De uitgekeerde en ingekeerde geestesgesteldheid die tot uiting komt in links en rechts als politieke voorkeuren.


Inhoud

1. Ontstaan van de menselijke geest
2. De werkzaamheid van de vermogens
3. Links en rechts in de politiek
4. De geestkundige benadering van het politieke bedrijf

1. Ontstaan van de menselijke geest
De menselijke geest is door verdichting van het licht en de warmte rondom één punt in de goddelijke algeest ontstaan, waardoor de menselijke geest een bolvormige wolk van licht en warmte in de algeest is geworden. Weliswaar is de begrenzing tussen de menselijke geest en de algeest een vloeiende, naadloze overgang; maar, in tegenstelling tot de oneindigheid van de algeest is er door de betrekkelijke zelfstandigheid van de menselijke geest daarin wel sprake van een binnen en buiten.
Dat heeft tot gevolg dat de werkzaamheid van de geestelijke vermogens twee richtingen uit kan gaan: zij kan door de geest naar binnen zijn gekeerd en zo in het eigen innerlijk van de geest blijven; of naar buiten zijn gericht op de buitenwereld. De richting waarin de geest met de vermogens werkzaam kan zijn, naar binnen of naar buiten, is de instellingswijze van de menselijke geest: de in- of uitgekeerde instelling.

terug naar de Inhoud

2. De werkzaamheid van de vermogens
De vier geestelijke vermogens zijn het vermogen de dingen om zich heen waar te nemen en zich er zo bewust van te worden; vervolgens die waargenomen gebeurtenis in zichzelf te verwerken door die te overdenken en te doorvoelen; en ten slotte er iets mee te willen doen door het gevormde besluit uit te gaan voeren. De werkzaamheid van die vermogens:
- kan zijn ingesteld op de binnenwereld, op het eigen innerlijk en het besloten, persoonlijke leven van zichzelf, en op het persoonlijke leven van anderen in een kléine gemeenschap met wie de geest zich persoonlijk verbonden voelt, wat de ingekeerde instelling is;
- of zij kan zijn ingesteld op de buitenwereld, op de eigen plaats die wordt ingenomen ten opzichte van anderen en de verstandhouding met hen in de gróte gemeenschap van personen, de maatschappij, wat de uitgekeerde instelling is.

Bij de ingekeerde instelling geven de eisen die het bestaan van de eigen persoon en die het bestaan in een persoonsgebonden, kleine kring (huwelijk, gezin, geloofsgemeenschap) stelt, de doorslag bij beslissingen die met behulp van de vermogens zijn genomen; bij de uitgekeerde instelling geven de eisen die het bestaan in de gemeenschap, de maatschappij, tussen alle anderen in, stelt, de doorslag. De ingekeerde instelling gaat de diepte in en kan door diepzinnigheid of teruggetrokkenheid worden gekenmerkt; de uitgekeerde instelling blijft aan de buitenkant en kan door vriendschappelijkheid of oppervlakkigheid worden gekenmerkt.

De geheel ontwikkelde vorm van de ingekeerde instelling is de zelfbezonnenheid en de persoonlijke zorg voor naasten, die van de uitgekeerde de gemeenschapszin en maatschappelijke betrokkenheid. De uitgekeerde instelling is een mannelijke eigenschap van de geest waarbij de uitstraling om de geest als de bolvormige wolk naar buiten toe uitzet, de ingekeerde een vrouwelijke waarbij die kleiner wordt om daardoor op het persoonlijke te kunnen worden gericht.

