Betty J. Eadie - Geleid door het licht

Bruna Uitgevers, Utrecht, ISBN 90.229.8197.5
(Opmerkingen tussen haakjes zijn van mij, Freek)

Inhoud


Mijn bijna-doodervaring
Ik wilde mijn hand uitstrekken naar het koord naast het bed om de verpleegster te bellen. Maar hoe ik ook mijn best deed, ik kon me niet bewegen. Ik had het gevoel dat ik wegzonk, of de allerlaatste druppels bloed uit me weggezogen werden. Ik hoorde een zacht zoemend geluid in mijn hoofd en bleef wegzakken tot mijn lichaam stil en levenloos werd.
En toen ging er een golf van energie door me heen. Ik voelde iets in me knappen of vrijkomen en mijn geest (39) werd plotseling door mijn borst naar buiten en naar boven getrokken, als door een reusachtige magneet. Mijn eerste indruk was dat ik vrij was. Er was niets onnatuurlijks aan die ervaring. Ik zweefde boven het bed, dicht bij het plafond. Mijn gevoel van vrijheid was grenzeloos en het leek of ik dit al eeuwig deed. Ik draaide me om en zag een lichaam op het bed liggen. Ik was nieuwsgierig wie het was en begon onmiddellijk af te dalen. Omdat ik als verpleegster gewerkt had, wist ik hoe een dood lichaam er uitzag en toen ik dichter bij het gezicht kwam, wist ik onmiddellijk dat het levenloos was. En toen herkende ik het als dat van mijzelf. Dat was mijn lichaam daar in bed. Ik was niet ontsteld en ik was niet bang; ik voelde alleen een soort sympathie ervoor. Het leek jonger en mooier dan ik me herinnerde en nu was het dood. Het was of ik een gebruikt kledingstuk had uitgetrokken en voorgoed had weggedaan, wat jammer was omdat het nog goed was, het was nog heel goed bruikbaar. Ik realiseerde me dat ik mezelf nog nooit driedimensionaal had gezien; alleen maar in een spiegel, een plat oppervlak. Maar de ogen van de geest zien in meer dimensies dan de ogen van het sterfelijke lichaam. Ik zag mijn lichaam van alle kanten tegelijk, van voren, van achteren en van opzij. Ik zag facetten van mijn uiterlijk die ik nooit eerder gezien had, waardoor het afgeronder, vollediger leek. Misschien kwam het daardoor dat ik mijzelf niet onmiddellijk herkende.
Mijn nieuwe lichaam was gewichtloos en uiterst beweeglijk, en mijn nieuwe toestand fascineerde me. Hoewel ik minuten geleden nog pijn had gevoeld van de operatie, had ik nu nergens last van. Ik was in alle opzichten een geheel, perfect. En ik dacht: "Dit is zoals ik werkelijk ben."
Ik richtte mijn aandacht weer op het lichaam. Ik besefte dat niemand gemerkt had dat ik was gestorven en (40) ik voelde een aandrang om het iemand te vertellen. "Ik ben dood," dacht ik, "en niemand hier weet het!" Maar voor ik me kon bewegen, verschenen er plotseling drie mannen naast me. Ze droegen mooie, lichtbruine gewaden en een van hen droeg een capuchon achter op het hoofd. Ze droegen alle drie een gevlochten gouden ceintuur, die om het middel was gebonden en waarvan de uiteinden omlaaghingen. Een soort gloed straalde van hen uit, maar niet uitzonderlijk helder en toen besefte ik dat mijn eigen 'lichaam' ook een zachte gloed uitstraalde en dat ons aller licht om ons heen was samengevloeid. Ik was niet bang. De mannen leken ongeveer zeventig of tachtig jaar, maar op de een of andere manier wist ik dat ze een andere tijdschaal hadden dan op aarde. Ik kreeg de indruk dat ze veel ouder waren dan zeventig of tachtig, dat ze stokoud waren. Ik voelde een grote spiritualiteit, kennis en wijsheid in hen. Ik geloof dat ze in die gewaden verschenen om de indruk van die deugden bij me te wekken. Ik begon aan hen te denken als aan monniken, voornamelijk vanwege die pijen en ik wist dat ik ze kon vertrouwen. Ze spraken tegen me.
Ze waren al 'eeuwigheden' bij me, zeiden ze. Ik begreep dat niet helemaal; ik had al moeite met het begrip eeuwigheid, laat staan eeuwigheden. De eeuwigheid had voor mij altijd in de toekomst gelegen, maar deze wezens zeiden dat ze in het verleden eeuwigheden bij me waren geweest. Dat was nog moeilijker te begrijpen. Toen begon ik beelden in mijn geest te zien van lang geleden, van een bestaan vóór mijn leven op aarde, van mijn relatie met deze mannen 'daarvóór'. Toen die scènes zich in mijn geest ontvouwden, wist ik dat we elkaar inderdaad al 'eeuwigheden' hadden gekend. Ik raakte opgewonden. Het feit van een vooraards leven kristalliseerde zich in mijn geest en ik zag dat de dood in feite een 'wedergeboorte' was in een groter leven van begrip en kennis, dat (41) zich door de tijd naar voren en naar achteren uitstrekte. En ik wist dat dit mijn beste vrienden waren in dat grotere leven en dat zij hadden verkozen bij me te zijn. Ze legden uit dat zij, samen met anderen, mijn beschermengelen waren geweest tijdens mijn leven op aarde. Maar ik voelde dat deze drie iets bijzonders waren, dat zij ook mijn 'dienende engelen' waren.
Ze zeiden dat ik voortijdig gestorven was. Op een of andere wijze wisten ze een gevoel van rust en vrede over te brengen en ze vertelden me dat ik me geen zorgen hoefde te maken, dat alles in orde kwam. Terwijl dat gevoel zich van me meester maakte, voelde ik hun grote liefde en bezorgdheid. Die gevoelens en andere gedachten werden van geest tot geest, van intelligentie tot intelligentie overgebracht. Aanvankelijk dacht ik dat ze hun monden gebruikten, maar dat kwam omdat ik gewend was aan het 'spreken' van mensen. Ze communiceerden veel sneller en vollediger, op een wijze die ze 'zuivere kennis' noemden. Het woord dat er in onze taal als definitie het dichtst bij komt, is telepathie, maar zelfs dat beschrijft niet het volledige proces. Ik voelde hun emoties en bedoelingen. Ik voelde hun liefde. Ik onderging hun gevoelens. En dat vervulde me met vreugde omdat ze zoveel van me hielden. Mijn vroegere taal, de taal van mijn lichaam, was inderdaad beperkt en ik besefte dat mijn vroegere vermogen om uitdrukking te geven aan mijn gevoelens, bijna niet-bestaand was, vergeleken met het vermogen van de geest om op deze zuivere wijze te communiceren.

Ik zag mijn man in zijn favoriete stoel de krant zitten lezen. Ik zag mijn kinderen de trap op en af hollen en wist dat ze geacht werden zich gereed te maken om naar bed te gaan. Twee van hen hielden een kussengevecht, een normale routine voor onze kinderen als het bedtijd was. Ik verlangde er niet naar met hen te communiceren, maar ik maakte me bezorgd over hun leven zonder mij. (43) Terwijl ik hen stuk voor stuk bekeek, had ik een soort vooruitziende blik, die me in staat stelde hun leven te overzien. Ik kwam te weten dat mijn kinderen op aarde waren om hun eigen ervaringen op te doen en dat ik wel aan hen gedacht had als zijnde 'van mij', maar dat ik me vergist had. Het waren individuele geesten, net als ikzelf, met een intelligentie die vóór hun leven op aarde was ontwikkeld. Ze hadden allemaal een eigen vrije wil om hun leven te leiden zoals zij dat verkozen. Ik wist dat die vrije wil hen niet ontzegd mocht worden. Ze waren slechts aan mijn hoede toevertrouwd. Hoewel ik me die nu niet meer kan herinneren, wist ik dat mijn kinderen hun eigen levensagenda's hadden en dat, als die waren afgewerkt, ook zij hun verblijf op aarde zouden beëindigen. Ik voorzag een paar van hun beproevingen en moeilijkheden, maar wist dat die noodzakelijk waren voor hun groei. Het was niet nodig om verdrietig of angstig te zijn. Uiteindelijk zou het al mijn kinderen goed gaan en ik wist dat het niet lang zou duren of we zouden allemaal weer bij elkaar zijn. Ik voelde me volmaakt rustig en sereen. Het zou goed gaan met mijn man en mijn geliefde kinderen, het gezin waarop ik zo lang gewacht had. Ik wist dat ze verder konden en dus kon ik dat ook.
Ik was dankbaar voor dat begrip en voelde dat ik dat had mogen verkrijgen om mijn overgang via de dood gemakkelijker te maken.
Nu werd ik vervuld van verlangen om verder te gaan met mijn eigen leven en alles wat me te wachten stond. Ik werd teruggetrokken naar het ziekenhuis, maar kan me die tocht niet meer herinneren; het gebeurde in een oogwenk. Ik zag mijn lichaam nog op het bed liggen, ongeveer vijfenzeventig centimeter onder me, enigszins links van me. Mijn drie vrienden waren er nog; ze wachtten op me. Weer voelde ik hun liefde en hun vreugde dat ze me konden helpen. (44) Terwijl ik vervuld was van hun liefde, wist ik op de een of andere manier dat het tijd voor me was om verder te gaan. Ik wist ook dat mijn lieve vrienden, de monniken, niet met me mee zouden gaan. Ik hoorde een ruisend geluid. (45)

