1975: 163) Sabom merkte op, overeenkomend met Dr. Fenwick, dat in echte gevallen van verstikking er een progressieve vertroebeling en verwarring is van cognitieve vaardigheden, die in tegenstelling staat met de helderheid en het toenemende bewustzijn dat bij een BDE wordt gemeld. (Sabom 1980:176)

Er zijn al verschillende pogingen gedaan om BDE's af te doen als een 'wensvervulling' - dus dat je datgene ziet wat je cultureel geneigd bent te verwachten. Maar Ring (1984), Sabom (1982) en Grosso (1981) hebben allemaal geconstateerd dat er geen verband is, geen overeenstemming tussen religieuze overtuigingen en de BDE.
Andere psychologen zoals Uri Lowental (1981) zeggen, zonder ook maar één bewijs te hebben, dat BDE's een herbeleving zijn van de ervaring van het 'geboren worden'. Hun hypotheses worden meestal beschouwd als speculatie.
Psychologen Kletti en Noyes (1981) beweerden dat BDE's staan voor "een depersonalificatie en plezierige fantasieën welke een vorm van geestelijke bescherming bieden tegen de dreiging van vernietiging". Maar deze verklaring werd ook weerlegd door Gabbard en Twemlow (1981) die uitwezen dat depersonalificatie normaal gesproken voor kan komen in de leeftijd van 15-30 jaar en praktisch nooit voorkomt bij mensen die over de 40 zijn.
Anderen hebben voorgesteld dat BDE's een vorm zijn van 'autoscopische hallucinatie' - een zeldzame psychiatrische aandoening. Maar zowel Sabom (1982) als Gabbard en Twemlow (1981) vonden die niet waarschijnlijk op basis van een aantal zeer grote verschillen.

Neurofysiologische verklaringen?
Moody heeft nagedacht over de gelijkenis tussen de levensbeschouwing gedurende een BDE en de flashbacks die mensen hadden met neurologische aandoeningen. Hij concludeerde dat beide essentieel verschillend waren, omdat bij flashbacks dingen werden herinnerd die willekeurig waren of er niet toe deden, en tijdens de levensbeschouwing in een BDE kwamen alle gebeurtenissen in chronologische volgorde en het waren de hoogtepunten van het leven.
Deze werden allemaal tegelijk gezien en gaven een eenheidvormende visie, die de persoon in kwestie inzicht gaf in het doel van zijn leven. (Moody 1975:166)

Het stervende brein?
Dr. Peter Fenwick is een lid van de Royal College of Psychiatrists en een neuropsycholoog met een internationale reputatie - een specialist in de samenwerking tussen geest en hersenen en het probleem van bewustzijn. Hij is de meest vooraanstaande man op medisch gebied op het terrein van de BDE en hij is ook president van de International Association for the Near-Death Studies.
Met zijn vrouw Elisabeth, ook een ervaren professionele wetenschapper, verrichtte Dr. Peter Fenwick een diepgaand onderzoek naar het argument van sceptici en materialisten dat de BDE veroorzaakt wordt door de fysiologische effecten van een stervend brein (Fenwick 1996).
Het argument van psychologen tegen de BDE moet bekeken worden tegen de achtergrond van hun zeer beperkte kennis van het functioneren van het brein/de hersenen. Psychologen hebben niet de nodige diepgaande academische en praktische opleiding die neuropsychologen zoals Dr. Peter Fenwick wel hebben om zo op een professionele manier de fysiologie van de BDE te evalueren. De professionele opleiding voor psychologen bevat maar een klein stukje fysiologie. Een kijkje in de standaard studieboeken in Universiteits Psychologie laat zien dat de studie naar de hersenfuncties maar 5% is van het gehele aanbod in de psychologie. Psychologen in opleiding hoeven geen operaties te doen, laat staan ingrepen op het gebied van hersenchirurgie.
Natuurlijk, iemand in de positie van Dr. Fenwick heeft alle technische kennis in huis om nauwkeurig te bepalen of een BDE kan worden verklaard als de gevolgen van een stervend brein. Dr. Fenwick verklaart dat deze psychologen absolute onzin schrijven als ze buiten hun vakgebieden komen en dus buiten hun wetenschappelijke expertise, kennis die ze niet hebben, niet begrijpen en welke buiten hun dagelijkse werk staat.

Hij maakt het af met de sceptici:
Ze hebben gewoon niet de kennis. Er wordt zoveel onzin verteld over BDE's door mensen die deze dingen niet dagelijks meemaken. Dus ben ik er absoluut zeker van dat zulke ervaringen niet worden veroorzaakt door gebrek aan zuurstof, endorfine, of iets dergelijks. En geen van deze kunnen de transcendente kwaliteit van veel van deze ervaringen verklaren, het feit deze mensen een oneindig groot verlies voelen wanneer ze de andere wereld achter zich moeten laten. (Ferwick 1995:47)
Als adviseur neuropsychiater werkt hij voortdurend met mensen die in de war zijn, gedesoriënteerd en hersenschade hebben en zoals Dr. Farwick zegt:
"Het is duidelijk dat elke desoriëntatie in de hersenfunctie leidt tot desoriëntatie van de waarneming en een verminderd geheugen. Je kunt normaal gesproken geen zeer goed gestructureerde en duidelijk herinnerde ervaringen van een zeer beschadigd of gedesoriënteerd brein krijgen."

Hij verwerpt het endorfine argument op dezelfde manier:
"En over die endorfine, we blazen de effecten veel te veel op de hele tijd, want duizenden mensen krijgen elke dag morfine. Dat resulteert zeker in kalmheid, maar het produceert geen gestructureerde ervaringen." (Fenwick 1995:47)

Bevooroordeelde sceptici werden de volgende vragen voorgelegd:
- Als de BDE het effect is van een stervend brein, dan zou het moeten gebeuren bij iedereen die dood gaat of stervende is. Waarom is het zo dat niet iedereen die dichtbij de dood komt een BDE krijgt?
- Als de BDE een wensvervulling is, waarom is dan niet iedere BDE positief? Waarom zijn sommige ervaringen neutraal en/of gruwelijk negatief zoals beschreven door Phyllis Atwater (1994).
- Als de BDE veroorzaakt zou zijn door endorfine, welk objectief bewijsmateriaal bestaat er om te laten zien dat de afgifte van endorfine altijd een nieuwe levensbeschouwing vormt op een ordelijke manier?
- Welk objectief bewijsmateriaal bestaat er om aan te tonen dat de afgifte van endorfine zorgt voor een verlies van begrip van tijd en de relatie tot zichzelf?
- Waarom is het zo dat bijna iedereen die een BDE heeft gehad, een blijvende omvorming ondergaat die overeenkomt met spirituele verfijning en een verfijndere manier van leven.
- Waarom is het zo dat de meeste mensen hun nieuw gevonden levensbeschouwing verbinden met de krachtige ervaring die ze hadden toen ze buiten hun lichaam waren.
- Welk objectief bewijs kan er worden getoond om te laten zien dat het begrijpen van het limbische systeem en de temporaal kwab de gevoelens van bekendheid, inzicht en 'déjà vu' kan verklaren alsmede de statistisch toegenomen paranormale ervaringen die volgen na de BDE?
- Hoe kunnen de sceptici de ongelooflijke overeenkomsten verklaren tussen de bijna dood-ervaring en de buiten lichamelijke ervaring?

Fysieke verklaringen zijn niet voldoende
Elisabeth Fenwick, medeschrijver van het boek 'The truth in the Light - An investigation of over 300 Near-Death-Experiences' (1996) begon haar onderzoek met de gedachte dat deze verschijnselen in wetenschappelijke termen konden worden verklaard; maar na onderzoek stelde ze vast:
"Ondanks het feit dat je in staat bent om wetenschappelijke redenen te vinden voor stukjes van de bijna dood-ervaring, kan ik geen afdoende verklaring geven voor het hele verschijnsel. Je moet het verklaren als een geheel en de sceptici ... hebben dat simpelweg niet kunnen doen. Geen enkele van de puur fysieke verklaringen is juist. Sceptici onderschatten de omvang waarmee bijna dood-ervaringen niet zomaar een aantal willekeurige zaken zijn die gebeuren, maar zeer georganiseerde en gedetailleerde gebeurtenissen."

