drie-eenheid, drievuldigheid


Inhoud
1. De Drie-eenheid als theologisch leerstuk
2. De Drie-eenheid en esoterische teksten (o.a. van Hildegard van Bingen)
3. De Drie-eenheid vanuit geestkundig gezichtspunt

1. De Drie-eenheid als theologisch leerstuk

Inleiding. Jezus en het monotheïsme
Het joodse geloof, waaruit het christendom en de islam zijn voortgekomen, is duidelijk monotheïstisch (zie aldaar). De tekst in Deuteronomium 6:4 (Oude Testament) luidt: Hoor, oh Israël, de Here is onze God en de Here is Eén! Deze tekst is de grondslag van het Jodendom, dat zich door Vader Abraham, die daarin de eerste was, afzette tegen het veelgodendom van de omringende volkeren.
Jezus was zelf een jood van geboorte en dacht ook monotheïstisch, getuige o.a. Marcus 12:28-31:
En een der schriftgeleerden, tot Hem komende, hoorde, dat zij met elkander redetwistten en overtuigd, dat Hij hun goed geantwoord had, vroeg hij Hem: "Welk gebod is het eerste van alle?"
Jezus antwoordde: "Het eerste is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is een, en gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht.
Het tweede is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een ander gebod groter dan deze, bestaat niet."
Marcus is het oudste evangelie en er is het minst in 'verfraaid', zoals in de andere. We kunnen daarom gevoeglijk aannemen dat ook Jezus zelf uitgesproken monotheïstisch dacht.
Denk ook aan zijn uitspraak in Johannes 14:9-10: Jezus zeide tot hem: "Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken."

In Jesaja (Oude Testament) wordt de komst van Gods heilige geest aangekondigd:
Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven. (Jesaja 7:14)
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op zijn schouder, en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. (Jesaja 9:5)
En op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des Heren. (Jesaja 11:2)

In de Brief aan de Hebreeën is meteen aan het begin (1:1-3) het volgende te lezen:
Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon,
Die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.
Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge...

Al deze teksten laten niets aan duidelijkheid te wensen over en weerspreken de opvatting zoals weergegeven in het leerstuk van de drie-eenheid.

Het leerstuk van de Drie-eenheid
In geloofsbelijdenissen van het vroege christendom werd echter al over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest als drietal gesproken en er werd gedoopt met de formule: "In de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest."
Het leerstuk van de drie-eenheid kwam in de derde eeuw in het middelpunt van de belangstelling te staan. Men vroeg zich namelijk af hoe God moest worden gezien, want men bewees eer aan God én aan Jezus als Gods Zoon, die een méns was geweest, maar toch werd aanbeden. Men wilde wel vasthouden aan het christendom als monotheïstische godsdienst (zoals Jezus immers zelf had gezegd), maar ook eer bewijzen aan Jezus en aan de Heilige Geest. Daardoor werd het leerstuk van de drie-eenheid (of 'triniteit' van Latijn: trinitas, drieheid) een belangrijk gespreksthema in het christendom.
Christelijke theologen trachtten een antwoord op te vinden op de vraag hoe de verhouding tussen God de Vader, Gods Heilige Geest en Jezus als Gods Zoon moest worden gezien. Het denken daarover werd weergegeven in het leerstuk over de drie-eenheid.
Dit leerstuk staat echter geheel buiten de Bijbel, want in de oudste Griekse teksten staat er niets over vermeld. Het staat wel in latere toevoegingen, zoals in de Statenvertaling, waar in 1 Johannes 5:7-8 staat: Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een. En drie zijn er, die getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot een.
Later werd deze toevoeging weer weggelaten(!).
Klik hier voor de opvatting van Jung over de betekenis van de Heilige Geest.

Geschiedenis van het dogma (Grieks: leer)
Concilie van Nicaea (325): ging over de gelijkwaardigheid van de Vader en de Zoon.
Concilie van Constantinopel I (381): de Heilige Geest wordt toegevoegd.
Concilie van Chalcedon (451): de leer van de Drie-eenheid wordt definitief vastgesteld.