terug naar de Inhoud

De tunnel
Als je je in aanwezigheid van een enorme energie bevindt, weet je dat. Ik wist het nu. Een zwaar rommelend, ruisend geluid vulde het vertrek. Ik voelde de kracht erachter, een constante beweging. Maar hoewel het geluid en de kracht ontzagwekkend waren, kreeg ik een heel aangenaam gevoel, bijna hypnotisch. Op de achtergrond hoorde ik klokgelui, of belletjes, die klingelden in de verte, een mooi geluid dat ik nooit zal vergeten. Duisternis begon me te omringen. Het bed, het licht bij de deur, de hele kamer leek te vervagen en onmiddellijk daarna werd ik zachtjes omhooggetrokken in een grote, kolkende, zwarte massa.
Ik had het gevoel of ik was opgeslokt door een enorme tornado. Ik kon niets anders zien dan de intense, bijna tastbare duisternis. De duisternis was meer dan een gebrek aan licht; het was een ondoordringbare duisternis die op niets leek wat ik ooit gekend had. Mijn gezonde verstand vertelde me dat ik doodsbang had moeten zijn, (47) dat alle angstgevoelens uit mijn jeugd boven hadden moeten komen, maar in deze zwarte massa ervoer ik een intens aangenaam gevoel van kalmte en welbevinden. Ik voelde dat ik me door die duisternis naar voren bewoog en het kolkende, ruisende geluid vervaagde. Ik bevond me in een liggende positie, met de voeten naar voren, het hoofd enigszins opgeheven. De snelheid werd zo ongelooflijk dat die zelfs in lichtjaren niet gemeten kon worden. Maar het gevoel van rust en vrede werd ook groter, en ik voelde dat ik eeuwig in die verrukkelijke toestand had kunnen blijven en ik wist dat ik dat zou kunnen als ik dat wilde.
Ik werd me bewust van andere mensen en dieren, die op een afstand met me meereisden. Ik kon ze niet zien, maar ik voelde dat hun ervaring dezelfde was als die van mij. Ik voelde geen persoonlijke binding met hen en wist dat ze geen dreiging voor me vertegenwoordigden, dus verloor ik al snel het besef van hun aanwezigheid. Ik voelde echter wel dat sommigen niet net als ik naar voren gingen, maar in die heerlijke zwarte duisternis bleven hangen. Ze wilden het niet, of ze wisten niet hoe ze verder moesten. Maar er heerste geen angst.
Ik voelde dat er een genezingsproces aan de gang was. De kolkende, bewegende massa werd gevuld met liefde en ik zonk dieper weg in de warmte en de duisternis ervan en genoot van mijn veiligheid en rust. Ik dacht: "Dit moet de vallei van de schaduw van de dood zijn."
Nog nooit in mijn leven had ik me zo kalm, zo sereen gevoeld. (48)

terug naar de Inhoud

Omarmd door het licht
Ik zag dat het licht om hem heen goudkleurig was, alsof zijn hele lichaam een gouden aureool had en ik kon zien dat het gouden aureool aan alle kanten van hem uitstraalde en zich verspreidde in een fonkelend, schitterend (49) wit licht, dat zich tot op enige afstand uitstrekte. Ik voelde hoe dat licht letterlijk in het mijne overging, dat mijn licht naar het zijne werd getrokken. Het was of er twee lampen in een kamer waren, die allebei brandden en waarvan het licht zich met elkaar vermengde. Het is moeilijk te zeggen waar het ene licht eindigt en het andere begint; het wordt gewoon één licht. Hoewel dit licht veel feller was dan dat van mijzelf, was ik me ervan bewust dat ook mijn gloed ons verlichtte. En toen onze lichten zich vermengden, leek het of ik in zijn aangezicht stapte en ik voelde een hevige explosie van liefde. Het was de meest onvoorwaardelijke liefde die ik ooit heb gevoeld en toen ik zag dat hij zijn armen naar me uitstrekte om me te ontvangen, ging ik naar hem toe. Ik werd door hem omhelsd en ik zei steeds opnieuw: "Ik ben thuis, ik ben thuis. Ik ben eindelijk thuis." Ik voelde zijn allesomvattende geest en wist dat ik altijd een deel van hem was geweest, dat ik in werkelijkheid nooit bij hem vandaan was geweest. En ik wist dat ik waardig was bevonden om bij hem te zijn. Ik wist dat hij al mijn zonden en fouten kende, maar dat die op dit moment niet belangrijk waren. Hij wilde me alleen maar in zijn armen houden en zijn liefde tonen, en ik wilde hem mijn liefde tonen.
Er bestond geen enkele twijfel wie hij was. Ik wist dat hij mijn Heiland was, mijn vriend, mijn God. Hij was Jezus Christus, die me altijd had liefgehad, zelfs toen ik dacht dat hij me haatte. Hij was het leven zelf, de liefde zelf en zijn liefde schonk me een allesoverheersende vreugde. Ik wist dat ik hem van begin af aan had gekend, al lang voor mijn aardse leven, omdat mijn geest zich hem herinnerde.
Toen begonnen er vragen bij me op te komen. Ik wilde weten waarom ik op die manier was gestorven, niet voortijdig, maar hoe mijn geest vóór de opstanding bij hem was gekomen. Ik zat nog steeds verstrikt in de leer en het geloof uit mijn jeugd. Zijn licht vervulde mijn geest en mijn vragen werden beantwoord nog voordat ik ze volledig had gesteld. Zijn licht was kennis. Het had de macht me met de gehele waarheid te vervullen. Naarmate ik meer zelfvertrouwen kreeg en het licht in me liet stromen, kwamen mijn vragen sneller dan ik voor mogelijk had gehouden en ze werden even snel beantwoord. En de antwoorden waren absoluut en compleet. In mijn angst had ik de dood verkeerd geïnterpreteerd, had ik iets verwacht wat niet zo was. Het graf was nooit bestemd geweest voor de geest, alleen voor het lichaam. Ik voelde geen veroordeling omdat ik me had vergist. Alleen (51) maar dat mijn vergissing was vervangen door een eenvoudige, levende waarheid. Ik begreep dat hij de Zoon van God was, hoewel hij zelf ook een God was en dat hij nog vóór de schepping van de wereld verkozen had onze Verlosser te zijn. Ik begreep, of liever gezegd, ik herinnerde me zijn rol als schepper van de aarde. Zijn missie was op de wereld te komen om de liefde te onderwijzen. Die kennis leek meer op een herinnering. Dingen van lang vóór mijn leven op aarde kwamen bij me terug, dingen die bij mijn geboorte met opzet geblokkeerd waren door een 'sluier' van vergetelheid.
Toen er meer vragen in me opborrelden, werd ik me bewust van zijn gevoel voor humor. Bijna lachend opperde hij dat ik het wat rustiger aan moest doen, dat ik alles te weten zou komen wat ik maar wilde. Maar ik wilde alles weten, van begin tot eind. Mijn nieuwsgierigheid was altijd een kwelling geweest voor mijn ouders en mijn man en soms voor mijzelf, maar nu was het een zegen en ik was verrukt over de vrijheid om te kunnen leren. Ik werd onderwezen door de meester zelf! Mijn begrip was zo groot dat ik in een oogwenk boekdelen kon begrijpen. Het was alsof ik naar een boek kon kijken en het met één blik kon doorgronden, alsof ik rustig erbij kon gaan zitten terwijl het boek zich met alle details aan mij onthulde, van voren naar achteren, vanbinnen en vanbuiten, elke nuance en mogelijke suggestie. En dat alles in een oogwenk. Als ik één ding begreep, kwamen er meer vragen en antwoorden bij me op, de een gebaseerd op de ander en op elkaar inwerkend alsof alle waarheden intrinsiek met elkaar verbonden waren. Het woord 'alwetend' had nooit méér betekenis voor me gehad. Ik raakte doordrongen van kennis. In zekere zin werd ik die kennis. Ik stond verbaasd over mijn vermogen om de mysteries van het universum te doorgronden alleen maar door erover na te denken. (51) Ik wilde weten waarom er zoveel kerken in de wereld waren. Waarom gaf God ons niet slechts één kerk, één zuivere religie? Het antwoord werd me met een volmaakt zuiver begrip gegeven. leder van ons, werd me gezegd, bevindt zich op een verschillend niveau van spirituele ontwikkeling en begrip. Elk mens is derhalve voorbereid voor een verschillend niveau van geestelijke kennis. Alle religies op aarde zijn noodzakelijk omdat er mensen zijn die behoefte hebben aan hetgeen die religies leren. De mensen in de ene religie hebben misschien geen volledig begrip van het evangelie van de Heer en zullen dat nooit hebben zolang ze in die religie blijven. Maar die religie wordt gebruikt als stap voor verdere kennis. Elke kerk vervult geestelijke behoeften die andere wellicht niet kunnen vervullen. Niet één kerk kan ieders behoeften op elk niveau bevredigen. Als een individu zijn niveau van begrip over God en zijn eigen eeuwige ontwikkeling verhoogt, kan hij zich ontevreden voelen over de leer van zijn huidige kerk en een andere filosofie of religie zoeken om die leegte te vullen. Als dat gebeurt, heeft hij een ander niveau van begrip bereikt en verlangt hij naar meer waarheid en kennis, en de kans om zich verder te ontwikkelen. En bij elke stap die hij doet zullen die nieuwe kansen om te leren worden gegeven.
Toen ik die kennis ontvangen had, wist ik dat we niet het recht hebben enige kerk of religie op welke manier dan ook te bekritiseren. Ze zijn allemaal waardevol en belangrijk in zijn ogen. Heel bijzondere mensen met belangrijke missies zijn in alle landen, in alle religies, in elke positie in het leven geplaatst, opdat ze anderen kunnen beïnvloeden. Er is een volledig evangelie, maar de meeste mensen zullen zich dat hier niet eigen kunnen maken. Om die waarheid te kunnen bevatten, moeten we luisteren naar de Geest en ons 'ego' loslaten.

Jezus Christus was er ook. Ik besefte, tot mijn verbazing, dat Jezus een zelfstandig wezen was, gescheiden van God, met zijn eigen goddelijke doel en ik wist dat God onze gemeenschappelijke Vader was. Mijn katholieke opvoeding had me geleerd dat God de Vader en Jezus Christus een eenheid waren.