Deze standpunten worden ondersteund door een studie naar BDE's in Nederland door cardioloog Dr. Pim van Lommel en zijn team, die al 345 zaken bestudeerd hebben die gestorven zouden zijn zonder reanimatie. Tien procent herinnerde een BDE, en een verdere acht procent had een minder uitgesproken ervaring.
Deze patiënten werden vergeleken met een controlegroep die identiek waren in termen van hoe erg de ziektes waren, maar die geen BDE hadden gehad. Volgens Dr. van Lommel (1995):
"Onze beste vondst was dat de BDE geen fysieke of medische achtergrond heeft. Want alle patiënten hadden zuurstoftekort, ze kregen allemaal morfine-achtige medicijnen, ze hadden allemaal zeer veel stress, dus dit zijn simpelweg niet de oorzaken dat 18% een BDE had en 82% niet. Als ze zouden worden uitgelokt door één van deze zaken, zou iedereen een BDE moeten hebben." (Van Lommel 1995)
Zo ook Yvonne Kason, een Canadese psychiater, zij kwam er achter in haar praktijk dat mensen die niet bijna stierven BDE's rapporteerden; hieronder waren mensen die dachten dat ze bijna dood gingen en mensen die mediteerden. (Kason 1994:73)

Zonder twijfel is de BDE samen met de BLE en ander objectief bewijs dat wordt beschreven in dit werk, een overtuigend argument voor het leven na de dood.

terug naar de Inhoud

14. Het 'ouija-bord'
"Het grensgebied tussen de wereld van de levenden en die van de doden lijkt een soort psychische jungle of 'wetteloos gebied', vol gemene psychopathische persoonlijkheden. Als ze een slachtoffer kunnen vinden waarop ze zich kunnen afstemmen, kunnen hun vernietigende persoonlijkheden zich met nog minder terughoudendheid uitleven als toen ze nog een fysiek lichaam hadden." Ian Currie

Het Ouija-bord is één van de meest gebruikte methodes om 'ongeoefend' met geesten te communiceren. De naam komt van de Frans en Duitse woorden voor 'ja' - oui en ja. Het bestaat uit een vlak bord met de letters van het alfabet, een aantal cijfers, leestekens en 'ja' en 'nee' erop. Mensen die het gebruiken, plaatsen hun vingers licht op een aanwijzer die dan snel en zonder de bewuste kennis van degenen die erbij zijn, beweegt om boodschappen te spellen. De verkoop van deze borden steeg tot grote hoogte in Amerika tijdens de Eerste Wereldoorlog, ook de jaren dertig, veertig en zestig maakte een nationale Ouija-gekte mee waarbij het 'Mysterieuze pratende Orakel' heel veel door studenten werd gebruikt. (Hunt 1985: 5)

Het Ouija-bord wordt genoemd omdat het vaak de eerste methode is voor amateurs om paranormale verschijnselen mee te onderzoeken. Het is wetenschappelijk in die zin dat mensen een bepaalde formule volgen en gelijkende resultaten behalen. Sommigen krijgen intelligente antwoorden. Intelligent in de zin dat antwoorden worden gegeven op specifieke vragen. De kwaliteit van de antwoorden hangt natuurlijk af van wie of wat er antwoord.

Helderzienden en mediums geloven in de echtheid van spiritueel contact - dat de antwoorden van het Ouija-bord soms komen van menselijke en soms van niet-menselijke entiteiten van verschillende gradaties, maar meestal door entiteiten die het dichtst bij onze eigen 'golflengte of frequentie' opereren. Als er contact wordt gemaakt met een hoger afgestemde entiteit zullen de antwoorden meestal van hoog intellectueel niveau zijn. Als er contact wordt gemaakt met zeer laag afgestemde entiteiten, zal de informatie vaak hetzelfde zijn als je zou verwachten van een persoon hier op aarde die vulgair, dom, arrogant en grof is met als doel mensen shockeren. Paranormaal onderzoeker Archie Roy vergelijkt het gebruik van een Ouija-bord met het oppikken van volslagen vreemden in een bar en deze thuis uitnodigen. (1996: 176)

De materialistische kijk hierop is dat de boodschappen vanuit het 'onderbewustzijn' komen van de 'spelers'(aanwezigen) - een vorm van 'automatisme'. Jarenlang werd het Ouija-bord verkocht in speelgoedwinkels in de VS, en mensen gebruikten het meestal voor de lol en voor persoonlijk voordeel zoals het proberen om de winnende nummers te krijgen voor een loterij enz. Maar sceptici zijn niet in staat geweest om te verklaren hoe groepen normale beschaafde mensen verschrikkelijke vloeken, vulgariteiten en zeer beangstigende bedreigingen door het Ouija-bord kregen op een manier waarop ze zeker niet kwamen uit hun onderbewustzijn.

Stoker Hunt, die de effecten van een Ouija-bord onderzocht, somt een gebruikelijk patroon op van de communicatie die ontstaat tussen de gebruiker van het bord en de 'kracht' waarmee ze communiceren:
De indringers concentreren zich op zwakheden in het karakter van het slachtoffer. Als iemand ijdel is zal er geappelleerd worden aan deze karaktertrek. "Ik heb je hulp nodig," zal de verleider zeggen, "en alleen jij kunt me helpen." De entiteit is onbetrouwbaar en aarzelt niet om te liegen, zichzelf voor te doen als iemand anders (meestal een dierbare overledene) en vleierei. Het is natuurlijk voor de indringer beter als het slachtoffer alleen, geïsoleerd, uitgeput en ziek is. (Hunt 1985: 86)

Mediums vanuit de hele wereld melden eenstemmig dat degenen die zijn gestorven en in wanhoop leven in de sferen met de laagste vibraties die het dichtst bij de aarde zit - soms de lagere astrale regionen genoemd - zeer jaloers zijn op mensen die nog op aarde leven; ze weten dat mensen op aarde hun vibraties snel kunnen verhogen en dat dit in de lagere sferen van de geesteswereld zeer moeilijk is.
Hun wanhoop wordt tot het uiterste gedreven omdat ze simpelweg niet in staat zijn om dingen te ervaren die ze gewend waren toen ze nog op aarde leefden - spanning, alcohol, roken, drugs, seks.
Als deze lage geesten die antwoorden middels het Ouija-bord in staat waren om lief te hebben, of een liefdevolle gedachte te hebben, of andere positieve spirituele attributen hadden, zouden ze niet in de situatie zitten waarin ze zitten. Als ze ook maar in staat zouden zijn om hulp te vragen voor hun toestand, zo is verteld vanuit het hiernamaals, zou hulp geboden worden.

Veel EVP-onderzoekers (zie Hfst. 3) hebben stemmen van dit niveau opgenomen die obsceen praten, sinister fluisteren en soms op een duidelijk vijandige toon spreken (Lazarus 1993: 158).
Welke verklaring je ook accepteert - de hypothese van geesten of de theorie van het onderbewustzijn van de spelers - er zijn vele zaken van psychiatrische aandoeningen die serieus genomen moeten worden en een direct resultaat waren van het gebruiken van het Ouija-bord.
Een Ouija-bord kan heel gevaarlijk zijn voor mensen die goedgelovig zijn, mensen met emotionele- en/of persoonlijkheidsstoornissen of mensen die drugs hebben gebruikt. De experts adviseren dat het in geen geval door een kind mag worden gebruikt of door iemand die onzelfstandig is. (Covina 1979)

Dr. Carl Wickland, een Amerikaanse psychiater, schreef zijn klassieke werk uit 1924 over mentale stoornissen genaamd 'Thirty Years Among The Dead'. Hij waarschuwt hierin voor:
"Het serieuze probleem van vervreemding en geestelijke ontsporing door het bijwonen van onwetende paranormale experimenten werd allereerst tot mijn attentie gebracht door zaken waarbij verschillende personen, wier ogenschijnlijk ongevaarlijke ervaringen met automatisch schrift en het Ouija-bord, resulteerden in zulke wilde gestoordheid dat opname in een gesticht noodzakelijk was. Vele andere desastreuze resultaten die op het gebruik van het zogenaamd ongevaarlijke Ouija-bord volgden, kwamen tot mijn attentie en mijn observaties leidden ertoe dat ik onderzoek ging doen naar paranormale verschijnselen om een mogelijke oorzaak te vinden voor deze vreemde gebeurtenissen." (Wickland 1924: 29)
Wickland kwam erachter dat hij in staat was om veel gevallen van gediagnosticeerde gestoordheid op te lossen met behulp van een trancemedium (zijn vrouw) die dan door de geest werd overgenomen die bezit had genomen van de psychiatrische patiënt. Hij kwam erachter dat veel van deze entiteiten niet door hadden dat ze waren gestorven. Zonder enige kennis van het hiernamaals kwamen ze terecht in een soort schemerland. Met de hulp van hogere intelligenties van de andere kant was hij in staat ze over te halen om de aura die ze aantrok van de patiënten te verlaten.

