albewustzijn


Het albewustzijn is de bewustzijnstoestand waarin de menselijke geest verkeert, wanneer die met de geestelijke oorsprong, de algeest, door zelfbezinning en gebed is herenigd.
In deze verheven geestestoestand wordt de uitgekeerde instelling gekenmerkt door gemeenschapszin. Daardoor ervaart de geest zich naar buiten toe verbonden met het al. In ieder geschapen wezen (mens, dier en plant) wordt de geest als de bewuste levenskracht herkend als in wezen gelijkwaardig aan zichzelf; ieder geschapen wezen wordt daardoor als een ook uit God levend wezen geëerbiedigd.
In deze verheven geestestoestand wordt de ingekeerde instelling gekenmerkt door zelfbezonnenheid. Naar binnen toe ervaart de geest daardoor de eigen vermogens in zichzelf als een innerlijke schoonheid, die samenhangt met het waarnemen; als een innerlijke beleving van de waarheid, die samenhangt met het denken; als een innerlijke beleving van goedheid, die samenhangt met het voelen; en als innerlijke beleving van de eigen levenskracht, die samenhangt met het willen.
Deze verheven toestand is door zelfbezinning te bereiken, doordat de menselijke geest, door zich op zichzelf te bezinnen, zich tegelijkertijd bezint op de algeestvonk, die de menselijke geest in wezen is. Door lang genoeg de zelfbezinning te oefenen, groeit de zelfbezonnen geestesgesteldheid, die de toestand van albewustzijn met zich meebrengt.
Deze verheven geestestoestand is de uitkomst van een ontwikkeling, die wordt gekenmerkt door de vier bewustzijnstoestanden: deze ontwikkeling begint bij de aanvangstoestand van onbewustheid en loopt over de toestanden van bewustzijn en zelfbewustzijn uit op het albewustzijn.


terug naar de woordenlijst






^