positieve discriminatie


Die aan het rijk wil raken om het te hervormen,
ik zie dat hij niet slaagt.
Het rijk is een heilig vat,
men moet er niet aan werken. Lao tse - Tao teh tjing, 29

Het woord 'discriminatie' is afkomstig van het Latijnse werkwoord 'dis-criminare', dat: 'onderscheiden' en 'onderscheid maken' betekent. Het zelfstandige naamwoord is 'discriminatio': discriminatie.
Om te beginnen is 'bewust worden' alleen mogelijk door zaken of dingen van elkaar te onderscheiden. Zo word je je pas bewust van het bestaan van 'licht' als je dat kunt onderscheiden van 'donker'; het begrip 'goed' krijgt pas betekenis als je kennis hebt gemaakt met het 'kwaad'. In die zin is onderscheiden of onderscheid kunnen maken een voorwaarde om je van iets bewust te worden en er over te gaan nadenken, en heeft het woord daardoor op zich een gunstige betekenis.

Het woord heeft in de Latijnse vertaling als 'discriminatie' echter een ongunstige betekenis gekregen in die zin, dat het nu wordt gebruikt om aan te geven dat sommige mensen onderscheid maken tussen bepaalde bevolkingsgroepen, zoals tussen mannen en vrouwen. Dat onderscheid is zodanig, dat bepaalde bevolkingsgroepen worden bevoordeeld en andere benadeeld, bepaalde groepen worden voorgetrokken en andere achtergesteld, voor de ene groep bestaat achting, voor de andere minachting - er wordt met twee maten gemeten. Dit is een geestesgesteldheid die in 't geheel niet strookt met het feit dat allen Gods kinderen zijn; het enige verschil kan zijn dat de een verder is op het pad van geestelijke groei dan de ander, maar daarbij moet er altijd aan worden gedacht dat men zelf ooit ook eens op die trap van ontwikkeling heeft gestaan. Bovendien zijn zwakkeren hier juist om de sterkeren de gelegenheid te geven zich liefdevol om hen te bekommeren!
Discriminatie in de ongunstige zin zoals die zich in loop der tijden heeft ontwikkeld, is dus een afkeurenswaardige karaktereigenschap.

Sommigen menen echter dat dit alles wel voor anderen, maar voor hen niet geldt en dat zij boven deze nu algemeen geldende betekenis zijn verheven. Om hun persoonlijke doeleinden na te streven, menen zij dat het 'politiek correct' is en dat het daardoor aan hen is geoorloofd, aan het woord discriminatie een andere, eigen betekenis te geven en dat het dan op anderen kan worden toegepast. Zij menen dat discriminatie geoorloofd is en dat je het zelfs kunt afdwingen(!) als je het maar 'positieve discriminatie' noemt. Voor hen zijn Gods kinderen dus niet allemaal meer gelijk, zij discrimineren onbeschaamd en doelbewust en menen daarmee een bepaalde bevolkingsgroep een goede dienst te bewijzen.

In het ondemocratische verre verleden was 'positieve discriminatie' het voorrecht van dictators, die onbeschaamd het recht naar hun hand konden zetten en familieleden en vrienden een bepaalde positie konden geven, ongeacht hun geschiktheid voor die plaats: positieve discriminatie!
Maar ook in democratische maatschappijen zijn er nog steeds van dit soort gezagsdragers, die onbeschaamd het recht in eigen had nemen en doen wat voor politici gebruikelijk is, de een wat duidelijker dan de ander: aan de macht proberen te komen om hun eigen zin te kunnen doen en die aan anderen op te leggen. Om dit streven te verbloemen en mooier voor te stellen, worden er dan woorden voor gekozen die de aandacht afleiden en waar men toch eigenlijk niet tegen kan zijn, maar waarmee men anderen bedriegt.
Zo hoort het toch goed klinkende woord 'positief' thuis in de woordenlijst van de vaagtaal, de taal van sommige politici: een verbloemend taalgebruik waarachter men zijn ware bedoelingen tracht te verbergen. (Zie voor een artikel over 'vaagtaal': vreemde woordenlijsten > Verklarende woordenlijst van leenwoorden > Gevaarlijke vaagtaal)

Want of discriminatie nu negatief is of positief, er wordt onderscheid gemaakt en dat is in de huidige betekenis van het woord discriminatie. Zij die positief discrimineren gedragen zich op een wijze, die zij in anderen, die 'gewoon' discrimineren, afkeuren.

Zij die door deze 'positieve discriminatie' een bepaalde positie hebben verkregen, zijn dus getekend door het feit dat zij zijn voorgetrokken. Zij hebben hun positie op onrechtmatige wijze verkregen ten koste van anderen, die zonder die 'positieve discriminatie' waarschijnlijk op rechtmatige gronden die positie zouden hebben verkregen, afgaande op hun eigenschappen en vermogens.
Deze vorm van discriminatie schaadt niet alleen het aanzien van degenen die hierdoor hun positie verwerven, maar het schaadt bovendien de maatschappij, want deze handelwijze verhindert dat de juiste man of vrouw op de juiste plaats komt.

Maar nog meer schaadt het de geestelijke zin van dit bestaan, want die zin is de persoonlijke groei naar zelfstandigheid, die men alleen kan bereiken door er op eigen kracht en naar eigen vrije keuze aan te werken. Alleen wat een mens zélf heeft bewerkstelligd, heeft die mens zich eigen gemaakt en is daardoor een verrijking van zijn of haar geestelijke groei.
Wat een ander voor je heeft gedaan zodat je het zelf niet hoeft te doen, is geen eigen verdienste en voegt geen waarde toe aan je ontwikkeling.

Aan hen die op deze wijze worden voorgetrokken, wordt een slechte dienst bewezen. Maar als men eenmaal door een bepaalde gedachte is bezeten, moet iedere redelijke overweging wijken om het gesteld doel te bereiken, zoals middels 'positieve discriminatie'.


terug naar de vragenlijst

terug naar het weblog







^