wereld


Het woord 'wereld' is afkomstig van het oude 'weraldi', 'weer-al-tijd', letterlijk: de eeuwige (altijd) oneindigheid (al) van de mens ('weer' is een oud woord voor mens; Latijn 'vir'). Een wereld is een ruimte in de vorm van een eeuwige oneindigheid, waarin de mens verblijft en daar de tijd als stroom van gebeurtenissen ervaart.
De mens verblijft in een wereld, die overeenkomt met de geestestoestand van de mens. Is er een lichaam als stoffelijk voertuig aanwezig, dan is de geest tijdelijk in de stoffelijke wereld; is het voertuig de geestgedaante, dan is de geest in die geestelijke wereld waar de geest thuishoort, die zijn thuis is.

God als de alomtegenwoordige algeest zelf is de meest verheven wereld, die zich voordoet als een oneindige zee van geestelijk licht en geestelijke warmte in de meest ijle toestand, zich uitstrekkend in de eeuwige oneindigheid. God vormt binnen die meest verheven wereld, die God zelf is, nieuwe werelden door verdichting van Gods eigen licht en warmte. Iedere wereld wordt noodzakelijk gekenmerkt door oneindigheid, maar de duur ervan ligt in Gods hand.
In iedere wereld bevinden zich die geesten, die, door de door hen bereikte geestestoestand, met die wereld overeenkomen. Door geestelijke ontwikkeling neemt de trillingstoestand van de eigen warmte en het eigen licht toe. Daardoor gaat de geest naar een 'hogere', ijlere wereld en komt daardoor steeds dichter bij de goddelijke geestestoestand.

Alle werelden bestaan volkomen door elkaar heen, maar hebben ieder hun eigen trillingstoestand van de geestelijke warmte en het geestelijke licht. Daardoor storen zij elkaar niet. Die trillingstoestand is hun graad van verdichting. De hoogste trillingstoestand is die van de algeest, de laagste die van het stoffelijke heelal. De menselijke geest kan door omvorming van de eigen geestestoestand zich verbinden met de trillingstoestand van een 'lagere' wereld, doordat die de lagere trillingstoestand ooit zelf heeft meegemaakt.

Een 'wereld' wordt ook wel aangeduid met het leenwoord 'dimensie'. Het Latijnse 'dimensio' betekent: 'afmeting'. Iets wat is afgemeten heeft een beperking, het heeft namelijk een begin en een einde in de ruimte. Daardoor is het woord 'dimensie' ongeschikt om er het begrip 'wereld' mee aan te duiden. Een wereld wordt gekenmerkt door oneindigheid en zo door het ontbreken van afmetingen. Een wereld is juist ónmetelijk.


terug naar de woordenlijst






^