Levensbeschrijving van Freek van Leeuwen


Van jongs af aan heb ik belangstelling gehad voor datgene van de gééstelijke werkelijkheid, wat in dit stóffelijke bestaan onmiddellijk ervaarbaar is, namelijk de menselijke geest zelf. Al vroeg wilde ik het antwoord weten op de kernvraag: Wie ben ík, die in zichzelf zijn gedachten tot klinken brengt en die beseft zichzelf te zijn?!
Mijn belangstelling voor dat onderwerp was zodanig, dat ik al op jeugdige leeftijd begon met bestudering van de Bijbel en andere geestelijke onderwerpen, en regelmatig bepaalde geestelijke oefeningen deed. Toen ik 20 jaar was, werd ik tijdens zo'n oefening opgenomen in de gééstelijke wereld, die, onzichtbaar voor ons, deze stóffelijke wereld geheel doordringt en daar werd ik met onze geestelijke oorsprong herenigd.
Daarbij mocht ik ervaren dat onze oorsprong een álomtegenwoordige zee van geestelijk licht en geestelijke warmte is, de algeest, zoals besproken in deel 1. In de algeest ervoer ik mijzelf als menselijke geest als een brandpunt van datzélfde licht en diezélfde warmte als de algeest en ik ervoer dat er van de algeest een innige liefde naar mij als menselijke geest toe uitgaat.
Tijdens die ervaring werd mij getoond dat de geest in wezen een bewuste kracht is, die zich in die gééstelijke wereld voordoet als dat licht en die warmte. Met die eigenschappen hangen de geestelijke vermogens samen, waaraan de menselijke geest in deze stóffelijke wereld herkenbaar is: met het licht het vermogen om waar te nemen en te denken, met de warmte het vermogen om te voelen en te willen. Deze godservaring is het middelpunt geworden van mijn leven, van mijn denken, voelen en willen.

Na deze ervaring ben ik - naast mijn natuurwetenschappelijke studie (farmacie) - verder gegaan met mijn wijsgerig-godsdienstige studie om de betekenis ervan goed te leren begrijpen. Daarvoor bestudeerde ik naast de Bijbel de werken van de grote godsdienststichters, van mystici en soefi's, terwijl de I Tjing een aparte plaats kreeg.

Jan Luyken, 1649-1712
De Apoteeker (ets, replica)
De dranck van Christi bloed
Is kostlyck voor 't gemoed.
Ik richtte mij tot die schrijvers, die allen zijn uitgegaan van persoonlijke ervaringen met die geestelijke wereld: Jakob Lorber, Emanuel Swedenborg, Jan van Ruusbroec, Hadewich, Hildegard van Bingen, Jacob Böhme, Jozef Rulof, Rudolf Steiner, Max Heindel, Plato, Plotinos en Jung. Een overzicht van deze studie is te vinden onder 'literatuuroverzicht' in het menu.

Later deed ik door mijn geestelijke oefeningen meer ervaringen op met de werkelijkheid van de geestelijke wereld, waar ik ook mijn vrienden en vriendinnen leerde kennen. Vanuit die wereld begeleiden zij mij op mijn pad, zoals dat met iedereen gebeurt.
Tegelijk met mijn geesteswetenschappelijke studie ben ik aan het boek De Levensweg gaan werken. Daarbij ben ik weliswaar uitgegaan van mijn eigen geestelijke ervaringen en persoonlijke ontwikkeling, maar die heb ik steeds getoetst aan wat ik er bij anderen over las. Daardoor is het boek toch zoveel mogelijk een algemene beschrijving geworden van de menselijke geest en de ontwikkeling ervan.
De titel van het boek - de Levens-weg - geeft dan ook aan dat het gaat om de ontwikkelingsweg van de menselijke geest als de zelfstandige, levende eenheid. Alle ervaringen en begrippen, waarmee je die geestelijke ontwikkelingsweg kunt gaan en je met je geestelijke oorsprong kunt herenigen, heb ik in het boek verzameld en geordend, en dat geheel 'geestkunde' genoemd.
In geestkunde beschrijf ik alle verschijnselen met de geest als uitgangspunt.

In het eerste boek, De Levensweg, begin ik mijn beschrijving zoveel mogelijk bij die uitingen van geestelijke werkzaamheid, die in het dagelijkse bestaan ervaarbaar zijn (de geestelijke vermogens en het gedrag dat daaruit voortkomt) en van daaruit werk ik naar de kern toe, de menselijke geest. In het tweede boek, Geestkunde, begin ik bij het begin, de verdichting van de menselijke geest uit en in de goddelijke algeest (zoals ik dat tijdens mijn godservaring heb mogen waarnemen) en laat dan zien, hoe geestelijke eigenschappen van de algeest, door de menselijke geest heen, in het dagelijkse bestaan herkenbaar zijn; hier ga ik vanuit de kern naar buiten toe.


De hoofdonderwerpen van geestkunde
1 De geest beschikt over vier vermogens: 2 de opbouw van de mens naar geest, ziel en lichaam: 3 de geestelijke ontwikkeling: 4 de hereniging met de algeest,
het waarnemen, denken, voelen en willen
die in- en uitgekeerd kunnen zijn.

Door de vermogens te gebruiken, vormt de geest een uitstraling om zich heen, die de oorzaak is van (2)
de eivormige uitstraling van de geest is de ziel (aura);
door de eigenschappen van de vermogens wordt de ziel deel na deel omgevormd tot de geestgedaante,
die op aarde de menselijke vorm aan het lichaam geeft.