Toen we allemaal bijeen waren, legde de Vader uit dat een tijdelijk verblijf op aarde onze geestelijke ontwikkeling zou bevorderen. Elke geest die naar de aarde ging, droeg bij tot het creëren van de omstandigheden op aarde, inclusief de wetten van de sterfelijkheid waaraan we onderworpen zouden zijn. Deze omvatten de wetten van de geneeskunde zoals wij die kennen, de beperkingen van ons lichaam en de geestelijke krachten die voor ons bereikbaar waren. We assisteerden God in de groei van de planten en het dierlijke leven hier.
Alles werd geschapen uit geestelijke materie voordat het fysiek werd (54) geschapen: zonnestelsels, zonnen, manen, sterren, planeten, leven op de planeten, bergen, rivieren, zeeën, enzovoort. Ik zag dat proces en om het verder te kunnen begrijpen, vertelde de Heiland me dat de geestelijke schepping vergeleken kon worden met een van onze fotografische afdrukken; de geestelijke schepping zou een scherpe, heldere afdruk zijn en de aarde het donkere negatief. Deze aarde is slechts een schaduw van de schoonheid en glorie van zijn geestelijke schepping, maar die hadden we nodig voor onze ontwikkeling. Het was belangrijk dat ik zou begrijpen dat we allemaal bijdroegen aan het scheppen van onze omstandigheden hier.
Vaak zijn de creatieve gedachten die we in dit leven hebben het resultaat van een ongeziene inspiratie. Veel van onze belangrijke uitvindingen en zelfs technologische ontwikkelingen werden eerst in de geest gecreëerd door geestelijke wonderkinderen. Dan ontvingen individuen op aarde de inspiratie om deze uitvindingen hier te creëren. Ik begreep dat er een vitaal, dynamisch verband is tussen de geestelijke wereld en de sterfelijkheid, en dat we de geesten aan gene zijde nodig hebben voor onze vooruitgang. Ik zag ook dat ze ons heel graag op alle mogelijke manieren bijstaan.
Ik zag dat we in de voorsterfelijke wereld onze missie in het leven kenden en zelfs uitkozen. Ik begreep dat onze posities in het leven gebaseerd zijn op de doelstellingen van die missies. Door goddelijke kennis wisten we wat veel van onze beproevingen en ervaringen zouden zijn, en we bereidden ons dienovereenkomstig voor. We sloten een verbond met anderen, familieleden en vrienden, om ons te helpen onze missie te volbrengen. We hadden hun hulp nodig. We kwamen als vrijwilligers, verlangend om alles te leren en te ervaren wat God voor ons had geschapen. Ik wist dat ieder van ons die het besluit had genomen hier te komen, een dappere geest was. Zelfs de (55) minst ontwikkelde onder ons hier was dáár sterk en dapper.
We kregen de macht om hier zelfstandig te handelen. Onze eigen handelingen bepalen de koers van ons leven en we kunnen ons leven elk moment veranderen of een nieuwe richting geven. Ik begreep dat dit van het grootste belang was; God beloofde dat hij niet in ons leven tussenbeide zou komen, tenzij we het hem vroegen. En dan zou hij door zijn alwetendheid ons helpen onze gerechtvaardigde wensen te vervullen. We waren dankbaar voor dat vermogen om onze vrije wil tot uitdrukking te brengen en onze macht uit te oefenen. Dat zou het ons mogelijk maken grote vreugde te beleven of datgene te kiezen wat ons droefheid brengt. Onze keus werd bepaald door hetgeen we besloten.
Ik voelde me opgelucht toen ik ontdekte dat de aarde niet ons natuurlijke thuis is, dat onze oorsprong niet daar ligt. Ik voelde me gerustgesteld, omdat de aarde slechts een tijdelijke verblijfplaats is voor onze opleiding en dat de zonde niet onze ware aard is. Geestelijk gezien bevinden we ons in diverse gradaties van licht, dat wil zeggen kennis, en door onze goddelijke, geestelijke aard zijn we vervuld van het verlangen om goed te doen. Onze aardse persoonlijkheid is echter voortdurend in strijd met onze geest. Ik zag hoe zwak het vlees is. Maar het is volhardend. Hoewel ons geestelijk lichaam vol licht, waarheid en liefde is, moet het voortdurend vechten om het vlees te overwinnen en daardoor wordt het gesterkt. Degenen die waarlijk ontwikkeld zijn, zullen een perfecte harmonie vinden tussen hun vleselijk lichaam en hun geest, een harmonie die hen zal zegenen met vrede en hen het vermogen zal geven anderen te helpen.
Als we leren ons te houden aan de wetten van deze schepping, leren we die wetten voor ons eigen heil te gebruiken. We leren hoe we in harmonie moeten leven met (56) de creatieve machten om ons heen. God heeft ons individuele talenten gegeven. De een meer en de ander minder, overeenkomstig onze behoeften. Als we die talenten gebruiken, leren we hoe we met de wetten moeten omgaan, hoe we die uiteindelijk kunnen begrijpen en hoe we de beperkingen van dit leven moeten overwinnen. Als we deze wetten begrijpen, kunnen we de mensen om ons heen beter dienen. Wat we hier in de sterfelijkheid worden, is onbelangrijk, tenzij het wordt gedaan voor het welzijn van anderen. Onze gaven en talenten worden ons gegeven om te helpen dienen. En door anderen te dienen, groeien we geestelijk.

Ik wist dat alles wat we doen om liefde te tonen, de moeite waard is: een glimlach, een bemoedigend woord, een kleine opoffering. Door die daden ontwikkelen we ons zelf. Niet alle mensen zijn sympathiek, maar als we het moeilijk vinden van iemand te houden, komt dat vaak omdat ze ons aan iets in onszelf herinneren wat ons niet bevalt. Ik leerde dat we onze vijanden moeten liefhebben, (57) dat we woede, haat, jaloezie, verbittering en de weigering om te vergeven moeten loslaten. Die dingen verwoesten de geest. We zullen rekening en verantwoording moeten afleggen voor de wijze waarop we anderen behandelen.
Toen we het plan van de schepping ontvingen, zongen we van vreugde en waren vervuld van Gods liefde. We waren vol blijdschap toen we de ontwikkeling zagen die we op aarde zouden doormaken en de vreugdevolle relaties die we met elkaar zouden vormen.
Toen keken we toe hoe de aarde werd geschapen. We zagen hoe onze geestelijke broeders en zusters fysieke lichamen binnengingen voor hun verblijf op aarde, hoe ze de pijn en vreugde ervoeren die hen zouden helpen zich te ontwikkelen. Ik herinner me duidelijk dat ik de Amerikaanse pioniers over het continent zag trekken en me verheugde toen ze hun moeilijke taken verrichtten en hun missie volbrachten. Ik wist dat alleen degenen die die ervaring nodig hadden, daar werden geplaatst. Ik zag hoe de engelen zich verheugden over degenen die hun beproevingen doorstonden en slaagden, en treurden om degenen die faalden. Ik zag dat sommigen faalden door hun eigen zwakheid, sommigen door de zwakheid van anderen. Ik voelde dat velen van ons die er niet bij waren die taken niet hadden kunnen volbrengen, dat we slechte pioniers zouden zijn geweest en de oorzaak van meer lijden voor anderen. Zo zouden sommige pioniers en mensen uit andere tijdperken de beproevingen van de huidige tijd niet hebben kunnen doorstaan. We zijn waar we moeten zijn.
Toen al die dingen tot me doordrongen, begreep ik de perfectie van het plan. Ik zag dat we allemaal vrijwilligers waren voor onze positie en status in de wereld, en dat ieder van ons meer hulp ontvangt dan we weten. Ik zag de onvoorwaardelijke liefde van God, die alle aardse liefde (58) te boven gaat, naar al zijn kinderen van hem uitstralen. Ik zag de engelen naast ons staan, wachtend tot ze ons konden assisteren, zich verheugend over onze prestaties en vreugden. Maar bovenal zag ik Christus, de Schepper en Verlosser van de aarde, mijn vriend en de beste vriend die ieder van ons kan hebben. Ik leek weg te smelten van blijdschap toen ik in zijn armen lag en werd getroost: eindelijk thuis. Ik zou alles wat maar mogelijk was geven, alles wat ik ooit geweest was, om weer van die liefde vervuld te worden, te worden omhelsd door de armen van zijn eeuwige licht.

