leerling


De menselijke geest is de bewuste levenskracht en als kracht heeft de geest het vermogen vanuit rust in beweging te komen. Vervolgens is de menselijke geest door middel van de geestelijke vermogens werkzaam. Deze vermogens zijn het vermogen de dingen om zich heen waar te nemen, ze in zichzelf te verwerken door ze te overdenken en te doorvoelen, en vervolgens met de gevormde gedachten en gevoelens een besluit te vormen; dat besluit wordt met de wilskracht uitgevoerd in de vorm van een uitspraak of handeling.
De aarde is een leerschool voor de mensenlijke geest, waar de geest als leerling in bepaalde levensomstandigheden wordt gebracht om deze vermogens te oefenen en ze zo tot ontwikkeling te brengen. Die omstandigheden worden gevormd door de tijd als een stroom van gebeurtenissen, die de geest leerzame ervaringen laat meemaken. Door de noodzaak staande te blijven in die stroom, wordt de geest door die gebeurtenissen ertoe aangezet de geestelijke vermogens te gebruiken om ze te verwerken. Daardoor vindt tegelijkertijd altijd geestelijke groei plaats, ook in de meest barre levensomstandigheden, die op dat ogenblik uitzichtloos lijken.

Het bijzondere van de toestand van de menselijke geest in dit bestaan is, dat de geest hier een leerling is zonder een zichtbaar aanwezige leraar. De leraar is alleen de tijd als stroom van leerzame gebeurtenissen. De tijd is het leerboek van de geest en de inhoud van dat leerboek zijn de gebeurtenissen, waar de geest zich doorheen moet zien te slaan - alleen met behulp van de eigen, geestelijke vermogens.
Steeds wordt de geest daarom voor keuzes gesteld; steeds moet worden gekozen uit de mogelijkheden van handelen om bepaalde ervaringen te verwerken en te boven te komen. Daardoor leert de geest al doende de eigen vermogens bewuste en beheerst te gebruiken en dat is het doel van de aanwezigheid in het tijdelijke bestaan. Doordat 'herhaling de leermeester van de student is', komen in de tijd als stroom van leerzame gebeurtenissen regelmatig gebeurtenissen van dezelfde soort op de geest toe, net zolang tot die voldoende is geoefend in het omgaan met dat soort ervaringen.


(Bij de afbeelding: vanuit zijn eigen wereld treedt iedere geest bij het ontwaken tussen de coulissen door in de leerschool van de stoffelijke wereld in. Daar wordt het toneelstuk 'Het dagelijkse bestaan' gespeeld. Ieders rol daarin wordt op ieder tijdstip door de mens zelf bepaald - maar daarbij onmerkbaar door begeleiders begeleid. Het doel ervan is te leren liefdevol met elkaar om te gaan.
De lesmethode van die school is de vrije keuze, waardoor de mens als leerling zélf de geestelijke vermogens tot ontwikkeling brengt. Sommigen zijn door hun geestelijke groei zelfbewust geworden en kunnen het stuk nu van een afstand bekijken in het licht van de eeuwigheid.
Aan het einde van de dag treedt de geest uit en gaat tussen de coulissen door weer terug naar huis voor verwerking van ervaringen en lessen - die in het stuk zijn opgedaan - tijdens de nacht.
De aarde behoort tot de schemerwereld. De beschrijving van deze verhoudingen berust op persoonlijke ervaringen met deze gebeurtenissen.)

In die school wordt de geest schijnbaar aan zichzelf overgelaten en moet de geest de strijd volbrengen zonder zichtbare hulp of beloning. Die bijzondere toestand is noodzakelijk omdat alleen datgene, wat de geest zélf heeft besloten en gedaan door de éigen vermogens te gebruiken, iets éigens is geworden wat de geest heeft verrijkt. Het is iets, wat het onvervreemdbare eigendom is geworden van de geest, doordat de geest uit zichzelf en op eigen kracht bepaalde moeilijkheden heeft overwonnen. Daardoor is de geest toegenomen in het vermogen een bewust en beheerst gebruik van de vermogens te maken en dat is de geestelijke ontwikkeling, die een verrijking voor de eeuwigheid betekent.
De geest is daarom een leerling, die al doende zichzelf alles moet leren in de leerschool, die de tijd als de loop van het lot voor de geest is. Het gaat er daarom om de loop van het lot te aanvaarden als de eigen leerschool en zich er niet tegen te verzetten, maar de gebeurtenissen te zien als mogelijkheden om er iets van te leren - hoe moeilijk en voor nu onbegrijpelijk dat soms ook is. Daarbij moet in gedachten worden gehouden dat de beste leerlingen ook de moeilijkste opdrachten krijgen (in de Griekse mythologie wordt dit door Herakles en de aan hem opgedragen werken uitgebeeld).
Het woord 'school' is afkomstig van het Oudegyptische 'she oul a', wat betekent: de eenzame mens die dorst naar kennis. Dat is een nauwkeurige omschrijving van de toestand, waarin de menselijke geest zich op aarde bevindt.


terug naar de woordenlijst






^