Sjeik Khaled Bentounes: Soefisme - Hart van de Islam

Over de universele waarden van de islamitische mystiek en spiritualiteit
Samen met twee co-auteurs: Bruno en Romana Solt
met een voorwoord van Christian Delorme, r.k.k. priester.
(Samenvatting en uittreksel door Anne Koole-Bart)


Sjeik Khaled Bentounes
Spiritueel leider van Tariqa
Alâwiyya: soefiweg Alâwiyya
Sjeik Khaled (Algerije, 1949) werd opgevoed in de islamitische traditie. Na enkele jaren verblijf in het Westen werd hij na de dood van zijn vader aangesteld als hoofd van de Alâwiyya-orde, een mystieke congregatie met tienduizenden leden in de moslimwereld. Hij geldt als man van vrede, verzoening en bezinning, maar ook van actie. Geen kamergeleerde, maar iemand die met beide benen in de wereld staat. Hij schreef het boek: Soefisme, hart van de islam samen met twee co-auteurs Bruno en Romana Solt, beiden geschoold in de spirituele leer van de Advaita Vedanta en bruggenbouwers tussen verschillende spirituele stromingen.
Sheik Khaled richt zich met dit boek op een breed publiek met doorgaans beperkte kennis van de islam en wil voor hen met name de innerlijke beleving van de islam laten zien, aangeduid met 'het soefisme'. In de woorden van de sjeik: "Als de islam het lichaam is, is het soefisme er het hart van." We leren in het soefisme de smaak van God proeven in de stilte van het ogenblik.
Soefisme, hart van de islam is een boek over de diepe, innerlijke beleving van de islam. De islam, die uit dit boek oprijst, is een gulle en serene islam, mijlenver verwijderd van de beelden van geweld waar de islam vandaag vaak mee wordt geïdentificeerd.
Aan de orde komen: zijn eigen ontwikkeling, de soefi-traditie, de relatie tussen meester en leerling, de vijf zuilen van de islam en de verhouding tussen man en vrouw.
De auteur plaatst zijn getuigenis in de actualiteit van de wereld van vandaan die gekenmerkt wordt door extremen en door terrorisme.
Christian Delorme, r.k.k.priester (youtube.com/watch?v=kYmXpURm48k)

Voorwoord
Christian Delorme schrijft:
"Sjeik Khaled Bentounes staat aan het hoofd van de Alâwiyya-Broederschap, een omvangrijke mystieke congregatie die tienduizenden leden telt in de moslimwereld.
De grootvader van Bentounes - sjeik Adda Bentounes, schreef het boek: Jésus, âme de Dieu"
(uitverkocht) (http://aisa-net.com/la_voie_soufie_Alâwiyya/cheikh-hadj-adda)

Christian Delorme vervolgt:
"Het soefisme wordt tegenwoordig wel voorgesteld als een weg boven alle godsdiensten uit. Dat klopt niet, want iemand als Sjeik Khaled wortelt stevig in de islam. Het is dan ook eerst en vooral uit de Koran dat de soefi's de 'Aanwezigheid van de Oneindige' putten.
Het zijn de soefi's die in een groot deel van de moslimwereld - van Indië over de Balkan tot de Sahel in Afrika - de islamitische boodschap lieten doordringen.
Als takken van de stam van Abraham zijn het christendom en de islam, samen met het jodendom, grondig verdeeld over de benadering en de kennis die ze hebben van God. Maar hoe zou men onberoerd kunnen blijven bij mensen "wier hart siddert bij de aanroeping van Gods Naam? Van God vervuld en ontdaan van wat Hij niet is."
Waarom niet inzien dat wie op die manier de herinnering aan God levend en aanwezig houdt, God in zich draagt. God, die in de Koran verklaart dat Hij 'dichter bij ons is dan onze halsslagader'. De theologen en wetgeleerden van het christendom en van de islam worden het niet volledig eens over een beredenéérde God. Maar mannen en vrouwen van het gebéd, die een hart hebben dat siddert bij het aanroepen van de Naam van God, die hebben iets puurs met elkaar gemeen.
De sjeiks uit deze alâwiyya-tak zijn op bijzondere wijze verbonden met Jezus. In de allerbeste moslimtradities werd gezegd dat "Jezus de Goddelijke was, die Goddelijk sprak: de ziel van God geopenbaard aan ons woord." Dit zijn stuk voor stuk uitspraken die tot het hart van een christen spreken.

Het boek: Soefisme, Hart van de Islam, verscheen in 1996 in Frankrijk. Het is de vrucht van een intieme en diepe spirituele ervaring van vijf en dertig jaar praktijk en de esoterische leer van de islam: de tasawwuf.
De islam moet regenereren door een terugkeer naar de Uniciteit en naar de universele dimensie die besloten ligt in het hart van zijn boodschap tot de mensheid.
De tasawwuf is boven alles een zoektocht naar zingeving, zijn leer roept ons op naar de gulden middenweg, ver van alle uitersten. Handelen uit welzijn voor de gemeenschap en nooit met dwang. De islam is in de woorden van de Koran de weg van de gemeenschap van het midden - oemmato wasat - die ons uitnodigt om - zoals de profeet blijft herhalen - nooit de ander aan te doen wat men niet zou willen dat ons wordt aangedaan. Het is de weg van de wijsheid, van het juiste handelen en van het heilige ontzag teneinde onze instincten te temperen en een juiste maat aan te leggen in ons oordeel.
Moge daarom dit boek ook een uitnodiging zijn voor christenen om het allerbeste van de islam met eerbied te benaderen en in liefde te leren kennen. Onze wereld heeft behoefte aan die inspanning van gelovigen naar wederzijdse liefde en begrip."
Christian Delorme, priester van het diocees Lyon

Inhoud

Inleiding
1. De jaren van vorming
    Ontmoeting met het Absolute
    Een verlangen naar God
2. De soefi-traditie
    De basis van de islam
    De universele mens
    Een actieve weg ('jihad')
3. Meester en leerling
    De innerlijke ommekeer
4. De vijf zuilen van de islam
5. De drie niveaus van evolutie
    De nieuwe gewaarwording van de wereld
6. De spirituele discipline
    De geest van goddelijke oorsprong

Inleiding
De Islam is in crisis en in verwording tot een politieke ideologie, waarin kennis aan banden wordt gelegd. Daarom moet 'het andere gezicht van de islam' naar voren worden gebracht.
Dat andere gezicht houdt in dat de islam een godsdienst is, die zich tot de totále mens richt.
Het is een weg van overgave aan God en een weg van realisatie. Een gulden middenweg, een eeuwige boodschap, die in elk tijdperk en op elke plaats met een nieuwe dimensie kan worden beleefd.
Binnen de islam bestaat een grote diversiteit van volkeren en culturen. De islam gelooft in de continuïteit van de profetische boodschap die als een rode draad door het jodendom, het christendom en de islam loopt. Daardoor is de onderlinge vijandigheid zeer te betreuren.

Het is in het hart van déze godsdienst (de islam) dat de duizendjarige traditie van de tasawwuf (soefisme) - de moslimmystiek - zijn plaats vindt en doorgegeven wordt langs een inwijdingslijn. Bij de broederschap van de Tarîqa Alâwiyya hebben sinds de profeet Mohammed en diens schoonzoon Ali tot op heden vijf en veertig meesters elkaar ononderbroken opgevolgd, met nu als laatste: Sjeik Khaled Bentounes.

terug naar de Inhoud

1. De jaren van vorming
Sjeik Khaled Bentounes bracht zijn jeugd door in de zâwîa, dat is een oord waar de gemeenschap leeft, werkt en bidt onder de leiding van een Meester (sjeik). Na lange voorbereiding en het bereiken van de religieuze meerderjarigheid, wordt de inwijding verkregen die de toegang tot de Weg betekent en waardoor de 'aansluiting' met de sjeik - de inwijdingslijn - tot stand komt. Mede door langdurig verblijf in het westen verkreeg Khaled een brede vorming.

Het traditionele onderricht - Dit opent de Weg naar spontaneïteit. Als we vanaf de leeftijd van vier jaar worden gevoed met de smaak van het goddelijke, dan bestaat twijfel niet. God aanbidden is als ademen. Dat maakt volledig deel uit van ons wezen.
De Waarheid komt door een voortdurende zoektocht, want onze waarneming van het goddelijke is wisselvallig. De Koran zegt dat God zich kenbaar maakt op elke plaats en onder veelvoudige gezichten. Daarom is het soefi-onderricht nooit star en gesloten, met als gevolg een grote vrijheid van denken en ook de noodzaak van een dagelijkse zoektocht.

terug naar de Inhoud

Ontmoeting met het Absolute - Sommige moslims zijn tevreden met hun toestand en proberen niet verder te gaan. Maar het doel is ons te leiden naar en steeds rijker en opengebloeid leven voor een ontmoeting met het Absolute. Dat is de betekenis van 'gerealiseerd-zijn'.
De absolute voorrang van het geestelijke leven bestaat erin om de mens in díe aspiratie te verankeren, die hem heel zijn leven op de weg naar God zal houden. Het denkbeeld van de Uniciteit mag nooit uit het oog worden verloren. Ook betekent het traditionele onderricht vrede en niet opstandigheid tegenover het lot, tegenover de wereld.
De soefi is geen revolutionair, maar een vernieuwer zonder agressieve middelen te gebruiken. Hij gebruikt 'ontwakings-methoden' die het bewustzijn wakker roepen.
Het onderricht wordt gegeven vanaf de prilste jeugd, want er valt een kern te scheppen, een bewustzijn, een geweten. En over wat daarna komt - de realisatie - daarover beslist God.