Tijdens het Concilie van Nicaea werd eerst de gelijkwaardigheid van de Vader en de Zoon tot leerstuk van de kerk verheven. De theologische discussie had de verhouding van de Vader en de Zoon als onderwerp. De vraag was: was Jezus gelijkend op God (Grieks: homoi-ousios) of was Jezus gelijk aan God (Grieks: homo-ousios). Het verschil was alleen de letter i. Het 'gelijk aan God' was eenduidig, niet voor andere uitleg vatbaar, daarom werd daarvoor gekozen. Ook de twee-naturenleer van de Zoon behoort tot de leer van de drie-eenheid: de Zoon is zowel mens als God en bezit dus twee naturen.
Op het 1e Concilie van Konstantinopel werd de Heilige Geest aan de Vader en de Zoon toegevoegd. De uiteindelijke leer van de drie-eenheid werd vastgesteld op het Concilie van Chalcedon.
Het dogma luidt dat God bestaat uit God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Deze drie Personen (personae) zijn weliswaar te ónderscheiden, maar niet te schéiden, met andere woorden: God is Eén.

Als een bepaalde formule zoals die van de Drieëenheid maar vaak genoeg wordt herhaald, gaat die voor iedereen vertrouwd in de oren klinken en vraagt men zich op den duur niet meer af, wat eigenlijk de betekenis is van wat men gewoontegetrouw steeds maar herhaalt. Dat is zeker het geval als kinderen dat van jongs af aan anderen steeds maar horen zeggen.
Bovendien heeft de mens een neiging zich naar de meerderheid te voegen. 'Als iedereen zo denkt, dan moet het toch wel goed zijn.' Dit feit is door onderzoek - het z.g.n. Achs-experiment uit de sociale psychologie - gestaafd.

terug naar de Inhoud

2. De Drie-eenheid en esoterische teksten

Hieronder een aantal uitspraken over het onderwerp 'vader', 'zoon' en 'heilige geest' van mystieke schrijvers. Duidelijk blijkt dat zij allen de eigenschappen van de geestelijke vermogens, het waarnemen, denken, voelen en willen gebruiken om de eigenschappen van de 'Vader', de 'heilige Geest' en de 'Zoon' te beschrijven... zij het niet altijd op een overeenkomstige manier!
Ook bij esoterische schrijvers heerst verwarring over dit leerstuk.

Hildegard van Bingen: Het visioen van de Drieëenheid (T 11/II, 2) uit de Scivias: een mensengestalte omgeven door een cirkel van rood trillend vuur met daar omheen een cirkel van helder licht.

Over de drie personen (en hun verband met de geestelijke vermogens)
Daarom zie je een allerhelderst licht, dat zonder smet van begoocheling (zonder misleiding, onwaarheid), zonder smet van verduistering (gebrek aan inzicht) en zonder smet van bedrog (onwaarheid) de Vader aanduidt. (Vader, licht ~ denken).
En daarin de mensengestalte in de kleur van saffierblauw, die zonder smet van verharding (harteloosheid), zonder smet van (gevoelens van) afgunst en zonder smet van onrechtvaardigheid de Zoon openbaart, die voor de tijden als God uit de Vader is geboren en in de tijd als mens is geïncarneerd. (Zoon ~ voelen)
Datgene wat geheel brandt met een allerzoetst rood vuur, een vuur zonder smet van dorheid (levenloosheid), zonder smet van sterfelijkheid (levenskracht) en zonder smet van duisternis (bewustzijn) wijst op de heilige geest (heilige Geest ~ bewuste kracht, waarnemen en willen), waaruit dezelfde eniggeborene van God, naar het vlees ontvangen en uit de maagd in de tijd geboren, een licht van ware helderheid in de wereld uitgoot.
Maar dat dit heldere licht geheel dit rode vuur doorstroomt en ditzelfde heldere licht en rode vuur weer samen de hele mensengestalte doorstromen, zodat het één licht in één kracht van mogelijkheden vormt. Dat betekent dat de Vader, die de rechtvaardigste gelijkheid is, niet zonder de Zoon en niet zonder de heilige Geest bestaat ... de goddelijke eenheid is onafscheidelijk in deze drie personen van kracht ... .

Waar dit Woord (Jezus) al het goede tot stand bracht, hen door zijn zachtmoedigheid naar het leven terugvoerde, die door de onreinheid van zonde verworpen waren en die niet meer in de heiligheid, die zij verloren hadden, in staat waren terug te keren (Jezus ~ voelen).
Want door deze levensbron (Jezus) kwam de moederliefde van Gods omhelzing tot ons die ons tot leven voedde en die onze helpster (parakleitos) in gevaren is en die de diepste en allerzoetste liefde is, door ons boetvaardigheid te leren (Jezus ~ voelen).