terug naar de Inhoud

3. Links en rechts in de politiek
De uitgekeerde, op de grote gemeenschap gerichte instelling is men - door de loop van de maatschappelijke ontwikkelingen sinds de Franse Revolutie in 1789 - politiek links gaan noemen; de ingekeerde, op de persoon en op de kleine gemeenschap - met wie een vertrouwde, persoonlijke band bestaat - gerichte instelling, is men politiek rechts gaan noemen.
Aanvankelijk zaten de Franse liberalen, op burgerlijke vrijheid gericht, aan de linkerkant van de voorzitter van de volksvergadering en de confessionele, koningsgezinde en behoudende parijen rechts; maar met de opkomst van het socialisme later, schoven de liberalen op naar het politieke midden en kwamen de socialisten aan de linker kant van de voorzitter te zitten.
Deze verdeling in het groot tussen de linker- en rechtervleugel in de volksvertegenwoordiging is ook binnen alle partijen in het klein terug te vinden. Daardoor bestaan er op de linker- en rechtervleugel van de volksvertegenwoordiging groepen, die de politieke besprekingen binnen het parlement (van Frans 'le parlement': de pratende) onvoldoende vinden en tot politieke acties willen overgaan om hun doel te bereiken. Deze extreme groepen kunnen buiten de parlementaire democratie treden om op dictatoriale wijze met geweld het verwerkelijken van hun doeleinden na te streven (fascisme, communisme).

a. De kenmerken van links in de politiek: vooruitstrevend, vrijzinnig
De politieke instelling van links is vooruitstrevend, op de toekomst gericht; idealen moeten worden verwerkelijkt, de wereld moet worden verbeterd (idealisme, utopisme) en er moet worden gestreefd naar gelijkheid van de gemeenschapsleden.
Godsdienst speelt geen rol, de overtuiging is atheïstisch, agnostisch, gestoeld op wetenschappelijke inzichten, onconventioneel; ethische beginselen moeten de mensengemeenschap reguleren.
Er bestaat een meer verstandelijke benadering van vraagstukken (het rechtse verwijt van: 'die linkse intellectuelen').

Iedereen moet in de maatschappij dezelfde kansen krijgen, sociaal zwakkeren en misdadigers zijn de slachtoffers van het kapitalistische, sociaal-economische systeem.
Het heil komt van de staat, de samenleving is maakbaar door maatschappelijke ingrepen door de regering en door rolmodellen naar voren te schuiven. De staat moet zich met de burgers en de samenleving bemoeien.
Voor de maatschappij geldt: een voor allen en allen voor een, zwakkeren en kansarmen moeten tegen machtsmisbruik worden beschermd; bij voorbaat is er daarbij vertrouwen in de goedheid van de mens. Handel en industrie moeten door de regering worden gereguleerd, de belastingen worden verhoogd en de werknemers gesteund.
De militaire en diplomatieke instelling is pacifistisch, het leger moet zo klein mogelijk worden gehouden.

De aandacht gaat uit naar 'het andere': naar andere culturen en gebruiken. Links is internationaal gericht.
Het onderwijs moet zijn gericht op kennis verwerven en vragen stellen, en samenwerking met anderen te bevorderen.
Bij de opvoeding is het uitgangspunt de gelijkwaardigheid van ouder en kind, er zijn geen gezagsverhouding, aan de kinderen wordt alles op een vragende toon gesteld (waardoor die echter de indruk krijgen dat zij het voor het zeggen hebben). Het kind wordt vrij gelaten, er worden nauwelijks omgangsvormen aangeleerd.
Losse omgangsvormen in huwelijk en gezin.

b. De kenmerken van rechts in de politiek: behoudend, gericht op tradities
Deze politieke instelling is behoudend, de geschiedenis is oorzaak van het heden, dat realistisch, pragmatisch moet worden beoordeeld, wat goed is, moet worden behouden; mensen zijn verschillend, het bestaan van verschillen wordt aanvaard; er moet worden gestreefd naar gelijkwaardigheid, naar zekerheid, orde en gezagsverhoudingen.
De mens zelf is de enige die zichzelf kan verbeteren, pas als allen dat doen komt er een betere wereld. Verbeter de wereld door bij jezelf te beginnen.
De godsdienstige overtuiging is theïstisch, gestoeld op tradititionele waarden (Frans traduire: doorgeven) die moeten worden beschermd; traditionele waarden en morele overwegingingen zijn de norm waarnaar moet worden gehandeld. Aan de rechter zijde staan de partijen die uitgaan van geloofswaarheden (con-fessio: met geloof): openbaringsgeschriften (de Bijbel) zijn de leidraad; in de politiek: ik ben mijn broeders hoeder, maar daarnaast wordt de burger ook aangesproken op persoonlijke verantwoordelijkheid.
Meer gevoelsmatige benadering van vraagstukken (het linkse verwijt van zogenaamde rechtse 'onderbuikgevoelens').

