het uitgekeerde willen


Het willen is in het algemeen de levenskracht, ondernemingszin, de daadkracht, de zelfwerkzaamheid en de volharding. Als het willen op eenzijdige wijze in de persoonlijkheid tot ontwikkeling komt samen met de uitgekeerde instelling, dan is de geestelijke werkzaamheid gericht op handelend op willen treden in de buitenwereld. Het uitgekeerde willen is het willen voor de ander.

De uitgekeerd willende persoon: streeft ernaar in de buitenwereld zoveel mogelijk plannen uit te kunnen voeren en zaken te kunnen ondernemen; is de ondernemer die een zaak op wil bouwen; straalt gezag en bekwaamheid uit of wil die indruk wekken; heeft leiderseigenschappen en streeft naar macht en zeggenschap om anderen in beweging te kunnen brengen en leiding te geven; spoort anderen aan zich ook voor het bedrijf in te zetten en is in staat anderen geestdriftig te maken voor de goede zaak; is moedig en durft door te zetten als anderen zich terugtrekken, maar kan ook overmoedig zijn; kent door het eenzijdige, doelgerichte streven alleen onderscheid tussen slagen of mislukken, winnen of verliezen; breekt een onderneming af als die dreigt te mislukken en richt de aandacht dan op iets nieuws; verliest de belangstelling voor een zaak als die eenmaal is opgebouwd en gaat steeds weer op zoek naar een nieuwe uitdaging; is beter in opbouwen dan in voortzetten; streeft naar macht om een belangrijke, invloedrijke rol te kunnen spelen, daarmee te wedijveren met anderen en te streven naar erkenning; streeft naar de top om de vrijheid te hebben onbelemmerd te kunnen handelen; kent een grote dadendrang en onbeheerste werklust (de vrije ondernemer, de zakenman/vrouw, de politicus, de topsporter).

Van de overige vermogens kunnen het denken en voelen ook ontwikkeld zijn, maar zij worden gebruikt voor de doeleinden van de uitgekeerd willende persoon.

De tegendelen van het uitgekeerde willen, het waarnemen en de ingekeerde instelling komen het minst tot ontwikkeling, zijn min of meer onbeheerst gebleven, waardoor de uitgekeerd willende persoon ook: geen innerlijk, geestelijk leven heeft en er van familieleven nauwelijks sprake is; wel de grote lijn kan zien, maar geen oog heeft voor bijzonderheden; zich overgeeft aan zintuiglijke genietingen; de behoefte heeft de aandacht op zich te vestigen door rijkdom ten toon te spreiden en te streven naar erkenning; gebrek heeft aan onderscheidingsvermogen en lijdt aan een daarmee samenhangende zelfoverschatting.
De uitgekeerd willende persoon vertoont onechtheid in het gedrag door een aangeleerde rol te spelen met uiterlijk vertoon, waarmee op anderen een zelfverzekerde indruk tracht te worden gemaakt.

In de numerologie wordt deze persoonlijkheid beschreven bij het getal acht (enneagram: drie),
in de grote arcana van de Tarot bij de Rechtvaardigheid (Gerechtigheid)
en in de kleine arcana bij de Koning en de Ridder van Staven
en Munten 8, Zwaarden 8, Bekers 8 en Staven 8.


   terug naar de woordenlijst

terug naar Pythagoras 8







^