Met andere woorden:
De Vader, het licht, komt overeen met het denken;
de Zoon, de mensengestalte, komt overeen met het voelen.
de Heilige Geest, het rode vuur, komt overeen met het waarnemen/willen;
(zie ook de tabel hieronder)

terug naar God als man en vrouw, Hildegard van Bingen

Jakob Lorber - Grote Johannes Evangelie deel 1
Zoals de Vader Mij voor het bestaan van de wereld heeft onderwezen, zo onderwijs Ik nu ook, opdat de Vader, die nu in Mij leeft, ook in u zal gaan wonen en in u, net als in Mij, de oereeuwige, zuivere waarheid tot leven zal brengen uit het oorspronkelijke fundament, zijnde de liefde in God, het eigenlijke wezen van God zelf. Jullie zijn allemaal geroepen om net zo volmaakt te worden als de Vader in de hemel zelf volmaakt is. Onderzoek zijn leer door de daad. (166)
De wijsheid van de eeuwige Zoon, die van oorsprong de wijsheid van de Vader is, maakte het grote scheppingsplan en de liefde van de Vader voegde daar het grote 'word' aan toe en zo werden deze aarde, zon, maan en sterren geschapen. (190)

Grote Johannes Evangelie deel 2
Als bij iemand, net als bij mij, liefde en wijsheid in één hart wonen, dan is hij als ik en als degene, die mij in de wereld heeft gezonden. De eeuwige liefde in God is de Vader. Wat uit het vuur van de liefde voortkomt, het licht, is de wijsheid in God. Zoals echter liefde en wijsheid één zijn, zo zijn ook de Vader en de Zoon één. Wie van jullie heeft niet wat liefde en een daarbij behorend verstand? Bestaat hij daarom echter uit twee wezens? (68)

Grote Johannes Evangelie deel 4
De heilige geest, die ik eenmaal uit de hemelen over jullie zal uitstorten, die zal jullie met de hele waarheid bekendmaken. Dat zal de geest van de liefde zijn, de Vader zelf, die jullie zal opvoeden (parakleitos), en leren, opdat jullie allen daar kunnen komen, waar ik ben. (5)
In Jezus woont de volheid in lichamelijke vorm. Als de Zoon, die echter geen andere persoonlijkheid is en kan zijn, zie ik zijn lichaam slechts als een middel tot het doel; maar als geheel is hij evenveel dezelfde als de in alle volheid in hem wonende godheid. (159) De echte en voor mij alleen geldige doop is die met het vuur van de liefde voor mij en de naaste en met de levendige en vurige wil en met de heilige geest van de eeuwige waarheid uit God. Deze drie punten zijn het, die in de hemel voor iedereen een geldige getuigenis geven. Het zijn:
- de liefde (voelen) als de ware Vader,
- de wil als het levende of daadwerkelijke woord of de Zoon van de Vader
- en het begrip (denken), als de heilige geest van de eeuwige en levende waarheid uit de Vader. (201)
De Vader en de Zoon verhouden zich net zo als de liefde en de wijsheid of de warmte en het licht. Ik heb jullie laten zien hoe uit warmte licht ontstaat, omdat warmte een eerste teken van een bepaalde werkzaamheid is; maar de verschijningsvorm van werkzaamheid is licht. (202)

Swedenborg - Ware Christelijke Godsdienst
Wie zich niet zelf tot de Heer van Hemel en Aarde (Christus) wendt, kan niet in de hemel komen, aangezien de hemel de hemel is vanuit de Enige God en dat deze God Jezus Christus is, die Jehova de Heer is, uit het Eeuwige de schepper, in de tijd de verlosser en tot in het eeuwige de wederverwekker; dus die tegelijkertijd Vader, Zoon en heilige Geest is. (blz. 45)
Onder de heilige geest wordt verstaan de uit de ene en alomtegenwoordige God voortkomende goddelijke werking (willen). (blz. 241)
Dat Christus onder de trooster of de heilige geest zichzelf verstond, blijkt duidelijk uit de woorden van Christus zelf. De heilige geest is het goddelijke ware, voortgaande uit Jehova God de Vader en dit voortgaande is de kracht (willen) van de allerhoogste. (blz. 244)
De werking van deze kracht is de heilige geest, die God tot diegene zendt, die in hem geloven en die zichzelf gereed hebben gemaakt om God op te nemen. (blz. 247)
Daar nu Christus het goddelijke ware (denken) zelf is uit het goddelijke goede (voelen) en dit zijn eigenlijke wezen is en een ieder vanuit zijn wezen doet wat hij doet (willen), zo blijkt dat Christus voortdurend wil en ook niets anders kan willen dan het ware (denken) en het goede (voelen), of het geloof en de naastenliefde in ieder mens inplanten. Dit kan door vele dingen in de wereld worden toegelicht, zoals door dit, dat ieder mens volgens zijn wezen denkt, wil … spreekt en handelt. (blz. 248)