terug naar de Inhoud

De wetten
Ik zag dat we aan veel wetten onderworpen waren: geestelijke, fysieke en universele wetten en dat we van de meeste slechts een vaag idee hebben. Die wetten werden gecreëerd met een doel en alle wetten vullen elkaar aan. Als we die wetten erkennen en leren hoe we hun positieve en negatieve krachten moeten gebruiken, hebben (61) we toegang tot een macht die ons begrip te boven gaat. Als we een van die wetten overtreden, tegen de natuurlijke orde ingaan, hebben we gezondigd.
Ik zag dat alle dingen geschapen werden door een spirituele macht. Elk element, elk deeltje van de schepping bevat intelligentie, die wordt gevuld met geest en leven, en derhalve het vermogen heeft om vreugde te voelen. Elk element is onafhankelijk en kan zelfstandig handelen, reageren op de wetten en krachten die het omringen; als God tot die elementen spreekt, reageren ze en ze gehoorzamen vol vreugde zijn woord. Christus heeft de aarde geschapen door de natuurlijke krachten en wetten van de schepping.
Ik begreep dat we door die wetten trouw na te leven, verder gezegend zullen worden en een nog grotere kennis zullen verwerven. Maar ik begreep ook dat het overtreden van die wetten, het 'zondigen', alles zal verzwakken en misschien zelfs vernietigen wat we tot dat moment hebben bereikt. Er is een verhouding van oorzaak en gevolg in de zonde. We creëren veel van onze eigen straffen door onze handelingen. Als we bijvoorbeeld het milieu vervuilen, is dat een 'zonde' tegen de aarde en moeten we de natuurlijke gevolgen verwachten van het overtreden van de levenswetten. Door onze daden kunnen we fysiek verzwakken of sterven, of we kunnen anderen fysiek laten verzwakken of sterven. Er zijn ook zonden tegen het vlees, zoals te veel of te weinig eten, gebrek aan lichaamsbeweging, drugsmisbruik (waaronder elke substantie wordt verstaan die niet in harmonie is met het organisme van ons lichaam) en andere fysiek verzwakkende daden. De ene 'zonde' van het vlees is niet groter dan de andere. We zijn verantwoordelijk voor ons lichaam.
Ik zag dat elke geest zijn lichaam in eigendom krijgt. Terwijl we als stervelingen leven, moet onze geest het (62) lichaam beheersen, de lusten en hartstochten bedwingen. Alles wat van de geest uitgaat, wordt gemanifesteerd in het vlees, maar het vlees en de attributen van het vlees kunnen de geest niet binnendringen tegen de wil van de geest: het is de geest in ons die kiest. Het is de geest die regeert. Om zo perfect te worden als een sterveling maar kan worden, moeten we het verstand, het lichaam en de geest in volledige harmonie brengen. Om perfect te worden in de geest, moeten we christelijke liefde en rechtschapenheid aan die harmonie toevoegen.
Mijn geest wilde juichen van blijdschap toen die waarheden tot me doordrongen. Ik begreep ze en Jezus wist dat ik alles begreep wat hij me liet zien. Mijn geestelijke ogen werden weer geopend en ik zag dat God vele werelden had geschapen en dat hij de elementen daarbinnen beheerst. Hij heeft gezag over alle wetten en energie en materie. In ons universum bevinden zich positieve en negatieve energieën, en beide soorten energie zijn essentieel voor de schepping en de groei. Deze energieën hebben intelligentie: ze gehoorzamen aan onze wil. Het zijn gewillige dienaren. God heeft absolute macht over beide energieën. Positieve energie is in feite precies wat we denken dat het is: licht, goedheid, vriendelijkheid, liefde, geduld, liefdadigheid, hoop, enzovoort. En negatieve energie is ook precies wat we denken dat het is: duisternis, haat, angst (Satans grootste wapen), onvriendelijkheid, intolerantie, egoïsme, wanhoop, moedeloosheid, enzovoort.
Positieve en negatieve energieën werken tegengesteld aan elkaar. En als we ons deze energieën eigen maken, worden ze onze dienaren. Positief trekt positief aan, en negatief trekt negatief aan. Licht is gehecht aan licht en duisternis houdt van duisternis. Als we voornamelijk positief of voornamelijk negatief worden, gaan we het gezelschap zoeken van anderen zoals wij. Maar wij hebben (63) de keus om positief of negatief te worden. Door positieve gedachten te denken en positieve woorden te spreken, trekken we positieve energie aan. Ik zag dat het zo was. Ik zag verschillende energieën rond verschillende mensen. Ik zag hoe iemands woorden feitelijk het energieveld om hem hem heen beïnvloedden. De woorden zelf, de vibraties in de lucht, trekken de ene of andere soort energie aan. Iemands verlangens hebben een soortgelijk effect. Onze gedachten bezitten macht. We creëren onze eigen omgeving met de gedachten die we denken. Fysiek gesproken kan dat een tijd duren, maar geestelijk gebeurt het ogenblikkelijk. Als we de kracht van onze gedachten kenden, zouden we er beter op letten. Als we de ontzagwekkende macht van onze woorden beseften, zouden we de voorkeur geven aan stilte boven bijna alles wat negatief is. Met onze gedachten en woorden creëren we onze eigen zwakheden en onze eigen krachten. Onze beperkingen en vreugden beginnen in ons hart. We kunnen negatief te allen tijde vervangen door positief.
Omdat onze gedachten deze eeuwige energie kunnen beïnvloeden, zijn ze de bron van de schepping. Elke schepping begint in het verstand. Ze moet eerst worden gedacht. Begaafde mensen kunnen hun fantasie gebruiken om nieuwe dingen te creëren, zowel prachtige als verschrikkelijke. Sommige mensen komen op deze aarde als de kracht van hun fantasie al goed is ontwikkeld en ik zag dat sommigen die kracht hier misbruiken. Sommige mensen gebruiken negatieve energie om schadelijke dingen te creëren, dingen of woorden die kunnen vernietigen. Anderen gebruiken hun fantasie op positieve wijze, voor het welzijn van degenen die hen omringen. Deze mensen creëren daadwerkelijk vreugde en zijn gezegend. De scheppingen van het brein bezitten een letterlijke macht. Gedachten zijn daden.
Ik begreep dat het leven het volledigst wordt geleefd in (64) de fantasie (van Grieks 'phantasomai': 'verbeelding'), dat ironisch genoeg de fantasie de sleutel is tot de werkelijkheid. Dat had ik nooit kunnen vermoeden. We worden hierheen gestuurd om het leven ten volle te beleven, het overvloedig te beleven, vreugde te vinden in onze eigen scheppingen, ongeacht of het nieuwe gedachten of dingen of emoties of ervaringen zijn. We moeten ons eigen leven creëren, onze gaven aanwenden en zowel mislukking als succes ervaren.
Met al dat begrip besefte ik weer dat de liefde oppermachtig is. De liefde moet regeren. De liefde regeert altijd de geest en de geest moet versterkt worden om het verstand en het vlees te regeren. Ik begreep de natuurlijke orde van de liefde, overal, waar dan ook. Eerst moesten we de Schepper liefhebben. Dat is de grootste liefde die we kunnen voelen (al weten we dat misschien pas als we hem ontmoeten). Dan moeten we onszelf liefhebben. Ik wist dat zonder eigenliefde de liefde die we voor anderen voelen onecht is. En dan moeten we alle anderen liefhebben zoals onszelf. Zoals we het licht van Christus zien in onszelf, zien we het ook in anderen en het zal onmogelijk worden dat deel van God in hen niet lief te hebben.

Nu wist ik dat er echt een God bestond. Ik geloofde niet langer in een of andere Universele Macht, maar zag de Man achter die Macht. Ik zag een liefdevol wezen dat het heelal schiep en alle kennis erin plaatste. Ik zag dat hij die kennis regeert en de macht ervan beheerst. Ik begreep met een zuivere kennis dat God wil dat we worden zoals hij en dat hij ons goddelijke eigenschappen heeft gegeven, zoals de macht van fantasie en creatie, vrije wil, intelligentie en vooral de macht om lief te hebben (de geestelijke vermogens). Ik begreep dat hij wil dat we profiteren van de machten van de hemel en dat we, door te geloven dat we daartoe in staat zijn, dat ook kunnen. (66)

terug naar de Inhoud

Genezen en sterven
De stroom van begrip ging op natuurlijke wijze door in aanwezigheid van de Heiland, van punt tot punt, elk element van waarheid ging onvermijdelijk over in het volgende. Toen ik eenmaal wist wat de twee voornaamste energiekrachten in het heelal zijn, beide onderworpen aan het gezag van God, zag ik hoe die krachten ons fysiek kunnen beïnvloeden. Ik herinnerde me dat de geest en het verstand een enorme invloed hebben op het vlees en zag dat we letterlijk de macht hebben onze eigen gezondheid te beïnvloeden. Ik zag dat de geest in ieder van ons machtig is, dat hij het lichaam de kracht kan geven ziekte af te wenden of, als het lichaam eenmaal ziek is, te genezen. De geest heeft de macht om over het verstand te heersen, en het verstand heerst over het lichaam. Als ik over dit principe nadenk, moet ik vaak denken aan het bijbelcitaat: "Want als iemand die zijn eigen plannen maakt, zo is hij." (Spreuken 23:7) (67)

Ik begreep dat een positief inpraten op jezelf het genezingsproces op gang brengt. Als we de ziekte of het probleem eenmaal geïdentificeerd hebben, moeten we de remedie onder woorden brengen. We moeten de gedachten aan de ziekte uit ons hoofd bannen en ons concentreren op de genezing ervan. Die genezing moeten we onder woorden brengen, zodat onze woorden kracht verlenen aan onze gedachten. Dit kweekt enthousiasme bij de intelligenties om ons heen en zij komen in beweging en gaan aan het werk om ons te genezen. Ik begreep dat dit onder woorden brengen het best kan gebeuren in het gebed. Als het terecht is dat we genezen, zal God ons bijstaan in het genezingsproces.
We moeten de aanwezigheid van de ziekte of het probleem niet ontkennen, we moeten alleen ontkennen dat ze macht hebben over ons goddelijke recht om ze te verwijderen. We moeten leven door te geloven, niet door te zien. Zien heeft te maken met het cognitieve, het analytische verstand. Het rationaliseert en rechtvaardigt. Geloof wordt geregeerd door de geest. De geest is emotioneel, aanvaardend en maakt zich dingen eigen. En zoals (69) met elk ander attribuut, is de manier om geloof te krijgen het gebruik ervan te oefenen. Als we leren gebruiken wat we hebben, ontvangen we meer. Dat is een spirituele wet.
Het ontwikkelen van het geloof is als het planten van zaden. Zelfs al vallen sommige zaadkorrels op stenige grond, toch zullen we iets oogsten. Elke daad van geloof zal ons zegenen. En hoe bekwamer we worden - en we worden bekwaam als we oefenen -, hoe groter de oogst van het geloof zal zijn. Alles produceert naar zijn eigen aard. Ook dat is een spirituele wet.
Nu begon ik waarlijk de macht van de geest over het lichaam te begrijpen. Ik zag dat de geest functioneert op een niveau, waarvan wij ons niet bewust zijn. Natuurlijk wist ik dat mijn verstand mijn gedachten schiep en mijn lichaam mijn handelingen uitvoerde, maar de geest was een mysterie voor me geweest. Nu begreep ik dat de geest voor de meeste mensen een mysterie is. Ik zag dat de geest in het algemeen functioneert zonder dat het verstand zich er zelfs maar van bewust is. De geest communiceert met God en is het ontvankelijke instrument dat kennis en inzicht van hem ontvangt. Het was belangrijk dat ik dat begreep en ik stelde het me voor als een fluorescerend licht in ons lichaam. Als het licht gloeit, wordt ons binnenste gevuld met licht en liefde; het is deze energie die het lichaam leven en kracht geeft. Ik zag ook dat het licht kon verflauwen en de geest kon verzwakken door negatieve ervaringen, door gebrek aan liefde, door geweld, seksueel misbruik of andere schadelijke ervaringen. Door de geest te verzwakken, verzwakken deze ervaringen ook het lichaam. Het lichaam hoeft niet ziek te worden, maar het wordt er gevoeliger voor, tot de geest weer is opgeladen. We kunnen onze eigen geest opladen door anderen te dienen, in God te geloven en ons open te stellen voor positieve energie door middel van (70) positieve gedachten. Wij hebben het in de hand. De bron van energie is God en altijd aanwezig, maar we moeten op hem afstemmen. We moeten de macht van God aanvaarden als we willen profiteren van het effect ervan in ons leven.