De vlucht naar Europa - Het waren de omstandigheden, de hand van God, die me ertoe brachten Algerije te verlaten. Mijn vader werd gearresteerd, want de socialistische ideologie was radicaal tegen het onderricht in de zawia's. Ikzelf moest februari 1970 vluchten naar de familie van mijn moeder in Marokko. Toen verder naar Europa: Parijs, Oxford, Cambridge om daar een thesis over de islamitische geschiedenis te schrijven. Toen terug naar Frankrijk en in de handel.
Ik ontmoette mijn Europese vrouw die niets van de islam afwist. Het was verrijkend, maar ook moeilijk. Boven de ideeënwereld uit zou hier concreet moeten blijken of twee tradities konden samenwonen, zonder dat de persoonlijkheid van de een of de ander geweld werd aangedaan. Ik werd in het westen geconfronteerd met de verschillende visies tussen het westen en de islam op geld en goederen.

Spiritueel en materieel leven - Het verblijf in het westen stelde mijn spirituele kern op de proef. De bewustwording hiervan, die relatie met de kern van mijn wezen brengt vrede mee en onthechting. Heel mijn verblijf in het Westen bestond erin om de theorie in praktijk om te zetten en me de kracht die daaruit voortvloeide, eigen te maken.
De spirituele kracht is als een kompas waarvan de naald verankerd blijft naar het noorden. Het onderwijs richt zich naar Uniciteit. Met raakt niet verdwaald of, mocht dat toch gebeuren, dan is het om eruit te leren en om erop vooruit te gaan. Wie zich nooit vergist is geen menselijk wezen. Er moet voortdurend worden bijgestuurd, zo gaat het leven. Deze kracht brengt ons altijd terug naar de ware aard van onszelf als mens. Ze is als een baken die ons belet om de grens naar de dierlijkheid te overschrijden. Er ontstaat een constante zelfreflectie.

Het heengaan van zijn vader - die tevens zijn Meester is - transformeert Khaled grondig.
Maar diep in ons weten we dat 'de meester' niet sterft.
Vroeger vertelde ik aan mijn vader dat het dierbaarste wezen op deze aarde voor mij 'de meester' was. Toen zei hij: "De meester? Waar klamp je je nu weer aan vast? De ware Meester is degene die het idool afbreekt om HEM - de ware Meester - te openbaren in de leerling."

Opvolging en transformatie - In de soefitraditie wijst een meester nooit zijn opvolger aan. Dat is na bidden, mediteren en vasten de taak van de gemeenschap. Na de dood van zijn vader werd Khaled aangewezen. Ik voelde dat ik me daar niet tegen mocht verzetten. Innerlijk greep er een diepgaande transformatie plaats, die geleidelijk "in een proces van drie maanden een ander wezen ontplooide."
Dat was lichamelijk en psychisch moeilijk. Ik begon de occulte aspecten van de leer te beleven, zoals gespletenheid en de reis door de tijd. Ik werd geconfronteerd met andere entiteiten: engelen, duivels, genieën of geesten waarover men zich veel kan inbeelden. Deze innerlijke transformatie gebeurde dag na dag, alsof er in mij een wezen aan het vertrekken was en er een ander wezen langzaam voor in de plaats kwam. Te vergelijken met een geboorte.
De ervaring van transformatie kent een begin en einde, maar geen weg terug. Ten aanzien van realisatie kunnen verschillende etappen worden onderscheiden waarin verschillende innerlijke staten worden ontdekt, tot aan een volledig opgenomen worden in de aanschouwing van God.

Aanschouwing: "Als men in een willekeurige richting kijkt, is Hij daar." Een gerealiseerd persoon ziet God overal en in alles. Die 'Aanwezigheid' ís er altijd, in de stilte, het woord, de muziek, het gebed. Het is een permanente herinnering. Het gaat om verschillende zijnstoestanden en gradaties.
We begrijpen dat we maar de schaduw zijn en dat God het licht is waaruit we ons bestaan putten. Uit de Koran, soera 24, vers 35:
God is het licht van de hemelen en van de aarde!
Zijn licht lijkt op een nis met een lamp erin.
De lamp staat in een glas;
Het glas is zo schitterend als een stralende ster.
Zijn brandt op olie van een gezegende boom, een olijfboom,
geen oostelijke en geen westelijke,
waarvan de olie uit zichzelf licht geeft, ook al heeft geen vuur haar aangeraakt.
Licht boven licht!
God leidt tot Zijn licht wie Hij wil.
God geeft vergelijkingen voor de mensen en God is alwetend.

Het Licht is Hij. Het is door het Licht dat we zien, en door dat Licht is het dat de werelden bestaan. Het bestaan is in God, buiten Hem is er enkel niet-bestaan.

terug naar de Inhoud

Een verlangen naar God - Sommige mensen beleven een verlangen naar God, een verlangen naar het Absolute dat alles overheerst, als een vuur dat in hen leeft en hen verteert, hen omvormt en verlicht.
Ze beginnen dieper te horen en te zien. Het geluid van de wind wordt een taal, en alles - de hele natuur - spreekt. Er ontstaat een opening naar een nieuwe wereld. Men kan bij mensen het verschil zien tussen schijn en zijn.
Het betreft hier ook de overgave van de ziel aan de Geest, waarbij de ziel geen keuze meer heeft. Net als de hamer die wordt gesmeed.
Het eindpunt van de transformatie is het buitengewone gevoel bij alles betrokken te zijn. De sjeik (de meester) leeft in de geest van een tijdloos wezen. Hij staat evenals de zee, waarin alle beken, rivieren en stromen uitmonden, op het allerlaagste niveau. Alle schepselen komen naar hem toe. Hij bestaat door hen heen en herkent zich in elk van hen. Hij is de hulp en bijstand voor iedereen, goed of kwaad.

Het is aannemelijk dat de natuur sommige wezens erop heeft voorbereid om meer te krijgen dan anderen. Dat is hun lotsbestemming en geen verdienste. Het is de keuze van een Hogere Wil die ons overstijgt en de Weg is reeds aangelegd.
De spirituele zoeker mag geen enkele pretentie hebben. Als Hij de Weg opgaat moet hij alleen maar doen wat die van hem vraagt. De rest is in Gods handen.

Na mijn benoeming heb ik heel wat heen en weer gereisd, mijn zaken in Frankrijk geregeld en me volledig aan de Tarîqa gewijd. Mijn contacten in Europa bewezen hun nut, want wat we niet in Algerije konden doen, realiseerden we in Europa, zodat de vlam kon blijven branden. Europa is een toevluchtsoord geweest, dat de overgang mogelijk en gemakkelijker heeft gemaakt.

terug naar de Inhoud

2. De Soefi-traditie
Het soefisme is de esoterische weg binnen de islam. Als de islam het lichaam is, dan is het soefisme het hart van dit lichaam.

Soefisme en de islam - Met heeft van de islam een ideologie gemaakt, een bekrompen godsdienst.
Na de komst van de Profeet heeft de islam zich verspreid over veel landen en kwam zo in contact met inheemse gebruiken wat vermenging gaf, met de vragen die daarbij hoorden. De Profeet zei: "God kijkt niet naar jullie uiterlijk, noch naar je daden, maar Hij kijkt naar jullie harten, jullie bedoeling."

terug naar de Inhoud

De basis van de islam blijft altijd de intentie en de vrede van het hart. De islam is een Goddelijke openbaring, in wezen eeuwig en zonder vooroordelen, die de mens aanspoort om al zijn vermogens en de hele rijkdom van zijn bezieling te ontdekken. Om de goddelijke boodschap van de islam te begrijpen, moet de mens begrijpen dat hij een grote inspanning moet leveren, sommige dingen moet doen en andere dingen moet laten. Er zijn rechten en plichten.
De islam is een levenbrengende en actuele boodschap die de mens met het Absolute verbindt. De islam is een godsdienst waar de aanroeping van de Naam van de Allerhoogste en de overdracht van meester naar leerling zijn gebleven. Er zijn ingewijde en gerealiseerde mensen onder ons.

