het gebruik van alcohol en drugs


Het woord 'drug' is afkomstig van een Middelnederlands woord: 'droge' (herkenbaar in 'drogisterij'), een gedroogd, plantaardig geneesmiddel. Het woord is eerst overgenomen in het Frans en van daaruit in het Engels, en wordt nu als 'drug' weer in het Nederlands gebruikt, maar alleen met de betekenissen 'stimulerend -', 'verdovend -' of 'geestverruimend' middel'. Het woord 'drugs' is een verzamelnaam voor deze drie groepen, waarin drugs naar hun uitwerking kunnen worden ingedeeld.
Er is geen wezenlijk verschil in de verstorende uitwerking op de hersenen tussen alcohol en drugs. Alcohol werd al in de oudheid door iedereen gebruikt, doordat alleen alcoholische dranken langer houdbaar waren en gewoon putwater niet. De voorouders van de mensheid moeten regelmatig in een roestoestand hebben verkeerd. Uiteindelijk leidt de verstorende werking op de hersenen tot een verslaving, die nauwelijks is te overwinnen.

Het gebruik van drugs is er altijd geweest, alleen niet in zo grote mate en door zo velen als tegenwoordig. Het gebruik van geestverruimende middelen, bestanddelen van cannabis en paddestoelen (maar ook ephedrine uit Ephedra), was in de oudheid voorbehouden aan sjamanen en priesters; paddestoelen werden ook gebruikt door Maya- en Incapriesters. Zij wisten het zodanig aan te wenden, dat zij gedeeltelijk of geheel uittraden ('trance', 'high') en op deze kunstmatige wijze in verbinding kwamen met hun begeleiders in de geestelijke wereld.
Het gebruik van 'wierook' ('wij-rook', van Gotisch 'weihs': heilig) is daar nog steeds een overblijfsel van. Het verbranden van hars uit verschillende boomsoorten werd in de oudheid al in tempels toegepast als rookoffer en voor de 'geestverruimende' (uittreding veroorzakende) werking op de aanwezigen.
De (gedeeltelijke) uittreding wordt echter veroorzaakt doordat de hersenwerking wordt verstoord ter hoogte van de synaps; dit is de plaats waar prikkels van de ene hersencel op de andere worden overgebracht door zgn. 'neurotransmitters', hormoonachtige stoffen; de aanmaak en afbraak daarvan wordt door drugs verstoord (versneld of geremd). Door die verstoring kan de geest zich niet meer voldoende met de hersenen verbinden en wordt er min of meer naast geplaatst. Die verstoring is er ook de oorzaak van dat de juiste waarneming wordt verhinderd en er zinsbegoochelingen ontstaan (hallucinaties, van Grieks 'aluoo': buiten zichzelf zijn, wakend dromen).
Klik hier voor een hersenonderzoek naar de toestandsverandering in de hersenen, veroorzaakt door het gebruik van psylocibine (paddestoel), dat op uittreding wijst.

Om de uitgetreden toestand te bereiken, gebruikten de oude sjamanen naast geestverruimende middelen ook trommels, die op een opzwepende wijze werden bespeeld. Datzelfde ziet men heden ten dage gebeuren op 'festivals' (wat valt daar eigenlijk te vieren?), waar naast drugs ook van harde 'muziek' gebruik wordt gemaakt, terwijl schokkende bewegingen worden uitgevoerd ('dansen' genoemd, wat sommige sjamanen ook deden) temidden van zijn eigen afval (dat komt dan weer niet met sjamanen overeen). Harde muziek wordt bij zulke gelegenheden zowel psychisch als fysisch als (oor)verdovend middel toegepast.

Door drugsgebruik ontstaat er op kunstmatige wijze een verbinding met de geestelijke wereld, terwijl de betreffende geest niet over de juiste geestesgesteldheid beschikt; daardoor kunnen de geestelijke ervaringen ongunstig zijn en kunnen er ernstige storingen optreden; o.a. kunnen daardoor achtervolgingswanen ontstaan (paranoia).
De verbinding kan op natuurlijke wijze tot stand komen ten eerste door de ontwikkeling van de persoonlijkheid, waarbij de vermogens ten slotte worden gekenmerkt door het geweten en de deugden, en ten tweede door zelfbezinning, de bezinning op zichzelf als menselijke geest. De verbinding komt dan tot stand met behulp van de geestelijke begeleiders.


terug naar de vragenlijst






^