universum


Het woord 'universum' komt van het Latijnse 'unum vertere' en heeft de betekenis: 'in één richting gaan'; het heeft dezelfde strekking als het woord 'gezin': de 'gezondenen', 'zij die gezamenlijk onderweg zijn' (zie aldaar).
Het geeft als beeld weer dat heel Gods schepping een leerschool is, waarin de mensheid als Gods godenkinderen gezamenlijk onderweg zijn. Er is één richting waarin zij zich allen bewegen: van een onbewuste en onbeheerste, kinderlijke aanvangstoestand naar een toestand van geestelijke volwassenheid en hereniging met God, daarbij onmerkbaar door Gods heilige geest en Gods engelen begeleid.


terug naar de woordenlijst






^