Murdo MacDonald-Baine - Goddelijke heelmaking van ziel en lichaam
De Christus is de enige scheppende kracht in ieder van jullie allen. Het is de wil (willen) van de Vader.
Weet je niet dat de Christus Gods de eniggeboren zoon van de Vader is, de enig levende geest van God (de heilige geest) in de hemel en op de aarde, die bewustzijn heeft (waarnemen), intelligentie, wijsheid (denken) en liefde (voelen)? De Christus is de enige scheppende kracht in ieder van jullie allen. Het is de wil (willen) van de Vader.
Mijn (Christus') liefde (voelen) is de sleutel tot alle kennis (waarnemen), wijsheid (denken) en macht (willen).

Hildegard Jakob Lorber Swedenborg MacDonald-Bayne
Vader denken voelen vier vermogens vier vermogens
Zoon voelen willen vier vermogens vier vermogens
H. Geest waarnemen/willen denken vier vermogens vier vermogens

Het menselijke bedenksel van de Drie-eenheid brengt verwarring alom, zelfs bij mystici, als die zich toch gedrongen voelen aansluiting te zoeken bij de leer van de kerk, wat vooral in de tijd van Hildegard een voorwaarde was om te kunnen overleven.
terug naar de Inhoud

3. De Drie-eenheid vanuit geestkundig gezichtspunt

In het leerstuk van de 'Drie-eenheid' wordt de mening verkondigd dat de Vader, de Zoon en de heilige Geest drie personen zouden zijn, die desondanks een eenheid vormen. Vanuit het geestkundige gezichtspunt zijn zij echter drie verschijningsvormen van één en dezelfde geest:
- de 'Vader' vertegenwoordigt de toestand van de algeest op zichzelf;
- de 'heilige Geest' is de toestand waarin de algeest zich tot een 'heilige' algeestvonk heeft verdicht en in de gevormde toestand zich voordoet als een 'heilige' geestgedaante;
- terwijl de 'Zoon' de toestand is, waarin de heilige geest van God eenmalig in een stoffelijke vorm op aarde is geweest, geboren uit de maagd Maria, doordat de heilige geest zelf de kiem van die stoffelijke vorm in haar schiep. Van tevoren zei de heilige geest van God tegen Maria 'Jezus' te willen worden genoemd als hij als mens uit haar was geboren.

Het leerstuk van de Drie-eenheid schept verwarring doordat het twee zaken met elkaar vermengt, die niet te vermengen zijn: het geestelijke en het stoffelijke.
1. Het geestelijke, wat de kern is, is de geest in de ongevormde oertoestand als de eeuwige oneindigheid van de algeest, die 'de Vader' wordt genoemd. De goddelijke algeest kan zich overal waar dat nodig is in zichzelf verdichten tot een geest in de gevormde toestand: een bolvormige wolk van licht en warmte, die om zich heen een geestgedaante uitstraalt. Deze geest is de 'heilige geest', waarin de eigenschappen van de algeest rechtstreeks en volledig aanwezig zijn. Jezus zei: "De Vader is in mij en ik ben in de Vader." Deze twee geestestoestanden zijn eeuwig.
2. Het stoffelijke, het tijdelijke, is een gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid. Deze heilzame gebeurtenis is, dat Gods heilige geest één keer in een stoffelijke levensvorm op aarde is geweest, met het doel het evenwicht in de algeest te herstellen, die door menselijke zelfzucht was verstoord:
- de heilige geest die in Jezus bij ons is geweest, noemde zichzelf de Zoon van God als hij zich in zichzelf weer tot de toestand van de algeest richtte, bijvoorbeeld in gebed; dat was in feite een bezinning op zichzelf, een zelfbezonnen geestestoestand;
- en hij noemde zichzelf de Mensenzoon als hij zich tot zijn omstanders op aarde richtte. Maar degene die deze woorden gebruikte, duidde daarmee wel zichzelf aan als Gods heilige geest.

