liefde


Het woord 'liefde' hangt etymologisch samen met Oudnederfrankisch 'lief' en Gotisch 'liufs', met de oorspronkelijke betekenis: 'begeerlijk', 'waardevol'; ook met Gotisch 'gelaufs': 'loven', 'geloven'.
Verder met het Latijnse 'lubet': 'het is mij aangenaam' en het Oudindische 'lubhyati': 'hij verlangt'.

Liefde wordt gekenmerkt door een streven naar persoonlijke verbondenheid door een diep gevoel van saamhorigheid en eensgezindheid.
Door liefde gedreven, wil je je voor de ander inzetten alsof het jezelf betrof. Jezus' woorden: "Heb je naaste lief als jezelf" moeten worden begrepen als: "Heb je naastste lief alsof het jezelf betrof."
Liefde is een eigenschap van het vermogen te voelen, als dat volledig tot ontwikkeling is gebracht binnen een zelfverwerkelijkte geest.
Liefde is de meest verheven uiting van het voelen van een geest, waarin alle vermogens als een eenheid van met elkaar samenhangende en elkaar aanvullende tegendelen werkzaam zijn. Doordat denken en voelen elkaars tegendelen zijn, geldt dat in het bijzonder voor de wijsheid, de meest verheven vorm van het ontwikkelde denken. Liefde is het voelen van een geest, die ook door wijsheid wordt gekenmerkt.

Liefde is de meest verheven gemoedstoestand, die de oorzaak is van een innerlijke bewogenheid in de vorm van een toegenegenheid naar een ander. Die toegenegenheid komt in het gedrag tot uiting in 'liefhebben', dat een werkwoord is. Vanuit de liefdevolle gemoedstoestand van de geest wordt de wilskracht aangezet tot onbaatzuchtige inzet en belangeloze toewijding voor de ander, met wie de geest zich door liefde verbonden voelt. Daardoor wordt een band gevormd en onderhouden tussen twee géésten, wat in wezen de goddelijke toestand is.

God zelf wordt namelijk gekenmerkt door alliefde, doordat alle menselijke geesten algeestvonken zijn, die door verdichting van Gods eigen licht en door belevendiging door Gods warmte zijn gevormd, en daardoor eeuwig met God verbonden blijven.
Alle menselijke geesten zijn door die verdichting 'uit én in de algeest', waardoor zij in wezen allen met elkaar zijn verbonden. Door liefde als streven naar een persoonlijke verbondenheid wordt deze oertoestand hersteld.
Het gevoel van liefde voor een ander is daardoor de wezenlijke gemoedsgesteldheid, het is het kerngevoel, het basisgevoel, de grondslag van alle andere gemoedstoestanden. Vanuit alle andere gemoedstoestanden moet de geest daarnaar zien terug te keren om zich gelukkig te kunnen voelen.


Sandro Botticelli (1445-1510)
De geboorte van Venus
Aphrodite (Latijn: Venus): 'geboren uit het schuim van de zee', dochter van de oppergod Zeus en Dione. Godin van liefde en schoonheid, voorge-steld als een mooie, jonge vrouw. Eén van de Olym-pische godinnen; heilige bloem: de roos.

Op de eerste dag van de schepping brengen de beide winden Zephyros en Aura Aphrodite (Aphrotè) uit de diepten van de zee naar boven en blazen haar naar de kust in een schelp. Een van de drie Gratieën verwelkomt haar daar en slaat een mantel om Aphrodite heen om haar naaktheid te bedekken.


terug naar de woordenlijst






^