Ik zag het kwaad in de overgave aan een van Satans voornaamste instrumenten: mijn persoonlijke cyclussen van schuld en angst. Ik begreep dat ik het verleden moest loslaten. Als ik wetten had overtreden of had gezondigd, moest ik me bekeren, mijzelf vergeven en dan doorgaan. Als ik mensen verdriet had gedaan, moest ik van hen gaan houden, oprecht en hen om vergeving vragen. Als ik mijn eigen geest letsel had toegebracht, moest ik me tot God richten om zijn liefde weer te voelen, zijn genezende liefde. Berouw kan zo gemakkelijk of zo moeilijk zijn als we zelf willen. Als we vallen, moeten we opstaan, het stof van ons afslaan en doorgaan. Als we opnieuw vallen, al is het een miljoen keer, moeten we blijven doorgaan; we ontwikkelen ons meer dan we denken. In de wereld der geesten zien ze de zonde niet zoals wij hier. Alle ervaringen kunnen positief zijn. Alles is een leerzame ervaring.
We mogen nooit aan zelfmoord denken. Die daad ontneemt ons alleen maar de kans op verdere ontwikkeling door ons verblijf op aarde. En later, als we terugdenken aan die verloren kansen, zullen we daar veel verdriet over hebben. Het is belangrijk om eraan te denken dat God oordeelt over elke ziel en de ernst van de beproevingen van elke ziel. Zoek hoop, in althans één positieve daad en je kunt misschien een glimp opvangen van het licht dat je daarvóór ontgaan was. Wanhoop is nooit gerechtvaardigd, omdat die nooit nodig is. We zijn hier om te leren, te experimenteren, fouten te maken. We hoeven onszelf niet streng te beoordelen; we moeten het leven stap voor stap nemen, ons geen zorgen maken over (73) het oordeel van andere mensen, ons niet meten aan hun maatstaf. We moeten onszelf vergiffenis schenken en dankbaar zijn voor de dingen die ons helpen bij onze ontwikkeling. Onze ergste beproevingen zullen op een dag onze grootste leraren blijken. (74)

terug naar de Inhoud

De weefgetouwen en de bibliotheek
Door het ontvangen van deze informatie kreeg ik een relatie met en een kennis van de Heiland die ik altijd zal koesteren. Zijn bezorgdheid voor mijn gevoelens was inspirerend; Hij wilde niets doen of zeggen dat mij zou kwetsen. Hij wist wat ik kon begrijpen en bereidde me zorgvuldig voor op het opnemen van alle kennis die ik zocht. In de wereld der geesten mag niemand zich onbehaaglijk voelen omdat men gedwongen wordt dingen te doen of te accepteren waarop men niet is voorbereid. Geduld is hier iets heel natuurlijks.
Ik zal nooit het gevoel voor humor van de Heer vergeten, dat zo verrukkelijk en zo direct is als geen humor op aarde. Niemand kan zijn humor overtreffen. Hij is vervuld van volmaakt geluk, perfecte goede wil. Zijn aanwezigheid heeft tederheid en gratie en ik twijfelde er niet aan dat hij een volmaakte man was. Ik kende hem, ik kende zijn geest, zijn gevoelens, zijn bezorgdheid voor mij. (75) Ik voelde zijn verwantschap met mij en ik wist dat we familie van elkaar waren. Ik voelde dat zijn relatie met mij zowel die van een vader als van een oudere broer was. Hij was intiem met me, maar er was ook een element van gezag. Hij was teder en goedmoedig, maar ook verantwoordelijk. Ik wist met absolute zekerheid dat hij zijn gezag nooit zou misbruiken, dat hij dat nooit zou wensen.

Opnieuw besefte ik dat alle belangrijke dingen eerst geestelijk worden geschapen en dan pas fysiek. Dat had ik nooit geweten. (78)

terug naar de Inhoud

De tuin
Het was alsof mijn blik microscopisch was geworden en me in staat stelde tot het diepste van de roos door te dringen. Maar het was veel meer dan een visuele ervaring. Ik voelde de aanwezigheid van de roos om me heen, alsof ik me feitelijk daarbinnen bevond en een deel van de bloem was. Ik ervoer het alsof ik de bloem was. Ik voelde de roos heen en weer wiegen op de muziek van alle andere bloemen en ik voelde hoe hij zijn eigen muziek schiep, een melodie die perfect harmonieerde met die van de duizenden andere rozen die hem bijvielen. Ik begreep dat de muziek in mijn bloem van de individuele deeltjes ervan kwam, dat de bloemblaadjes hun eigen tonen produceerden en dat elke intelligentie binnen dat bloemblad bijdroeg tot de perfecte noten, in harmonieuze samenwerking voor het algehele effect: vreugde. Mijn geluk was volmaakt! Ik voelde God in de plant, in mijzelf; zijn liefde stroomde in ons. We waren allemaal één.
Ik zal de roos die ik was nooit vergeten. Die ene ervaring, slechts een glimp van het grotere geluk dat in de (83) wereld der geesten bereikbaar is, het één zijn met al het andere, was zo enorm dat ik haar eeuwig zal koesteren.

terug naar de Inhoud

Het welkom
Een groep geestelijke wezens kwam de tuin binnen. Velen droegen gewaden van een lichte pastelkleur, die misschien zowel op de locatie als op de gelegenheid waren afgestemd. Ze omringden me en ik voelde dat ze bijeenkwamen om een soort promotiefeestje voor me te geven. Ik was gestorven (of gepromoveerd, in hun terminologie) en ze waren gekomen om me te begroeten. Hun gezichten straalden van blijdschap, alsof ze naar een kind keken dat voor het eerst iets ongelooflijk heerlijks had beleefd. Ik besefte dat ik hen allemaal kende van voor mijn aardse leven en holde naar hen toe en omhelsde en kuste elk van hen. Mijn dienende engelen mijn lieve monniken, waren er ook weer en ik kuste hen.

Als we 'sterven', zeiden mijn gidsen, is dat niets anders dan een overgang naar een andere toestand. Onze geest glipt weg uit het lichaam en gaat naar een spiritueel rijk. Als onze dood traumatisch is, verlaat de geest snel het lichaam, soms zelfs voordat de dood intreedt. Als iemand bijvoorbeeld een ongeluk krijgt of zich in een brand bevindt, kan zijn geest uit zijn lichaam worden genomen voordat hij veel pijn ervaart. Het lichaam kan zelfs nog een paar momenten lijken te leven, maar de geest zal het al hebben verlaten en in een toestand van rust verkeren.
Op het moment van de dood krijgen we de keus om op deze aarde te blijven tot ons lichaam is begraven of verder te gaan, zoals ik, naar het niveau dat onze geest heeft bereikt. Ik begreep dat er veel niveaus van ontwikkeling zijn en we altijd naar het niveau gaan waar we ons het behaaglijkst voelen. De meeste geesten verkiezen om nog korte tijd op aarde te blijven en hun geliefden te troosten; de familie ervaart veel meer verdriet dan degene die is heengegaan. Soms blijven de geesten langer. Ze blijven om te helpen de geest van de geliefden te genezen.
Ik vernam ook dat het belangrijk is dat we kennis opdoen van de geest terwijl we nog in het vlees vertoeven. Hoe meer kennis we hier vergaren, hoe beter en sneller we ons daar zullen ontwikkelen. Door gebrek aan kennis of geloof zijn sommige geesten praktisch gevangenen van deze aarde. Mensen die als atheïsten sterven of door hebzucht, lichamelijke lusten of andere aardse dingen aan de wereld gebonden zijn, vinden het moeilijk om verder te gaan en blijven gebonden aan de aarde. Vaak ontbreekt (86) hen het geloof en de kracht om te reiken naar de energie en het licht dat ons naar God trekt, of die zelfs maar te erkennen. Die geesten blijven op aarde tot ze de grotere macht die hen omringt leren aanvaarden en de wereld loslaten. Toen ik me in de zwarte massa bevond voor ik in het licht kwam, voelde ik de aanwezigheid van die achterblijvende geesten. Ze blijven daar zolang ze willen in de liefde en warmte ervan, ondergaan de helende invloed, maar leren uiteindelijk verder te gaan, om de grotere warmte en veiligheid van God te aanvaarden.
Van alle kennis echter is er geen essentiëler dan het kennen van Jezus Christus. Ik hoorde dat hij de deur is waardoor we allen terugkeren. Hij is de enige deur waardoor we terug kunnen. Of we Jezus Christus hier leren kennen of terwijl we in de geest zijn, uiteindelijk moeten we hem aanvaarden en ons overgeven aan zijn liefde.

terug naar de Inhoud

Vele werelden
Mijn geheugen werd nog verder blootgelegd, het ging terug tot ver vóór de schepping van onze aarde, eeuwigheden terug. Ik herinnerde me dat God de schepper was van vele werelden, melkwegen en rijken, die ons begrip ver te boven gaan en ik wilde ze zien. Toen dat verlangen bij me opkwam, gaven mijn gedachten me kracht en ik zweefde weg uit de tuin, deze keer begeleid door twee andere wezens van licht, die mijn gidsen werden. Onze spirituele lichamen zweefden weg van mijn vrienden, de zwarte ruimte in.
Onze snelheid nam toe en ik voelde de opwinding van de vlucht. Ik kon doen wat ik wilde, gaan waar ik wilde, snel - ongelooflijk snel - of langzaam. Ik genoot van de vrijheid. Ik kwam de uitgestrekte ruimte binnen en ontdekte dat het geen leegte is; hij was vol liefde en licht, de tastbare aanwezigheid van de Geest van God. Ik hoorde een zacht, aangenaam geluid, een ver maar troostend geluid dat me gelukkig maakte. Het was een toon, die leek (89) op een muzieknoot, maar universeel was en de gehele ruimte om me heen leek te vullen. Hij werd gevolgd door een andere toon op een andere toonhoogte en spoedig ontdekte ik iets van een melodie een onmetelijk, kosmisch lied dat me kalmeerde en troostte. De tonen produceerden zachte vibraties en als die me raakten, wist ik dat ze een genezende kracht hadden. Ik wist dat alles wat door deze tonen werd aangeraakt het effect van die kracht zou ervaren; ze waren als een spirituele zalf, uitdrukkingen van liefde die gebroken geesten herstelden. Ik leerde van de gidsen die met me meereisden, dat niet alle muzikale tonen genezend zijn, dat sommige negatieve emotionele reacties bij ons kunnen wekken. Ik begreep nu dat toen ik op de aarde was, Satan gebruik had gemaakt van de negatieve tonen in de muziek en in feite de ziekte in mijn verstand en lichaam had geproduceerd.

