loslaten


Iets kan pas worden losgelaten, als men weet wat men vasthoudt.
Kwetsende, onverwerkte ervaringen uit het verleden kunnen pas worden losgelaten na een ingespannen, geestelijke arbeid, door deze ervaringen alsnog te verwerken. Het verwerkingsvermogen is het vermogen van de geest om door waarnemen, denken, voelen en willen de éigen houding tegenover onverwerkte ervaringen zodanig om te vormen, dat zij kunnen worden aanvaard.
Ervaringen in het algemeen en ook onaangename ervaringen zijn feiten en kunnen niet worden veranderd; veranderen kan alleen de geest zichzelf door de eigen vormbaarheid, plooibaarheid. Alleen de geest zelf kan leren de kijk op zaken te verruimen en de betekenis van alles wat gebeurt en in het verleden is gebeurd, te leren zien in het licht van de eeuwigheid. Daardoor kan het komen tot lotsaanvaarding en kunnen die ervaringen worden losgelaten. Daardoor wordt ook beseft dat alles, wat in het tijdelijke bestaan gebeurt, tijdelijk is. Er komen daarna ook weer andere tijden.

Zelfs de meest ingrijpende en onaangename gebeurtenissen krijgen betekenis als wordt beseft, dat alle levenservaringen geestelijke groei als gevolg hebben. Als de betekenis die levenservaringen hebben nú niet wordt gezien, dan wordt dat wel duidelijk als zij bij de naschouw na het overlijden vanuit de geestelijke wereld worden bezien. Zij worden dan samen met de geestelijke begeleiders in liefde beoordeeld en de zin ervan, gezien in het licht van het grote geheel, de algeest, wordt besproken.
Voor wie dit door onwetendheid en ongeloof - veroorzaakt door de onbewuste vereenzelviging met dit bestaan - niet zo kan zien, zijn alle wederwaardigheden die de geest in dit tijdelijke bestaan kunnen treffen, zinloze rampen, die in feite onaanvaardbaar zijn en daardoor niet te begrijpen en te verwerken.

Ervaringen kunnen pas worden verwerkt, als ze eerst tot de geest zijn toegelaten door ze waar te nemen en zich er zo bewust van te worden. Zijn ze op deze wijze met de geest verbonden, dan kunnen ze verstandelijk worden behandeld met het denken, waardoor er inzicht kan worden verkregen in de betekenis van die ervaringen en er een redelijk oordeel over kan worden gevormd. Door ervaringen zodanig tot zich toe te laten dat er ook ook een gevoel door wordt opgewekt, meestal in de vorm van een aandoening, dan kan de geest er een gevoelsoordeel over vormen. Aan die oordelen kan een bepaald besluit worden verbonden, dat met de wilskracht kan worden uitgevoerd door middel van een daarop aansluitende uitspraak of handeling.
Iets verwerken wordt gedaan door een bepaalde, bijvoorbeeld kwetsende ervaring op deze wijze zo lang te overdenken en te doorvoelen, tot alle aanzichten ervan begripsmatig én gevoelsmatig zijn benaderd, behandeld en zo weer opnieuw zijn beleefd, herbeleefd. Door de verwerking ontstaat er overeenstemming met de overige gedachten en gevoelens en pas dan kunnen die ervaringen worden losgelaten.

Een ervaring is begripsmatig verwerkt, als niet meer de aandrang wordt gevoeld erover te denken of te praten en de oorzaak van de moeilijkheden of een bepaald vraagstuk in een kort oordeel kan worden samengevat. De geest is dan in staat het betrekkelijke ervan in te zien en het onderwerp te beschouwen, zonder dat het de geest wat aandoet. Gevoelsmatig is iets verwerkt, als de geest ertoe is gekomen een bepaalde ervaring te aanvaarden door niet meer in opstand te komen tegen de onvermijdelijkheid van bepaalde gebeurtenissen. Iets is verwerkt als er bijvoorbeeld begrip is gekomen voor en er kan worden meegeleefd met de persoonlijke achtergronden van degene, die de oorzaak van de ervaren kwetsingen was en de geest erin is geslaagd de daardoor ontstane boosheid op te heffen door vergevingsgezindheid. Om dat te bereiken moet de geest leren 'bij zichzelf te blijven', pas dan kan de innerlijke, kwetsende band met de ander worden verbroken.
Iets is verwerkt als wordt gevoeld dat de noodzaak van bewerking met de vermogens ophoudt te bestaan, als er geen nieuwe gezichtspunten, verbanden, gedachten of gevoelens meer ontstaan door bezinning op het onderwerp. Dit is dan uitgeput en verdwijnt langzaam maar zeker naar het geheugen, zonder dat de behoefte wordt gevoeld zich er verder nog mee bezig te houden. Iets is verwerkt wanneer de toestand is ingetreden, dat het onderwerp niet meer de aandacht trekt of opwinding veroorzaakt als er zelf de aandacht op wordt gevestigd. De geest beheerst de inhouden van de ziel, als daar geen onderwerpen meer in zijn die de geest uit het evenwicht kunnen brengen of boos kunnen maken. Het is rustig geworden in het hart als de inhouden van de ziel door verwerking ervan zijn geplaatst in een geordend geheel van overige levenservaringen en kunnen worden gezien in het licht van de eeuwigheid.
Is daarentegen een onderwerp nog niet voldoende verwerkt, dan blijft het steeds min of meer vaag op de rand van de bewustzijnsruimte aanwezig, waar het door de ermee verbonden wanorde innerlijke onrust veroorzaakt. Het blijft dan steeds weer de aandacht trekken, al naar de gevoelswaarde ervan of de verstandelijke noodzaak, het vraagstuk tot een oplossing te brengen. Zolang bepaalde ervaringen onverwerkt blijven, is de herinnering eraan in staat het gemoed te ontstemmen en de geest weer in dezelfde ongunstige gemoedstoestand als vroeger terug te brengen. Die ervaringen kunnen dan niet worden losgelaten, de geest blijft ermee zitten en blijft zich het slachtoffer voelen van wat hem of haar ooit is aangedaan.


terug naar de woordenlijst






^