Hugh Lyn Cayce, de zoon van de beroemde Amerikaanse helderziende Edgar Cayce, heeft ook vele negatieve ervaringen met het Ouija-bord beschreven. In zijn boek 'Venture Inward' (1964) in een hoofdstuk over automatisch schrift en het Ouija-bord, verklaart hij de verhalen van mensen die extreme moeilijkheden krijgen na het gebruik ervan:
"Niet ongebruikelijk helaas, het beangstigende ervan is dat ze duizenden keren zijn voorgekomen als je kijkt naar de dossiers van hedendaagse bewoners van gestichten over de hele wereld." (Cayce 1964)

Paul Beard, voorzitter van de College of Psychic Studies in Engeland heeft veel zaken bestudeerd van bezetenheid door het Ouija-bord en concludeerde dat regelmatig gebruik van het bord of automatisch schrift langdurig contact kan veroorzaken met kwaadaardige, overleden personen die dan de beschermende aura van het slachtoffer kunnen binnendringen en hierna wanneer ze maar willen contact kunnen maken met het slachtoffer door middel van een stem of door gedachten in het hoofd van het slachtoffer te leggen. Dit kan leiden tot 'praktisch continue kwaadaardige suggesties die soms gepaard gaan met visuele hallucinaties.' (Beard 1970)
Ian Currie citeert één zaak waarbij een jonge moeder gezichtshallucinaties kreeg te zien waarin ze zelf haar eigen baby martelde en doodde. (Currie 1978: 190)
Martin Ebon vertelt van zijn negatieve ervaringen met het Ouija-bord in 'The Satan Trap' (1975). Hij beweert dat hij in het begin zeer sceptisch stond tegenover alles wat met het occulte had te maken, maar dat hij verslaafd raakte aan het Ouija-bord toen het accuraat de overstroming in New York in 1973 voorspelde en verder juiste informatie gaf over de dood van een bekende roddeljournalist.
Een andere vrouw die waarschuwt tegen het bord was medium Susy Smith in haar boek uit 1971 'Confessions of a Psychic'. Ze schreef:
"Waarschuw mensen tegen het gebruik van Ouija en automatisch schrift tot ze hebben geleerd om zichzelf volledig te beschermen. Ze zeggen dat onschuldige pogingen tot communicatie net zo gevaarlijk zijn als het spelen met lucifers of handgranaten. Ze hebben mij als bewijsstuk voor wat je niet moet doen, ik heb de ergste dingen ervaren door me hiermee in te laten. Als ik van tevoren gewaarschuwd was of had gelezen dat zulke zaken ervoor zouden kunnen zorgen dat ik geestelijk gestoord kon worden, zou ik voorzichtiger te werk zijn gegaan." (Smith 1971)

Een aantal jaren geleden kwam ik een serieuze zaak tegen van een jonge man die het Ouija-bord gebruikte, hij vroeg om de winnende nummers voor gokdoeleinden. Hij won een tijdje en werd zeer enthousiast over de informatie die hem werd gegeven door zijn nieuwe 'vrienden'. Maar toen hij wilde stoppen met het bord werd hij geobsedeerd door stemmen en werd hij 's nachts om één of twee uur in doodsangst wakker waarbij hij letterlijk werd fijngeknepen en gewurgd door een wraakzuchtige aanwezigheid die zei dat hij een schuld te vereffenen had.

Een aantal positieve ervaringen
Terwijl ervaren helderzienden waarschuwen voor de gevaren van het Ouija-bord en erop wijzen dat veel entiteiten die communiceren middels dit bord absoluut niet zijn wie ze beweren, zijn er ook veel positieve langdurige communicaties die begonnen met het Ouija-bord. Een duidelijk voorbeeld van positieve communicatie was die van Pearl Curran die op 12 Juli 1912 een Ouija-bord probeerde. Na een jaar van experimenteren begon ze berichten te ontvangen van Patience Worth, die beweerde een geestelijke entiteit te zijn die was geboren in 1649 dichtbij Dorsetshire in Engeland.
Tussen 1912 en 1919 dicteerde ze door het bord vijf miljoen woorden - epigrammen, poëzie, allegorieën, korte verhalen en volledige boeken. Haar verzamelde werken vullen negenentwintig gebonden volumes, 4375 pagina's. Er waren vijf volledige boeken bij, de meest succesvolle was The Sorry Tale, een verhaal van 300.000 woorden over het vroege leven van Jezus Christus die als volgt werd gerecenseerd in de New York Times van 8 juli 1917:
"Dit lange en ingewikkelde verhaal over het Romeinse en Joodse leven gedurende de tijd van Christus is opgebouwd met de precisie en nauwkeurigheid van een meester. Het is prachtig, een mooi en nobel boek."

Patience Worth schreef ook meer dan 2500 gedichten. Ze won een nationale dichtwedstrijd waar 40.000 mensen meerdere werken inzonden. Ze werd regelmatig gepubliceerd in Amerika's meest prestigieuze jaarlijkse poëzieanthologie. Eén van de grootste bewonderaars was de uitgever William Reedy, die in het comité zat voor de Pullitzer prijs voor poëzie. Hij was een regelmatige gast in Pearls huis en hij zei van haar gedichten:
"Ze bevatten passages van betoverende schoonheid, van zeldzaam hoge geesten, van pathos. Het is niet gelijk aan Shakespeare of Spencer. Het is niet zo groots als Chaucer. Maar als er intelligenties zijn die poëzie doorgeven middels het Ouija-bord of op een andere manier ... het is goede poëzie, betere poëzie dan we in onze bladen vinden en altijd poëzie met een eigen kwaliteit." (Hunt 1985: 31)

De Seth boeken
Een andere beroemde literaire relatie die begon middels het Ouija-bord was die tussen Seth en Jane Roberts en haar man, die begon met het gebruik van een Ouija-bord in 1963. Tijdens hun vierde poging introduceerde een entiteit zich als 'Frank Withers' die zei dat hij recentelijk had geleefd als een leraar Engels en dat hij was gestorven in 1942. Later legde hij uit dat hij liever Seth wilde worden genoemd en dat hij op een speciale missie was om mensen beter zichzelf en hun realiteit te laten begrijpen.
Door Jane dicteerde Seth een aantal bestselling boeken die gingen over wat realiteit is, reïncarnatie, dromen, astrale reizen en wat God is. Hij heeft stap-voor-stap advies gegeven aan zijn lezers over de ontwikkeling van meditatietechnieken en ESP (buitenzintuiglijke waarneming). Hij heeft ziektes gediagnosticeerd, correcte beschrijvingen gegeven van gebouwen en kamers vele mijlen ver weg en hij materialiseerde als een geestverschijning in goed verlichte omstandigheden (zie Roberts 1974, 1994, 1997a 1997b).

Er zijn veel andere verhalen van literair succes en creatieve relaties die ontstonden door het gebruik van het Ouija-bord waaronder dat van James Merrill, een winnaar van de Pullitzer prijs die 'The Changing Light at Sandover' (1982) schreef waarbij hij werkte met een Ouija-bord.
Zijn angstige ervaringen (visoenen, lichaamstransformaties, krachtige aanwezigheden voelen) en zijn positieve en blijde ervaringen worden levendig beschreven. Maar na meer dan 30 jaar ervaring met het Ouija-bord adviseert Merrill zijn vrienden om het niet meer te gebruiken omdat:
"Niemand van tevoren kan inschatten hoe vatbaar een persoon is voor dergelijke zaken."