De oorsprong van de tasawwuf - Tasawwuf is de Arabische term voor soefisme. De oorsprong gaat terug tot de prille mensheid. De tasawwuf is samen met de mens geboren, zeggen de grote meesters. Die 'ouden' werden hoenafâ's (hanafs) genoemd en ze worden in de Koran bij herhaling genoemd. Ze verrichtten de salat (het gebed) en gaven de zakât (aalmoes).

Bij de aanvang van de islam omvatte de openbaring aan Mohammed twee boodschappen:
1. een boodschap voor iedereen, en 2. een boodschap voor vertrouwelingen.
De soefi heeft dezelfde religieuze verplichtingen als de andere moslims, maar in zijn zoeken naar God stijgt hij boven verplichtingen uit, want zijn dorst naar God is niet te blussen. Hij zoekt en gaat het Pad dat Meesters vóór hem hebben aangelegd. Tasawwuf is de parel van de islam. Deze Meesters brengen de profetische boodschap telkens weer tot leven.
Een hadith: "Bij de aanvang van elke periode zendt God een man die uw godsdienst weer nieuw leven inblaast." Op historisch vlak is tasawwuf pas in de tijd van de islam ná de mohammedaanse openbaring een echte school geworden met meesters, een discipline en broederschappen.

Er zijn twijfelachtige theorieën dat de oorsprong van het soefisme ligt in de contacten tussen moslims en met het Indiase schiereiland, met boeddhisme en hindoeïsme of zelfs met de Griekse filosofie. Maar toch vormen de Koran met de profeet Mohammed en vervolgens zijn schoonzoon Ali de bron. Dit is de spirituele lijn i.t.t. de soennieten. Ali vormt de eerste schakel en na hem zijn kinderen. Daarna heeft die lijn zich uitgebreid en gediversifieerd buiten het familiale kader van bloedverwantschap met de Profeet. De Profeet zelf noemde de Pers Salman zijn familie: "Ziehier mijn familie." Aanvankelijk lag de verwantschap in het bloed en in de geest, maar geleidelijk aan is er een loutere geestverwantschap gegroeid.

Mohammed de gezonden Profeet - Er bestaan twee soorten profeten:
1. gezonden profeten (rasoels); 2. gewone profeten (nabis)
De islam werd geopenbaard door de boodschap die Mohammed - als rasoel - ontving als kanaal van het goddelijk plan. Zijn boodschap heeft wat vóór hem was ingrijpend gewijzigd. Jezus is een gezonden profeet (rasoel) omdat hij de boodschap van Mozes heeft vernieuwd. Elke gezonden profeet heeft eigen kenmerken:
Noach - de redder van de mensheid.
Abraham - de vriend van God, die de boodschap van vriendschap en intimiteit tussen de mens en het goddelijke bracht.
Mozes - wordt de spreker genoemd, die het goddelijk woord belichaamt. En hij kreeg kennis en werd 'de kenner' bij uitstek.
Jezus wordt de 'ziel van God' genoemd, omdat hij op het hoogste niveau de Geest van God personifieert. Daarom heeft hij ook geen wetten uitgevaardigd of boeken geschreven. Hij gaf zijn boodschap in de vorm van parabels.

Al die gezonden profeten hebben een beslissende rol gespeeld in de menselijke evolutie en manifesteren zich als de mensheid door een grote breuk heengaat of vastzit in een boodschap waarmee ze niet meer vooruit kan. Dat is de reden waarom in de traditie van de tasawwuf alle gezonden profeten in feite slechts een opeenvolging zijn van die bron van goddelijk licht die zich in elk tijdperk openbaart volgens de evolutie, de rijpheid en het spirituele begripsvermogen van de mensheid. Er bestaat geen tegenspraak tussen de rasoels en de opeenvolgende openbaringen vullen elkaar aan.
Er bestaat geen enkele waarachtige tegenspraak tussen het joodse geloof, het christelijke geloof en alle godsdiensten die daaraan voorafgingen.
De islamitische traditie telt ongeveer hondervierentwintigduizend profeten in de geschiedenis van de mensheid en onder hen drie honderd en vijftien gezondenen van wie we er maar een paar kennen. De snelle uitbreiding van de islam was te danken aan de boodschap en niet aan wapenfeiten. Want het was een bevríjdende boodschap!

De islam openbaarde de boodschap van de absolute Eenheid van Eredienst aan God en de gelijkheid van elkeen voor Zijn Aanschijn omdat er geen tussenpersoon meer was tussen God en mens. Het was een bevrijding van afgodendienst.
De Basis is de ENE, het middelpunt van de cirkel waarop de mens rechtstreeks is aangesloten. Zonder bemiddeling van priesterkasten. Geen tussenpersonen, geen kerk, geen priesters. Wat de uitschakeling inhield van allen die op de godsdienst teerden. Vervolgens bestond er ook geen verschil meer op sociaal, raciaal en intellectueel vlak. Wie toetreedt tot de islam, staat op gelijke voet met de Profeet. En tot slot cijferde de mens zich weg voor Gods Aanschijn.
De goddelijke boodschap verwees voortaan naar de Koran. Omar heeft de Koran samengebracht en Otman heeft er de eerste kopie van gemaakt, die bewaard wordt in het Topkapi Museum in Istanboel.

De Gouden Eeuw - De islam verspreidde zich razendsnel, maar dat bezorgde ook crises (fitna) op politiek niveau door verblinding van macht gepaard met politieke en militaire expansie. In het hart van die verwarring zijn er geestesscholen ontstaan om de traditie levend te houden, met als beschermers:
Irak: Hasan al-Basrî - Ja'far - Sâdiq - Râbiá
Marokko: Abd As - Salam Ibn Masjîsj
Turkije: Roemi - Ibn Arabi

Wat betreft de twaalfde eeuw mag men die periode de spil, de gouden eeuw van de islam noemen. De genoemde beschermers hadden maar één doel: van geslacht op geslacht de Opperste Naam doorgeven opdat de mens nooit die deur van Kennis, Realisatie en Barmhartigheid zou sluiten. Op historisch vlak wordt die lijn ononderbroken in stand gehouden door middel van de overdracht van meester op leerling.
Wie tot Kennis wil komen moet goed begrijpen dat aansluiting bij één van de levende inwijdingslijnen noodzakelijk is. Zo enten we ons op de bron, middels de aansluiting bij een esoterische lijn.

De Eed - Sinds de profeet Mohammed wordt men moslim door het uitspreken van het sjahâda, (de getuigenis van de eenheid): 'Er is geen God behalve God, en Mohammed is zijn profeet'. En dat met de hand van de leerling in de hand van de meester.
Wie die eed breekt, breekt die tot zijn eigen nadeel, maar wie die verbintenis nakomt, ontvangt een geweldig loon. De eed gaat terug tot de tijd dat de Profeet Mekka wilde veroveren waaruit hij verjaagd was en uit die tijd stamt een historische lijst van gezellen.
Deze aansluiting betekent totale overgave aan de Profeet als vertegenwoordiger van de Hand van God. Als wie zich (nu) aansluit, sluit zich niet aan bij de sjeik, maar door hem en de Profeet aan God. Die aansluiting bestaat enkel nog bij de soefi-meesters.

terug naar de Inhoud

De universele mens - Het onderricht verloopt over de meester en de Koran. Het doel ervan is eenvoudigweg de realisatie van de universele mens: de mens met God verbinden opdat deze Zijn dienaar wordt.
De universele mens is het archetype van dat volmaakt goddelijke en spirituele wezen dat het paradijs heeft verlaten, een adamisch wezen voor wie de engelen hebben geknield toen God een vertegenwoordiger op aarde wilde hebben. God wilde een wezen scheppen dat zich tussen engel en duivel plaatste. Een wezen dat ín zich de tegenstelling draagt, een negatieve en een positieve pool.

Dit adamisch experiment is uniek, want voordien bestonden alleen de engelen, wezens van licht, die enkel gericht konden zijn op de aanschouwing van God en geen zonden konden begaan. En daartegenover de duivel, steeds bezield met een negatieve geest, slaaf van genot en levend in de duisternis. Met het bestaan van deze twee aspecten was de wereld in evenwicht. Maar God wilde ook een tussenwereld, die hij verenigde in de mens. De ontmoeting van die twee werelden in de mens geeft een reactie, een kortsluiting. De andere wezens op onze planeet bezitten die bipolariteit niet. De enige uitzondering is de mens die tegelijk het evenwicht en het onevenwicht belichaamt.
Hij kan zaaien en planten, maar ook de oogst te vernietigen. Het is zijn lotsbestemming
om die twee te beleven en daarbij te proberen zijn aard in evenwicht te brengen.

