voorouderverering


Voorouderverering hangt nauw samen met het verschijnsel 'familie'. Het woord 'familie' komt van het Latijnse 'familia': geslacht of: alle afstammelingen van één stamvader (ouderpaar). Met het woord 'familia' hangt samen: 'familiaritas': innige vriendschap, vertrouwelijkheid en ook: 'famulare': dienen. Met famulare hangt samen: 'femur', 'heup' en 'femina', 'vrouw'.
In de Oudheid vormde een familie - als een groep van meerdere generaties in meerdere gezinnen - een economische eenheid, waarin iedereen een taak had. Alle leden van een familie zorgden voor elkaar. De ouders zorgden voor hun kinderen zolang die begeleiding nodig hadden en later zorgden de kinderen weer voor hun ouders als die door ouderdom hulpbehoevend waren geworden.
Aan de samenhang van de woordbetekenissen is te zien dat het vooral de vrouwen waren die bij die verzorgende taken een belangrijke tol vervulden; dat hangt samen met de innige gevoelsbanden die er tussen familieleden (kunnen) bestaan, wat de vrouwelijke geest aanspreekt.

Volgens Emanuel Swedenborg en Rudolf Steiner bestaat ook in de geestelijke wereld het verschijnsel van de families, die door Swedenborg 'gezelschappen' worden genoemd (het woord 'gezel' betekende oorspronkelijk: 'vriend'). Volgens hen maken wij onze geestelijke ontwikkeling door in die groepen van met elkaar samenhangende geesten. Steiner beschrijft dat familieverhoudingen in het eerste deel van het huidige bestaan persoonlijke banden zijn, die in een vorig bestaan vriendschapsbanden zijn geweest in het tweede deel van dat vorige bestaan.
Steeds is daarbij ook een deel van het gezelschap op aarde en is een ander deel thuis gebleven in de geestelijke wereld met de bedoeling hen, die op aarde zijn, te begeleiden en te verzorgen. Zowel binnen de families op aarde alsook in de hemel zelf, maar ook tussen de hemel en de aarde, zorgen de familieleden voor elkaar. Zo spannen menselijke geesten zich voortdurend voor elkaar in om op die wijze de gezamenlijke geestelijke groei, de eigen en die van de anderen, te bevorderen.

Volgens Steiner en de Rozekruizer Max Heindel zijn de leden van de mensheid gedurende de eerste helft van hun miljoenen jaren durende ontwikkeling eerst door Gods engelen vanuit de geestelijke wereld geholpen; maar toen de mensheid de helft van haar ontwikkeling erop had zitten, moesten menselijke geesten de taak van de engelen overnemen en zelf leren zorgen voor hen die door geboorte op aarde zijn. Die overschakeling gebeurde tijdens de beschaving die de Turaniërs wordt genoemd, op Atlantis. Zie hiervoor ook de lezing over dat onderwerp op de website: Geschiedenis der mensheid.

Dat betekent dat het wel degelijk zin heeft overledenen, geesten die weer naar huis zijn gegaan, op aarde te gedenken. De band met hen die er in feite altijd al was, is en zal zijn, wordt door aandacht levend gehouden; als er hier op aarde tenminste een familieband of een vriendschapsband met die persoon is geweest.
Het denken aan of het bidden voor een overledene heeft daarom zin. Dat dit in het vroege christendom ook speelde, blijkt wel uit de viering van 'Allerzielen' in de Katholieke Kerk. Daar is het herdenken van de overledenen tot een bijzondere dag van bezinning geworden.
Het is alleen niet juist de overleden geest in de geestelijke wereld aan zich als achterblijver op aarde te binden door een voortdurend verdriet om het heengaan. Blijvende rouw op aarde remt de verdere groei van de overledene in de geestelijke wereld doordat rouw de aandacht bindt.

In oude culturen werd aan voorouderverering gedaan en dat heeft hier in feite mee te maken. Ervan uitgaande dat de mensheid in vroeger tijden nog een oude helderziendheid bezat, zoals vermeld in de esoterische literatuur (Lorber, Swedenborg, Steiner, Heindel o.a.), zagen mensengeesten op aarde op helderziende wijze hun overleden voorouders in de geestelijke wereld. Toen die helderziendheid afnam (tot de mens nu volkomen onbewust is geworden voor die wereld) werd de gewoonte ontwikkeld de voorouders te herdenken en dat deed men aan de hand van voorwerpen, die aan hem of haar herinneren (bij de Bataks b.v. worden beelden van de overledene in een grot gezet, bij de Andesindianen werd het gebalsemde lijk in huis in een kamer gezet).

Er zijn altijd familie- en vriendschapsbanden over en weer en het heeft dus zin dat in gedachten te houden. Zij die in de geestelijke wereld zijn, ervaren het als er op aarde over hen wordt gesproken of aan hen wordt gedacht. Dat doet hen goed als die gedachten en gevoelens opbouwend, gunstig zijn.

Maar slechts weinigen zien dit zo. Veel mensen steken lichtjes aan bij foto's van overledenen om hun eigen herínnering levend te houden voor hun rouwverwerking en denken dat er 'na de dood' niets meer is. De 'dood' geldt echter alleen voor de stoffelijke levensvorm; de geest 'overlijdt', d.w.z. 'wordt overgeleid' naar de geestelijke wereld door de begeleiders, die altijd al bij die mens zijn geweest.
In het Middelnederlandse Woordenboek is te vinden dat 'overlijden' betekent: 'overgeleid worden'; toen was dat juiste inzicht blijkbaar nog levend, maar wie weet dat nu nog? Voor velen "is dat niet meer van deze tijd"... waarbij zij vergeten dat volgende generaties datzelfde over hen zullen zeggen.
Toch is deze onbewustheid wel noodzakelijk om de mens in de gelegenheid te stellen op eigen kracht zelfstandigheid en inzicht te verwerven, en de huidige 'gerustheid van de onbewustheid', van waaruit wordt gemeend dat "iets niet meer van deze tijd is", te overwinnen.


terug naar de vragenlijst






^