eigenliefde en narcisme


Liefde is een gemoedstoestand, die door een gevoel van saamhorigheid en een toegenegenheid naar een ander wordt gekenmerkt. Om lief te kunnen hebben, is er een ander nodig naar wie die toegenegenheid uit kan gaan. De oorspronkelijke betekenis van het woord 'liefde' hangt namelijk samen met het Gotische 'liufs': begeerlijk, waardevol.
Voor datgene, wat men begeerlijk en waardevol vindt, wil men zich onbaatzuchtig inzetten, daaraan wil men zich belangeloos toewijden.

De liefde is dus een gerichtheid op de ander. Het woord 'eigenliefde' houdt daardoor een tegenstrijdigheid in, want in dat geval is er juist geen ander waar die toewijding naar uitgaat; in tegendeel: de inzet en toewijding is geheel op de persoon zélf gericht. Men vindt alleen zichzelf waardevol en gaat met opzet aan de ander voorbij.
Er is daardoor sprake van zelfgerichtheid, waarbij het eigenbelang voorop staat; de ander wordt gezien als een mogelijkheid om er voor zichzelf voordeel aan te behalen. Daardoor zou 'zelfgerichtheid' voor deze gemoedsgesteldheid een beter woord zijn.
John William Waterhouse
Echo en Narkissos (1903)

Overmatige eigenliefde wordt een 'narcistische persoonlijk- heidsstoornis' genoemd.

In de Griekse sagen staat Narkissos (Narcissus) bekend als een schone jongeling die de liefde van de nimf Echo versmaadde; tot zijn straf werd hij door de goden verliefd gemaakt op zijn eigen spiegelbeeld in het water. Toen hij daarin verdronk, werd hij veranderd in een narcis (waarvan de bloem naar beneden 'kijkt').

Echo was de nimf (natuurgodin) die Hera (de vrouw van Zeus) moest afleiden als Zeus zich met de nimfen amuseerde. Toen Hera dit ontdekte, ontnam ze Echo de spraak; ze kon alleen herhalen wat iemand het laatst had gezegd. Door haar ongelukkige liefde voor Narkissos kwijnde ze weg en slechts dat echogeluid is van haar overgebleven.


De narcistische persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door
- een overdreven gevoel van eigenwaarde,
- een sterke behoefte aan bewondering en
- een zwak inlevingsvermogen in anderen.
De stoornis kan worden gezien als de ziekelijke vorm van narcisme. De aandoening komt in meerderheid voor bij mannen (50-75% volgens het DSM-IV).
Het is moeilijk te bepalen waar de grens tussen narcisme en de narcistische persoonlijkheidsstoornis ligt. Personen die aan de stoornis lijden, kunnen aanvankelijk als zeer charmant overkomen. Ze kunnen zich interessant voordoen en daardoor op normale wijze relaties aangaan. Maar na verloop van tijd blijkt hun zelfgerichtheid een ernstig probleem te zijn.
Niet zelden eisen ze een voorkeursbehandeling. Als ze die niet krijgen, voelen ze zich snel gekrenkt of ondergewaardeerd en hierdoor zijn ze gevoelig voor een depressie. Anderzijds kan hun kwetsbaarheid ook tot woedeaanvallen leiden.

Het leven van iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis is meestal zwaar. Hun stoornis heeft een grote invloed op de personen in hun naaste omgeving. Iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis is voortdurend op zoek naar aandacht, die het zwakke zelfbeeld in stand moet houden. Aandacht is daardoor van levensbelang voor de persoon. Om die af te dwingen en aan zich te binden, kwetst de persoon al gauw de mensen die het dichtst bij hem staan, zoals de partner en kinderen.
De basis van de stoornis wordt in de jeugd of vroege volwassenheid gelegd. Vaak ligt de oorzaak bij misbruik of trauma's in de vroege jeugd, mogelijk veroorzaakt door de ouders, andere invloedrijke volwassenen of leeftijdsgenoten. Deze stoornis kan worden gezien als een verdedigingsmechanisme dat op gevoelens van minderwaardigheid is gebaseerd.
(Bron: Wikipedia)


terug naar de woordenlijst






^