Daarin kan hij de universele mens die in hem sluimert realiseren. Als dat experiment slaagt wordt deze mens goddelijk, in die zin dat hij dan een wereld belichaamt waar evenwicht en onevenwichtigheid met elkaar in harmonie bestaan.
Hij wordt dan plaatsvervanger van God op aarde. De Waarheid stelt hem in staat om de tegenstelling te verlaten en door een omvorming een buitengewoon wezen te worden. Hij is dan bekleed met een buitengewone macht die vóór hem niemand anders had gekregen. Hij wordt de getuige, de boodschapper, de waarschuwer van de absolute Waarheid.

Voor de soefi's zijn de positieve en de negatieve pool goed noch slecht, maar eenvoudigweg een werkelijkheid. Zo kunnen zaken die negatief lijken te zijn, zoals bewust of zelfs onbewust gestelde daden of zonden die ons de pas afsnijden, ons uiteindelijk weer op het goede pad en zelfs tot God brengen.
De Koran zegt: "Blijf bij de ziel! Wat heeft Hij haar goed gevormd door er lichtzinnigheid en vrees in te blazen. Gelukkig degene die haar zuivert, maar wie haar ontaardt is verloren!" (soera 91, 7-10). Het is aan ons om de innerlijke waarheid te zoeken. Het doel is niet te ontsnappen aan die duistere kant, maar de middenweg te vinden.

terug naar de Inhoud

Een actieve weg - Om die weg te vinden hebben we hulp nodig, het grote hart van een meester. Dat is het kader van de tasawwuf. Die school, die Weg, bestaat slechts in de optiek van die tweede geboorte waarbij de mens opgaat in het Goddelijke. Maar die Weg moet zich ín de wereld afspelen. Het eigene van de soefi-weg ligt in de combinatie van exoterisch en esoterisch. De opdracht van de geest is de omvorming van de materie. Met beide voeten op de grond en het hoofd opgeheven naar de hemel. Het is een actieve Weg in de wereld.
Daarom spoort de tasawwuf aan om alle ervaringen van het menszijn te beleven, te trouwen, kinderen te krijgen, enz. Het onderricht is bestemd voor hen die 'de strijd met het leven' aangaan. Dat is de betekenis van jihâd (jihad), de sluitsteen van de islamitische traditie.

Jihâd, de grote heilige oorlog - Dat is in de kern de grote strijd tegen het ego. De jihâd van de zielen gaat terug tot de oorsprong van de mens. Vanaf het moment dat de mens zich bewust was geworden van wat hij van het goddelijke had gekregen: het begrip en de kennis om zijn verantwoordelijkheid te kunnen herkennen en van zijn onwetendheid i.v.m. het universum waarmee hij verbonden is, drong het tot hem door dat hij de macht had om zijn lotsbestemming te kiezen, tussen goed en kwaad te kiezen. Hier krijgt de islamitische notie van jihâd haar volle draagkracht en weerslag in het leven van alledag.
Het gaat niet om het ego te doden, maar om het tot bedaren te brengen en de evidentie en de suprematie van de Waarheid te erkennen.
Men moet werken, zich meten met alle dingen, maar alles met mate. Verlies je hart er niet aan. De soefi beleeft het materiële leven, maar is ook een man van gebed. Een hadith zegt: "Vraag om kennis van de wieg tot het graf."

Ik ben ervan overtuigd dat we in de toekomst meer en meer soefi's zullen aantreffen bij wetenschappers en dat hun ontdekkingen eindelijk hun innerlijkheid zullen verlichten.
De meesten hebben tot op heden immers die innerlijke spiegel niet gehad om hun wetenschap te overstijgen. Ze blijven gevangen in de redenering en zitten vast in de realiteit.
De leerling moet ook de mensheid dienen en getuigen zijn van de Waarheid. Dualiteit bestaat niet, alles is eenheid. Elke handeling wordt gebed. Daarom moeten we waakzaam zijn en bewustzijn tot ontwikkeling brengen. De terugtocht naar jezelf is een specifiek kenmerk van de tasawwuf-traditie. Het is een levenskunst , waarvoor iemand over de eigenschappen van een monnik en van een krijger moet beschikken.

De mens blijft animale sporen dragen, maar als de mens zijn ware aard gaat inzien dan kan hij zich verbeteren. De innerlijke strijd en de inspanning komen eveneens tot uiting in het gebed waarmee we de tijd heiligen. We doen dan de tijd stilstaan en drukken er Gods stempel op. Bij die strijd hoort ook de liefde. Wie de kennis zoekt zonder de liefde in zich te dragen, bereikt het doel nooit. God is liefde. "Als jullie God liefhebben, volg mij dan en God zal jullie liefhebben en jullie zonden vergeven". (soera 3,31)
Op die Weg bestaat ook wat 'uitmuntendheid' wordt genoemd, namelijk het zoeken en beleven van 's mensen meest verheven karaktertrekken en van de verhevenheid van de strijd. De strijd wordt geleverd, niet alleen voor zichzelf, maar voor de hele mensheid. Want de overstijgende ervaring van die mens zal anderen de mogelijkheid bieden om op een dag hetzelfde te beleven en het archetype te bereiken van die oorspronkelijke voorvader: de MENS. Dankzij die strijd gaat de universele mens nooit verloren, hij blijft aanwezig. Hij is een lichtbaken. De mensheid werd slechts geschapen en gevormd om die ware innerlijke dimensie van de mens te beleven. Dat doel is haalbaar voor iedereen. Maar er is hij die zijn tuin bewerkt en er is hij die zijn tuin braak laat liggen.

De Openbaring ten tijde van Mohammed bracht niet alleen een spirituele omwenteling mee, maar ook een culturele omdat de inhoud van de Koran alle domeinen van het leven besloeg. Of het nu ging om wetenschap, filosofie, recht of zelfs architectuur. Het was een nieuwe bladzijde die werd geschreven in de spirituele en aardse geschiedenis. Als de Profeet het zwaard heeft gehanteerd dan was dit het zwaard van de gerechtigheid. Dat is een specifiek kenmerk van de islam.
De boodschap van Jezus, die spiritueel bijzonder verheven is, was bestemd voor een elite in Goddelijke aanschouwing en badend in het Licht - men hoeft er maar christelijke mystici op na te slaan.

Als de Weg van het juiste midden aanvaardt de islam de dierlijke aard van de mens en maakt die menselijker. De mens heeft zowel de weegschaal als het zwaard nodig. Dat zwaard is niet het zwaard van het geweld, maar van de gerechtigheid die de waarheid scheidt van de dwaling. We moeten degene die afdwaalt helpen zich daarvan bewust te worden. De Profeet zei: "Help zowel onderdrukte als je onderdrukkende broer, door resp. zijn hand te weerhouden of hem op te voeden." Men kan de tegenstrijdige aard van de mens niet ontkennen; die aard die de duivel in zich draagt. Zij die de islam het zwaard betwisten, moeten maar eens een blik werpen op alle beschavingen. Er is geen enkel volk dat nooit het zwaard heeft opgenomen, hetzij om te verdedigen, hetzij om te veroveren. De islam betwist die dierlijke aard van de mens niet en zegt ons gewoon dat hij moet worden opgevoed en bewust gemaakt, en mocht hij daar ondanks alles ongevoelig voor blijven dan moet men om de mensheid te redden een beroep doen op de remedie die past.
Dit is de aard van de mens en wie die werkelijkheid miskent is een onwetende en blinde. De weg van geweldloosheid is niet de weg van passiviteit. Het geweld in ons bestaat en het beheersen daarvan is verdienstelijk.

De koranieke boodschap - Het soefisme is verankerd in de koranieke boodschap, maar die kan verschillend en op diverse niveaus worden gelezen. Degenen die lezen op een hoger niveau - de meer gerealiseerden - zijn het stadium voorbij waarin ze een stok nodig hebben om recht te lopen. Ze hebben de Koran niet meer nodig om te weten wat ze moeten doen. Ze bezitten een verruimd bewustzijn en gebruiken het boek om dit bewustzijn te voeden en het verder te ontwikkelen, om er het Licht uit te putten en dichter bij God te komen. 'Vervuld zijn van God is een limiet' (zegt een hadith). Handelen in functie van hemel en hel is een beperking. Hemel en hel zijn maar een uitzuivering, een grote barmhartigheid. Wat op aarde niet kon worden uitgezuiverd, wordt in de hel gezuiverd. Maar niet iedereen begrijpt dat.

Om de Koran te lezen, ingewijd te worden, hebben we een meester nodig. Een ander probleem van lezing is de taal. Wie geen Arabisch spreekt kan alleen terecht bij vertalingen. De oorspronkelijke Arabische taal is niet alleen een samenstelling van woorden en zinnen, maar ook ritme, muziek, vibratie, poëzie. Dat is de magie van de Arabische taal. We kunnen daardoor boven de letter uitstijgen.

