mens


Etymologie: het woord 'mens' hangt samen met het Gotische 'mannisks', een woord dat weer is afgeleid van het Gotische 'manna': man en het Gotische 'munan': menen, denken.
Het Sanskriet 'manas(a)' betekent: geest; 'mana': gedachten, het denken.
Ook de betekenis van het Latijnse woord 'mens' is: geest.
De oorspronkelijke betekenis van het woord 'mens' is: de denker, de denkende geest.

De menselijke geest is de bron van een aantal verschijningsvormen, die zich om de geest als kern bevinden. Deze verschijningsvormen hangen samen met de werkzaamheid van de geestelijke vermogens in de geest.
Door de werkzaamheid van de vermogens straalt de geest als vormende kracht om zich heen een vormbare krachtruimte uit: de ziel. De ziel is opgebouwd uit een zevental uitstralingen vanuit de geest. Een aantal delen van de ziel heeft in de loop van de ontwikkeling van de geest een vorm gekregen die overeenkomt met de eigenschappen van de vermogens: de geestgedaante. In de stoffelijke wereld is het de geestgedaante die de stof vasthoudt, die door de mond naar binnen wordt gebracht; daardoor verschijnt de geestgedaante in die wereld als een vaste vorm: het lichaam.
Dat betekent dat de mens in de stoffelijke wereld verschijnt als de tijdelijke verbondenheid van de geest, de ziel en de geestgedaante, die in een stoffelijke vorm, het lichaam, tot uitdrukking komt. In de geestelijke wereld verschijnt de mens als het geheel van de geest, de ziel en de geestgedaante. Daar is de geestgedaante het voertuig om zich in die wereld te kunnen bewegen.


terug naar de woordenlijst






^