Veel later, toen ik terugkeerde in mijn sterfelijke (90) lichaam, voelde ik me bedrogen toen ik niet in staat was me de bijzonderheden van die ervaring te herinneren, maar met het verstrijken van de tijd heb ik geleerd dat ik die vergetelheid nodig had voor mijn eigen welzijn. Als ik me de luisterrijke en volmaakte werelden kon herinneren die ik had gezien, zou ik een voortdurend gefrustreerd leven leiden en mijn eigen door God gegeven missie verstoren. Mijn gevoel van bedrogen zijn heeft plaats gemaakt voor een gevoel van ontzag en diepe dankbaarheid voor de ervaring. God hoefde me die andere werelden niet te laten zien en hij hoefde me geen enkele herinnering eraan mee te geven. Maar in zijn genade heeft hij me veel gegeven; ik zag werelden die onze krachtigste telescoop niet kon laten zien en ik ken de liefde die daar heerst. (91)

terug naar de Inhoud

Het uitkiezen van een lichaam
Mijn begeleidsters waren tevreden over mijn vraag en ze namen me mee naar een plaats waar veel geesten zich voorbereidden op het leven op aarde. Het waren volwassen geesten, tijdens mijn hele ervaring heb ik geen kindergeesten gezien. Ik zag hoe verlangend die geesten waren om naar de aarde te gaan. Ze beschouwden het leven daar als een school waar ze veel dingen konden leren en de attributen verkrijgen die hen ontbraken. Ik vernam dat we allemaal gewenst hadden hier te komen, dat we in feite veel van de zwakheden en moeilijke situaties in ons leven gekozen hadden om ons verder te ontwikkelen. Ik begreep ook dat ons soms een zwakheid werd gegeven (93) voor ons eigen bestwil. De Heer schenkt ons ook gaven en talenten naar zijn wil. We moeten nooit onze talenten of zwakheden vergelijken met die van een ander. We krijgen allemaal wat we nodig hebben; we zijn uniek. Gelijkheid van geestelijke zwakheden of gaven is niet belangrijk. (94)

Terwijl dat tot me doordrong, zag ik de geesten die nog niet op de aarde waren gekomen en ik zag dat sommigen van hen boven de sterfelijke mensen zweefden. Ik zag een mannelijke geest trachten een sterfelijke man en vrouw op aarde bijeen te brengen: zijn toekomstige ouders. Hij speelde voor Cupido, maar hij had het moeilijk. De man en vrouw leken in tegenovergestelde richtingen te willen gaan en werkten onbewust tegen. De mannelijke geest gaf hen aanwijzingen, sprak met hen, probeerde hen over te halen tot elkaar te komen. Andere geesten raakten bezorgd toen ze zijn probleem zagen en hielpen hem bij zijn pogingen; verscheidenen van hen trachtten de twee jonge mensen 'bijeen te drijven'.
Ik vernam dat we in de wereld der geesten een band hadden gevormd met bepaalde geestelijke broeders en zusters, degenen tot wie we ons speciaal aangetrokken voelden. Mijn begeleiders legden uit dat we met die geesten waren overeengekomen om als familie of vrienden op aarde te komen. Die geestelijke band was een gevolg van de liefde die we voor elkaar hadden opgevat in een eeuwigheid van samenzijn. We verkozen ook met (95) bepaalde anderen op de aarde te komen in verband met het werk dat we samen zouden doen. Sommigen van ons wilden zich verenigen om bepaalde dingen op aarde te veranderen en dat konden we het beste doen als bepaalde omstandigheden werden gecreëerd door geselecteerde ouders of anderen. Sommigen van ons wilden domweg een reeds uitgestippelde koers volgen en de weg bereiden voor degenen die zouden volgen. We begrepen de invloed die we in dit leven op elkaar zouden uitoefenen en de fysieke en gedragsattributen die we van ons gezin zouden ontvangen. We waren ons bewust van de genetische codering van sterfelijke lichamen en de speciale fysieke eigenschappen die we zouden krijgen. We wilden die en hadden die nodig.
We begrepen dat er herinneringen vervat zouden zijn in de cellen van ons nieuwe lichaam. Dat was een idee dat volledig nieuw voor me was. Ik leerde dat alle gedachten en ervaringen in ons leven worden opgeslagen in ons 'onderbewustzijn' (het ontoegankelijke geheugen). Ze worden ook opgeslagen in onze cellen, zodat in elke cel niet alleen een genetische codering (DNA) wordt geprent, maar ook elke ervaring die we ooit hebben gehad.
Verder leerde ik dat deze herinneringen in de genetische codering worden doorgegeven aan onze kinderen. Deze herinneringen verklaren veel van de doorgegeven eigenschappen in families, zoals verslaving, angst, kracht, enzovoort. Ik vernam ook dat we geen herhaalde levens op deze aarde hebben; als we ons een vorig leven schijnen te 'herinneren', halen we in werkelijkheid herinneringen op die in de cellen zijn opgeslagen.
Ik zag dat we alle uitdagingen van onze gecompliceerde fysieke opbouw begrepen en die omstandigheden vol vertrouwen accepteerden. We kregen ook de geestelijke attributen (vermogens) die we nodig hadden voor onze missie, waarvan er veel speciaal (96) ontworpen waren voor onze behoeften. Onze ouders hadden hun eigen reeks geestelijke attributen (vermogens), waarvan sommige aan ons kunnen zijn doorgegeven en we observeerden hoe ze die capaciteiten (vermogens) gebruikten. Tijdens het volwassen worden kregen we ook andere attributen (vermogens). Nu hebben we onze eigen reeks geestelijke werktuigen (vermogens) en we kunnen doorgaan met leren hoe we die capaciteiten (vermogens) moeten gebruiken, of we kunnen er de voorkeur aan geven ze helemaal niet te gebruiken. Ongeacht onze leeftijd kunnen we doorgaan niet nieuwe geestelijke attributen (vermogens) te verkrijgen die ons kunnen helpen in oude of nieuwe situaties. De keus is er altijd. Ik zag dat we altijd het juiste attribuut (vermogen) hebben om onszelf te helpen, al hebben we dat misschien niet herkend of hebben we niet geleerd hoe we het moeten gebruiken. We moeten naar binnen kijken. We moeten op onze capaciteiten (vermogens) vertrouwen; het juiste geestelijke attribuut (vermogen) staat altijd tot onze beschikking.
Na te hebben gezien hoe de geesten trachtten die twee jonge mensen tot elkaar te brengen, richtte ik mijn aandacht op andere geesten die voorbereidingen troffen om naar de aarde te gaan. Eén uitzonderlijk briljante en dynamische geest stond op het punt de schoot van zijn moeder binnen te gaan. Hij had verkozen geestelijk gehandicapt op deze wereld te komen. Hij was erg opgewonden over die kans en was zich bewust van de ontwikkeling die hij en zijn ouders zouden doormaken. Ze hadden zich alle drie met elkaar verbonden en dit lang van tevoren gepland. Hij wilde zijn sterfelijke leven beginnen bij de conceptie van zijn lichaam en ik zag hoe zijn geest de schoot binnendrong, in het nieuw gevormde leven. Hij verlangde ernaar de grote liefde van zijn sterfelijke ouders te voelen.
Ik vernam dat geesten in elk stadium van de zwangerschap het lichaam van de moeder kunnen binnentreden. (97) Als ze daar eenmaal zijn, ervaren ze onmiddellijk de sterfelijkheid. Abortus, werd me verteld, is in strijd met alles wat natuurlijk is. De geest die in het lichaam komt, voelt afwijzing en verdriet. Hij weet dat dat lichaam van hem hoorde te zijn, of het verwekt werd buiten het huwelijk of gehandicapt was of slechts sterk genoeg om een paar uur te leven. Maar de geest voelt ook medelijden met de moeder, wetend dat ze een beslissing heeft genomen gebaseerd op de kennis die ze bezat.
Ik zag veel geesten die slechts voor korte tijd op de aarde zouden komen, slechts een paar uur of dagen na hun geboorte zouden blijven leven. Ze waren even opgewonden als de anderen, in de wetenschap dat ze een taak te vervullen hadden. Ik besefte dat hun dood vóór hun geboorte was vastgesteld, zoals die van ons allemaal. Deze geesten hadden geen behoefte aan een ontwikkeling die het gevolg zou zijn van een langer verblijf in de sterfelijkheid en hun dood zou beproevingen creëren die hun ouders zouden helpen zich te ontwikkelen. Het verdriet dat hier wordt ondergaan, is intens maar kort. Als we weer zijn verenigd, verdwijnt al het verdriet en blijft slechts de vreugde van onze groei en onze hereniging.
Het verbaasde me hoeveel plannen werden gemaakt en beslissingen werden genomen voor het welzijn van anderen. We waren allemaal bereid een offer te brengen voor anderen. Alles gebeurt voor de groei van de geest, elke ervaring, alle gaven en zwakheden zijn ontworpen voor deze groei. De dingen van de wereld betekenen daar weinig voor ons, vrijwel niets. Alles wordt bekeken door geestelijke ogen.
Er werd voor elk van ons een tijd vastgesteld waarin we onze aardse ontwikkeling zouden voltooien. Sommige geesten zouden slechts komen om geboren te worden, anderen ervaring te geven en dan snel deze wereld weer (98) te verlaten. Sommigen zouden tot hoge leeftijd blijven leven om hun taak te vervullen en anderen te helpen door hen de kans te geven om te dienen. Sommigen zouden onze leiders of volgelingen worden, onze soldaten, onze rijken of armen en het doel van hun komst zou zijn om situaties en relaties te scheppen die ons zouden leren om lief te hebben. Allen die op ons pad verschenen, zouden ons naar onze uiteindelijke prestatie leiden. We zouden onder moeilijke omstandigheden op de proef worden gesteld om te zien hoe we het allerbelangrijkste gebod zouden nakomen: elkaar liefhebben. We zijn allemaal collectief aan elkaar verbonden terwijl we op aarde zijn, verenigd in dit ene opperste doel: leren elkaar lief te hebben. (99)