Iedereen, niemand uitgezonderd, kan aanvaard worden in de târiqa. Iedereen, ook Westerlingen, kunnen deel uitmaken van de broederschap. De islam en het Westen staan zo dicht bij elkaar dat het onmogelijk is dat ze elkaar niet raken en niet beïnvloeden.
In de middeleeuwen heeft er meer uitwisseling plaatsgevonden dan nu. De islam heeft ruim bijgedragen in de vertaling van de grote Griekse filosofen (Plato en Aristoteles), door Averroës en anderen, in de algebra, in de geneeskunde enz. Er was ook een grote uitwisseling met de joodse traditie (Maimonides). Denk maar aan Ibn Arabi en keizer Frederik II, wiens meester in de filosofie de grote soefi Ibn Sabin van Murcia was.

Men mag nooit vergeten dat de islam uit dezelfde Abrahamitische traditie geboren is als het christendom en het jodendom en dat Abraham en Jezus worden beschouwd als stammend uit dezelfde lijn als Mohammed. De teksten die gewijd zijn aan Mozes en aan andere profeten beslaan dertig tot veertig procent van de Koran. De koranieke boodschap sluit aan op dezelfde lijn als het christelijke en joodse perspectief; het gaat om dezelfde wortels die zich laven aan dezelfde bron, en zelfs de stam is dezelfde. Enkel de takken zijn verschillend.
Allen geloven in God, in Zijn engelen, in Zijn boeken en in Zijn gezanten.

terug naar de Inhoud

3. Meester en leerling
In de tasawwuf-traditie zijn de profeet Mohammed en zijn gezellen de voorbeelden die aan het hoofd staan van de spirituele lijn waarvan de meester de afstammeling is. Hij is de erfgenaam en de bewaarder. De meester bevindt zich achter het uiterlijk. Soms meester, soms mens. De meester is de dienaar van zijn leerlingen.
De meester duidt nooit zijn opvolger aan - het is de groep van wijzen die hem kiest.
Na die uitverkiezing transformeert de individualiteit van de gekozene. Uiteindelijk ziet hij zichzelf in elk wezen dat tot hem komt. Hij wordt één en meervoudig. Hij is de vertrouweling en de genezer van zielen. Als de sjeik spreekt, zijn dat woorden waarop hij niet meer terugkomt. Hij kan advies inwinnen, maar moet nederig blijven. Hij moet knopen doorhakken. De functie die hij bekleedt is spiritueel en wereldlijk. Hij is in het handelen en in het niet-handelen. Vaak is hij niet meer dan een spiegel. De relatie tussen sjeik en faqîr is er een van volledig vertrouwen.

terug naar de Inhoud

De innerlijke ommekeer - Op de spirituele weg moet de leerling een dubbele inspanning leveren, want in hem is licht én duisternis. De omwenteling in onszelf maken, dat is ons karakter veredelen, ons deel aarde, water, vuur en lucht onder ogen zien. Dat bestaat in de mens, dus moet hij weten wie hij is, zijn goede kanten kennen en ook zijn minder goede die bezwarend werken en doen struikelen. Hoe meer de mens zich zuivert, hoe meer zijn hart gepolijst wordt en hoe meer licht het zal kunnen weerkaatsen. Dat is innerlijke ommekeer.

Er is een dubbele omwenteling: die in onszelf en, tezelfdertijd, die om het centrum van die Lichtbron om het Absolute te kennen. Deze laatste omwenteling wordt gekenmerkt door de vier seizoenen. Op deze weg is de vriend, de gezel, de meester noodzakelijk.
De omwenteling in onszelf en om de kern is verschillend en uniek voor elk van ons.

Er zijn verschillende denkscholen, met ook mentale en lichamelijke oefeningen die naar zelfcontrole leiden. We kunnen veel zoeken, maar het Licht is dat van de Openbaring. En we hebben dát Licht nodig om ons te realiseren, om lief te hebben, om te zijn. Die Openbaring heeft de mensheid vergezeld van het holen-tijdperk tot aan vandaag.
In onze beschaving draagt alles ertoe bij om van de mens een denkende robot te maken die men kan herstellen, stimuleren, genezen. Maar dat leidt tot niets.
De mens is degene die alle namen van God - zonder uitzondering - heeft gekregen.
Sommige scholen komen tot de conclusie dat God in ons is. God is immers overal en hoewel Hij ook in ons is, zijn we toch niets. In onze traditie zijn we slechts de schaduw van wie we denken te zijn. Die scholen vervallen dan in rationaliteit: ze willen God vangen en Hem lokaliseren. Voor ons zijn al die wegen afwijkende wegen met pseudomystieke extase.

Om te begrijpen wat de sjeik beleeft, kunnen we zeggen dat God altijd aanwezig is in hem zoals in elk ander wezen. In tegenstelling tot die anderen is hij zich bewust van die Aanwezigheid aan wie hij verantwoording schuldig is. Uit haar put hij zijn kracht, baraka.
In onze Weg bestaat er een belangrijke traditionele wetenschap over de droom, want zelfs in de slaap kunnen we een lering, een antwoord, een uitwisseling krijgen.
De Weg heeft behoefte aan een vertegenwoordiger, een meester die hem voortzet.
"Ik ben maar een huurder; als ik heenga, geef ik de sleutel aan mijn eigenaar, die hem doorgeeft aan wie Hij wil."

De ontmoeting met de meester - Als de leerling samen is met zijn broeders moet hij de arme van God worden, degene die Zijn hulp inroept, want zonder die hulp is er geen reële omvorming mogelijk. Dat is 'faqîr'.
Het gaat steeds om een houding van overgave en aspiratie waar niemand meer is dan een andere, waar hoogmoed uitgesloten is.
Het is slechts het hart van de leerling die de keus voor een meester kan maken. Voor de meester is elk wezen een leerling, want elk wezen bezit een goddelijk deel. Iedereen kan de meester komen opzoeken, ongeacht zijn godsdienst, geloof of band met een andere meester.

De vastberadenheid van de leerling - Voor de leerling die zich aanmeldt is er een beproeving om hem te toetsen. De Weg moet in het begin veeleisend zijn. Er komt een innerlijk gevecht waar de vijand zich nergens anders bevindt dan in onszelf. De meester is geen tussenpersoon, maar een gezel. Aangesloten zijn bij een inwijdingslijn biedt zekerheid en een baraka ... een stroom die van het ene hart naar het andere loopt. De relatie tussen meester en leerling is oneindig subtiel. Absoluut gesteld is elke meester geschikt als de leerling een Waarheidszoeker is.

De eigenschappen van de leerling - Op deze Weg eist de meester drie eigenschappen van de leerling. Oprechtheid, liefde, een positieve instelling. Niets veroordelen.
Als iemand om aansluiting vraagt bij de tarîqa moet hij de vijf zuilen van de islam kennen en belijden: het sjhâda (geloofsgetuigenis) - de salât (het gebed) - de siyâm (de vasten) - de zakât (de aalmoes) - de hadj (bedevaart naar Mekka).
Dan is er een strenge ascese, het reciteren van de 'wird' en de gebeden, het volgen van retraites, correct gedrag. Een nieuwe naam.
De 'wird' of 'dhikr al'a' (inwijdingslijn), bestaat uit verschillende formules die een welbepaald aantal keren worden opgezegd en waarvan het doel is de leerling te verbinden met de lijn van mystieke meesters.

terug naar de Inhoud

4. De vijf zuilen van de islam
De geloofsbelijdenis is de erkenning van de Uniciteit van God en van de boodschap van de profeet Mohammed, de vijf rituele gebeden, uitgevoerd volgens het dagelijkse verloop van de zon, de vasten van de maand ramadan en de aalmoes.

De geloofsbelijdenis: "Ik getuig dat er geen god is behalve God en dat Mohammed Zijn gezondene is." Het gebed regelt het programma van de dag, het is de sleutel die de Weg opent en het hart zuivert. Ochtendgebed, middaggebed, namiddaggebed, het gebed van de wijzen en van de wijsheid, het gebed van de avondschemering, het gebed van de nacht. De gebeden heiligen de tijd. Het is de gewoonte die het gebed of zijn kracht of zijn zwakheid geeft.
In de tasawwuf-traditie is het doel van het gebed om ons telkens voor Gods Aanschijn te plaatsen. De Profeet: "Bid tot God alsof Hij jou ziet, want zelfs al zie jij Hem niet, weet dat Hij jou ziet." Zo wordt het gebed tot een gewijde ontmoeting.
En: "Beleef het gebed alsof je het voor de laatste maal bad."
En telkens wanneer ik me Hem aanbied, kniel ik neer en geef ik me over. Het gebed bepaalt hoe ik de tijd gebruik die tussen het gebed ligt.

Het gebed is de onuitwisbare spiegel
Waarin de opperste God zich schouwt.
Een ieder kan Hem zien naargelang
De helderheid van zijn eigen hart:
Zo komt het dat wanneer de maan verschijnt
Op de eerste dag van de ramadan
Zij die helder zien haar precies onderscheiden
Terwijl anderen in twijfel blijven verzeild.
Ah! droefheid van de twijfel; hij die niet heeft gezien
Kan zelfs niet zeggen dat ze niet bestaat.

