zelfverwerkelijking


Zelfverwerkelijking is de eigen, bewuste bevordering van geestelijke groei, de groei in het zelfstandige en beheerste gebruik, dat de geest van de vermogens kan maken. Daardoor maakt de geest al doende zichzelf tot een 'werkelijkheid'.
Een werkelijkheid is 'datgene, wat werkt'. In de zelfverwerkelijkte geestestoestand zijn de geestelijke vermogens door eigen inspanning tot volledige ontplooiing gebracht en daardoor werkzaam geworden als een eenheid van elkaar aanvullende en met elkaar samenhangende tegendelen. In de zelfverwerkelijkte geestestoestand wordt de werkzaamheid van de vermogens in de ingekeerde instelling gekenmerkt door het geweten; in de uitgekeerde instelling door de deugden.
In die toestand is het licht en de warmte van de menselijke geest met die van de goddelijke algeest overeen gekomen, waardoor de hereniging ermee kan plaatsvinden.


Herakles' strijd om zelfverwerkelijking;
daarvoor moet hij strijden met de reus
Antaios (tegenstander), die zijn eigen,
nog onontwikkelde vermogens verbeeldt
bron: Rijksmuseum
Hèraklès (Latijn: Hercules): zijn naam betekent: 'door Hera groot'. Hij was de zoon van Zeus en Alkmene. Sterkste en zwaarst beproefde cultuurheld van Hellas, die na het volbrengen van twaalf bovenmenselijk zware werken de onsterfelijkheid kreeg.
Voorgesteld als een grote man met leeuwevacht over hoofd en schouders (de verslagen Nemeïsche leeuw), en een knots in de hand.

Zelfverwerkelijking hangt weliswaar samen met 'heelwording', maar tussen beide is een wezenlijk verschil. Zelfverwerkelijking is geestelijke groei door eigen, bewuste inspanning; heelwording is een geestelijke groei die lijdzaam en onbewust verloopt. Iedere menselijke geest die door de leerschool van het stoffelijke bestaan heen gaat, groeit geestelijk doordat de geest zich staande moet houden in de tijd als stroom van leerzame gebeurtenissen, door die gebeurtenissen met de eigen geestelijke vermogens te verwerken. Zelfs als de geest door ongeloof deze betekenis van het tijdelijke bestaan afwijst, wordt toch, zij het langzaam, een geestelijke groei doorgemaakt. Deze geestelijke groei naar heelheid overkomt de geest op lijdzame wijze, vandaar het gebruik van het hulpwerkwoord van de lijdende vorm 'worden' in 'heelwording'.
Zie ook 'zelfwording'.

In plaats van over 'zelfverwerkelijking' wordt ook wel gesproken over 'zelfrealisatie'. 'Realisatie' hangt samen met het Latijnse 're', dat 'ding' betekent. 'Realisatie' of 'realiseren' betekent: tot een ding maken. Dat is voor de geest een onmogelijkheid. Waar het om gaat is in zichzelf de geestelijke vermogens tot werkzaamheid aan te zetten en zo zichzelf tot een werkelijkheid maken, tot iets, wat werkt.
Door het gebruik van het Latijn wordt wel de indruk gewekt wetenschappelijk en betrouwbaar te zijn, maar het Latijn is zeker niet geschikter dan het Nederlands om er geestelijke zaken mee te omschrijven.

In plaats van over 'zelfverwerkelijking' wordt ook wel gesproken over 'zelfverwezenlijking'. Het woord 'wezen' hangt samen met het tegenwoordige deelwoord van 'zijn'; met andere woorden, een 'wezen' is: 'iets, dat is'. De menselijke geest 'is' eeuwig en is al in eeuwigheid een 'wezen'. Het woord 'zelfverwezenlijking' duidt daardoor op een ongerijmdheid: wat zelf al een 'wezen' ís, kan er onmogelijk toe overgaan zichzelf nogmaals tot een 'wezen' te maken.


terug naar de woordenlijst






^