De meerdere verschijningsvormen van de ene godheid

Geheel vanuit de geest gezien.

De 'godheid' is de goddelijke natuur, het goddelijke wezen; de godheid is al het goddelijke en in de godheid is het al één. Welke afzonderlijke eigenschapen zijn er desondanks in de eenheid van het goddelijke wezen te onderscheiden?

"Laten wij mensen maken
naar ons beeld en gelijkenis...
man en vrouw schiep God hen." Genesis 1:26-27

De éne algeest verdichtte in zichzelf
zijn zelfbeeld tot álle menselijke geesten.
God is in mij het vuur, ik ben in hem de schijn,
zo moeten wij elkaar wel zeer gemeenzaam zijn.
De druppel wordt tot zee, is hij in zee gekomen,
de mens wordt God, als hij in God is opgenomen.
Angelus Silezius
Zwerver tussen hemel en aarde

De algeest als de goddelijke geest heeft een zelfbeeld van zichzelf
tot zichzelf als algeestvonk verdicht, de menselijke geest;
en heeft aan dat zelfbeeld van zichzelf de aanleg meegegeven
zich - met stille hulp van boven - tot persoonlijke zelfstandigheid te ontwikkelen.

Inhoud

1. De vermogens van de geest
2. De geestestoestanden van de geest
3. De ongevormde oertoestand
4. De gevormde toestanden
5. De engelen
6. Het goddelijke gezin en de kubus
7. De mensheid
8. Bewustwording
9. De bouwstof van de stoffelijke schepping
10. Algeestvonken en kwantumveldentheorie

1. De vermogens van de geest
Al het goddelijke is geest,
geest als de vermogende, bewuste levenskracht,
die zich voor het geopende geestesoog laat waarnemen als:
de beweging van geestelijk licht en geestelijke warmte,
maar met daarin als kern verborgen:
de rust van geestelijk donker en geestelijke koelte.
Door de beweging is de geest in een zelfvormende, scheppende toestand,
door de rust in een ontvankelijke, vormbare toestand.
Deze rust en beweging zijn de geestelijke grondeigenschappen,
zij zijn de vrouwelijke en mannelijke zijde van de geest.


de werkzaamheid van de vermogens
binnen de vrouwelijke geest
Met dat zelfvormende licht en die zelfvormende warmte
en daarin dat vormbare donker en die vormbare koelte,
(binnen de geest als bolvormige wolk van licht en warmte)
hangen de vermogens van de geest samen,
het waarnemen, denken, voelen en willen:
waarnemen is een toestand van vormbaar licht binnen de geest, waarbij waarnemingsbeelden als lichtbeelden worden gevormd,
en door waar te nemen komt de géést
in de geestestóestand van zich bewustzijn;
denken is zelfvormend licht binnen de geest,
waardoor de geest in zichzelf denkbeelden als lichtbeelden vormt,
voelen is vormbare warmte, waardoor binnen de geest
gevoelens als medegevoel, medeleven kunnen worden gevormd,

de werkzaamheid van de vermogens
binnen de mannelijke geest
en willen is zelfvormende warmte in de vorm van wilskracht,
een verhoogde krachttoestand binnen de geest.

Aan de werkzaamheid van deze vermogens, in de vorm van
waarnemingen, denkbeelden, gevoelens en wilskracht
is de werkzame geest rechtstreeks in zichzelf,
maar ook door anderen in het gedrag naar buiten,
onmiddellijk te herkennen als een werkelijkheid:
als dát, wat wérkt.

terug naar de Inhoud

2. De geestestoestanden van de geest: ongevormd en gevormd
Niet alleen is alles in de godheid geest,
maar het is ook 'geest in een bepaalde geestestoestand';
dat zijn toestanden van de vermogende, bewuste levenskracht,
toestanden van dat licht en die warmte, van dat donker en die koelte.