Sterk bewijs voor het leven na de dood
Wat ik persoonlijk verbazingwekkend vindt van de literatuur over het Ouija-bord is de mate waarin het overeenkomt is met de bevindingen van onderzoekers die hebben gewerkt met topmediums, met Electronic Voice Phenomena (EVP), en andere gebieden van wetenschappelijk onderzoek die genoemd zijn in dit boek. Het is simpelweg onmogelijk om de verbazingwekkend uiteenlopende vormen van communicatie die men ontvangt als entiteiten van verschillende afstemming communiceren te verklaren - vaak vlak achter elkaar - op basis van projectie van het onderbewustzijn van een individu of een groep.
Er zijn ook een aantal verrassende zaken waarin entiteiten die communiceren gewoon komen binnenvallen tijdens gebruik van het bord. Dit zijn entiteiten die volslagen onbekend zijn voor de aanwezigen, maar wel correcte namen, adressen, beroepen, en soms een groot aantal andere details geven. Dr. Alan Gauld onderzocht 37 van deze zaken die verschenen in een Ouija-bord Cirkel die bij elkaar kwam in een huis in Cambridgeshire tussen 1937 en 1954. (Gauld 1966-72:273-340)

In zijn rapport voor de Society for Psychical Research verklaart hij hoe hij de details heeft nagetrokken van sommige zaken waarbij in sommige gevallen de communicatie al meer dan 20 jaar oud was en hij was in staat geweest om een significant aantal details te verifiëren in minstens vier zaken.
In de zaak van Gustav Adolf Biedermann was Gauld in staat om de persoonlijkheid van de communicerende entiteit te achterhalen aan de hand van specifieke informatie:
"Ik woonde in Londen. Mijn huis was Charnwood Lodge. Nationaliteit Duits. Juiste naam was Adolf Biederman. Ik werd altijd Gustav genoemd. Ik was een rationalist. Ik werd zeventig toen ik overleed. Ik had mijn eigen zaak. Ik werd geassocieerd met de Universiteit van Londen. Ik stierf ruim een jaar geleden."
In deze zaken, zo zegt Gauld, zochten de aanwezigen geen publiciteit of geld en hij was ervan overtuigd dat het onmogelijk was dat ze zoveel moeite hadden gedaan om de publieke documenten die hij van veel verschillende bronnen kreeg, te bemachtigen om de leden van de Cirkel voor de gek te houden, en om daarna de documenten twintig jaar lang te laten liggen voor de zeer kleine kans dat iemand ze misschien zou gaan onderzoeken.

terug naar de Inhoud

15. Wetenschap en (geest-)verschijningen
"Zoals de oude Grieken heb ik een psychomanteum ontworpen, waar mensen naartoe kunnen gaan om de geesten van overledenen om raad te vragen. Het was duidelijk dat met voldoende voorbereiding mensen (geest-)verschijningen van overleden geliefden konden zien... in plaats van een therapeut vertellen over hoe ze zich voelden over het verlies van een echtgenoot of een kind, konden ze rechtstreeks praten met hun geliefden." Raymond Moody

Het zien van een (geest-)verschijning - een vorm van een persoon die niet fysiek aanwezig is – komt overeen met het argument dat we allemaal de fysieke dood overleven. Objectief bewijsmateriaal voor (geest-)verschijningen wordt verkregen door studies van de gebeurtenissen en (geest-)verschijningen en die in een laboratorium zijn 'opgewekt'.

Een veel voorkomend verschijnsel
(geest-)Verschijningen zijn een terugkerend thema in de folklorische literatuur van alle landen vanaf het begin van de geschiedenis. Ze zijn wetenschappelijk bestudeerd sinds 1882 en de resultaten hebben voortdurend laten zien dat ze zeer vaak worden ervaren. (Currie 1978: 17, Bayless 1973: 17)
Het eerste systematische onderzoek naar (geest-)verschijningen werd gedaan door de 'Englisch Society for Psychical Research' in 1882. Het resultaat werd belichaamd in 'Phantasms of the Living' door Myers, Podmore en Gurney. Een verder gaand, en veel gedetailleerder internationaal onderzoek, begon in 1889. Tweeëndertigduizend meldingen van (geest-)verschijningen werden ontvangen of gerapporteerd, hiervan waren 17.000 in het Engels. Het rapport dat werd gepubliceerd in 1894 vult bijna het hele Volume X van de Society for Physchical Research Proceedings (Maatregelen).
Verdere studies door de American Society for Psychical Research [http://www.aspr.com/] en door de Franse onderzoeker Camille Flammarion die duizenden zaken verzamelde in zijn boeken 'The Unknown' (1900 Harper en Brothers in Londen en New York) en 'Death and Its Mystery' (1925) kwamen ook tot de conclusie dat communicatie na de dood een veel voorkomend en wijd verspreid verschijnsel is.

In 1973 werd door een socioloog van de Universiteit van Chicago een testgroep van 1467 Amerikanen gevraagd of ze ooit gevoeld hadden dat ze contact hadden met een overledene. Zevenentwintig procent zei dat ze dit hadden gevoeld (Greenley 1975). Een zelfde onderzoek werd gedaan in IJsland (Haraldsson et al 1976) hierbij was de conclusie dat 31 procent met 'ja' antwoordde.
Dr. W.D. Rees, een Britse arts, kwam tot de conclusie dat bij een groep weduwen uit Wales, 47 procent dergelijke ervaringen had - vaak gedurende een aantal jaren - die hen overtuigde van het feit dat hun overleden echtgenoten contact met hen hadden gehad (Rees 1971: 37-41). Een eerder experiment in Groot Brittanië door Dr. P. Marris (1958) kwam op een percentage van 50 procent.
De studie werd herhaald in Canada door Dr. Earl Dunn (1977: 121-122) die ook ontdekte dat 50 procent van weduwes en weduwnaren deze contacten hadden beleefd. Veel van deze mensen dachten dat ze gek werden en hadden deze ervaringen niet eerder gemeld, omdat ze bang waren dat mensen hen niet zouden geloven.

Kinderen die sterven maken meestal contact
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat een zeer hoog percentage van ouders die kinderen hebben verloren kunnen verwachten dat ze hun kinderen binnen een paar maanden na de dood van het kind, het weer kunnen horen of zien en dat dit veel troost gaf.
Dr. Melvin Morse, een kinderarts die uitgebreide studies heeft verricht naar dood en sterven, beweert dat dit zo vaak voorkomt, dat het zeldzaam is als iemand een kind verliest en dit niet weerziet of hoort (Morse 1994: 135).

Geen hallucinaties
Er zijn veel redenen waarom deze verschijningen niet kunnen worden beschouwd als hallucinaties of als het product van het onderbewustzijn, of omdat mensen het gewoon graag zo willen.

1. De betrouwbaarheid van de getuigen.
In de meeste gevallen was de persoon in kwestie in een normale mentale staat, vrij van shock, stress of opwinding. Ook waren de ervaringen totaal onverwacht en vonden ze plaats in een bekende omgeving. De getuigen waren ook niet mediamiek of telepathisch begaafd - het was zeldzaam dat getuigen verklaarden dat ze meer dan één of twee dergelijke ervaringen in hun leven hadden. (Tyrrell 1963: 23) In veel gevallen waren de getuigen wetenschappelijk getrainde mensen met een grote geloofwaardigheid.

2. Objectieve fenomenen
Het voorkomen van een (geest-)verschijning gaat vaak gepaard met tastbare fysieke verschijnselen zoals het bewegen of breken van objecten en geluiden zoals voetstappen die op band zijn vastgelegd. (geest-)Verschijningen zijn gerapporteerd met een schaduw, met reflectie in een spiegel, het omgooien van meubels, het achterlaten van een geur; samengevat laten ze alle eigenschappen van een echte entiteit zien.
Soms laten de (geest-)verschijningen zelfs voorbeelden van hun handschrift achter. Elisabeth Kübler-Ross, een begaafde dokter die pionier was in de studie naar sterven en doodgaan, beweerde dat een voormalig patiënt van haar verscheen toen ze erover dacht om te stoppen met haar werk. De vrouw, Mrs. Schwartz kwam bij haar in de lift en begeleide haar naar haar kantoor waar ze vertelde dat ze niet moest stoppen met haar werk over dood en sterven. Kübler-Ross dacht dat ze hallucineerde, want de vrouw, Mrs. Schwartz, was tien maanden daarvoor gestorven. Maar toen ze vroeg om een datum en handtekening op te schrijven deed ze dit voordat ze verdween. (Kübler-Ross 1997: 178)

3. Gezien door meerdere mensen.
Veel van de geregistreerde gevallen zijn gezien door meerdere mensen. Bijvoorbeeld in een geval dat is onderzocht door de Society for Psychical Research - negen mensen die in een huis in Ramsbury in Engeland woonden zagen de (geest-)verschijning van een man die 10 maanden daarvoor was gestorven, zowel afzonderlijk als gezamenlijk van februari tot april. Hij werd vooral vaak gezien naast het bed waarin zijn stervende weduwe lag met zijn hand op haar voorhoofd en hij was soms tot een half uur achter elkaar zichtbaar. (Holzer 1965: 52-56)
Professor Hart beweert in zijn boek 'The Enigma of Survival' (1959) dat tussen eenderde en tweederde van alle (geest-)verschijningen worden gezien door meerdere mensen, en dat ze door iedere toeschouwer verschillend worden gezien in overeenkomst met het juiste perspectief.