Bij elk gebed maken we in zekere zin de balans op van ons geweten, van onze daden, totdat het een voeding wordt die we niet meer kunnen missen.
De tijd 'heiligen' vormt de mens om: hij leeft niet meer om te werken of te eten ... maar ook om te bidden. Het gebed is het gereedschap voor de spirituele transformatie die zich gaat voltrekken. Door het gebed kan de mens een dynamiek in het leven roepen die hem met de dag verder en bewuster maakt.
Het gebed heeft ook een weerslag op de hygiëne, want voor elke gebed dienen we ons te reinigen. Dan is er ook nog de sociale rol voor de gemeenschap - het wordt een broederlijke uitwisseling. De plaats voor het gebed is van weinig belang, men kan ook zittend bidden, gebaren zijn niet noodzakelijk.
De gebeden beginnen steeds met soera Fâtiha, die de Moeder van het Boek wordt genoemd. In de traditie wordt gezegd dat het hele universum is vervat in de geopenbaarde Boeken, dat alle Geopenbaarde Boeken zijn vervat in de Koran - die zelf vervat is in 'basmala' (in Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige), uitgedrukt in de letter bâ, die op haar beurt opgenomen is in de punt die bij deze letter hoort. Zo gaan we van het universele, van het oneindig grote naar het oneindig kleine, van de macrokosmos naar de microkosmos - de punt - die de oorsprong is van heel de schepping. Elk gebed begint dus met de Fâtiha.

Wat in die soera wordt gezegd is universeel en mag in alle godsdiensten worden gereciteerd:
1. In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige,
2. Lof zij God, de Heer van de wereldbewoners,
3. De Erbarmer, de Barmhartige,
4. De Heerser op de oordeelsdag.
5. U dienen wij en U vragen wij om hulp,
6. Leid ons op de juiste weg,
7. De weg van hen aan wie u genade geschonken hebt, op wie geen toorn rust en die niet dwalen.

Na het gebed kunnen we lezen uit de Koran of we kiezen een soera. De recitatie gaat gepaard met drie lichaamshoudingen: rechtstaand, geknield en in prosternatie (languit op de grond). Er zijn soefi's die zeggen dat de drie houdingen de verschillende natuurrijken symboliseren: dieren, planten, mineralen. Het gaat om een terugkeer naar het Absolute, maar eveneens naar de oorsprong: de aarde. Dit ritueel wordt afgesloten met: 'Vrede over U!' (as-salâ moeálay koem), waarbij men zich van rechts naar links keert. Die beweging wordt uitgevoerd voor de engelen die ons begeleiden en steeds bij ons zijn.
In de moslimtraditie wordt gezegd dat elke persoon vergezeld is van twee engelen: aan de rechterzijde en aan de linkerzijde. Ze tekenen onze daden op. Die engelen dragen we in ons, elke daad wordt in ons geëtst, in ons bewustzijn, in onze cellen, in onze genen. Een daad die werd verricht is eeuwig, zelfs als we haar vergeten zijn.
Naast de rituele gebeden zijn er een hele reeks andere gebeden. Het is een middel om te krijgen en te geven. De kwaliteit van het gebed brengt de staat van het wezen aan het Licht.

De vasten heeft een rol van zuivering, maar is ook een vorm van gebed, want het gaat ook om het zich onthouden van het overbodige. De maand Ramadan is de verplichte vasten. Ramadân is ook de maand van de heilige Openbaring en van de Nacht van de bestemming - dat is de nacht waarin de deuren van de hemel verder opengaan voor het gebed van de mens. Tijdens de vasten wordt men geacht veel te bidden, zijn Schepper aan te roepen en ook de Koran meer te lezen.

De zakât houdt in dat als ik welgesteld of vermogend ben mij voor een periode het voorrecht toegekend wordt waarin God als het ware mijn vennoot wordt.
De zakât vertegenwoordigt mijn erkentelijkheid tegenover God, ze is geen liefdadigheid en geen gift, maar een plicht, met als richtlijn is 2,5%.
De houding van een persoon t.a.v. geld vertelt altijd heel veel over de graad van zijn geloof.

De bedevaart - op de plaats van de bedevaart (Mekka) wordt 'de-eenheid-van-zijn' werkelijkheid. Een kenmerk daarvan is dat de enige kleding bestaat uit twee lappen stof. De bedevaartgangers zijn daardoor identiek in uiterlijk.
De bedevaart begint met de zeven rondgangen (tawâf) om de Ka'ba heen, die het huis van God symboliseert. De Ka'ba is een holle stenen kubus van ca. 15x13x12 m. en is bedekt met een zwart fluwelen laken waarop in gouden letters de namen van God en verzen uit de Koran zijn geschreven. De lege kubus symboliseert het onkenbare, het absolute mysterie, het onpeilbare. De om de kubus heendraaiende biddende massa schept een ongelooflijk achtergrond-geluid en het geheel doet denken aan een sterrennevel.

Het aanraken van de zgn. 'zwarte steen' die zich in één van de hoeken van de Ka'ba bevindt lijkt haast een obsessie. De legende vertelt dat Adam die steen uit het paradijs heeft meegebracht en dat die steen het verbond tussen God en de mensheid symboliseert.
Na de tawâf gaan de bedevaartgangers naar de waterput Zamzam waarvan de bron ontsprong onder de voeten van Ismaël, zoon van Abraham.
De tweede etappe verloopt op de twee heuvels die Safâ en Marwa worden genoemd. Zeven keer wordt in steeds hoger tempo op en neer gegaan, in gedachtenis aan Hagar. De tweede vrouw van Abraham. Zij beeldt de ziel uit die dorst heeft naar leven, naar waarheid, naar het absolute. Tijdens dit parcours smeekt de pelgrim hulp af voor hemzelf en voor de mensheid.
Tijdens dit parcours mag de hygiëne niet verzorgd worden, zoals wassen, tandenpoetsen enz. De volgende beproeving gaat naar een plaats buiten Mekka, die Arafat (ontmoeting) wordt genoemd. Daar zijn duizenden witte tenten, ruimten met een waterkraan en toiletten. De menigte is in het wit gekleed. De 'aanwezigheid' van God maakt hier het ene gezicht stralend en het andere duister en gesloten. Volgens de legende hebben Adam en Eva elkaar hier teruggevonden na de verdrijving uit het paradijs. Symbolisch gezien is het de ontmoeting tussen man en vrouw, geest en ziel.

De volgende etappe is de volgende dag, een gewijde dag waarop alle zonden worden vergeven als de pelgrim zijn bedevaart gewijd heeft aan God en énkel aan God.
Het wordt een dag van gebed, Koran-lezing en bezinning. Bij zonsondergang stijgt er een massale en krachtige gebedsroep op, als kwam die van één persoon. Iedereen laat de vrije loop aan zijn inspiratie om zijn hart te laten spreken. Zelfs met geschreeuw roept ieder zijn Heer aan in zijn eigen taal en volgens zijn eigen geloof.

Als het avond wordt spoedt die hele menselijke wolk zich haastig naar de wagens om naar Medina te worden gebracht, de volgende etappe. Dit verloopt stapvoets, een veertien km. lange, onontwarbare opstopping. Halverwege stopt men te Moezdalifa om er de jamarât te rapen: een aantal van negen en veertig keitjes, niet groter dan een boon, nodig om Satan te stenigen. Dit ritueel duurt ongeveer drie dagen en speelt zich af op de plaats waar Satan verscheen om Abraham te verleiden. Met de twijfel in zijn hart om zich af te keren van zijn Heer en zijn zoon niet te offeren. Pelgrim na pelgrim, de een na de ander gooit zijn stenen.
Het gaat om het symbolisch stenigen van onze persoonlijke duivels, de demonen in ons die ons van de Waarheid willen verwijderen. Wie van zijn bedevaart een intieme en innerlijke ervaring maakt, weet heel goed welk aspect hij van zichzelf stenigt. Na dit ritueel wordt de weldaad van de verlossing gevoeld.

Vervolgens worden sommige personen gekozen om het offer te brengen, het plengoffer van een dier.
(Sjeik Bentounes is hier ontzet vandaan gekomen en schrijft: "Ik was een offer komen aanschouwen en kreeg een bloedbad te zien. ... p. 124).
Tot slot is er de terugkeer naar Mekka voor de zeven laatste rondgangen om de Ka'ba heen en daarna worden de burgerkleren weer aangetrokken. Daarna zijn er nog enkel slotrites.