De geestestoestand van de godheid doet zich op twee wijzen voor:
er is een ongevormde oertoestand, de toestand van de algeest
en daarbinnen zijn er meerdere gevormde toestanden mogelijk.
De gevormde toestanden zijn door verdichting van licht uit de algeest ontstaan,
zij blijven door die verdichting altijd binnen de algeest
- zij zijn er door een naadloze overgang onwrikbaar mee verbonden -
en zijn al dan niet - door doorstroming met warmte - tot leven gewekt.

terug naar de Inhoud

3. De ongevormde oertoestand
De geestestoestand van de oorsprong van het al, de onbegrensde algeest,
doet zich aan het geopende geestesoog voor
als een oneindige zee van geestelijk licht en geestelijke warmte,
met daarin verborgen het geestelijke donker en de geestelijke koelte,
die zich in de eeuwige oneindigheid uitstrekt.

De algeest is God als de geestelijke vadermoeder van het al,
door de werkzaamheid van de geestelijke vermogens
in de meest verheven toestand: de ongevormde oertoestand.
Vanuit die ongevormde oertoestand vormt God als vadermoeder door te denken
alle geschapen vormen als lichtvormen binnen zichzelf als de algeest
en een deel daarvan is vanuit het voelen met warmte doorstroomd
en zo - binnen de algeest - tot zelfstandig leven gebracht.

terug naar de Inhoud

4. De gevormde toestanden

de vorm waarin de eigenschappen
van de geestelijke vermogens zich
uitdrukken: de menselijke gestalte
De geestestoestand van het algeestmiddelpunt,
het middelpunt van de oneindigheid - dat zich daardoor overal bevindt -
komt tot uitdrukking in Gods heilige geest,
de algeest als een gevormde toestand,
die zelfverwekt is en uit Eén, de algeest, is geboren, daardoor
- 'monogenes': uit één, de algeest, voortgekomen, -
door zelfverwekking geboren uit zichzelf als de algeest.

Gods heilige geest is God als de zoondochter
die de algeest als vadermoeder door verdichting
als eerste uit en in zichzelf liet ontstaan.

De eeuwige oneindigheid van de algeest wordt geboren
in de vorm van één algeestvonk door verdichting van zichzelf,
door verdichting van het zelfbeeld van de algeest.
Door die verdichting is de algeest in de heilige geest
en de heilige geest in de algeest.
Zij zijn de ongevormde en gevormde toestand van God in één.


God als vader en moeder,
als twee tweelinggeesten
In deze geestestoestand verschijnt de godheid in een bepaalde vorm,
de geestgedaante en de vorm van de geestgedaante is een weergave
van de ontwikkelingstoestand van de geestelijke vermogens.

De werkzaam van die vermogens drukt zich uit
in de vorm van de geestgedaante, de goddelijke lichtgestalte,
waarin de heilige geest en Gods engelen aan de mens verschijnen.
De ontwikkelingstoestand van de vermogens in de mens
komt tot uitdrukking in de hoedanigheden van die vorm,
in de eigenschappen van de menselijke vorm...
en die vorm is een engelenvorm in aanleg.

Gods heilige geest, God zelf in de vorm van de zoondochter,
zelfverwekt en door verdichting geboren uit zichzelf als de vadermoeder,
zij zijn in liefde in elkaar opgegaan tot een verenigde tweelinggeest,
het goddelijke huwelijk,
handelend als één wezen, als één persoon.

De mannelijke geest van deze eenheid vormt de buitenkant,
de vrouwelijke geest is de onzichtbare kern in het hart
maar samen volledig aanwezig in hun uitspraken en handelingen.
Onder andere door de helderziende waarneming van alleen
de mannelijke buitenkant van de verenigde tweelinggeest
ontstond de misvatting, dat God alleen een vader zou zijn.

