godsdienst


Godsdienst betekent 'dienst aan God'. De menselijke geest dient God door de geestelijke vermogens, die God uit zichzelf aan de menselijke geest als goddelijke eigenschappen heeft meegegeven, tot ontwikkeling te brengen, door ze bewust en beheerst te leren gebruiken.
In de ontwikkelde toestand komen de vermogens in het gedrag tot uiting als het geweten en de deugden, waardoor de samenhang met alle andere menselijke geesten tot stand kan komen; door dat gedrag worden al Gods schepselen gediend.
Door zelfbezinning, door de werkzaamheid van de vermogens op zichzelf als geest te richten, komt de geestesgesteldheid in overeenstemming met die van de algeest, waardoor de samenhang met God, de hereniging, tot stand komt; daardoor wordt God als de algeest gediend.

Voor godsdienst wordt ook het woord 'religie' gebruikt. Dit is afkomstig van het Latijnse 'religare', dat 'her-verbinden' betekent: de verbinding met God herstellen. Dit komt overeen met het begrip 'hereniging', het doel van godsdienst. Religie wordt ook wel in verband gebracht met 'religere': herlezen. Of alleen herlezen tot het doel zou kunnen voeren, is twijfelachtig.


terug naar de woordenlijst






^