De bedevaart is een vorm van beproeving voor iemands geloof. Maar tot waar zal een gelovige gaan voor God?
Het is niet de bedevaart, niet de zakat, maar slechts het gebed dat van de moslim een moslim maakt. Het gebed kan altijd worden uitgevoerd, waar we ook zijn of in welke toestand ook, bedlegerig of verlamd, want het is het middel bij uitstek dat het hart van de mens opent naar God.

terug naar de Inhoud

5. De drie niveaus van evolutie
Met betrekking tot het geestelijke evolutieniveau van een persoon worden en in de islam drie evolutie-niveaus beschreven:
1. de overgave - 'islam'; 2. het vertrouwen - 'iman'; 3. de uitmuntendheid - 'ishan'.
Het gaat om respectievelijk: de voorschriften volgen, vertrouwen met het hart, boven de religieuze verplichtingen uit, met geestelijke ogen God zien en Hem aanbidden (van weten naar zien).

terug naar de Inhoud

De nieuwe gewaarwording van de wereld - Zeldzaam zijn zij die de laatste etappe beleven en dan ook gerealiseerd zijn. Niet iedereen is in staat die laatste etappe te dragen: men moet erop voorbereid zijn om die te beleven en ervan te getuigen. Want die straling kan men zien. Bij gerealiseerde personen ziet men dat ze hebben 'gezien'. Hier ontstaat een nieuwe gewaarwording van de wereld, waarbij voor de beoefenaar alles zijn plaats krijgt en er geen plaats is voor toeval. Het is de opening van het zesde zintuig waardoor de beoefenaar de tekens gaat verstaan. De zintuigen worden scherper, ontvankelijker en wachten op het teken dat overeenstemt met de innerlijke staat.

De goddelijke openbaring wordt in de schepping waargenomen. Die 'opening' kan worden vergeleken met een lamp die men aansteekt en waarbij men toeschouwer wordt van een nieuwe scène, waarvan men voordien slechts enkele details kende en waarop men geen volledig zicht had. Maar dit is nog niet het niveau van de realisatie, waarbij het gaat om een beleving die enkel toegankelijk wordt door de ervaring van een hoger niveau. We ontdekken hierbij een deel van onszelf: het Eigene en zijn onmetelijke mogelijkheden.

Als we denken dat we een beperkte, begrensde geest hebben, dan sluiten we ons op terwijl we over de mogelijkheid beschikken om ons bewustzijn te verruimen, te vergroten naar het eindeloze toe. De Profeet zei: "In de mens bestaat er een zielekracht die maakt dat zij het universum wilde bereiken, dat het universum tot haar zou komen."
We kunnen ontsnappen aan de aantrekkingskracht van ons milieu, van onze opvoeding, en onszelf volledig onder ogen komen. Op dat moment veranderen we van schaal, van register, van frequentie. Zo verliest de dood het beeld van een fatale afloop en wordt een etappe in het verder-lopend proces van de spirituele weg.

Als zoiets met ons gebeurt, mogen we niet vergeten dat wat we innerlijk meemaken niet kan worden gescheiden van het leven van onze soortgenoten die nog gevangen zitten in hun beperkingen. Daarom moet een gerealiseerde een vorm van dubbele taal gaan spreken en van dubbel denken, om zich aan te passen aan degenen die nog niet zo ver zijn.
We zitten met z'n allen aan de zee, maar de een kijkt met zijn ogen, de ander ziet verder met een bril en de derde ziet heel ver met een verrekijker. Met andere woorden: we kijken allemaal in dezelfde richting, maar de een ziet verder dan de andere. Het is een kwestie van waarneming en diepte. Om verder te komen moeten we onze pelgrimsstaf opnemen. Daar ligt heel de betekenis van de ascese.

terug naar de Inhoud

6. De spirituele discipline
In de tasawwuf bestaat het ego uit drie niveaus.
1. het ego dat van duistere dingen houdt en van het kwaad geniet.
2. het tweede ego is dubbel: het geniet van het kwade en berouwt het.
3. het ego dat tot rust en vrede is gekomen - men spreekt hier wel van een staat zonder ego, maar dat is onjuist.
In de realisatie spreken we over een verlicht ego dat zijn primordiale oorsprong terugvindt.
Dat ego is alleen maar gesluierd. De enige uitweg voor het ego is zijn aanwezigheid in God, niets anders, de rest is illusie.

terug naar de Inhoud

Orde op zaken stellen - het doel van de spirituele discipline is de mens in staat stellen om al zijn schaduwzones te zien. Op dat moment kan hij zijn ego tot vrede brengen en die vonk van de Geest die van goddelijke oorsprong is herontdekken. Dan kan die mens Licht uitstralen en is hij naar Gods beeld en gelijkenis geschapen, want dan wordt hij een levende getuige van die Waarheid. De realisatie is het beleven van de grote omwenteling in een dagelijkse individuele transformatie door alle etappes van het leven heen. Daarvoor is met hulp van een meester zuivering en polijsting nodig. De leerling mag zijn weg niet beginnen op basis van een illusie. Het gaat erom wat we echt zoeken, waar ligt het diepste verlangen. De sluiers moeten worden verwijderd. We vertellen onszelf voortdurend verhaaltjes en we hebben vaak twee gezichten.
Daarom vragen we de leerling zijn energie te concentreren en niet verstrooid te blijven. Een leerling moet weten waar zijn centrum ligt, zijn kern, want hij kan onmogelijk 'het Ene' bereiken als hij in 'het vele' blijft hangen. We moeten de éénvoud niet verliezen. Als de mens zichzelf vindt, dan vindt hij zijn Heer.

Een religieuze omgeving moet vergezeld gaan van een bewust- en wakkermakende opvoeding. Maar het is mogelijk dat juist een ontheiligde maatschappij soms de dorst naar het heilige en een intens verlangen om iets uitzonderlijks te beleven doet ontstaan.

Werken is bidden - de spirituele praktijk spreekt alle aspecten van het leven aan, werken en bidden zijn niet gescheiden. Van werken bidden maken. Profane en spirituele activiteit zijn gericht op hetzelfde doel. Het vervullen van mijn plicht en het opnemen van mijn verantwoordelijkheid in de maatschappij geven aan mijn werk waardigheid.
Vaak begaan we de fout naar God te verlangen door Hem af te zonderen van de rest terwijl het verlangen naar God alleen maar het verlangen kan zijn dat alles wordt omgevormd en zich verheft. Ik moet ook houden van wie ik zelf ben. Onze eigenheid moet zich integreren in harmonie met het geheel.

De beproevingen - Als de leerling zijn doel ontdekt heeft, stelt de meester hem de vraag of hij in staat is om door de woestijn te gaan.
In de boeken over nieuwe spiritualiteit zonder band met de traditie lezen we: "Ontspan jezelf, mediteer, dat brengt een heel pak weldaden met zich mee." In het soefisme vermaken we ons niet met zulke dingen, het leidt nooit tot transcendentale werkelijkheid.
In de Traditie mag niemand een onderricht improviseren of uitdenken dat geen steunpunt, geen wortels heeft, dat niet in het licht van de Openbaring en die goddelijke stroom (baraka) bezit, die van generatie op generatie is doorgegeven.

Wenst een mens zijn realisatie dat zal hij daar de prijs voor moeten betalen en hij zal worden beproefd zoals al zijn voorgangers. Onze verlangens, onze passies, ons ego zullen in opstand komen, onze omgeving zal ons niet begrijpen enz. Elk atoom in ons, elke cel moet de transformatie ondergaan - op bewust, psychisch, intellectueel en lichamelijk vlak. Ons volledige wezen moet die metamorfose ondergaan. Het gaat om een totale beproeving.
Dan krijgt de leerling in de verte de oase in het oog. Alvorens Hem te zien en te weten dat Hij er is, legt de leerling zijn Weg af met het vertrouwen in de gidsen die hem op zijn Weg begeleiden. Wanneer hij Hem ziet, dan is het de staat van zekerheid die hem verder doet gaan.

Houden van God - liefde is de basisenergie die het mogelijk maakt om voort te gaan. De liefde wordt beleefd op de Weg naar God, maar ook als mens, met onze kinderen, onze partners. De kracht van de liefde zal alles bepalen op de tocht, want onderweg zal de mens struikelen, vallen, weer opstaan, opnieuw uitglijden, maar telkens weer opstaan als de liefde voor zijn Schepper in hem woont. Bij noodlot zal er opstandigheid zijn die omgevormd moet worden tot overgave, met daarna liefde.

