de etymologie van het woord 'geest'


De etymologische beschrijving van de betekenis van het woord 'geest', komt volkomen overeen met wat met het geopende geestesoog daarover in de geestelijke wereld kan worden waargenomen.
Het Oudnederfrankisch vormt samen met Oudsaksisch en Oudfries de drie bronnen van de Nederlandse taal. Het Oudnederfrankische 'geist' betekent niet alleen 'geest', maar ook 'opgewonden zijn'; de woordstam 'ghei-' betekent: 'aandrijven', 'bewegen' en 'heisteren': 'drukte maken'. In het Middelnederlands hangen de woorden 'geeste', 'geste' en 'yeeste' met elkaar samen. Het Engelse woord 'yeast' betekent niet alleen het 'wezenlijke', maar ook 'gist'.
Het beeld van de werkzame geest hangt samen met de betekenis van 'gist'. Een gistende deegmassa zet uit, zwelt op en schuimt, en dat is een beeld van wat er met de geest gebeurt, als die door werkzaam te worden zijn innerlijke voortbrengselen in zichzelf vormt en om zich heen uitstraalt. 'Gist' betekent 'schuim' en het werkwoord 'gisten': 'schuimen', 'bruisen' en 'zieden', maar ook 'hartstocht', 'oproer', wat overeenkomt met de betekenis van 'geist'.

Het woord 'gist' hangt samen met het Oudindische 'yasyati': 'hij wordt warm', 'hij kookt', 'hij is woedend'. Voor het geestesoog wordt een woedende persoon inderdaad gekenmerkt door een heftige, onbeheerste bewogenheid van zichzelf als geest en van de uitstraling daarvan: de geest in die toestand 'bruist van leven', wat ook een betekenis is van 'gist'.
Voor mijn geopende geestesoog verscheen de geest als een 'witte, bruisende bron'. De betekenis van het woord 'geest' hangt daardoor ook samen met het IJslandse werkwoord 'geysa': 'gutsen', 'regelmatig met kracht uitstromen' (letterverwisseling als 'geest' en 'guts' komt regelmatig voor bij woordafleidingen) en met het IJslandse 'geyser': een 'uit zichzelf werkzame springbron'. De geyser als stoffelijk verschijnsel op aarde is een treffend beeld van de zelfwerkzaamheid van de geest, als die zich met regelmaat naar buiten toe bruisend uit en daarna weer in zichzelf tot rust komt.

Met de 'geest' als 'springbron' hangt ook de oorspronkelijke betekenis van het woord 'bron' samen (oude vorm: 'born'); het is afkomstig van het Gotische 'brunna', dat: 'opwellend water', 'bruisen', 'zieden' en 'branden' (vergelijk de 'branding' van golven) betekent. Het werkwoord 'branden' komt van het Gotische 'brannjan', dat 'opborrelen', 'zich heftig bewegen' betekent, wat de beweeglijke eigenschappen van de warmte en het licht binnen de zelfwerkzame geest nauwkeurig weergeeft; de geest kan 'branden van ijver'. Het woord 'bron' hangt samen met het Latijnse 'fons' waar het woord 'fontein' van is afgeleid. De fontein is evenals de geyser een uitgesproken zinnebeeld van de geest.

Het woord 'geest' houdt bovendien verband met het Gotische 'usgeisnan', 'uitgeesten', met de betekenis van: datgene, wat kan 'uittreden' en zich in een geestgedaante aan het geopende geestesoog zichtbaar kan maken en schrik veroorzaakt.
Hiervan uitgaande is de oorspronkelijke betekenis van het woord 'geest':
1. het wezenlijke;
2. de uit zichzelf werkzame, levende bron, het van leven bruisende;
3. het brandende (het vuur);
4. datgene, wat (in onbeheerste toestand) kan woeden, hartstochtelijk kan zijn;
5. datgene, wat kan uittreden en daardoor blijk geeft een zelfstandige eenheid te zijn.


Door de toestand van onbewuste vereenzelviging (z.a.) met dit stoffelijke bestaan, is de menselijke geest onbewust van zichzelf als geestelijke zelfstandigheid en alleen bewust van deze tijdelijke, stoffelijke toestand in deze wereld.
Die toestand van onwetendheid omtrent zichzelf is ook door anderen opgemerkt - Cicero: "De geest weet zelf niet, wat de geest is."

Zij - meestal filosofen - die trachten deze toestand van onwetendheid waarin zij verkeren, te begrijpen, kunnen komen tot een 'metafysische speculatie' over het wezenlijke van zichzelf. Zij spreken dan over de mogelijkheid van het bestaan van een 'vitale kracht': 'praña' (yoga), 'ch'i' (taoïsme), 'entelechie' (Aristoteles, Driesch), 'etherisch dubbel' (theosofie), 'force active' (Leibniz), 'élan vital' (Bergson), 'vitaal principe' (Hahnemann), 'creativity' (Whitehead) of 'morfogenetisch krachtveld' (Sheldrake)."
Dat zijn alle aanduidingen van de geest als de bewuste, vermogende levenskracht.


terug naar de woordenlijst






^