Bewust en beheerst gebruik van de geestelijke vermogens leidt tot (3)
de bewustwording van de eigen onbewuste vereenzelviging met dit bestaan, de gehechtheid eraan en de eenzijdigheid in de persoonlijkheid;
daarna tot zelfverwerkelijking door te streven naar bevrijding daaruit;

en ten slotte door zelfbezinning tot (4)
de geest van het heelal, van geestelijk licht en geestelijke warmte, die alomtegenwoordig is;

daaruit is de menselijke geest door verdichting voortgekomen en daarin leeft die als de algeestvonk,
een bolvormige wolk van datzelfde licht en diezelfde warmte.


Ik ben mij duidelijk bewust van mijn geestelijke zelfstandigheid. Ik besef 'er te zijn' in mijn eigen binnenwereld, die ik ook als zodanig als een zelfstandige wereld ervaar en waar ik andere inhouden van die wereld als licht-beelden zie. De uitspraak "ik ben" is niet alleen maar een tweetal mij bekende woorden, maar voor mij een doorleefde werkelijkheid. Ik besef dat er maar weinig medemensen zijn die in eenzelfde toestand van 'zelfervaring' en 'zelfbesef' leven. De meeste mensen leven met hun aandacht en toewijding geheel in de buitenwereld. Zij ervaren hun innerlijke wereld en zichzelf daarin alleen als een gedachte, waar zij al dan niet vertrouwen in hebben, het vertrouwen dat die gedachte tóch een onzichtbare werkelijkheid betreft.
Doordat ik als mens op de grens tussen beide wereld sta, ben ik ontvankelijk voor invloeden uit die twee. De afwijzende houding van mijn medemensen en in het bijzonder die van eenzijdig op de stof gerichte natuurwetenschappers, die de zelfstandigheid van geestelijke verschijnselen afwijzen met een stelligheid alsof alleen zij de wijsheid in pacht hebben, heeft niet nagelaten - vooral in mijn jonge jaren - toch een geheime twijfel bij mij wakker te maken. Zij zijn namelijk de hardnekkige mening toegedaan dat alleen dit, wat zintuiglijk zichtbaar en tastbaar is, alles is wat er is!

In de middeleeuwen moest Galilei, die uitging van de waarnemingen die hij deed, zijn vernieuwende opvattingen over het zonnestelsel (de zon als middelpunt) verdedigen tegen een kerk die aan het oude wereldbeeld (de aarde als middelpunt) bleef vasthouden. Nu zijn de rollen omgedraaid. Nu willen natuurwetenschappers die ervoor hebben gekozen hun blik te beperken tot alleen de zichtbare wereld, geen aandacht schenken aan hen die aan de andere kant van de grens tussen stof en geest waarnemingen hebben mogen doen, en hebben ervaren dat een geestelijke werkelijkheid deze stoffelijke geheel doordringt... en er ook de oorsprong van is.
Zij bepalen de sfeer van de huidige maatschappij en dat kan toch je vertrouwen in de waarde van persoonlijke, geestelijke ervaringen onder druk zetten, wat vooral in de jeugd het geval is. Door die afwijzing en doordat de ontmoeting met geestverwanten een zeldzaamheid is, ontstaat een gevoel van onbehagen; dat gaat soms met een innerlijke gespannenheid gepaard, een gevoel alleen te staan, een geestelijke eenzaamheid.
Dit toepasselijke schilderij kreeg ik van schilder Jan Bruil toen we in Terborg kwamen wonen.

Schilder: G.J. (Jan) Bruil, Terborg 1971,
(olieverf op paneel, eigen bezit)
Zwerver op ongebaande weg
Onopgemerkt gaat hij
door de geschiedenis
Ik ben me er duidelijk van bewust in een wereld te leven die de mijne niet is. Om toch staande te kunnen blijven, ontstaat de noodzaak steeds bij mijzelf te blijven: alle ervaringen met de geest opgedaan voor ogen te stellen en zo levend te houden, en door de beoefening van zelfbezinning het zelfbesef en de zelfervaring dagelijks te vernieuwen. Ik ken wel het geluk te weten uit welke wereld ik naar deze ben gekomen en ik heb ook het geluk hier een vrouw aan mijn zijde te hebben die mijn geestverwant is.
Daarnaast is het nodig te beseffen dat zij die de geest afwijzen, dat doen vanuit hun onwetendheid, veroorzaakt door de toestand van onbewustheid van zichzelf en vereenzelviging met deze stoffelijke wereld... waardoor zij niet zichzelf zijn!
Het vereist desondanks innerlijke moed en standvastigheid om tegen de heersende mening in te gaan en te blijven vasthouden aan het besef dat geestkunde het inzicht in de ware verhouding tussen de geestelijke en stoffelijke wereld beschrijft. Geestkunde is voor mij de afronding van eeuwen aan mystieke ervaringen van wijze en betrouwbare personen van over de hele wereld, die hun ervaringen uitgebreid hebben beschreven en die ervan getuigen dat een onzichtbare, geestelijke wereld de bron is van de zichtbare, waar wij een tijd in mogen verblijven.

Geestkunde is de wetenschap
dat door de rechtstreeks in jezelf ervaarbare werkzaamheid
van je eigen geestelijke vermogens,
het bestaan van de menselijke geest
voor jezelf een onbetwijfelbare werkelijkheid is.

Want wat werkzaam is, werkt... en is daardoor werkelijk.

Daarom, een goede raad: blijf bij jezelf
en laat je niet van de wijs brengen door (nog) onwetenden,
die zonder kennis oordelen.







^