4. Informatie doorkrijgen die niet bekend is bij de toeschouwer.
In veel gevallen geeft de persoon die verschijnt informatie door aan de toeschouwer over hoe hij/zij is gestorven, over hun begraafplaats of andere informatie die niet bekend is bij de toeschouwer. In een bekend geval dat geaccepteerd is door het Amerikaanse gerechtshof - De Chaffin Testament zaak - verscheen een vader die was gestorven en vertelde een zoon hoe hij zijn testament kon vinden.
In sommige gevallen verschijnen mensen klaarblijkelijk met als doel het redden van geliefden van gevaar. Dit overkwam Elaine Worrell die samen met haar man Hal op de bovenste verdieping van een flat woonde in Oskaloosa in Iowa. Op een dag zag ze een jonge man in haar hal die haar naar beneden begeleide naar het appartement van een jonge weduwe die ze nauwelijks kende. Ze vond de jonge vrouw ineengestort op haar bed met doorgesneden polsen. Nadat ze was hersteld liet de jonge vrouw een foto van haar overleden man zien; Elaine herkende hem onmiddellijk als de jonge man die haar naar beneden leidde naar het appartement van de jonge weduwe. (Holzer 1963: 138-141)

(geest-)Verschijningen bij het sterven
Een groot aantal gevallen van (geest-)verschijningen hebben betrekking op iemand die recent is gestorven en bij één of meer geliefden verscheen om van zijn dood te vertellen. In veel gevallen was de dood onverwacht en werd later vastgesteld dat ze vlak vóór de (geest-)verschijning waren gestorven.
Verschillende gedocumenteerde en bevestigde voorbeelden van verschillende studies:
- het geval van tweede Luitenant Leslie Poynter die was gesneuveld. Om 9 uur 's avonds op de avond van zijn dood verscheen hij bij zijn zuster in Engeland; hij liep haar slaapkamer binnen, boog voorover en kuste haar waarna hij lachend uit het zicht verdween. Pas twee weken later ontving de familie een telegram dat zijn dood vermelde op de dag dat hij verscheen. (McKenzie 1971: 116-117 )
- Het geval van Mrs. Pacquet wiens broer Edmund verscheen 6 uur nadat hij was verdronken op zee, hij liet haar zien hoe hij per ongeluk door een touw om zijn benen werd gepakt en overboord werd getrokken. (Cited in Rogo 1974: 16-17)
- In het geval van Mrs. Gladys Watson die werd gewekt uit een diepe slaap door iemand die haar naam riep. Toen ze wakker werd zag ze de grootvader van haar man die tegen haar zei: "Wees niet bang, ik ben het, ik ben net gestorven." Toen ze haar man wakker maakte, geloofde hij haar niet en hij belde naar de familie van wie hij hoorde dat zijn grootvader minuten daarvoor was gestorven. (Spraggett 1975: 45-46)

Dood-afspraak
Volgens Benneth (1939: 282) bestaat ongeveer 1 op de 20 zaken in de bestanden van de Society for Psychical Research uit zogenaamde dood-afspraken, waarbij twee mensen elkaar beloven dat degene die eerst sterft zal proberen te verschijnen aan de ander. Uit het bewijsmateriaal blijkt dat een groot aantal van deze afspraken is vervuld, waaronder:
- De zaak van Lord Brougham en een Engelse leeftijdgenoot die op reis was. Hij zag opeens een verschijning van een vriend van de universiteit die hij al jaren niet had gezien of aan had gedacht. Later ontving hij een brief waarin stond dat zijn oude vriend gestorven was in India op het moment van de verschijning. Toen ze beiden nog op de universiteit zaten, hadden de twee vaak gespeculeerd over het leven na de dood en ze hadden toen een overeenkomst bedacht waarbij degene die het eerst zou overlijden aan de ander zou verschijnen. (Cited in Johnson 1971: 198-199)
- Mrs. Arthur Bellamy van Bristol, die eenzelfde overeenkomst sloot met een schoolvriendin die ze al jaren niet had gezien. Eén nacht nadat deze vriendin was overleden is een vrouw gezien door Mr. Bellamy, zittend op het bed naast zijn slapende vrouw. Hij identificeerde haar later aan de hand van een foto als deze vriendin. (Bennett 1939: 131-132)

(geest-)Verschijningen in het laboratorium
Dr. Raymond Moody, die bekend werd door zijn pioniers-onderzoek naar bijna dood-ervaringen, werkte aan een manier om (geest-)verschijningen 'op te wekken' in een laboratorium in een gecontroleerde omgeving. Hij gebruikte als voorbeeld klassiek werk van de Oude Grieken die suggereerden dat mensen als ze dat wilden contact konden maken met overleden geliefde(n) door een orakel te raadpleegden bij een psychomanteum.
Een psychomanteum is een speciaal gebouwd laboratorium met spiegels die het psychische proces tot stand helpt te brengen. Een deel van het psychische proces bestaat uit het zenden van telepathische boodschappen, het zenden van trillingen, naar de gewenste ontvanger in het leven na de dood.
Moody reconstrueerde het proces met verbluffende resultaten - 85% van zijn cliënten die een hele dag voorbereidingen hadden ondergaan, maakten contact met hun overleden geliefde(n) - maar niet iedere keer degene die ze wilden ontmoetten. In de meeste gevallen gebeurde dit in het psychomanteum maar in 25% van de gevallen gebeurde het later bij hen thuis - vaak werd de cliënt wakker en zag de verschijning aan het voeteneind van het bed (Moody 1993: 97).
Het psychomanteum verschijnsel staat nog steeds in de kinderschoenen, maar het verspreid zich gestaag in Amerika. Mensen worden getraind om psychomanteums mogelijk te maken. Eén van de meest spannende aspecten van dit alles is de kans om de resultaten objectiever te maken. Volgens Dianne Arcangel, een medewerker van Dr. Moody, werd in sommige gevallen waarbij contact werd gemaakt informatie doorgegeven die niet bekend was. (Arcangel 1997) Het potentieel is enorm en het proces wordt steeds meer verfijnd.

Alle cliënten van Dr. Moody zijn ervan overtuigd dat het geen hallucinatie is - er is sprake van duidelijke tweezijdige communicatie, in sommige gevallen zelfs fysieke aanrakingen. Moody zelf spreekt zijn verwondering uit dat:
Het duidelijk werd dat de visionaire reünies ervaren werden als echte gebeurtenissen, geen fantasieën of dromen. Tot nu toe hebben alle cliënten stellig verklaard dat hun ontmoetingen echt waren en dat ze feitelijk in de levende aanwezigheid van geliefden waren. (Moody 1993: 97)
Hij voegt hier nog aan toe dat alles erop wijst dat de personen in kwestie een paranormale gebeurtenis hebben ervaren die, net als bij een bijna dood-ervaring, hun hele kijk op het leven veranderde en dat ze door deze ervaring(en) aardiger, begripvoller en minder bang voor de dood werden. (Moody 1993: 98)
Moody geeft volledige instructies over hoe je zelf een psychomanteum kunt maken in zijn boek 'Visionairy Encounters with Departed Loved Ones'. (1993 Ballantine Books New York by Raymond Moody with Paul Perry)
Inzichten van iemand die het zelf heeft ervaren, April Vawter, kunnen gevonden worden op haar Psychomanteum page [http://www.psychomanteum.com/angelphotos/index.htm].

terug naar de Inhoud

16. Sterfbed visioenen
"Een nieuw idee wordt eerst belachelijk gemaakt, daarna als triviaal afgedaan totdat uiteindelijk het datgene wordt wat iedereen weet." William James

