vrije wil → vrije keuze


Het spraakgebruik is wel de 'vrije wil', maar dit is een onmogelijkheid; het gaat om de vrije keuze. De wil als geestelijk vermogen is namelijk geheel ingebed in en hangt samen met de overige vermogens: het waarnemen, denken en voelen. Die zijn in feite innerlijke wilshandelingen binnen de geest: de geest 'wil waarnemen' en 'wil denken' over het waargenomene en 'wil dat doorvoelen'; de wil is de innerlijke kracht die de werking van de andere vermogens mogelijk maakt. Door het overdenken en doorvoelen wordt vervolgens een besluit gevormd, een keuze gemaakt, wat de geest met zijn wilskracht naar buiten toe tot uiting brengt in een bepaalde uitspraak of een bepaald gedrag.

Wat de mens wil, is het gevolg van een daaraan voorafgaand geestelijk gebeuren: het maken van een keuze door het overdenken en doorvoelen van een vraagstuk, dat daar weer aan voorafgaand eerst is waargenomen.
Dat bepalende, geestelijke gebeuren, dat in het innerlijke van de geest plaatsvindt, wordt niet gezien. Er wordt alleen gezien wat daarvan aan de buitenkant verschijnt: de wilshandeling. Daardoor wordt alleen dát benoemd met het woord 'de wil'. Over de oorzaak van die uiterlijke wilshandeling wordt niet gesproken, dat wordt niet benoemd.
Dit verschijnsel hangt samen met de geestestoestand van onbewuste vereenzelviging (z.a. in de verklarende woordenlijst), waardoor alleen de buitenkant der dingen wordt gezien.
Daardoor raakt de discussie over 'de vrije wil' niet de kern van de zaak: de vermogende, menselijke geest, die binnen zichzelf een keuze maakt.

Een wilskracht die 'vrij' zou zijn, dus los van de sturing door de overige vermogens, zou een ongeordend werkzame kracht zijn, waardoor de geest alle kanten op zou kunnen schieten (een verschijnsel dat zich overigens niet zelden voordoet).
Door het overdenken en doorvoelen maakt de geest een keuze uit een aantal gedragsmogelijkheden en daarin is de geest vrij. Binnen zichzelf als menselijke geest is de geest geheel vrij zélf een besluit te vormen, een keuze te maken; daar kan niets of niemand de geest dwingen op een bepaalde wijze te denken of te voelen. Als het echter op een uitspraak of een bepaald gedrag aankomt, moet de geest wél rekening houden met de omgeving, wat invloed heeft op de mogelijkheid welke uitspraken en gedragingen wel of niet kunnen worden gedaan, bijvoorbeeld om te voorkomen dat men zich onbemind zou maken door anderen te kwetsen.
Vanuit het vrije innerlijke van zichzelf in de buitenwereld aangekomen, is de geest juist niet meer geheel vrij om te doen wat hij wil. Ook kunnen daar gebeurtenissen plaatsvinden die de mens ongewild overkomen en waar géén invloed op is uit te oefenen... er zijn zelfs veel gebeurtenissen die als een onveranderbaar lot op de mens afkomen en waarin de mens niet vrij is om ervoor te kiezen.

Zou zoiets als 'de vrije wil' bestaan, dan moet als voortzetting hiervan het ook mogelijk zijn om over 'het vrije waarnemen', 'het vrije denken' en 'het vrije voelen' te kunnen spreken. Door dit voorbeeld wordt duidelijk dat de spreekwijze 'de vrije wil' tegen de rede in gaat.
Het verschijnsel dat de spreekwijze 'de vrije wil' bestaat, is van dezelfde orde als de spreekwijze 'het ik', 'het ego', 'het zelf' en 'het bewustzijn'; er wordt over deze onderwerpen gesproken alsof zij van elkaar losstaande zelfstandigheden zouden zijn. Door de toestand van onbewuste vereenzelviging met dit bestaan wordt alleen de buitenkant gezien en niet de innerlijke samenhang, die binnen de menselijke geest tussen deze onderwerpen bestaat:
- het is de vermogende menselijke geest (de persoon)
- die zichzelf met het woord ik aanduidt en
- die zich bewust wordt van een vraagstuk door dat waar te nemen,
- waarop de geest dat vraagstuk overdenkt en doorvoelt en zo een keuze maakt,
- en vervolgens naar het vrij gevormde besluit wil handelen.