de vader buiten en de
moeder binnen als
verenigde tweelinggeest

Deze verenigde tweelinggeest is als één, heilige geest
in de mens Jezus persoonlijk bij de mensheid geweest,
heeft met de mens op aarde geleefd en geleden en is daardoor
God zelf als een broederzuster van de mens geworden
en de mens daardoor in aanleg een broeder en zuster van God.
Door de mannelijke zijde van Gods heilige geest
kan de mannelijk menselijke geest op aarde weten
in aanleg een godenzoon te zijn;
door de vrouwelijke zijde van Gods heilige geest
kan de vrouwelijk menselijke geest op aarde weten
in aanleg een godendochter te zijn.

terug naar de Inhoud

5. De engelen
De geestestoestand van Gods kennis, gedachten, gevoelens en wil,
die aanwezig zijn in de oneindige ruimte van de algeest, zij zijn
verwekt en geboren door de werking van Gods geestelijke vermogens
- het waarnemen, denken, voelen en willen in de algeest -
en zijn ieder op zich als een zelfstandigheid in de algeest werkzaam en
zij komen tot uitdrukking in Gods engelen.

Gods kennis, gedachten, gevoelens en wil, zij zijn zichtbaar
in een eigen geestgedaante, waarin zij de mensheid op aarde
vanuit de geestelijke wereld liefdevol begeleiden op hun weg
van geestelijke ontwikkeling ... om zodoende ook zichzelf te ontwikkelen.

terug naar de Inhoud

6. Het goddelijke gezin en de kubus

het goddelijke gezin:
zelfstandigheid én
gemeenschappelijkheid
De kleine kubus (1) is de vader (de grondvlakken zijn niet getekend), kubus 2 is de moeder, kubus 3 de zoon en kubus 4 de dochter... het eerste paar heeft zichzelf vermenigvuldigd en is in het tweede paar tot uitdrukking gekomen: het meest evenwichtige gezin.
Zij vormen samen een kring (1,2,3,4) met daarin een kruis (1-3, 2-4), zij staan zij aan zij en zijn gelijkvormig aan elkaar - zij vormen een hechte eenheid. Zij zijn in dezelfde bodem - de algeest - geworteld, waar zij naadloos in overgaan.
Zij zijn gelijkvormig aan het geheel, de vier kleinere in één grote kubus (een fractaal), die in het middelpunt (de 9) alle met elkaar zijn verboden.
Dit is de meetkundige weergave van het goddelijke gezin... een tweetal tweelinggeesten: vader en moeder, zoon (broeder) en dochter (zuster)!

gezin
tetraktys
windroos
elementen
jaargetijden
vier vermogens
temperamenten
vier dieren (Ez.)
Samen met de 4 punten aan de basis (5,6,7,8) zijn er 9 punten.
De 9 in het midden verzinnebeeldt bij Pythagoras:
het goddelijke geheel.

Deze verhoudingen in het goddelijke gezin wordt Jezus verwoord tijdens het Laatste Avondmaal,
waarbij de grote kubus de Vader (de algeest) voorstelt, de kleine kubus Jezus en de mens:
Ik (Jezus als de de heilige geest) ben in de Vader (de algeest) en de Vader is in mij. (Joh. 14:11)
Vader, laat hen één zijn zoals wij, de Vader in mij, ik in de Vader en zij in ons. (Joh. 17:21)
Opdat zij één zijn zoals wij één zijn. (Joh. 17:22)

terug naar de Inhoud

7. De mensheid

vader, moeder en de
mens als godenkind
De geestestoestand van de mensheid als Gods eigen algeestvonken,
in de algeest verwekt en geboren als Gods godenkinderen in aanleg
door verdichting van vadermoeders eigen licht én warmte,
zij zijn de zich tot volmaaktheid ontwikkelende geesten.
Voor hun geestelijke groei schiep God in zichzelf als de algeest
de stoffelijke wereld, waarin zij schijnbaar aan zichzelf worden overgelaten,
levend in de stof, het levenloze tegendeel van zichzelf als het levende, de geest
(want stof is verdicht licht, zonder belevendigende doorstroming van warmte),
waardoor de geest onbewust wordt van zijn eigen zelfstandigheid
en van zijn geestelijke oorsprong, God.
Door hun schijnbare vrijheid kunnen zij, uit eigen vrije keuze, ten slotte op zoek gaan
naar het wezen van zichzelf en van hun bron, om zo zichzelf te vervolmaken;
want alleen door eigen inspanning kan de mens zich iets eigen maken
daardoor zijn goddelijke aanleg tot ontwikkeling brengen
en zo zelfstandig worden als Gods godenkind.