terug naar de Inhoud

De dronken man
Het op aarde komen lijkt veel op het kiezen van een universiteit en een studierichting. We bevinden ons allemaal op een verschillend niveau van spirituele ontwikkeling en we zijn hier gekomen op de plaats die zich het best eigent voor onze geestelijke behoeften. Zodra we anderen veroordelen voor hun fouten of tekortkomingen, leggen we een soortgelijke tekortkoming aan de dag in onszelf. We beschikken hier niet over de kennis om mensen juist te kunnen beoordelen.
Als om dit principe voor me te illustreren rolde de hemel weer open en zag ik de aarde opnieuw. Deze keer concentreerde mijn blik zich op een straathoek in een grote stad. Daar zag ik een man dronken op het trottoir bij een gebouw liggen. Een van mijn gidsen zei: "Wat zie je?"
"Een dronken kerel die in zijn eigen vuil ligt," zei ik. Ik begreep niet waarom ik dit moest zien.
Mijn gidsen raakten opgewonden. Ze zeiden: "Nu zullen we je laten zien wie hij in werkelijkheid is." (101) Zijn geest werd me onthuld en ik zag een pracht van een man, vol licht. Liefde straalde van hem uit en ik besefte dat hij erg werd bewonderd in de hemel. Dit magnifieke wezen kwam als leraar op aarde om een vriend te helpen met wie hij een spiritueel verbond had gesloten.
Zijn vriend was een vooraanstaande advocaat die een kantoor had dat een paar blokken van deze hoek verwijderd was. Al herinnerde de dronken man zich deze afspraak met zijn vriend nu niet meer, toch was het zijn taak hem te herinneren aan de noden van anderen. Ik begreep dat de advocaat van nature een meelevend mens was en als hij de dronken man zag, zou dat hem aansporen om meer te doen voor degenen die hem nodig hadden. Ik wist dat ze elkaar zouden zien en de advocaat de geest in de dronkaard - de mens in de man - zou herkennen en gestimuleerd zou worden om veel goed te doen. Ze zouden zich hier hun afgesproken rol niet herinneren, maar hun missie zou niettemin worden volbracht. De dronkaard had zijn tijd op aarde geofferd ten gunste van een ander. Zijn ontwikkeling zou voortgaan en andere dingen die hij nodig kon hebben voor zijn verdere ontwikkeling zouden hem later gegeven worden.
Ik herinnerde me dat ik ook mensen had ontmoet die me bekend voorkwamen. De eerste keer dat ik hen ontmoette had ik een onmiddellijke intimiteit, een herkenning gevoeld, maar ik had niet geweten waarom. Nu wist ik dat ze met een bepaald doel op mijn weg waren gekomen. Ze waren altijd heel bijzonder voor me geweest.
Mijn begeleiders spraken weer en onderbraken mijn gedachtengang. Ze zeiden dat ik nooit een ander moest veroordelen, omdat ik niet over zuivere kennis beschikte. Degenen die langs de dronken man op de hoek liepen, konden de nobele geest in hem niet zien en oordeelden derhalve naar de uiterlijke verschijning. Ik had me schuldig gemaakt aan dat soort veroordeling, had een (102) stilzwijgend oordeel gevormd over anderen op basis van hun rijkdom of uiterlijke capaciteiten. Ik zag nu in dat ik onrechtvaardig was geweest, dat ik geen idee had hoe hun leven was, of, belangrijker, hoe hun geest was.
De gedachte kwam ook bij me op: "Want er zullen altijd armen zijn en ge kunt hen goed doen wanneer ge maar wilt." Maar zodra die tekst bij me opkwam voelde ik me erdoor verontrust. Waarom moeten die armen er zijn? Waarom kon de Heer niet voor alles zorgen? Waarom kon hij die advocaat zijn geld niet met anderen laten delen? De gidsen onderbraken mijn gedachten weer en zeiden: "Er wandelen engelen te midden van jullie, waarvan je je niet bewust bent."
Ik was verbaasd. De gidsen hielpen me het te begrijpen. We hebben allemaal behoeften, niet alleen de armen. En allemaal moeten we in de wereld der geesten de gelofte doen om elkaar te helpen. Maar we zijn traag in het nakomen van onze afspraken die we zo lang geleden hebben gemaakt. Dus stuurt de Heer ons engelen om ons aan te sporen, om ons te helpen ons te houden aan onze verplichtingen. Hij zal ons niet dwingen, maar hij kan ons aansporen. We weten niet wie die wezens zijn - ze verschijnen als ieder ander, maar ze zijn vaker bij ons dan we weten.
Ik voelde me niet berispt, maar ik wist dat ik duidelijk Gods hulp voor ons op aarde verkeerd begrepen en onderschat had. Hij zal ons alle hulp geven die hij kan, zonder zich te bemoeien met onze persoonlijke kracht en vrije wil. We moeten bereid zijn elkaar te helpen. We moeten bereid zijn in te zien, dat de armen onze liefde en hulp even waard zijn als de rijken. We moeten bereid zijn alle anderen te accepteren, zelfs degenen die anders zijn dan wij. Allen zijn onze liefde en hulp waard. We hebben het recht niet intolerant of kwaad te zijn of 'er genoeg van te hebben'. We hebben het recht niet op anderen neer te (103) kijken of hen in ons hart te veroordelen. Het enige, wat we uit dit leven met ons kunnen meenemen, is het goede dat we voor anderen hebben gedaan. Ik zag dat al onze goede daden en vriendelijke woorden terugkomen om ons na dit leven honderdvoudig te belonen. Onze kracht schuilt in onze liefdadigheid.

terug naar de Inhoud

Het gebed
Onze gebeden voor anderen hebben grote kracht, maar kunnen slechts worden verhoord voor zover ze niet de vrije wil van de anderen schenden of zolang ze de behoeften van anderen niet hinderen. God is vastbesloten ons zelfstandig te laten handelen, maar hij is ook bereid op alle mogelijke manieren te helpen. Als het geloof van onze vrienden zwak is, kan de kracht van onze geest hen letterlijk overeind houden. Als ze ziek zijn, kunnen (106) onze gelovige gebeden hen vaak de kracht geven om te genezen, tenzij hun ziekte voorbestemd is als groeiervaring. Als hun dood nabij schijnt, moeten we er altijd aan denken God te vragen dat zijn wil geschiede, anders zouden we degene die de overgang maakt, kunnen hinderen door een conflictsituatie te creëren. De reikwijdte van onze hulp aan anderen is immens. We kunnen veel meer goed doen voor onze familie, vrienden of anderen dan we ooit hebben gedacht.

terug naar de Inhoud

De raad van mannen
Als vrij onafhankelijke denkster op aarde, was ik (109) gevoelig voor de rol van de vrouwen in de wereld. Ik maakte me bezorgd over hun gelijkheid en rechtvaardige behandeling en had zeer uitgesproken meningen over hun capaciteiten om in vrijwel elke omgeving op gelijke voet met mannen te kunnen concurreren. Ik had misschien ongunstig kunnen reageren op deze raad van mannen zonder vrouwen, maar ik had een nieuw perspectief verworven ten aanzien van de verschillende rollen van mannen en vrouwen. Dat begrip was al eerder begonnen toen ik de schepping van de aarde aanschouwde. Ik had toen het verschil gezien tussen Adam en Eva. Ze hadden me laten zien dat Adam tevredener was met zijn toestand in het paradijs en dat Eva rustelozer was. Ze hadden me laten zien dat ze zo wanhopig graag moeder wilde worden, dat ze bereid was de dood te riskeren om dat te bereiken. Eva 'bezweek' niet voor de verleiding, maar nam eerder een bewust besluit om de omstandigheden te scheppen die noodzakelijk waren voor haar ontwikkeling en haar initiatief werd gebruikt om Adam ten slotte zover te krijgen, dat hij proefde van de vrucht. Met het eten van de vrucht brachten ze de mensheid sterfelijkheid, wat de voorwaarden voor ons schiep die noodzakelijk waren om kinderen te krijgen, maar ook om te sterven.
Ik zag de Geest van God rusten op Eva en begreep dat de rol van de vrouw altijd uniek zou zijn in de wereld. Ik zag dat de emotionele structuur van de vrouwen hen in staat stelt ontvankelijker te zijn voor de liefde en voor de Geest van God. Ik begreep dat hun rol als moeder hen als scheppers van leven letterlijk een speciale relatie gaf met God.
Ik begreep ook het gevaar dat de vrouwen bedreigde van de kant van Satan. Ik zag dat hij in de wereld hetzelfde verleidingsproces zou toepassen als in het paradijs. Hij zou trachten gezinnen te verwoesten en daarmee de mensheid, door de vrouwen te verleiden. Dat (110) bracht me van streek, maar ik wist dat het waar was. Zijn plan leek duidelijk. Hij zou de vrouwen aanvallen via hun rusteloosheid, gebruik maken van de kracht van hun emoties, dezelfde emoties die Eva de kracht gaven in beweging te komen toen Adam zich teveel tevredenstelde met zijn situatie. Ik begreep dat hij de relatie tussen man en vrouw zou aanvallen, hen van elkaar verwijderen, de attracties van seks en hebzucht gebruiken om huis en haard te vernietigen. Ik zag dat kinderen geschonden zouden worden door gebroken gezinnen en dat de vrouwen gebukt zouden gaan onder angst en schuldgevoelens, schuldgevoelens omdat ze hun gezin uiteen zagen vallen en angst voor de toekomst. Satan kon dan de angst en schuldgevoelens gebruiken om de vrouwen en hun goddelijk beschikte doel op aarde te vernietigen. Ik vernam dat als Satan de vrouwen in zijn macht had, de mannen gemakkelijk zouden volgen. Dus begon ik het verschil te zien tussen de rollen van mannen en vrouwen, en ik begreep de noodzaak en de schoonheid van die rollen.

