mannelijkheid


De geest is een geheel van met elkaar samenhangende en elkaar aanvullende mannelijke en vrouwelijke vermogens, waarmee de geest binnen zichzelf als de bolvormige wolk van licht en warmte werkzaam is. Daarnaast doen zich zowel in dit bestaan als in de geestelijke wereld aan het geestesoog mannelijke en vrouwelijke geesten voor. De mannelijkheid van een mannelijke geest wordt bepaald door de volgorde in het verloop van de geestelijke werkzaamheid, te weten: waarnemen, denken, voelen, willen. De nadruk valt op het denken. Wat door een mannelijke geest wordt waargenomen wordt daardoor eerst verstandelijk beoordeeld en beredeneerd.
De nadruk op het denken werkt door in het vermogen dat ermee overeenkomt, het willen, dat net als het denken een zelfvormend, doordringend vermogen is. Daardoor wordt in de ontwikkelde toestand mannelijkheid gekenmerkt door wijsheid en ondernemingszin.
In het verloop van de werkzaamheid van de mannelijke geest wisselen de ontvankelijke, vormbare vermogens (waarnemen en voelen) en de zelfvormende, doordringende vermogens (denken en willen) elkaar om beurten af. Dat heeft tot gevolg dat het verloop van de werkzaamheid gelijkmatiger is dan bij de vrouwelijke geest; de ervaringen maken een minder diepe indruk en het gedrag en de gezichtsuitdrukkingen zijn gematigd. Doordat er weinig pieken en dalen zijn in de werkzaamheid, wordt het evenwicht niet makkelijk verstoord; er is eerder sprake van een zekere onverstoorbaarheid.

Klik hier voor het verslag van een onderzoek naar de bevordering van de mannelijke geestelijke werkzaamheid in het geval van competitie en de gevoeligheid van de vrouwelijke geestelijke werkzaamheid daarvoor.

Bij de richting van de geestelijke werkzaamheid valt de nadruk op de uitgekeerde instelling. De uitgekeerde instelling en de beide doordringende vermogens werken vanuit de geest door in de geestgedaante en van daaruit in het lichaam en geven daardoor aan het mannelijke geslachtsorgaan de uitgekeerde vorm die het heeft (zie ook: geslacht).
Vanuit het denken en willen heeft de mannelijke geest de neiging het lichaam te gebruiken als een werktuig, waar arbeid mee moet worden verricht. Het lichaam wordt gezien als een middel om te handelen.
Het woord 'man' is afkomstig van het Gotische woord 'munan' en het Sanskriet 'manas', dat 'denken' betekent.
Zie ook: vrouwelijkheid


terug naar de woordenlijst






^