Gedurende deze eeuw zijn er boeken gepubliceerd met gedetailleerde observaties van stervende patiënten gedaan door doctoren en zusters. Ondanks het feit dat sterfbedvisioenen in de literatuur en folklore gedurende de hele geschiedenis voorkomen, wordt er nauwelijks melding van gemaakt in de wetenschappelijke literatuur tot 1920, toen ze werden bestudeerd door Sir William Barrett, een professor in de natuurkunde aan de Royal College of Science in Dublin.
Hij kreeg belangstelling voor het onderwerp toen zijn vrouw die chirurg was, thuiskwam en hem vertelde van een vrouw die was gestorven aan een bloeding die dag in het ziekenhuis, nadat ze was bevallen. Vlak voordat de vrouw, die Doris heette, stierf, ging ze rechtop zitten en werd zeer enthousiast over het prachtige landschap dat ze zag en ze zei dat haar vader was gekomen om haar naar de andere kant te begeleiden.
Wat het meest wonderbaarlijke was voor de Barretts, was het feit dat de vrouw ineens grote verbazing uitsprak toen ze haar zuster Vida samen met haar vader zag. Vida was drie weken daarvoor gestorven. Omdat Doris zo ziek was, hadden ze haar niet verteld dat haar zuster ook was overleden.
Dit verhaal was zo inspirerend voor Barrett dat hij een systematische studie begon naar sterfbedvisioenen. Zijn studie was de eerste die tot de conclusie kwam dat de geest van een stervende patiënt vaak helder en rationeel is. Hij rapporteerde ook een aantal zaken waarbij er medisch personeel of familieleden aanwezig waren tijdens de visioenen van stervende patiënten.
Zijn boek, dat in 1926 werd gepubliceerd, had de titel 'Deathbed Visions'. In dat boek merkte hij onder andere het volgende op:
- het gebeurde vaak dat mensen op het moment van sterven vrienden of familie bij hun bed zagen, waarvan ze dachten dat die nog leefde
- in alle gevallen waarbij het werd gecontroleerd, was de persoon die ze hadden gezien gestorven zonder dat ze dat wisten
- stervende kinderen uitten vaak hun verbazing als ze zien dat de engelen die op hen wachten geen vleugels hebben

In de jaren '60 ondernam Dr. Karlis Osis van de American Society fot Psychical Research een teststudie naar sterfbedvisioenen die de bevindingen van Barrett bevestigde en later werd die geverifieerd in verschillende culturen. Zijn bevindingen waren:
- de meest voorkomende visie was die van mensen die vóór hen waren gestorven
- visioenen bij het bed duurden meestal vrij kort, ongeveer 5 minuten of minder
- de stervende patiënten verklaarden dat de 'bezoeker' was gekomen met de bedoeling om hen te halen
- geloof in het leven na de dood had geen effect op de frequentie en de manier waarop het gebeurd e
- het grootste deel van de patiënten hadden geen drugs gehad waarvan ze konden gaan hallucineren.

In 1977 publiceerden Dr. Osis en zijn collega Dr. Erlenddur Haraldsson 'At the Hour of Death'. In dit boek werd de originele studie uitgebreid en werden meldingen opgenomen van meer dan 1000 doktoren en zusters in India en de Verenigde Staten. Alles bij elkaar werd de dood van meer dan 100.000 mensen gerapporteerd. Deze studies kwamen overeen met het pionierswerk dat werd verricht gedurende een periode van 30 jaar en werd gerapporteerd in verschillende werken van Dr. Robert Crookall uit Engeland.
Volgens de informatie die het medische personeel hem gaf:
- was maar 10 procent van de mensen bewust wakker vlak voor hun dood
- van deze groep had de helft tot tweederde sterfbedvisioenen
- deze visioenen kwamen in de vorm van verschijningen van geliefden, een blik in het hiernamaals en medisch onverklaarbare buien van uitbundige vreugde.

Dr. Melvin Morse beweerde dat de Franse historicus Philippe Aries gedocumenteerd heeft dat in 1000 vóór Christus stervende mensen visoenen van God hadden en diegenen zagen, die vóór hen waren gestorven. Hij klaagde dat mensen die tegenwoordig dergelijke visioenen hebben, worden behandeld voor angst met medicijnen en valium, die ervoor zorgen dat het kortetermijn-geheugen wordt gewist en op deze manier dus wordt voorkomen dat patiënten zich visoenen herinneren die ze hebben gehad. (Morse 1993: 60) Hij beweerde ook dat ongeveer 90 procent van mensen in het ziekenhuis zwaar gedrogeerd worden en eindeloos gereanimeerd worden en dat doktoren sterfbedvisioenen zien als een probleem dat ze met medicijnen moeten oplossen. (Morse 1993: 63)
In zijn boek 'Closer to the Light - Learning from the Near-Death Experiences of Children', geeft Morse zijn visie dat sterfbedvisioenen een vergeten aspect van het 'mysterieuze proces van het leven' zijn en dat ze prachtige troostende en helende effecten op zowel de stervende patiënt als op de familie hebben (1993: 65). Hij herinnert zich verschillende zaken waarbij stervende kinderen visoenen begonnen te zien van het hiernamaals gedurende hun laatste dagen. Ze beschreven ongelooflijke kleuren en prachtige plaatsen en gestorven familieleden van wie ze soms niet eens wisten dat die bestonden.

Geen hallucinaties
Dr. Osis zelf begon met de veronderstelling dat deze ervaringen gewoon hallucinaties waren die werden veroorzaakt door de biochemische effecten van een stervend brein. Maar, na zijn onderzoek raakte hij ervan overtuigt dat deze ervaringen zo bijzonder waren en zo overtuigend, dat ze niet konden worden afgedaan door de fysieke conditie van de patiënt of door de medicatie die ze hadden gekregen.

Er zijn veel zaken in het archief van de Society for Psychical Research waarbij de (geest-)verschijning die de stervende kwam bezoeken ook gezien is door anderen, soms door meerdere personen tegelijk:
- in een goed gedocumenteerde zaak werd een sterfbed (geest-)verschijning gezien door de stervende vrouw, Harriet Pearson, en drie familieleden die haar verzorgden. (Journal of the Society for Psychical Research Feb 1904: 185-187)
- in een andere zaak waarbij een jongetje stervende was, zagen twee getuigen onafhankelijk van elkaar de gestorven moeder van het jongetje naast zijn bed. (Proceedings of the Society for Psychical Research, Volume 6 p.20 )
Sterfbedvisioenen hangen met elkaar samen en bevestigen het bewijsmateriaal voor het leven na de dood. Van mensen die bewust sterven zullen 50 tot 60 procent van tevoren het hiernamaals ervaren.

Waarom sterfbedvisioenen zo belangrijk zijn
In zijn boek 'Parting Visions' (1994) beargumenteerd kinderarts Melvin Morse:
- familieleden die weten van deze visioenen brengen vaak meer tijd door bij de stervende. Dit vermindert het schuldgevoel dat ze soms na de dood kunnen krijgen.
- spirituele visioenen geven stervende patiënten de kracht om in te zien dat ze dit met anderen moeten delen.
- spirituele visioenen laten alle angst voor de dood van de stervende verdwijnen en ze werken zeer helend op familieleden
- ze voorkomen een burnout van het medische personeel
- als ze worden bijgewoond kunnen ze onnodige medische procedures die vaak pijnlijk zijn voor de patiënt, drastisch verminderen.
Hij beweerde dat 30-60% van het geld in de gezondheidszorg van Amerika wordt uitgegeven in de laatste paar dagen van iemands leven en het meeste wordt uitgegeven aan onnodige behandelingen die het leven niet verlengen. (Morse 1994: 136)

Carla Wills-Brandon, M.A. Ph.D., psycholoog, raadsvrouw en auteur van zes boeken, raakte geïnteresseerd in sterfbedvisioenen toen haar eigen zoontje er een had toen hij drie jaar oud was. Hij werd bezocht door iemand die niet van deze wereld was, deze vertelde dat hij was gekomen om zijn opa te halen, haar zoontje had er alle vertrouwen in dat het met zijn "Da" goed ging. In haar boek 'One Last Hug Before I Go: The Mystery and Meaning of Death Bed Visions', onderzoekt ze niet alleen opnieuw het werk van Barrett en Osis, maar ze kijkt ook naar veel recente ervaringen.
Haar conclusies waren:
- de wetenschap kan dit verschijnsel niet verklaren
- sterfbedvisioenen komen sinds het begin van de tijd al voor
- deze ervaringen wijzen op een bestaan na dit leven
- we hebben veel van ze te leren.