Ik ging naar links om naar de terugblik op mijn leven te kijken. Die verscheen op de plaats waar ik had gestaan. Mijn leven speelde zich voor me af in de vorm van wat we uiterst goed gedefinieerde hologrammen zouden kunnen noemen, maar in een verbazingwekkende snelheid. Ik verbaasde me dat ik zoveel informatie met zo'n snelheid kon opnemen. Mijn begrip omvatte veel meer dan wat ik me van elke gebeurtenis in mijn leven herinnerde. Ik beleefde niet alleen mijn eigen emoties, maar ook die van anderen om me heen. Ik beleefde hun gedachten en gevoelens over mij. Er waren momenten waarop de dingen me op een nieuwe manier duidelijk werden. "Ja," zei ik tegen mezelf. "O, ja. Nu begrijp ik het. Wie had dat kunnen vermoeden? Maar natuurlijk, het is logisch." Toen zag ik de teleurstellingen die ik bij anderen had veroorzaakt en ik kromp ineen als ik hun teleurstelling voelde, verhevigd door mijn eigen schuldbesef. Ik begreep en voelde al het verdriet dat ik had veroorzaakt. Ik begon te beven. Ik zag hoeveel verdriet mijn slechte humeur had veroorzaakt en ik leed eronder. Ik zag mijn egoïsme en mijn hart riep om verlichting. Hoe had ik zo liefdeloos kunnen zijn? (112)

Ik kreeg het 'rimpel'effect (karma) te zien, zoals zij het noemden. Ik zag dat ik mensen vaak onrecht had gedaan en zij dan vaak anderen weer een soortgelijk onrecht hadden gedaan. Die reeks zette zich voort van slachtoffer tot slachtoffer, als een kring van dominostenen, tot hij terugkwam bij het begin - bij mij, de boosdoenster. De rimpelingen strekten zich uit en kwamen terug. Ik had veel meer mensen beledigd dan ik wist en mijn verdriet werd groter, ondraaglijk.
De Heiland kwam vol bezorgdheid en liefde naar me toe. Zijn geest gaf me kracht en hij zei dat ik mezelf te kritisch beoordeelde. "Je bent te streng voor jezelf," zei hij. Toen liet hij me de andere kant zien van het rimpeleffect. Ik zag mezelf een vriendelijke daad verrichten, gewoon een simpele, onzelfzuchtige daad en ik zag de rimpelingen weer. De vriendin voor wie ik aardig was geweest, was op haar beurt weer aardig voor een van háár vriendinnen en het proces herhaalde zich. Ik zag liefde en geluk in ieders leven toenemen door die ene simpele daad van mijn kant. Ik zag hun geluk groter worden en hun leven op een positieve manier beïnvloeden, bij sommigen zelfs aanzienlijk. Mijn verdriet werd vervangen door vreugde. Ik voelde de liefde die zij voelden en ik voelde hun vreugde. En dat door één simpele, vriendelijke daad. Een overweldigende gedachte kwam bij me op, die ik steeds weer bij mezelf herhaalde: "Liefde is het enige dat belangrijk is en liefde is blijdschap!" Ik herinnerde me het bijbelcitaat: "Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed," (Joh. 10: 10) en mijn geest werd vervuld van een overvloed aan liefde.
Het leek allemaal zo eenvoudig. Als we vriendelijk zijn, zullen we vreugde ervaren. En de vraag kwam er plotseling uit: "Waarom heb ik dit niet eerder geweten?" (113) Jezus of een van de mannen antwoordde en het antwoord werd me ingeprent: "Je hebt de negatieve evenals de positieve ervaringen op aarde nodig. Voordat je vreugde kunt voelen, moet je verdriet kennen."
Al mijn ervaringen kregen een nieuwe betekenis. Ik besefte dat er geen echte fouten waren gemaakt in mijn leven. Elke ervaring was een instrument voor mijn ontwikkeling. Elke ongelukkige ervaring had me een beter begrip van mijzelf bijgebracht, tot ik die ervaringen leerde vermijden. Ik zag ook mijn vermogen om anderen te helpen groeien. Ik zag zelfs dat veel van mijn ervaringen door beschermengelen waren veroorzaakt. Sommige ervaringen waren droevig en sommige waren vreugdevol, maar ze waren er allemaal op berekend om me op een hoger niveau van kennis te brengen. Ik zag dat de beschermengelen bij me bleven tijdens mijn beproevingen, me op alle mogelijke manieren hielpen. Soms had ik veel beschermengelen om me heen, soms maar een paar, afhankelijk van mijn behoeften. Als ik mijn leven naging, zag ik dat ik vaak dezelfde fouten herhaalde, steeds weer dezelfde schadelijke handelingen pleegde, tot ik eindelijk mijn les geleerd had. Maar ik zag ook dat hoe meer ik leerde, hoe meer deuren er voor me opengingen. En ze werden letterlijk geopend. Veel dingen waarvan ik had gedacht dat ik ze zelf had gedaan, bleken met goddelijke hulp te zijn gebeurd.

Ik zag hoe schadelijk de begeerte naar de dingen van deze wereld kan zijn. Alle werkelijke groei is geestelijk en wereldse dingen als bezit en ongeremde verlangens verstikken de geest. Ze worden onze goden, binden ons aan het vlees en we hebben niet de vrijheid om de groei en vreugde te ervaren die God voor ons wenst.
Ik kreeg weer te horen, niet in woorden deze keer maar door begrip, dat het belangrijkste wat ik in het leven kon doen, was anderen lief te hebben als mijzelf. Maar om anderen te kunnen liefhebben, moest ik eerst oprecht van mijzelf houden. De schoonheid en het licht van Christus waren in mij, hij zag ze! en nu moest ik in mij zelf zoeken om ze te vinden. Alsof het een bevel was, gehoorzaamde ik en ik zag dat ik de ware schoonheid van mijn geest had onderdrukt. Ik moest die weer laten stralen, zoals eens het geval was geweest. (115)

terug naar de Inhoud

Het vaarwel
Plotseling werd ik omringd door duizenden engelen. Ze waren enthousiast over mijn besluit om terug te keren. Ik hoorde hun gejuich, hun liefde en aanmoediging die me steunden.
Toen ik om me heen keek, met een hart vol dankbaarheid voor hun liefde, begonnen ze te zingen. Geen muziek die ik ooit in mijn leven had gehoord, zelfs de muziek in de tuin niet, was hiermee te vergelijken. Het was grandioos, schitterend, ontzagwekkend en speciaal voor mij bestemd. Het was overweldigend. Ze zongen spontaan, melodieën die niet uit het hoofd waren geleerd, maar op het moment zelf werden gecomponeerd, gevoeld. Hun stemmen waren zuiver en elke toon was helder en lieflijk. Ik herinner me het lied niet dat ze zongen, maar mij werd verteld dat ik ze weer zou horen zingen. Ik huilde openlijk, nam hun liefde en hemelse muziek in me op ik kon bijna niet geloven dat een onbetekenende geest als die van mij het middelpunt kon zijn van zoveel adoratie. En ik (119) besefte dat niemand onbetekenend is in de eeuwigheid. Elke geest is van oneindige waarde. Terwijl mijn geest vervuld werd van nederigheid en dankbaarheid, zag ik een laatste visioen van de aarde.
Toen de hemel openrolde, zag ik de aarde met zijn miljarden mensen. Ik zag ze vechten om een bestaan, fouten maken, vriendelijkheid ervaren, liefde vinden, treuren om de dood en ik zag de engelen boven hen zweven. De engelen kenden de mensen bij naam en waakten over hen. Ze juichten als er goed werd gedaan en waren bedroefd over alles wat slecht was. Ze zweefden rond om te helpen en suggesties te doen en bescherming te geven. Ik zag dat we letterlijk duizenden engelen te hulp kunnen roepen als we er gelovig om vragen. Ik zag dat we allemaal gelijk zijn in hun ogen, groot of klein, getalenteerd of gehandicapt, leiders of volgelingen, heiligen of zondaren. We zijn allemaal waardevol en worden zorgvuldig bewaakt. Hun liefde laat ons nooit in de steek.
Het visioen verdween en ik keek een laatste keer naar mijn eeuwige vriendinnen, de twee vrouwen die me hadden begeleid, mijn drie trouwe, dienende engelen en vele anderen die ik had gekend en liefgehad. Ze waren prachtig, nobel en magnifiek en ik wist dat ik nog maar een glimp had opgevangen van hun geest. Ik had het voorrecht genoten een minuscuul portaaltje van de hemel te zien, een klein deeltje van dat paradijselijke thuis. Een kennis waarvan ik niet kon dromen bestaat daar en in de harten van degenen die er wonen. Plannen, wegen en waarheden wachten ons daar; sommige zijn eeuwigheden oud en sommige moeten nog gemaakt worden. Ik heb een glimp van de dingen in de hemel opgevangen en ik zal die glimp altijd blijven koesteren. Ik wist dat de engelen die nu zongen en mijn hart met liefde vervulden, mijn laatste fantastische ervaring zou zijn in deze wereld. En terwijl ze hun liefde en steun bleven uiten, begon ik te huilen. Ik ging terug naar de aarde. (120)


terug naar het literatuuroverzicht






^