De gemeenschap wordt gevormd door vrije burgers, die de kans moeten krijgen zich naar hun persoonlijke mogelijkheden te ontwikkelen. Sociaal zwakkeren worden wel gesteund, maar aangemoedigd op eigen benen te gaan staan. De maatschappij moet tegen misdadigers worden beschermd; besef dat er goeden en kwaadwillenden zijn.
Het heil komt van de ondernemingszin van de vrije burger. Persoonlijke zelfstandigheid en ondernemingszin worden bevorderd.
Zo min mogelijk staatsbemoeienis, wel lastenverlichting voor bedrijven; vrije handel, vrije marktwerking wordt bevorderd.
De militaire en diplomatieke instelling is krachtig, het leger moet slagkracht uitstralen: bereid je voor op de oorlog om die te voorkomen.

De aandacht gaat uit naar het eigene: naar de eigen cultuur, geschiedenis en gebruiken. Nationaal gericht.
Het onderwijs is gericht op kennisoverdracht, die wordt getoetst; het kind wordt aangemoedigd te presteren.
Bij de opvoeding is de gezagsverhouding tussen ouder en kind het uitgangspunt, gehoorzaamheid wordt verwacht. Omgangsvormen worden aangeleerd.
De hechtheid van huwelijk en gezin worden gezien als de hoekstenen van de maatschappij.

Bronnen:
Wikipedia
Links en rechts, deel 2: Oorsprong en geschiedenis, Infonu.nl
Frits Bienfait NRC next 24-11-2010, ‘Een oeroude polariteit. Spanning tussen verandering en orde is van alle tijden’.
Elsevier 8 april 2011, Shari Deira, ‘Politieke voorkeur te verklaren door hersenstructuur’

Het laatste artikel bevat een kort verslag van een neuro-fysiologisch onderzoek naar het gebruik van de hersenen door links en rechts georiënteerde personen. Het blijkt dat linkse personen zich meer richten tot de cortex cingularis anterior, rechtse personen tot de amygdala.
De cortex cingularis anterior is een structuur in de linker prefrontale schors van de hersenen, die onder andere betrokken is bij de begripsmatige verwerking van conflictsituaties. De amygdala, onderdeel van het limbische systeem diep in de hersenen, speelt een rol bij de verwerking van angst (bron: Wikipedia).

terug naar de Inhoud


4. De geestkundige benadering van het politieke bedrijf
De besturing van het land is in handen van de regering (een aantal ministers en een minister-president), die daarbij verantwoording moet afleggen aan de volksvertegenwoordiging. Deze bestaat uit een waaier van een tiental politieke partijen, waarvan de leden tijdens algemene verkiezingen door het volk zijn gekozen.
Regering en volksvertegenwoordiging zijn in de vergaderzaal tegenover elkaar opgesteld, waarbij zijdelings een voorzitter hun vergaderingen leidt. Tijdens die vergaderingen wordt het beleid dat de regering voorstelt en het handelen van de ministers, door de volksvertegenwoordiging op hun waarde beoordeeld.

De regering en de volksvertegenwoordigers moeten in die vergaderingen voortdurend een bepaald standpunt innemen en dat standpunt tegenover elkaar verdedigen. Steeds worden zij daarbij gedwongen hun gedachten duidelijk onder woorden te brengen en met redenen to omkleden, waardoor zij hun standpunten kunnen verdedigen tegenover de scherpe beoordelingen van de andere aanwezigen, die hetzelfde bij hen moeten doen.

De noodzaak het land te regeren door een beleid uit te stippelen en dat door de volksvertegenwoordigers te laten beoordelen, dwingt alle politici hun geestelijke vermogens tot het uiterste te gebruiken, waardoor zij die steeds beter en bewuster leren gebruiken, en steeds meer bedreven raken in het politieke spel van woord en tegenwoord.