Door hier het leven te leven, zijn zij zelf op weg gegaan
naar geestelijke volwassenheid - schijnbaar zonder hulp of beloning -
door zelf hun vermogens, hun eigen licht en warmte,
bewust en beheerst te leren gebruiken door het verwerken van levenservaringen
en die zo om te vormen tot het geweten en de deugden.
De ontwikkelingstoestand van die vermogens is zichtbaar geworden
in de geestgedaante in de geestelijke wereld, het voertuig voor die wereld,
en op aarde zichtbaar geworden in het lichaam, de stoffelijke levensvorm,
het voertuig voor deze tijdelijke, stoffelijke wereld.

terug naar de Inhoud

8. Bewustwording vindt plaats door het onderscheiden van tegendelen.
De algeest is eeuwig en alomtegenwoordig, en is daardoor één.
Er was in de algeest geen punt, waarmee de algeest zichzelf zou kunnen vergelijken;
en daardoor had de algeest geen tegendeel,
waardoor die zich van zichzelf bewust zou kunnen worden.
De algeest is zelf één geest, die zichzelf echter wel
door verdichting in meerdere vórmen kan uitdrukken,
zoals in de engelen, in de menselijke geest, in de dierengeest en de plantengeest,
de mineralengeest en de elementaire deeltjesgeest.

De menselijke geest is een bolvormige wolk van licht en warmte,
door de algeest door verdichting in zichzelf gedacht - een beeld van zichzelf -
en door doorstroming met Gods liefde tot zelfstandig leven gewekt.
De algeest heeft zichzelf in die algeestvonk, de menselijke geest, uitgedrukt,
om, nadat die geest zich door zelfverkozen geestelijke ontwikkeling
- hier schijnbaar op eigen kracht, maar tegelijkertijd onmerkbaar door engelen begeleid -
van zichzelf als geest én als die algeestvonk bewust is geworden,
zich van daaruit ook van zichzelf als de álgeest bewust te worden!

Zoals een plant zichzelf in aanleg in het gevormde zaad tot uitdrukking bengt,
en er zich vanuit dat zaad een nieuwe plant kan vormen
- daarbij begeleid door zonnewarmte en -licht, door aarde, vocht en lucht -
zo kan ook de menselijke geest in de leerschool van de aarde
uitgroeien tot goddelijke volwassenheid.

terug naar de Inhoud

9. De bouwstof van de stoffelijke schepping
De stoffelijke wereld is één van de vele werelden, die er in de algeest zijn.
De bouwstof van deze wereld is ook gevormd met Gods licht en warmte,
maar die bleven hier lós van elkaar, waardoor die bouwstof zelf levenloos is.

De algeest vormde zoals gezegd de menselijke geesten
door in zichzelf geestelijk licht door te denken te verdichten tot bolvormige wolken
en die gedachten in zichzelf tot leven te brengen,
door die liefdevol met geestelijke warmte te doorstromen.
Bij de vorming van stóffelijke deeltjes echter
verdichtte de algeest weliswaar ook het licht in zichzelf
tot bolvormige wolkjes, die de bouwstenen van het heelal zijn (fermionen),
maar liet de warmte daar niet invloeien. God verdichtte ook die tot deeltjes:
de krachtdeeltjes van het heelal (bosonen).
Doordat zij een wisselwerking vertonen,
wordt een weefsel van deeltjes en krachten gevormd: de stof,
waarmee God de goddelijke gedachten in de stoffelijke schepping vorm gaf.
Doordat deze licht- en warmte-deeltjes gescheiden bleven,
vormen zij de levenlóze bouwstoffen van het heelal.

