Prof. dr. Wim Couwenberg - Ontmenselijkt mensbeeld

Digitaal Tijdschrift Civis Mundi, september 2010; Introductie artikelenseries, 3

Onderzoeksresultaten hersenwetenschap ter discussie
De vrije wil, een fictie. En dus ook het principe van de keuzevrijheid, dat ten grondslag ligt aan ons politieke en maatschappelijke bestel. Het menselijk (zelf)bewustzijn stelt maar weinig voor. Het is, aldus hoogleraar cognitieve neurowetenschap Victor Lamme, slechts een kwebbeldoos.
De socratische oproep 'Ken U zelf' is in het licht hiervan een loze kreet. Het roept op tot iets wat krachtens hersenonderzoek onmogelijk geacht wordt. We worden geleefd door een sterfelijke en genetisch-geprogrammeerde breinmachine. We zijn als mensen slechts toeschouwers bij ons eigen leven. Dit is wat het hedendaagse hersenonderzoek ons leert en waarvan NRC Handelsblad kortgeleden verslag deed. 1)
'Neurosofie' wordt dat wel genoemd, als uitkomsten van specialistisch hersenonderzoek door hersenwetenschappers tot basis gemaakt worden van een heuse wijsgerige antropologie. Als we dit serieus moeten nemen, betekent dat het einde van de menselijke waardigheid, en van mensenrechten als ethisch-juridische expressie hiervan. Opvallend is dat de uitkomsten van dat hersenonderzoek opmerkelijk weinig tegenspraak ondervinden. Toch ondermijnen zij in vergaande mate de grondslagen niet alleen van de christelijke, maar ook van de moderne post-christelijke beschaving en van de relevantie van de emancipatieprocessen van de afgelopen twee eeuwen.

Fundamentele botsing van twee mensbeelden
'In the 19th century the problem was that God is dead. In the 20th century the problem is that man is dead.', zo constateert de bekende humanistische psycholoog Erik Fromm in zijn boek The Sane Society (1955). Wat betekenen de resultaten van de hersenwetenschap anders dan de dood, de ontmenselijking van de mens als moreel verantwoordelijke persoonlijkheid? We hebben hier te maken met een fundamentele botsing van twee mensbeelden: dat van de christelijke en humanistische beschaving versus het heersende materialistisch-mechanistische mensbeeld van het moderne wetenschappelijke denken, zoals dat tegenwoordig ook door hersenonderzoekers als stellige waarheid verkondigd wordt. De mens wordt in dat mensbeeld gereduceerd tot een biologische automaat, een door genen en neuronen aangestuurd klompje materie in een doelloos kosmisch ontwikkelingsproces. Ethisch-juridische concepten als zelfbeschikking, morele verantwoordelijkheid, juridische aansprakelijkheid, geestelijke vermogens e.d. worden dienovereenkomstig weggezet als illusies van een verouderd mens- en wereldbeeld.
Dat onze vrijheid, onze zelfbeschikking als mens beperkt wordt door biologische, psychologische en sociale factoren is uiteraard geen punt van discussie meer, evenmin als het feit dat onbewuste prikkels en emoties een belangrijke achtergrond zijn van ons gedrag; maar wel onverminderd de vraag of ons lot daardoor volledig gedetermineerd wordt, zoals sinds de 19e eeuw door bepaalde filosofen geponeerd is en in de 21e eeuw als natuurwetenschappelijk paradigma de overhand krijgt in het toonaangevende natuurwetenschappelijke onderzoek. Dat mensen een zekere mate van autonomie, zelfbeschikking eigen is, waarop zij kunnen worden aangesproken, houd ik staande, al verschilt de mate ervan wel. Vandaar het onderscheid in de mate van toerekeningsvatbaarheid in het strafrecht.

