Francis S. Collins - De taal van God


Prominent geneticus verzoent geloof en wetenschap
Ten Have 2006, ISBN 90 259 5721 8
GAMMA, jrg. 14 NR. 1 - maart 2007
Boekbespreking door Henk Hogeboom van Buggenum, hoofdredacteur van het tijdschrift Gamma,
tijdschrift van de Stichting Teilhard de Chardin


In het voorwoord bij dit boek constateert de biofysicus Cees Dekker 1) een merkwaardige of-of-houding als het gaat om schepping en evolutie: de EO heeft het over 'Adam of Aap' en sprekers in het TV-programma Buitenhof over 'God of Darwin'. Ik sluit me aan bij zijn mening, dat het boek van Francis Collins daarin zeker verandering kan brengen en ons tot en-en-denken kan voeren.
Collins was vanaf 1993 directeur van het National Human Genome Research Institute en leidde het historische project van de ontrafeling van het menselijk DNA in de VS. Hij vertelt een persoonlijk, zeer menselijk en soms zelfs ontroerend verhaal over zijn eigen leven als kind op de boerderij, over zijn studietijd waarin hij aanvankelijk nog agnost was, maar later overtuigd atheïst werd toen hij zijn doctorstitel scheikunde behaalde; en over zijn bewustwording van de waarde van het christelijke geloof in een persoonlijke God, toen hij na een vervolgopleiding medische wetenschap en biologie als arts met patiënten ging werken.
In het werk van de schrijver C.S. Lewis vindt hij een klankbord voor zijn eigen ervaringen. Vooral diens 'Morele Wet' spreekt hem aan, omdat deze haaks staat op het huidige postmoderne geloof dat alle ethische beslissingen betrekkelijk zijn (p. 33).
Hoewel Collins er duidelijk van uitgaat "dat een absoluut bewijs van het bestaan van God niet door wetenschappelijke observaties kan worden vastgesteld" (p. 74), wordt hij in de werkzaamheid van de 'Morele Wet' bij mensen de God gewaar, die naar ons omziet (p. 37). Vragen als: "Waarom staat een liefhebbende God het lijden toe?" gaat hij niet uit de weg (p. 46 ev.).

De 'Morele Wet'
Nergens blijkt dat Collins het werk van Teilhard de Chardin kent. Het feit echter, dat hij in de 'Morele Wet' een richtingwijzer van de evolutie ziet (p. 132), maakt het makkelijk zijn opvattingen met die van Teilhard de Chardin te verbinden. Immers, deze 'Morele Wet' is de zichtbare manifestatie van hetgeen Teilhard als het mechanisme van de evolutie beschrijft.
Teilhards 'wet' van de gelijktijdige toeneming van complexiteit en psychisme is immers in het hele evolutieproces waar te nemen als samenwerking of vereniging van delen ten gunste van het geheel. Bij de mens uit zich dit psychisme als bewustzijn van zijn weg richting Omega.
Het 'altruïsme', dat Collins ondanks de vele bewijzen van zelfzuchtig gedrag bij mensen waarneemt, laat zien dat er al enige voorzichtige stappen op deze weg richting Omega door de mens worden gezet. Maar goed, als we de evolutie van 4,5 miljard jaar samenvatten op de tijdschaal van één dag (zoals Collins aanschouwelijk doet op p. 131/2), dan zijn we nog maar een fractie van een seconde onderweg. Onze leerweg is dus nog maar net begonnen, ook al heeft de wetenschap dan enorme vooruitgang geboekt.

Convergentie wetenschap en religie
Collins schaart zich volledig achter de principes van het darwinisme en de bevindingen van de astrofysica over het ontstaan van het heelal. De oerknal (p. 63 ff.), het antropisch principe 2) (p. 70), de complexiteit van het menselijk DNA, dat zich prachtig voegt in de stamboom van het al het leven op aarde (p. 98-125), het zijn voor hem allemaal argumenten naast de 'Morele Wet' om te geloven in een scheppende kracht. En hij schrijft: "Hoe sterk worden wij niet aangesproken door de schoonheid en de kunstzinnigheid van de onderdelen van levende wezens ... voor wie in God geloven zijn er redenen voor groter ontzag, niet voor minder" (p. 97).
Natuurlijk zijn er andere opties dan de convergentie van wetenschap en religie. Zo 3) passeren het agnosticisme, het atheïsme, het creationisme en intelligent design de revue (p.140-167). Collins geeft tal van argumenten voor de zwakte ervan en stelt een "volledig geloofwaardige, intellectueel bevredigende en logisch consistente synthese" van wetenschap en geloof (p. 170) voor: de theïstische evolutietheorie, waarvoor hij graag de term 'biologos' ingevoerd zou willen zien. De ethische beslissingen waarvoor de mensheid zich door de voortschrijdende (bio)wetenschap (p.196-226) gesteld ziet, maken een harmonische samenwerking tussen wetenschap en religie steeds meer noodzakelijk.

1) Onder zijn redactie verschenen de boeken Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp en God beschikte een worm - Over schepping en evolutie. Zie voor de bespreking van deze boeken GAMMA, jrg. 12 nr. 4 p. 60-63 en jrg. 13 nr. 2 p. 52-55.
2) het antropisch principe
Het idee dat de natuurconstanten en de omstandigheden in ons heelal op een unieke wijze zodanig zijn afgesteld, dat het mensen heeft kunnen voortbrengen. Zie: J.D. Barrow en F.J. Tipler - The Anthropic Cosmological Principle (1986) en I.G. Barbour - When science meets religion (2000)

3) Cees Dekker vermeldt het al in zijn voorwoord: "Collins ziet niets in creationisme of intelligent design".
Hij voegt daaraan toe: "Opponenten zullen vast de neiging hebben Collins en mij tegenover elkaar te stellen, bijvoorbeeld in onze opinie over ID. Inderdaad zijn er verschillen aan te wijzen. Maar dat laat onverlet dat wij het op hoofdlijnen met elkaar eens zijn." Hiermee is het standpunt van Cees Dekker t.o.v. intelligent design er helaas niet duidelijker op geworden.


terug naar het antropisch principe

terug naar de woordenlijst

terug naar het weblog







^