Eenzijdige natuurwetenschappers beweren dat de vrije keuze (vrije wil) niet zou bestaan. Deze uitspraak stoelt op het werk van de neurofysioloog Benjamin Libet. Hij liet proefpersonen, die bij bewustzijn een open hersenoperatie ondergingen, een eenvoudige handeling uitvoeren zoals het bewegen van de hand. Met elektroden legde hij de gebeurtenissen in de hersenschors vast en tegelijkertijd vroeg hij zijn proefpersonen wat zij opmerkten. Zijn proefnemingen, die door andere wetenschappers zijn bevestigd, toonden aan dat:
- de actiepotentiaal (zenuwprikkel) om een handeling uit te voeren 0,55 sec vóór de handeling in de hersenschors ontstaat,
- maar dat de proefpersoon pas 0,2 sec vóór die handeling bewust het besluit hiertoe neemt.
Het lijkt alsof het bewuste besluit om te handelen pas wordt genomen 0,35 sec nádat de actiepotentiaal voor die handeling in de hersenschors al in gang is gezet! Het verschil tussen de actiepotentiaal en het bewuste besluit is 0,35 sec (afgerond 0,5 sec), waarom Libet dit verschijnsel: 'de halve seconde vertraging van de bewustwording' noemde. De actiepotentiaal noemde hij de 'gereedheidspotentiaal': de hersenen zijn dan al gereed voor de handeling, waartoe de persoon zélf echter nog moet besluiten. Niet de persóón, de menselijke geest lijkt daardoor de aanzet tot het besluit te nemen, maar de hérsenen.

De oorzaak van deze vertraging van de bewustwording is de geestestoestand van onbewuste vereenzelviging met het stoffelijke bestaan. Door de gerichtheid op de stof is de onbewust vereenzelvigde geest zich niet bewust van de eigen werkzaamheid met de geestelijke vermogens in zichzelf als geest. De met de stof vereenzelvigde geest kan zich hiervan pas bewust worden, als de uitingen van de gééstelijke werkzaamheid óók met de stóffelijke wereld zijn verbonden, door ze op de hersenschors af te drukken.
Pas als zij zo ook een werkzaamheid van hersencellen zijn geworden, kunnen die uitingen een tel later worden opgemerkt en bestaan zij voor de vereenzelvigde geest. Dit heeft de vertraging van een halve seconde van de bewustwording van het eigen besluit tot gevolg. Daarvóór heeft de geest onbewust het besluit al in zichzelf gevormd en ongemerkt op de schors afgedrukt, de oorzaak van de gereedheidspotentiaal; deze onbewustheid is de reden waarom de geest, zeker als het gevoelens betreft, door natuurwetenschappers als 'het onbewuste'(!) wordt aangeduid.
Libet zelf hield vast aan het bestaan van de 'vrije keuze' en betreurde de uitkomsten van zijn onderzoek.
Zie voor dit onderwerp ook vertraging van de bewustwording.

Klik hier voor het verslag van een onderzoek naar de elektrische verschijnsel die in de hersenen plaatsvinden tijdens de vorming van een keuze:
- er is in de hersenen voortdurend sprake van een 'ruis', een elektrische werkzaamheid die wordt veroorzaakt doordat de geest overdag nu eenmaal met de hersenen is verbonden (en 's nachts door middel van de levensdraad)
- en er is sprake van een duidelijke, gerichte werkzaamheid, een golf van elektrische activiteit die zich naar bepaalde delen van de hersenen begeeft, als de geest in zichzelf een keuze maakt en die vervolgens op de hersenschors afdrukt.

Klik hier voor een boekbespreking van het boek van prof. dr. Palmyre Oomen - Vrije wil - een hersenkronkel?


terug naar de vragenlijst






^