Arrogante wetenschap ter discussie
Als het menselijke bewustzijn niet meer is dan het product van de werking van onze hersenen zoals 90% van de neurowetenschappers aannemen, dan kunnen we de hele santenkraam van religieus, ethisch en juridisch geestesgoed wel afschrijven. Maar er is nog een sprankje hoop. In de eerste plaats leven hersenonderzoekers zelf niet naar wat ze verkondigen. Zo maakt bijvoorbeeld de bekende hersenwetenschapper Dick Swaab deel uit van de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Uit vrije wil, dat opkomt voor het recht op vrijwillige levensbeëindiging en daarover in de Tweede Kamer een discussie wil uitlokken Er zijn nog neurowetenschappers die de stellig gepresenteerde uitkomsten van hun vak ter discussie stellen vanwege het ontbreken van een empirisch toetsbare theorie over de samenhang van bewustzijn en hersenen, met andere woorden over het ontstaan van (zelf)bewustzijn. 2)
Een bekende neurobioloog als Steven Rose is een fel bestrijder van het idee dat het leven afdoende verklaard is als alle biochemische reacties zijn beschreven die aan ons gedrag voorafgaan. Veel van wat hersenonderzoekers doen, is beschrijven, terwijl zij tegelijk pretenderen dat het om verklaren gaat. Ongetwijfeld beschikken we inmiddels over een enorme hoeveelheid relevante data dankzij genetische technologie en hersenscans. Maar er is nog steeds geen algemeen aanvaarde theorie over de werking van ons brein. Het idee dat we alles van de menselijke cultuur kunnen verklaren als we zo'n theorie hebben, noemt Rose een typisch voorbeeld van arrogante wetenschap. Tegenover het heersende wetenschappelijke reductionisme pleit hij voor een holistische benadering van het leven. Het organisme als levend systeem creëert zichzelf, dat bepaalt de werking van zijn onderdelen, dus van genen en moleculaire processen en niet omgekeerd. 3) Hij gaat hiermee, lijkt mij, uit van integraal, dus holistisch werkelijkheidsbesef. Dat is ook het geval met de katholieke evolutiebioloog Teilhard de Chardin. Die ziet het bewustzijn ontstaan en groeien als resultaat van de toenemende complexiteit die in de evolutie van het leven te onderkennen valt.
Voorts herinner ik aan het onderzoek van bijna-dood ervaringen en onderzoek naar religieuze en spirituele ervaringen. In aansluiting daarop is de hypothese ontwikkeld dat ons brein niet zozeer een producerende, maar een faciliterende functie vervult. Het maakt het ervaren van het bewustzijn mogelijk. 4) We hebben een lichaam en dat vergaat, maar we zijn een bewust-zijn en dat zijn vergaat niet.
Het is een hypothese die nog veel vragen oproept 5) en uiteraard indruist tegen het heersende materialistische denkmodel waarin alleen de buitenkant van de werkelijkheid er toe doet. Alles wat van dat paradigma afwijkt, pleegt verketterd te worden door de gevestigde wetenschap die zoals ieder establishment tot conservatisme neigt door zo lang mogelijk vast te houden aan heersende referentiekaders waarmee men vertrouwd is geraakt. Niettemin zien we een bescheiden poging in de richting van een niet-materialistische beoefening van de hersenwetenschap, die anticipeert op een paradigmawisseling en de introductie van nieuwe concepten voor het bewustzijnsonderzoek. 6)

1) Hendrik Spiering, Het 'ik' als kwebbeldoos, NRC Handelsblad, 19/20 juni 2010; en V. Lamme, De vrije wil bestaat niet, 2010.
2) Zie H. Küng, Het begin van alle dingen. Natuurwetenschap en religie, 2008, pp 189-201; en A. Wallace en B. Hodel, Verbindend bewustzijn, 2009
3) Zie S. Rose, The Lifelines: Biology, Freedom, Determinism, 1997. Zie ook het interview met hem in NRC Handelsblad, 12 juni 1999, onder de titel: tegen arrogante wetenschap.
4) Zie P. van Lommel, Eindeloos bewustzijn. Een wetenschappelijke visie op de bijna-doodervaring, 2007, p.25.
5) Zie o.a. H.S. Verbrugh, De Bijna Dood Ervaring en de verhalen erover - geven zij een bijdrage tot een realistischer postmortaal levensperspectief?, Civis Mundi 1, 2009
6) Zie o.a. M. Beauregard en D. O'Leary, Het spirituele brein. Bewijzen voor een bestaan van de ziel, 2008; zie in dit verband ook F. Erwich, Het paradigma voorbij, 20091)

terug naar het literatuuroverzicht






^