Aangezien deze vergaderingen openbaar zijn, iedereen ze mag bijwonen en er verslaggevers zijn die de uitspraken, die tijdens die vergaderingen worden gedaan, middels de televisie doorgeven of erover berichten in kranten en tijdschriften (de vrije pers), denkt ook een groot deel van de bevolking mee over regeringsbesluiten en de meningen van de volksvertegenwoordigers en van commentatoren in de pers daarover. Vervolgens ziet iedereen in den lande hoe om zich heen landgenoten met het politieke gebeuren omgaan, waardoor ook de meningen van anderen aan iedereen bekend worden en kunnen worden beoordeeld.

Daardoor helpt - maar alleen in een parlementaire democratie - het politieke bedrijf mee aan het bewust en beheerst gebruik leren maken van de geestelijke vermogens, wat bevorderlijk is voor de geestelijke ontwikkeling van velen. Hoewel regeringsbeslissingen ook verkeerd kunnen uitpakken en altijd in de geschiedenis zullen verdwijnen, toch is de toename van het bewust en beheerst leren gebruiken van de geestelijke vermogens door de mensen die eraan meedoen een geestelijke verworvenheid, die blijft tot in de eeuwigheid.

Daar de in- en uitgekeerde instellingen eigenschappen zijn, die beide toebehoren aan de menselijke geest, zijn beide instellingen gelijkwaardig en is de ontwikkelde toestand van beide onontbeerlijk voor het vormen van een evenwichtige geestesgesteldheid. Al naar de voortdurende wisseling der levensomstandigheden is de ene keer een uitgekeerde instelling nodig om voorkomende problemen op te kunnen lossen, de andere keer de ingekeerde.
Dat datzelfde in de politiek noodzakelijk is, laten de kleuren zien waarmee de politieke richtingen ook worden aangeduid: rood voor links en blauw voor rechts, wat twee complementaire kleuren zijn, kleuren die elkaar aanvullen. Het zijn de twee kanten van dezelfde medaille, die onafscheidelijk bij elkaar horen en in evenwicht met elkaar behoren te zijn.
Aan het gedrag van personen die tot de uiterste vleugels van rechtse en linkse partijen behoren, is te zien, hoe de geestesgesteldheid is bij een voornamelijk eenzijdig ontwikkelde toestand. Aan hun verstorende gedrag is duidelijk te zien dat een geestelijke ontwikkeling, die tot het evenwicht van de tegendelen in het midden leidt, een onvermijdelijk vereiste is voor beschaafd gedrag.
Naast iedere stelling moet er een tegenstelling zijn om in het midden tot een samenstelling te kunnen komen; voor ieder gewicht is er een tegenwicht nodig om tot een evenwicht in het midden te geraken. Alleen daaruit komen weloverwogen, zinvolle besluiten voort.
In dat midden moeten we zijn, maar zolang dat nog niet het geval is, laten de leerzame kenmerken van het gedrag van de politieke uitersten zien, dat een geestelijke groei naar het evenwichtige midden voor de mensheid een noodzaak is.
Het gaat erom dat partijen hun eigen eenzijdigheden beseffen en vanuit dat inzicht bereid zijn naar de tegenpartij te luisteren en hun redenen mede in overweging te nemen.

Ieder gedrag van personen, hoe onaangepast het ook is, komt voort uit de werking van de geestelijke vermogens; het komt voort uit het al dan niet bewuste en beheerste gebruik dat de geest van zijn eigen vermogens heeft leren maken. Door de verdichting van het geestelijke licht en de geestelijke warmte uit en in de goddelijke algeest, zijn de eigenschappen van de geestelijke vermogens uit de algeest aan de menselijke geest meegegeven... maar in áánleg, opdat de menselijke geest in de gelegenheid is ze op eigen kracht te leren beheersen en ze zich zodoende eigen te maken.
Hoe meer de menselijke geest erin is geslaagd alle geestelijke vermogens op een evenwichtige wijze bewust en beheerst te gebruiken, hoe beschaafder het gedrag is dat daaruit naar buiten toe zichtbaar wordt.


terug naar de vragenlijst

terug naar het weblog







^