Internet Referenties
Carla Wills Brandon [http://www.carla.wills.brandon.net/] doet doorlopend onderzoek naar sterfbedvisioenen en ze wil graag van mensen horen die dit hebben ervaren.
Om meer te weten te komen van dit onderzoek zie de internetsite van de University of Virginia Afdeling Persoonlijkheids Studies. [http://www.med.virginia.edu/medicine/inter-dis/personality_studies/].

terug naar de Inhoud

17. Poltergeisten
"De geest is als een parachute, ze functioneert alleen als ze open is." Lord Thomas Dewar

Het woord 'poltergeist' komt uit het Duits en betekend letterlijk 'lawaaiige geest'. Onderzoek hiernaar in de Verenigde Staten, Brazilië, Engeland, Schotland, Ierland, Canada, Finland, Duitsland, Frankrijk, Italië, Malta, India, Rusland en andere landen zijn behoorlijk objectief en overeenkomend. Het gedrag van poltergeisten variëert van heel vriendelijk tot zeer destructief.

Tienduizenden gevallen
Er zijn tienduizenden gevallen van poltergeisten gedocumenteerd over de hele wereld, waarbij vaste voorwerpen door de lucht vlogen, grote keukenkasten, borden en glazen begonnen te zweven, kleren die in brand vlogen, menselijke stemmen die uit onbekende bron komen, vazen die op de vloer en tegen de muur kapot worden gesmeten, lucifers die ontbranden in het zicht van getuigen alsof een onzichtbare persoon een doosje lucifers aanstak, stenen die werden gegooid en andere spullen die werden verplaatst, en soms het opwekken van extreme angst bij mensen die aanwezig waren bij dergelijke gebeurtenissen.
Michael Gross, een Britse schrijver, schreef een zeer academisch gefundeerde bibliographie van 1,111 bronnen over poltergeisten uit verschillende landen. (Gross 1979)
Colin Wilson schreef een zeer makkelijk te lezen en uitgebreid 382-pagina's dik boek met gevallen van poltergeisten. (Wilson 1981)
Guy Playfair's boek 'This House is Haunted' is een goed verslag van een poltergeist-zaak in Enfield.
Soms zijn ervaren politiemannen getuige geweest en hebben ze verklaard dat het poltergeist fenomeen niet uitgelegd kan worden op enige andere manier, dan een gestoorde intelligentie uit het leven na de dood. Vaak waren professionele mediums in staat om contact te maken met de poltergeist die dan in staat was te verklaren waarom hij zo boos was.

In Engeland
Eén van de meest verbazingwekkende poltergeist-activiteit in Engeland vond plaats in het huis van de familie Harper uit Enfield en duurde meer dan zestien maanden in 1977, waarbij het begon in augustus 1977 en eindigde in oktober 1978. Mrs. Harper, een gescheiden vrouw, woonde daar met haar vier kinderen, twee jongens en twee meisjes, van zeven tot dertien jaar.
De verstoringen, die niet van menselijke bron kwamen, werden gezien door mensen met verschillende achtergronden en verschillende religies, waaronder sceptici, politie, psychologen, psychiaters, journalisten, en zorgmedewerkers die allemaal poltergeist-activiteiten rapporteerden.
Twee overeenkomende en langdurige onderzoekers waren een schrijver, Guy Lyon Playfair - een zeer ervaren observator van poltergeist-activiteiten in Brazillie - en Maurice Grosse, een zeer gemotiveerd lid van de Society for Psychical Research (SPR). Playfair en Grosse schatten dat er meer dan 2,000 onverklaarbare incidenten zijn geobserveerd door minstens dertig getuigen.

Sommige activiteiten van deze specifieke poltergeist waren:
- het gooien van huishoudelijke spullen; stoelen werden kapot gesmeten, speelgoed van kinderen werd door de lucht gegooid door een onzichtbare 'bron'
- vuur dat uit zichzelf uitging
- het draineren van de stroom van de camera van de journalist en andere batterijen die direct leeg waren nadat ze waren opgeladen
- gooien van een ijzeren gril vanuit de open haard door de kamer waarbij Jimmy, één van de jongens van de Harpers, bijna werd geraakt.
- een zwaar gasfornuis dat uit de muur werd getrokken.

Als antwoord op een vraag van een onderzoeker verklaarde één van de poltergeisten dat hij "Joe Watson" heette. Toen gevraagd werd naar de reden voor het geweld was het antwoord: "Ik sliep hier," - hij zag iedereen dus als onbevoegden! Een afdruk verscheen in één van de kussens - alsof een onzichtbaar hoofd erop rustte; dit werd gezien door onderzoeker Guy Playfair. Stemmen die zeiden: "F--- off you," en 'Ik vind het leuk je te ergeren' werden gehoord, gericht aan onderzoeker Playfair.

In de Verenigde Staten
Duizenden poltergeist gevallen zijn gemeld in de VS . In één geval arriveerde de politie op 19 december 1976 bij het huis van Mrs. Beulah Wilson uit Pearisburg in Virginia nadat ze had geklaagd over regelmatig voorkomende poltergeist-activiteiten. De politie was in het begin sceptisch en negeerde de klachten, maar toen ze in het huis gingen kijken, zijn ze getuige geweest van het destructieve gedrag van een onzichtbare indringer die borden, stoelen en andere huishoudelijke spullen kapot gooide. In dit specifieke geval was de politie er getuige van dat een keukenkast van 200 pond in de lucht zweefde zonder enige steun.

In Duitsland
Een zeer krachtige poltergeist-activiteit vond plaats in het kantoor van een advocaat van het Bavarische stadje Rosenheim in 1976. De poltergeist-activiteit concentreerde zich om de jonge achttien jaar oude secretaresse Annmarie Schneider. Op een morgen toen ze de baan op het kantoor net had, liep ze door de hal bij de ingang. Getuigen verklaarden dat:
- de hangende lamp begon de zwaaien,
- de lamp in de kleedkamer begon ook te zwaaien,
- een lamp boven haar explodeerde,
- het licht in de andere kamer ging uit.

Andere keren gebeurde het volgende:
- er werden luide knallen gehoord
- alle lichten in het kantoor gingen gelijktijdig uit
- elektrische zekeringen sloegen zomaar door
- cartridges vlogen uit zichzelf uit hun houders
- alle vier telefoons rinkelden gelijktijdig en er was niemand aan de lijn
- telefoongesprekken werden regelmatig afgekapt of gestoord gedurende korte periodes
- telefoonrekeningen rezen ineens naar grote hoogte
- ontwikkelvloeistof in de fotokopieerapparaten begon ineens te lekken
- technici die de boel gingen onderzoeken hebben zwaaiende lampen en frames op camera vastgelegd
- natuurkundigen F. Karger en G. Zicha konden niets vreemds vinden met de elektriciteit en andere materiële zaken in het kantoor
- laden gingen uit zichzelf open (waar getuigen bij waren)
- tot twee keer toe bewoog een kast van 200 kilo uit zichzelf.

Professoren, journalisten, politie en andere getuigen verklaarden dat het poltergeist-fenomeen echt was. Professor Bender, een parapsycholoog die ook onderzoek heeft gedaan naar deze specifieke poltergeist, verklaarde dat de poltergeist-activiteiten zich concentreerden om Annmarie. Als Annmarie weg moest tijdens haar werk stopten alle poltergeist-verschijnselen abrupt. Geen enkele onderzoeker dacht dat Annmarie of iemand anders de boel voor de gek hield.

Ergens anders, in 1969 in Nicklheim, Duitsland, werd gerapporteerd dat parawetenschappers verschijningen onderzochten - het bewegen van zware objecten 'uit zichzelf' van de ene plek naar de andere. Parawetenschappers communiceerden met deze specifieke poltergeist en instrueerden hem om parfumflesjes van een bepaalde kamer naar buiten te brengen. Snel daarna, in de aanwezigheid van veel getuigen, vielen deze flesjes uit de lucht.