Wat niet wordt gezien is, dat Gods heilige geest dezelfde is als de Zoon van God en de Mensenzoon; het zijn de namen voor twee geestestoestanden, waarin de heilige geest kon verkeren.
Zowel in de toestand van de algeest beschikt de geest over alle vier de vermogens én in de toestand van de heilige geest beschikt de geest over alle vier vermogens; alléén de geestestoestand is anders.
De geestelijke vermogens van de algeest en de heilige geest verkeren alle in de meest ontwikkelde toestand: het waarnemen is de zin voor de schoonheid, het denken wordt gekenmerkt door wijsheid, het voelen door liefde en de wil door geduld en vastberadenheid.

Dat Jezus zichzelf zag als voortgekomen uit de algeest (de Vader) en daar weer naar terugkeerde, blijkt uit deze tekst uit Johannes 14:28: "Gij hebt gehoord, dat Ik tot u heb gezegd; Ik ga heen en kom tot u. Indien gij Mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik."
De heilige geest die in de mens Jezus bij ons was, is een verdichting uit de algeest (maar dan een volmaakte) die als (volmaakte) algeestvonk bij ons is geweest en ook weer naar de algeest terug kon gaan.

Wat in de godgeleerdheid het leerstuk van de 'Drie-eenheid' wordt genoemd, is van een andere orde dan wat is beschreven bij 'drievoudigheid' (zie aldaar).

Het schema van de geestelijke verhoudingen binnen de algeest

 
De 'godheid' ('al het goddelijke'): de eenheid van de goddelijke en de menselijke geest
1 de algeest: de ongevormde oertoestand die zich uitstrekt in de eeuwige oneindigheida vrouwe-lijkheid in de vorm van: de rust en haar donkere koelte
 
c vereniging door in elkaar op te gaan
→ getemperde lichtende warmte

door hun vereniging ontstaat ook de menselijke geest
in de 'ongevormde' toestand als bolvormige wolk:
b mannelijkheid in de vorm van: de beweging en zijn lichtende warmte
 
 de menselijke geest, als verdichte bol van licht en warmte uit en in de goddelijke algeest; in aanleg bezit die de geestelijke vermogens uit de algeest: het waarnemen, denken, voelen en willen (2) 
 
2 de geestgedaante: de gevormde toestanda vrouwe-lijkheid nu in de vorm van: God als moeder 
de werkzaamheid van de vermogens straalt om de geest uit en geeft aan de uitstraling de vorm van de geestgedaante: de menselijke, mannelijke of vrouwelijke gestalte
b mannelijkheid nu in de vorm van: God als vader
 de mens, nu als Gods godenkind, de nog onvolmaakte geest, die d.m.v. zijn vermogens aan zijn geestelijke ontwikkeling begint (3) 
 
3 de geestelijke begeleiding bij de ontwikkeling van de mensa God als moederc vereniging door weer in elkaar op te gaan

door hun vereniging ontstaat, overal waar dat nodig is, ook:

de volmaakte, heilige (want 'hele') geest:
de verenigde, goddelijke tweelinggeest: daarin zijn de geestgedaantes van het goddelijke ouderpaar, liefdevol in elkaar opgegaan
b God als vader
 de heilige geest begeleidt, samen met zijn/haar engelen, en met de broeders en zusters van de mens, de menselijke geest op de aarde - opdat die zélf de vermogens tot ontwikkeling brengt om zo goddelijk te kunnen worden en zich met Gods heilige geest te herenigen 
 doordat álle geesten (van mensen, dieren en planten) dezelfde verdichtingen zijn uit en in de algeest, vormen zij in wezen één gemeenschap van zelfstandige geesten 

Gods heilige geest is als begeleider één keer in de persoon van Jezus ook bij de mensheid op aarde geweest.

Voor mij komt dit schema in de plaats van het gekunstelde denkbeeld van 'De Drie-eenheid', dat zelfs theologen niet goed kunnen uitleggen.

terug naar de Inhoud

terug naar de woordenlijst

terug naar God als man en vrouw, Hildegard van Bingen

terug naar Teksten God en mens

terug naar de heilige geest







^