enneade en enneagram


Het woord 'enneade' is afkomstig van het Griekse 'enneas' en betekent: negental.
Het woord werd in het verleden voor verschillende negentallen gebruikt, bijvoorbeeld:
- De Egyptenaren kenden een enneade in de vorm van de negen goden van Heliopolis: Atoem of Ra als de schepper god; uit Atoem kwamen voort de vier paargenoten Sjoe en Tefnoet; Geb (de Aarde) en Nut (de Hemel; Osiris en Isis; Seth en Nephthys. Dit negental was al bekend in het Oude Rijk, in het derde millennium v.Chr.
- De Grieken kenden een negental in de vorm van de negen Muzen: Erato, Euterpe, Kalliope, Clio, Melpomene, Polyhymnia, Terpsichore, Thaleia en Urania, die ieder een bepaalde kunst of wetenschap vertegenwoordigden.
- De filosoof Plotinus (204-270), een neoplatonist, schreef tijdens zijn leven zijn gedachten op in 54 verhandelingen. Na zijn overlijden rangschikte zijn leerling Porphyrius deze werken in een Enneade van 9 hoofdstukken met ieder 6 paragrafen.

Het begrip enneade is niet hetzelfde als 'enneagram', een nieuwvorm die 'negenschrift' betekent.
Het woord enneagram verschijnt pas aan het begin van de 20e eeuw, in de omgeving van de filosoof Gurdjieff. Ouspensky, leerling van Gurdjieff, schrijft er over in zijn boek 'Op zoek naar het wonderbaarlijke' uit 1949. Daarna wordt het enneagram in de jaren zestig door Oscar Ichazo uitgewerkt tot een persoonlijkheidsleer. Ook Claudio Naranjo werkte aan het enneagram als een getallenschema met persoonlijkheidstrekken (bron: Wikipedia, Skepter 13.2 (2000)).

Alexander Roob schrijft in zijn boek 'Alchemie en mystiek':
"Uit onderzoek van zijn leerling J.G. Bennett bleek dat Gurdjieff het enneagram omstreeks 1900 leerde kennen als dansfiguur bij de Naqshbandi-derwisjen in Uzbekistan. Hun onderwijsmethoden en toonzettingen vertoonden opvallende overeenkomsten met Gurdjieffs eigen methoden. De Naqshbandi zouden teruggaan op overleveringen van de rond 950 gestichte geheime bond van de 'loutere broeders van Basra'.
Die ontwikkelden een invloedrijk universeel systeem waarin Griekse, Perzische, Chinese en Indiase inzichten onder aanvoering van een pseudopythagoreïsche getalsmystiek werden versmolten.
Ze onderwezen dat aan alle werelden en natuurverschijnselen het getal negen structurerend ten grondslag ligt.
Hun encyclopedische geschriften, die behoren tot "de voor de geschiedenis van de chemie belangrijkste werken die zijn overgebleven uit de vroegArabische periode" (E.O. von Lippmann, Entstehung und Ausbreitung der Alchemie, Berlijn, 19191954), drongen rond het jaar 1000 in Spanje door. Mogelijk leerde Raimundus Lullus ze daar in de 13e eeuw kennen en baseerde hij er zijn op het getal negen gefundeerde Ars generalis op (vgl. blz. 286 e.v.)."

Het enneagram is niet terug te voeren op het Egyptische Boek van Thoth. Hiermee hangt wel de Tarot samen en de getallenleer van Pythagoras (z.a. in het Menu).
Het Boek van Thoth, de Tarot, de getallenleer van Pythagoras en de persoonlijkheidskenmerken zoals die in geestkunde worden behandeld, vormen samen een hechte eenheid (zie bij de 'Vragen en antwoorden' onder 4. Psychologische onderwerpen de onderwerpen 'het boek Thoth, de Tarot en geestkunde' en 'numerologie, enneagram en geestkunde').


terug naar het overzicht






^