Wat zeggen de materialisten en kortzichtige sceptici ervan?
De materialisten zijn niet in staat gebleken om een geloofwaardige, samenhangende, logische, alternatieve verklaring te geven voor alle poltergeist-activiteiten. Vanaf Podmore in 1987 hebben ze voortdurend gewezen op twee verklaringen: fraude en/of de psychische kracht van het medium (Stevenson 1972:233).
Ze beweren dat in veel gevallen de verschijnselen worden veroorzaakt door jonge vrouwelijke tieners die in een huishouden zich 'niet goed gedragen'. Dit is onacceptabel, onredelijk, niet testbaar om de volgende redenen.
De materialistisch ingestelde sceptische Professor William Roll, voorzitter van de Psychical Research Foundation in Durham, North Carolina beweerde serieus dat poltergeist-activiteiten worden veroorzaakt door seksuele frustratie en boosheid van een tiener gedurende de puberteit. Het is de onderdrukte energie die 'naar buiten komt' als poltergeist-activiteiten. In sommige poltergeist-gevallen loopt het gedrag gelijk met de menstruele cyclus van de vrouw.

Ik weet zeker dat veel lezers, net als veel mensen tijdens mijn bijeenkomsten, uitbarsten in lachen als ze deze wetenschappelijk niet-testbare, belachelijke beweringen van deze professor horen. Zijn theorie geeft geen verklaring voor:
- poltergeist verschijnselen die niet langer duren dan een korte periode, terwijl de pubertijd en de genoemde seksuele frustratie een aantal jaren duurt
- hoe de naar buiten gekomen energie van een vrouw in haar menstruele cyclus in staat is om correcte feiten en details te geven zoals namen en datums en doodsoorzaken van voormalige bewoners in een huis
- materialisaties van spullen en de kracht om vuur te maken
- (geest)verschijningen
- een jeep die 14 meter de lucht in werd getild (Playfair 1975)
- de stemmen van volwassen oudere personen die zijn gehoord
- zeer zware meubels die werden opgetild
- het gooien van stenen door poltergeisten, wat in veel landen is gebeurd
- poltergeisten die in staat zijn om de vibraties van vaste objecten te versnellen en deze objecten naar een ander huis te verplaatsen
- verbale antwoorden of antwoorden in code als reactie op vragen en opdrachten aan de poltergeist
- sommige poltergeist-verschijnselen waren zeer wraakzuchtig en gevaarlijk
- sommige uitingen van poltergeisten die zeer vulgair en obscene waren
- sommige poltergeisten vertoonden persoonlijkheden van gemene oude mannen
- sommige poltergeisten waren vriendelijk en zelfs speels
- het niet voorkomen van poltergeistverschijnselen in het overgrote deel van de huizen waarin pubers wonen
- poltergeist-activiteiten die plaatsvonden zonder dat er een puber bij was
- poltergeist-activiteiten die direct stopten nadat een begaafd medium ze heeft overgehaald om weg te gaan.

We werden geïnformeerd dat in de uiteindelijke analyse professor Roll met tegenzin toegaf dat in sommige gevallen van poltergeist-verschijnselen de geestverklaring geaccepteerd moet worden.
De beweringen van sceptici en materialisten in de Enfield zaak was dat de meisjes van de Harper familie overtollige energie hadden die samenhing met de pubertijd en dat dit het poltergeist probleem had veroorzaakt. Maar dit verklaart niet de specifieke incidenten die ik hiervoor heb vermeld en de honderden andere poltergeist-zaken. Als de energie van jonge meisjes in de pubertijd poltergeist verschijnselen zou veroorzaken, dan zou meer dan de helft van Engeland en de Verenigde Staten en de hele wereld moeten worden geplaagd door poltergeist-activiteiten waar pubers aanwezig zijn.

Ian Stevenson presenteert in zijn verslag 'Are Poltergeists Living or are they Dead?' (1972) drie zaken om te illustreren dat parapsychologen de verklaring door aanwezigheid van geesten moeten overwegen in poltergeist-verschijnselen. Hij gaat verder en komt met 13 factoren die gebruikt kunnen worden om te zien welke zaken door een levend iets en welke worden veroorzaakt door een geest. Onder sommige van deze punten waarbij hij voorkeur geeft aan de geesthypothese, vallen zaken als:
- objecten lijken te worden opgepakt en worden voorzichtig weer neergezet
- het slachtoffer wordt benadeeld en/of iets aangedaan door de verschijnselen
- betekenisvolle antwoorden worden verkregen uit klopgeluiden
- verschijningen en visuele verschijnselen komen vaak voor
- communicaties van persoonlijkheden zonder fysiek lichaam komen duidelijk door bij mediums
- de verschijnselen stoppen bij exorcisme, placcatie of intersessie.

Duizenden poltergeist-zaken zijn gerapporteerd uit vrijwel elk land ter wereld. De materialisten en andere negatieve toeschouwers die doorgaan met het ontkennen van het bestaan van poltergeist-verschijnselen of beweren dat de verstoringen veroorzaakt worden door een onbekende kracht hebben tot op heden geen logische, rationele en wetenschappelijk objectieve alternatieve verklaring gegeven voor de bewering dat sommige poltergeist-verschijnselen gestoorde entiteiten zijn die gedurende een tijd bepaalde mensen lastigvallen om hen op hun aanwezigheid te wijzen.

Ze weten niet dat ze dood zijn
Poltergeist-activiteiten komen overeen met de informatie die wordt doorgegeven vanuit het hiernamaals uit honderden verschillende bronnen - waaronder natuurlijk de hogere bron Silver Birch - dat deze mensen die fysiek gestorven zijn en die, toen ze tot zichzelf kwamen in een 'lichaam' in een andere wereld weigeren te geloven dat ze fysiek waren gestorven - sommigen raakten in de war en veroorzaakten een tijdje veel overlast.
Informatie uit het hiernamaals vertelt ons dat onze persoonlijkheid niet verandert omdat we na onze dood alleen in een andere wereld terecht komen. De mentale toestand tijdens het sterven is heel belangrijk. De geest, het karakter en de persoonlijkheid veranderen direct na de dood helemaal niet. En als een persoon heel gestoord is tijdens het sterven, dan bestaat de kans dat die persoon net zo gestoord blijft in het hiernamaals - gedurende een onbepaalde periode.
Er is ons verteld dat mensen soms gevangen kunnen raken tussen de fysieke wereld en het hiernamaals. Ze denken dan dat ze nog steeds leven en blijven leven in hetzelfde huis.
In sommige gevallen is iemand die dan in dat huis woont mediamiek - een paranormaal gevoelige. In het bijzijn van een dergelijk persoon kan de entiteit zijn aanwezigheid laten voelen.

In zijn boek 'The Strangers' schrijft Matthew Manning [http://www.colin-smythe.com/authors/mattman.htm] over zijn poltergeist-ervaringen toen hij een tiener was. Deze werden volgens hem veroorzaakt door een overleden vorige bewoner van hun huis, een zekere Robert Webbe, die niet door had dat het een andere eeuw was en klaagde over de vreemde mensen die in zijn huis leefden.
Matthew Manning is sinds die tijd internationaal bekend geworden als helderziende en genezer. Toen hij de poltergeist-verschijnselen meemaakte, werd hij grondig onderzocht door professor George Owen uit Cambridge, een bekende expert op het gebied van poltergeisten. Later werd hij onderzocht door een aantal wetenschappers, waaronder Charles Tart en de Nobelprijs-winnaar natuurkundige Brian Josephson. Deze wetenschappers met een grote geloofwaardheid en met internationale reputaties, bevestigden dat de bovennatuurlijke ervaringen van Matthew Manning echt waren.

Niet-afgeronde zaken
In veel gevallen heeft de motivatie voor de poltergeist-verschijnselen direct verband met serieuze, niet afgeronde zaken. Soms gaat het om serieuze misdaden zoals moord, verkrachting, marteling en andere onrechtvaardigheden, deze motiveren de intelligenties uit het hiernamaals om recht of wraak te zoeken.
Ondanks het feit dat ieder geval grondig onderzocht moet worden om fraude en andere natuurlijke verklaringen uit te sluiten, is er geen twijfel dat door het objectieve bewijs dat beschikbaar is van poltergeist-activiteiten, deze alleen kunnen worden verklaard door het bestaan van een leven na de dood.


terug naar het literatuuroverzicht

terug naar het weblog







^