Het begrip voor getal en aantal is de mens aangeboren.

Rita Kohnstamm in Kleine ontwikkelingspsychologie
Kleine ontwikkelingspsychologie, 15-09-2008

Rekenen zonder telwoorden
Uit divers onderzoek is naar voren gekomen dat kleuters die kunnen tellen als ze op de basisschool komen 'schoolrijper' zijn dan leeftijdgenootjes die dat niet kunnen. Dat wil echter niet zeggen dat het om dat tellen als zodanig gaat, als een gedachteloos deuntje, maar om een pril begrip voor getal en aantal. Australische onderzoekers menen zelfs dat tellen middels telwoorden niet noodzakelijk is voor dat begrip. Zinvol kunnen tellen is er wel een uiting van, maar het kan zich ook langs andere weg manifesteren. Anders gezegd: begrip voor getal en aantal is niet van taal, van woorden afhankelijk.
Sommige Aboriginalstammen kennen bijvoorbeeld geen telwoorden of alleen: 'een', 'twee' en 'veel'. Maar de kinderen kunnen toch in hoeveelheden rekenen. Dat bleek uit proefjes met Aboriginalkinderen tussen vier en zeven jaar. Hun prestaties waren net zo goed als die van stadskinderen uit Melbourne.

Bij de uitdeelproefjes moesten zij zes of negen bolletjes plasticine (kneedbare kunststof) verdelen onder drie teddyberen. Vrijwel alle kinderen deelden eerlijk. Bij de geheugenproefjes werd steeds een aantal blokjes op een matje gelegd en afgedekt. De kinderen moesten dan net zoveel blokjes op hun eigen matje leggen. Er was geen verschil tussen de Aboriginal kinderen en de kinderen uit Melbourne.
Datzelfde gold voor de ingewikkelder optelproefjes. Nadat het eerste aantal blokjes was afgedekt, werden er één of meer naast gelegd en vervolgens onder de afdekking geschoven. Ook nu moesten de kinderen op het eigen matje het totale aantal leggen. Het ging om de combinaties 2+1, 1+4, 4+3 en 4+2.

Ten slotte waren er twee meer abstracte proefjes: in het eerste werd met een stokje op tafel geslagen en bij iedere tik een blokje neergelegd. Maar soms niet of juist één extra. De kinderen moesten na afloop zeggen of het aantal blokjes dat ze zagen gelijk was aan het aantal tikken dat ze hadden gehoord. Bij het tweede proefje kregen kinderen een aantal tikken te horen en moesten daarna eenzelfde hoeveelheid blokjes neerleggen. Ook bij deze twee proefjes werd geen verschil gevonden tussen kinderen die wel en geen woorden hadden voor aantallen. De onderzoekers zien dit als een bewijs dat begrip voor getal en aantal de mens is aangeboren.

Bron:
Brian Butterworth: Aboriginal Kids Can Count Without Numbers. Proceedings of the National Academy of Science, online, 18 augustus, 2008

[Ook uit onderzoek bij baby's blijkt dat zij in de eerste maanden al een gevoel voor getallen en getalsverhoudingen hebben, terwijl zij dan nog geen woorden kennen.
Begrip voor getallen is de mens aangeboren, in tegenstelling tot een taal, die moet de mens worden aangeleerd. (Freek)]


terug naar Pythagoras' getallenleer






^