De godservaring en de kwantumveldentheorie


De veldentheorie
Tot de klassieke natuurkunde behoort de veldentheorie.
Het natuurkundige begrip 'veld' beschrijft een toestand waarin voorwerpen in een ruimte een kracht ondervinden, doordat er in die ruimte een kracht werkzaam is; daardoor is er sprake van een 'krachtveld'. Iedere natuurkundige kracht wordt in de veldentheorie beschreven door het erbij behorende veld: zo is er een zwaartekrachtsveld, een elektrisch en een magnetisch veld (het woord 'veld' is in feite misleidend, want het gaat om een ruimte).
Een krachtveld wordt veroorzaakt door een 'krachtbron' (bijv. een radiozender). Het daaruit voortkomende krachtveld kan een golfgedrag vertonen (straling, radiogolven) en plant zich door de ruimte voort langs bepaalde krachtlijnen, die van de krachtbron uitgaan. Met het begrip 'veld' wordt beschreven, hoe een krachtbron op een voorwerp in zijn omgeving inwerkt.
Een veld bevat een 'veldenergie', waardoor het energie kan overbrengen (bijv. van een radiozender naar een -ontvanger). De krachtbron kan middels het uitgestraalde veld in een ontvanger een werking uitoefenen.
Het elektrische en magnetische veld hebben de bijzondere eigenschap dat zij op elkaar kunnen inwerken (het elektromagnetische veld). Door die wederzijdse inwerking wekken zij elkaar afwisselend op en daardoor planten zij zich zelfstandig door de ruimte voort in de vorm van elektromagnetische straling: licht.

De kwantumveldentheorie
Nadat in de moderne natuurkunde de kwantummechanica (de leer van 'deeltjesbeweging') tot ontwikkeling was gekomen, ontstond er ook een kwantumveldentheorie (de veldentheorie van een 'kwantum': een 'hoeveelheidje' of 'deeltje'): alle bekende deeltjes ontstaan vanuit de 'aangeslagen toestand' van hun veld.
In de bewoordingen van de kwantumtheorie verkeren al deze deeltjesvelden - de velden waaruit de deeltjes voortkomen - in een bepaalde 'energietoestand'. De laagste is de grondtoestand. Deze grondtoestand (a) kan door allerlei oorzaken 'worden aangeslagen' (worden geëxiteerd). Daardoor ontstaan 'trillingstoestanden' in het veld, die met een 'energiepakketje' (b, c) overeenkomen, dat zich aan de onderzoeker voordoet in de vorm van een 'deeltje' (d).

a golf in veld, b,c golfpakketje, d deeltje
de 'golf-deeltje dualiteit'
al deze veldtoestanden vormen een evenwicht
Het natuurkundige verschijnsel dat een deeltje wordt genoemd, is de aangeslagen toestand van zijn veld: het deeltje komt uit het veld voort! Velden zijn daardoor de grondslag van de deeltjes... en daardoor ook van de stoffelijke wereld.
Hiermee hangt ook de 'golf-deeltje dualiteit' van licht samen. Licht is als veld een elektromagnetische straling en als deeltje een foton, dat uit het veld voortkomt. Afhankelijk van de wijze van onderzoek doet licht zich de ene keer voor als straling (vastgesteld door Huygens) en de andere keer als deeltje (vastgesteld door Newton).

Het ontstaan van een deeltje kan als de plaatselijke verdichting van een veld worden beschreven. Dat komt volkomen overeen met mijn godservaring. De kwantumveldentheorie beschrijft de wijze, waarop God deeltjes laat ontstaan en daarmee deze stoffelijke schepping schept.

De godservaring
Mijn godservaring is het eenvoudigst als volgt onder woorden te brengen: "Gods algeestvonk ben ik." De volgorde van die woorden is van belang. Want toentertijd, tijdens mijn gebed tot God, werd eerst aan mij getoond: God in de vorm van een oneindige zee van geestelijk licht en geestelijke warmte - God als de algeest die zich onbegrensd uitstrekt in de eeuwige oneindigheid.
Op dat moment waren er voor mij in de algeest nog geen vormen te onderscheiden.

Daarna werd aan mij in de algeest een lichtpunt getoond, waaromheen het goddelijke licht van de algeest zich verdichtte. Er ontstond een bolvormige wolk van geestelijk licht: een denkbeeld van zichzelf in het klein, dat de goddelijke algeest in het eigen licht vormde.
Daarna stroomde er uit de algeest geestelijke warmte naar die wolk van licht toe, die de wolk geheel doordrong en die samen met het licht in de wolk in een wervelende beweging kwam... waardoor die wolk van licht en warmte tot leven kwam.
God had met de liefde uit zichzelf als de algeest de gedachte die God eerst in zichzelf als de algeest had gevormd, tot leven gebracht.

Daarna drong tot mij, die in de geestelijke wereld deze gebeurtenis mocht aanschouwen, het besef door: ik ben getuige van de geboorte van mijzelf als een menselijke geest uit en in de goddelijke algeest; ik heb het ontstaan van mijzelf als de algeestvonk door Gods denken en innige liefde mogen zien en ervaren; ik ben een door liefde tot leven gebracht denkbeeld van God; en een grote vreugde maakte zich van mij meester.
De volgorde in het verloop van deze gebeurtenis wordt weergegeven door de meest wezenlijke zin voor iedere mens: "Gods algeestvonk ben ik." Want duidelijk werd mij getoond: wij als menselijke geest - de bewuste levenskracht die nĂș de betekenis van deze woorden tot zich door laat dringen - zijn door verdichting uit de goddelijke algeest voortgekomen.

Zo boven, zo beneden
Zoals beschreven zijn wij als menselijke geest door verdichting uit de goddelijke algeest voortgekomen en blijven wij er in wezen een eenheid mee vormen - waardoor wij ons uiteindelijk ook weer met God kunnen herenigen door onze goddelijke aanleg (de vier vermogens) tot ontwikkeling te brengen. Op dezelfde wijze kwamen later ook door verdichting de deeltjes uit hun - door God geschapen - velden tevoorschijn om daarmee deze stoffelijke wereld te vormen, die voor de menselijke geest een leerschool is voor geestelijke zelfstandigheid en hereniging met God.
De menselijke geest is a.h.w. een algeestdeeltje en op dezelfde wijze is een foton een elektromagnetisch velddeeltje en een elektron een elektronenvelddeeltje.
Ook hier is weer de aloude hermetische spreuk van toepassing: "Zo boven, zo beneden," alsook de Ideeënleer van Plato: de stoffelijke vorm is een uitdrukking van de geestelijke oervorm.


terug naar het overzicht






^