vermogen


Een kracht geeft aan een bepaalde zelfstandigheid het vermogen om werkzaam te zijn. Als zelfstandigheid 'vermag' de geest, heeft ook de geest het 'vermogen' werkzaam te zijn. Al het andere is van deze geestelijke werkzaamheid afhankelijk, waardoor de eigenschap 'kracht' de meest wezenlijke eigenschap van de geest is.
De werkzaamheid van de geest als kracht wordt gekenmerkt door het vermogen waar te nemen, te denken, te voelen en te willen. Daarnaast heeft de menselijke geest het vermogen de geestelijke werkzaamheid op zichzelf en het persoonlijke bestaan te richten, wat de ingekeerde instelling is; of naar buiten te keren, naar de maatschappij, de uitgekeerde instelling.

De samenhang van de werkzaamheid van de vermogens is zodanig, dat er een kringloop ontstaat: de geest wil blijven zien (waarnemen), wat de geest doet (willen) en wat de gevolgen zijn van genomen besluiten (denken en voelen) en uitgevoerde handelingen (willen). Doordat zo het eindpunt (de wilshandelingen) weer bij het beginpunt (het waarnemen) terugkomt, stuwen de vermogens uit eigen noodzaak zichzelf blijvend voort en ontwikkelen zich zo uit eigen oorzaak. Door de eigenschappen van de vermogens is de geest in zichzelf een eeuwigdurende kringloop: het eeuwige leven.


terug naar de woordenlijst






^