tussen de oren


Door de verbondenheid met het lichaam is de geest op aarde in een toestand van onbewustheid van zichzelf. Daardoor is alleen het zintuiglijk ervaarbare een werkelijkheid; het buitenzintuiglijke, alles wat met eigenschappen van de geest heeft te maken, is daardoor vaag, slechts schijnbaar werkelijk, eerder iets denkbeeldigs. Woorden die eigenschappen van de geest beschrijven, duiden daardoor voor het gevoel iets aan, dat onwerkelijk schijnt te zijn of in ieder geval 'abstract' (letterlijk: 'af-getrokken', 'er buiten staand') is.

Doordat in deze toestand alleen het zichtbare en tastbare voor de werkelijkheid wordt gehouden, bestaat er de neiging geestelijke zaken met een voorbeeld uit de stoffelijke wereld te omschrijven:
- zo wordt van iets dat 'geestelijk' of 'psychisch' is, gezegd: 'het zit tussen de oren';
- een gemoedstoestand wordt aangeduid met de uitdrukking: 'zij zit niet lekker in haar vel';
- van iemand die somber is of zich neerslachtig voelt, wordt gezegd: 'hij zit in een dip' (een 'dip' is het indopen ('to dip') van een chip in een dipsaus of een dal in een grafiek die de gemoedstoestand weergeeft);
- van iemand die zich aan opzwepende muziek overgeeft en daardoor zijn zelfbesef en zelfbeheersing verliest, wordt gezegd: 'hij gaat uit zijn dak' (schedeldak) of 'gaat uit zijn bol' (m.a.w. hij treedt uit door innerlijke opwinding);
- van iemand die iets 'voor zichzelf wil houden' of die iets 'geheim wil houden' (het woord 'geheim' betekent 'thuis', van 'heim': 'thuis'; dus die iets in zijn binnenkamer wil houden) wordt gezegd: 'hij wil het onder de pet houden';
- iemand die iets ongelooflijks hoort, 'kan zijn oren niet geloven';
- iemand die iets wil onthouden, 'zal het in zijn oren knopen';
- als iemands aandacht sterk door iets wordt getrokken, kan die 'zijn ogen uitkijken'
- en dat staat dan 'op zijn netvlies gebrand', zodat hij zich niet van de herinnering eraan kan losmaken.

Door de toestand van onbewuste vereenzelviging met dit stoffelijke bestaan worden geestelijke zaken overgedragen op iets stoffelijks dat daarmee vergelijkbaar is; geestelijke toestanden worden verstoffelijkt.
Het feit dat dit verschijnsel bestaat en niet gewoon de gééstelijke werkelijkheid wordt genoemd, is een aanwijzing voor het bestaan van de toestand van onbewuste vereenzelviging. De vereenzelvigde mens lééft in de stof en heeft daardoor het vermoeden dat het geestelijke slechts iets denkbeeldigs is, dat met een tastbaar voorwerp tot iets werkelijks en ervaarbaars moet worden gemaakt. De geestelijke aanduiding op zichzelf heeft gevoelsmatig niet voldoende gewicht, geen zeggingskracht.


terug naar de woordenlijst






^