omvorming


Geestelijke ontwikkeling is de omvorming van de geestestoestand van één en dezelfde geest.
Het is de geest die met behulp van de eigen geestelijke vermogens - het waarnemen, denken, voelen en willen - een geestelijke ontwikkeling doormaakt naar zelfverwerkelijking en hereniging met de algeest, de geestelijke oorsprong. Deze ontwikkeling betreft het bewuste en beheerste gebruik dat de geest leert maken van de eigen vermogens. Deze ontwikkeling begint met een toestand waarin de geest onbewust is van de eigen vermogens en er daardoor een onbeheerst gebruik van maakt, en eindigt met een toestand waarin de geest er een bewust en beheerst gebruik van heeft leren maken. Het gaat met andere woorden om een omvorming van de geestestoestand van onbewustheid naar bewustheid en van onbeheerstheid naar beheerstheid. Het gaat om een toenemen van de mate van zelfbewustzijn en zelfbeheersing van steeds een en dezelfde geest, in wie de éigenschappen, die in aanleg aanwezig zijn, tot ontplooiing komen.

Deze ontwikkeling begint met een remmende aanvangstoestand, waarin de geestestoestand wordt gekenmerkt door onbewuste vereenzelviging met dit tijdelijke bestaan, door de gehechtheid daaraan en door een eenzijdige vereenzelviging met een van de vermogens. Deze toestand is de oorzaak van zoveel moeilijkheden, dat de geest zich daar bewust van begint te worden en gaat streven naar inzicht in zichzelf, en een heilig verlangen gaat koesteren zich hieruit te bevrijden. Dat vergt arbeid aan zichzelf en door dat werken aan zichzelf komen de geestelijke vermogens tot ontwikkeling, waardoor uiteindelijk het gedrag wordt gekenmerkt door het geweten en de deugden en de vermogens worden gekenmerkt door een streven naar schoonheid, waarheid, goedheid en vastberadenheid.
Door deze vorming is de geestestoestand vanuit een ongevormde toestand omgevormd naar een welgevormde toestand, waardoor de geest de vorm heeft gekregen, die in aanleg al aanwezig was.


terug naar de woordenlijst






^