wetenschap


Wetenschap is een menselijk streven naar het verwerven van betrouwbare kennis door onderzoek te doen naar waarneembare zaken en daar toetsbare gedachten over te vormen, die door anderen kunnen worden getest.
Wetenschap is het zoeken naar een antwoord op de vraag: "Wat ís dat?"
Techniek is vervolgens het zoeken naar een antwoord op de vraag: "Wat kan ik ermee dóen?"

Over de wetenschappelijke werkwijze.

Christiaan Huygens (1629-1695)
wis-, natuur- en sterrenkundige
uitvinder en schrijver
"Men zal in de wetenschap een soort redeneringen zien, die niet zo'n grote zekerheid bieden als de wiskunde en daar zelfs sterk van kunnen verschillen. Waar wiskundigen hun stellingen bewijzen uitgaande van zekere en onbetwistbare uitgangspunten, worden hier principes bevestigd door de conclusies die men eruit trekt; het kan niet anders, uit de aard der zaak.
Toch is het mogelijk om op die manier een mate van waarschijnlijkheid te bereiken, die bijna niet onderdoet voor absolute zekerheid. Dat gebeurt wanneer de berekende gevolgen van de veronderstelde principes precies overeenkomen met de resultaten van experimenten, vooral wanneer daar heel veel van zijn, en wel in het bijzonder wanneer men, op grond van de gedane veronderstellingen, nieuwe verschijnselen heeft bedacht en voorspeld, die dan inderdaad blijken te bestaan."
Uit: Traité de la lumière (1690) (In dat stuk toont Huygens het bestaan van licht als golfverschijnsel aan.)

De wetenschappelijke werkwijze is een kringloop van waarnemen, overdenken, veronderstellingen maken en van daaruit weer waarnemingen doen om te zien of de veronderstellingen stand houden.

De omschrijving van wetenschap geldt zowel voor de natuur- als voor geesteswetenschappen. Tot de laatsten kan ook mystiek worden gerekend. Het bijzondere van mystiek als wetenschap is dat er een beperkt aantal waarnemers (mystici) is en dat zij hun waarnemingen doen in de geestelijke wereld, een wereld naast de stoffelijke, die niet voor iedereen toegankelijk is.
Tot de mystici die hun ervaringen uitgebreid hebben beschreven, behoren Jan van Ruusbroec, Hadewich, Hildegard van Bingen, Jacob Boehme, Jakob Lorber, Emanuel Swedenborg (ook natuurwetenschapper), Bo Yin Ra, Allan Kardec, Edgar Casey, Jozef Rulof, Murdo MacDobald-Bayne, Antony Borgia, Max Heindel, Rudolf Steiner (ook natuurwetenschapper), e.a.
Wat wel steeds in overweging moet worden genomen is, dat de beoordeling van wat zij in de geestelijke wereld ervaren, wordt beïnvloed door de persoonlijke kennis en wereldbeschouwing van iedere mysticus afzonderlijk.

Op een aantal wezenlijke punten komen hun beschrijvingen met elkaar overeen:
Er bestaan naast deze stoffelijke wereld geestelijke werelden.
De geestelijke werelden zijn in 3, 7 of 9 gebieden of sferen onder te verdelen.
Er zijn duistere en lichtere gebieden met duidelijke grenzen.
Lichtere gebieden doordringen de duistere gebieden, niet omgekeerd.
Er is een tussengebied waar de aarde toe behoort.
Iedere wereld heeft een eigen leider en bepaalde geestestoestand van de aanwezigen.
Ontwikkelde geesten kunnen een wereldgeheugen raadplegen.
Er zijn drie groepen engelen en ieder onderverdeeld in drie soorten.
De geestgedaante is in de lichtere gebieden een stralende lichtvorm en bekleed, in de duistere gebieden schimachtig, naakt en vervormd.
In de vorm van de geestgedaante komt de geestesgesteldheid tot uitdrukking.
In de geestelijke wereld zijn gedachten en gevoelens voor iedereen zichtbaar. Het geweten kan niet worden verborgen en geeft ook vorm aan de geestgedaante.
De verplaatsing in de geestelijke wereld is of geleidelijk of onmiddellijk.
Wat veraf is, wordt even duidelijk gezien als wat dichtbij is.
Het bestaan op aarde is een leerschool voor geestelijke zelfstandigheid.
De geestelijke ontwikkeling vindt afwiselend plaats in de geestelijke en stoffelijke werelden.


terug naar de woordenlijst






^