Om de menselijke geesten als de lévende deeltjes van zichzelf
de gelegenheid te geven een zelfstandig leven te verwerven
in de stoffelijke schepping als leerschool,
plaatste de algeest een licht- en een warmtedeeltje van zichzelf
in de ruimte van de wereld van de menselijke geest: het heelal.
Zoals één zaadje - in de loop van jaren -
zichzelf tot een oneindig aantal zaadjes vermenigvuldigt,
ontstonden door eenzelfde vermenigvuldiging
uit de oorspronkelijke eenvoud van die 'zaadvonkjes'
de verschillende soorten en het oneindige aantal deeltjes,
die nodig zijn om samen het hier zichtbare heelal te vormen.
Deze deeltjes vormen geen eenheid van licht en warmte,
en daardoor vormen zij de levenloze stof,
die de bouwstof is voor Gods stoffelijke schepping.

Doordat de levende geest in deze wereld leeft in zijn tegendeel,
de levenloze stof
, is de geest hier onbewust geworden van zichzelf
en daardoor is de geest hier in de gelegenheid zich op eigen kracht
van zichzelf bewust te worden, door zich te leren onderscheiden
van zijn tegendeel, de levenloze stof van het lichaam,
- uit dit levenloze heelal voortgekomen - daarin begeleid door Gods engelen
en door vrienden en vriendinnen die thuis zijn gebleven.
Door hun onmerkbare hulp kan zelfbewustzijn zijn eigendom worden
en kan zijn eigen goddelijkheid, in aanleg aan de mens meegegeven,
door de mens zelf worden verwerkelijkt.

terug naar de Inhoud

10. Algeestvonken en kwantumveldentheorie
De goddelijke algeest vormde in zichzelf alle menselijke geesten
door in de ruimte van de eeuwige oneindigheid van zichzelf
puntvormige verdichtingen van het licht
met warmte te doorstromen en die zo tot leven te wekken.
Door de toestand van verdichting van licht en warmte in de algeest,
is er geen grens tussen de menselijke geest en de algeest,
maar een geleidelijke overgang van licht en warmte,
waardoor de menselijke geest naadloos met de algeest blijft verbonden
en in wezen ook met alle andere geesten.

Die geestelijke toestand komt ook tot uitdrukking in de stoffelijke toestand,
want volgens de kwantumveldentheorie
zijn alle deeltjes die tezamen de stoffelijke schepping vormen
verdichtingen uit het 'krachtveld' dat bij iedere soort deeltjes hoort.
Alle deeltjes blijven verstrengeld met het krachtveld waaruit zij
zijn voortgekomen en ook blijven alle deeltjes verstrengeld met elkaar.
Daarmee hangt het verschijnsel 'golfdeeltje-dualiteit' samen:
afhankelijk van de omstandigheden gedraagt dat,
wat men toch maar een 'deeltje' blijft noemen
zich de ene keer als deeltje en de andere keer als golfverschijnsel.

Deze toestand komt overeen met het onderwerp dat Jezus met zijn leerlingen bespreekt tijdens het laatste Avondmaal. De kern van Jezus' leer is de liefdevolle verbondenheid die er eeuwig bestaat tussen Jezus en God, én de verbondenheid die nog bewust moet worden voor de mensen, opdat de liefdevolle band tussen God en Jezus ook met de ménsen tot leven zal komen.
Voor 'de Vader' kan de toestand van de algeest worden gelezen: "... die meer is dan ik!"

Johannes 13:34 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
13:35 Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.
14:10 Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is?
14:11 Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is ...
14:20 Op die dag zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u.
15:3 ... blijft in Mij, gelijk Ik in u.
15:5 Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

16:32 [...] En toch ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij.
17:21 [...] Opdat zij allen een zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
17:22 En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn.


terug naar de Inhoud






^