Het doel van Jezus' kruisdood


De Heer over Zijn kruisdood en opstanding

De Heer: "Wat Mijn lichaam betreft, ben Ik nu evenals jullie een sterfelijk mens. Het gevolg daarvan is, dat ook Ik dit lichaam zal afleggen. Dit zal geschieden aan het kruis in Jeruzalem, als getuigenis tegen de tempeljoden, hogepriesters en Farizeeën, en tot hun gericht.
Want dit alleen zal voor altijd hun macht breken evenals van de vorst van de geestelijke duisternis, die nu de mensen-wereld beheerst. Want ook hij zal machteloos worden en de mensen niet meer zo erg als tot nu toe kunnen verleiden en in het verderf storten.
Deze vorst heet 'satan' (van Hebreeuws 'satana': tegenwerpen, tegenstaan; 'satan': tegenstander). Dat betekent: eigenliefde, hebzucht, heerszucht, trots, afgunst, haat, moordlust, leugen, bedrog en allerlei hoererij."
   
    

Jezus' overwinning van de dood en opstanding uit het dodenrijk (onder)
Jezus neemt Adam (l) en Eva (r) mee en met hen de mensheid
tekst: HA APOSTOSIS IESOUS XRISTOS (de opstanding van Jezus)
muurschildering in een kerk in Istanbul
bron: Dries van den Akker SJ, Ignis Webmagazine
klik hier voor de video   
 
"Omdat de grootste hoogmoed alleen door de diepste deemoed te gronde kan worden gericht, is het dus noodzakelijk dat dit aan Mij zal geschieden. Wanneer jullie dit zullen vernemen, moeten jullie dus niet ontsteld zijn; want Ik zal niet in het graf blijven en ontbinden, maar op de derde dag weer opstaan.
Zoals Ik nu hier bij jullie ben, zo zal Ik weer bij jullie komen! En dit zal voor jullie allen in jullie ziel een grootste en waarste getuigenis geven van Mijn goddelijke zending en jullie geloof geheel en al sterk maken.
Dit heb Ik jullie nu van tevoren gezegd opdat, als het zover zal komen, jullie je niet aan Mij zult ergeren en Mijn leer zult verlaten."

Bron: Jakob Lorber, Grote Johannes Evangelie 5, 220:1-3

Jesaja 52:13 – 53:12

Ons lijden nam hij op zich.

Ja, mijn dienaar zal slagen, hij zal groots zijn, hoog verheven in aanzien.
Zoals hij velen deed huiveren – zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, zijn uiterlijk had niets meer van een mens; zo zal hij veel volken opschrikken, en koningen zullen sprakeloos staan. En zij aan wie niets was verteld, zullen zien, zij die niets hadden gehoord, zullen begrijpen.
Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?
Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren.
Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht.

Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.
Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.
Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen.
Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.
Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.
Maar de Heer wilde hem breken, hij maakte hem ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuld, om zijn nageslacht te zien en lang te leven. En door zijn toedoen slaagde wat de Heer wilde.
Na het lijden dat hij moest doorstaan, zag hij het licht en werd met kennis verzadigd. Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun wandaden op zich.
Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op.

Bron: NBG, Nieuwe Bijbelvertaling


terug naar de vragenlijst






^