De Namen van God - Vanaf het ogenblik dat de leerling tot rust is gekomen en een kern bezit, die bezield is met de kracht van de liefde zeggen we hem: "Nu is het aan jou om de Namen van God te realiseren." Elke Naam en elke Eigenschap van God bestaat in ons en in de schepping met een bijzondere bedoeling, namelijk dat het geheel wordt bezield en tot leven gebracht in de opperste Naam die ze alle bevat en die we nog niet hebben gerealiseerd: die Naam moet ons worden geopenbaard.
De openbaring, de kennis van die Naam maakt het mogelijk om de hele rest totaal te belichten, want elk van ons draagt die bedrukte matrijs in zich, in zijn bewustzijn, in zijn ziel. Dat is het doel van de zoektocht. God openbaart zich door Zijn Namen. De 'Wetende' is bijvoorbeeld de naam die in zich alle kennis van de werelden draagt en alle 'kennenden' voeden zich met die Naam. Maar om de Eenheid te bereiken - de realisatie - is het nodig dat alle namen worden verenigd in de opperste Naam. Zolang men díe openbaring niet heeft gekregen, blijven alle andere eigenschappen van God beperkt.

We dragen al die namen in ons, zonder uitzondering, want zonder die Namen zouden we niet kunnen bestaan, niets kunnen bereiken. Ze vormen de eigenschappen van God, alvorens die van de mens te zijn. Alles is in ons, we dragen het oorspronkelijke Wezen in ons, het adamische archetype dat verzegeld en gewaarmerkt is in elk van ons.
We zijn allemaal volledig; in de voor-eeuwigheid hebben we allemaal dat zegel van God gekregen en we kunnen het opnieuw ontdekken: het werd sinds alle eeuwigheid in ons gedeponeerd. Een deel van ons - ons verlangen - legt op die tocht de Weg bewust af. Een ander onbewust deel van ons drijft ons naar die realisatie. Op de Weg vloeien beide delen samen zoals onze beide voeten elk om beurt een stap zetten om vooruit te gaan. Als we snel willen evolueren trappen we in een val en struikelen.
Maar op deze Weg is het precies zo belangrijk om te weten dat we niet weten: dat is 'handelen' in het 'niet-handelen'.

De retraite - Het is de meester die de opperste Naam openbaart en de leerling krijgt tijdens de retraites de techniek mee voor de aanroepingen. Dan volgen ledigheid ... en vernieuwing. De mens verliest alles, behalve Hem: "Hij is de Eerste en de Laatste, de Zichtbare en de Verborgene en Hij is Alwetend." Wetenschap, fortuin, wijsheid, gezin ... alles verdwijnt. Het enige wat telt is het water dat tot leven brengt. Er zijn vele dwaalsporen, ook in het zgn. goede. Het enige doel is de realisatie in God, aangewakkerd door retraites die fundamenteel zijn om opnieuw aan te sluiten op de fundamentele traditie.

De spirituele dans - een retraite kan een leerling voorbereiden op 'het proeven', de spirituele dans - 'dhikr'. Het komt erop aan dat op het einde een intense onderdompeling in de Naam wordt beleefd, men wordt een onbeschreven blad. Het is een uniek model tot transcendentie. Op onze Weg spreken we niet over onze spirituele ervaringen, hoewel die niet geheim zijn. In de soefi-weg is hoogmoed de hoogste vorm van dwaasheid omdat het anderen kan onderwerpen.

De gevaren van een praktijk zonder meester - want wie geen meester heeft, die heeft de Satan tot meester. Ga niet over tot aanroepingen zonder leiding, want psychisch is de mens bijzonder delicaat en broos. De spirituele energie is een licht, maar het is ook als een vuur dat alles kan verbranden als het niet juist wordt gebruikt.

De majdhoeb - 'verzwolgen in God'. Ze leven zo in een roes dat ze niet in staat zijn anderen te leiden. De soefi roept soms die zijnstoestanden op, maar de majdhoeb verkeert er permanent in en heeft geen enkele aardse band meer, zwerven, provoceren. enz.
Die majdhoebs zijn vaak verbazingwekkende personen, vrije mannen die leven door Hem en ons, stervelingen, ondervragen met hun flitsende vonken, die onze vertrouwde wereld zomaar in flarden schieten.

Broederlijkheid in de tarîqa - Als de sjeik er niet is dan zijn er de verantwoordelijken die hem vervangen. We moeten ons dicht bij de meester voelen, maar het kan voldoende zijn om hem slechts een of twee keer per jaar te zien als we oprecht en ernstig uitvoeren wat hij ons vraagt. Er zijn ook leerlingen die tot op zekere hoogte kunnen helpen. Ook zijn er driedaagse bijeenkomsten waarin de sjeik iedereen ontvangt. Daarnaast zijn er studiedagen rond een thema, oecumenische ontmoetingen en de vieringen van de grote feesten. Ook zijn er vieringen ter ere van enkele grote heiligen.

terug naar de Inhoud

7. Man en Vrouw
Het eerste paar - Toen God Adam had geschapen in de vóór-eeuwigheid, in de niet gemanifesteerde imaginale wereld en Hij hem Zijn kennis had ingegeven en bekrachtigd door al Zijn Namen, verkeerde Adam in de absolute, niet materiële Eenheid, in volle aanschouwing van God.
De Goddelijke Wil wenste van hem zijn vertegenwoordiger op aarde te maken (khalîfa). Dat adamische archetype dat alle kiemen van de toekomstige mensheid in zich droeg, werd door God gesplitst toen Hij uit Adams linkerzijde zijn echtgenote Eva schiep. Zo kon de schepping van de mensheid beginnen.
De engel Iblies weigerde voor Adam te buigen en hij verleidde Adam met zijn voorstel hem de boom van het eeuwige leven te wijzen en een heerschappij die niet vergaat. Maar zijn Heer bracht Adam op het goede pad. De engelen konden de duistere kant van het schepsel zien, maar zijn andere - lichtende - kant bleef voor hen verborgen. We staan dus voor een wezen dat vanaf de schepping al omstreden was, niet af was. Vanaf die paradijstijd bleef er een strijd bestaan tussen het adamische paar en satan.

De ongehoorzaamheid - Het menselijke geslacht zal zondigen in de verwaarlozing van het goddelijk bewustzijn. Satan was de eerste sluier die het adamische paar afwendde van het licht dat hen leidde. Er volgde een verdrijving uit het paradijs en het paar werd omgevormd van hun toestand van zuiver licht naar materiële, aardse wezens, opgesloten in een lichaam van klei dat allerlei harstocht en nood kent, maar dat de herinnering blijft dragen aan het paradijs en dat levenslang zal blijven zoeken - en als het goed is met berouw.
Gods bedoelingen zijn ondoorgrondelijk en soms voert hij zijn besluiten uit door de ongehoorzaamheid en de sluier.

terug naar de Inhoud

De fasen van de schepping - De oorsprong van de mens op aarde blijft een raadsel. Zijn schepping is van tweeërlei aard: deels hemels, deels aards. De oorsprong van de lichamelijke mens ligt in de aarde; maar zijn rede en bewustzijn wijst naar elders. De mens is in zekere zin de laatste schakel in de lijn van de Schepping.
De Koran spreekt over het geschapen zijn in fasen. Dat betekent dat de mens zoals wij hem kennen het gehele proces van de evolutieketen heeft meegemaakt.
We kunnen ons vragen stellen over het verband met het dieren- en het plantenrijk. Er is een integratie, het dier is niets anders dan een plant die van de aarde werd losgemaakt en de plant is een dier dat met de aarde werd verbonden. Een traditie zegt zelfs dat Adams kleed uit schubben bestond. Ontstaan uit water en klei maakt de essentie van het leven een evolutief proces mee dat gewild, gericht en gekoesterd werd door een Hogere Wil, tot aan die laatste fase waar het Goddelijke Licht het bewustzijn van de mens bewoont en hem verbindt met de Geest, de Oorsprong van zijn oorsprong.

Realisatie is in feite alleen maar dat transcendentale proces dat ons van de ene fase naar de andere die transformatie doet ondergaan tot aan de uitdoving (fanâ) van de materie in de Geest. Alle wijsheden, religies en openbaringen hebben de mens sinds de aanvang der tijden herinnerd aan deze fundamentele waarheid.
Enkel dat Goddelijke Verlangen dat van de mens Zijn khalîfa maakt, verheft hem en drijft hem ertoe die sprong te maken naar dat onbekende Zelf, dat hem eerst verbindt en daarna aansluit op het Universele. Dat is het symbool van de islamitische maan waarvan de punten elkaar proberen te bereiken om de volmaakte cirkel te vormen, symbool van de gerealiseerde mens.

Alle mensen gaan terug tot Adam en zijn daarin gelijk aan elkaar. De mens kan alleen maar superieur zijn door de geest. Het is de geest die hem in staat stelt in de Eenheid te leven en in de permanente vrees voor de val. Iedereen heeft dezelfde kansen op realisatie, maar van Godswege is het zo dat de ene sneller evolueert dan de ander.

Het leven, een Goddelijk geschenk - Het leven is een goddelijk geschenk dat werd toevertrouwd aan het eerste paar. Adam is aanwezig in elk van ons. Als een kind ter wereld komt, verkeert het in een paradijselijke staat: hij kijkt en aanschouwt en verkeert in een toestand van onbevlektheid. En aan wie valt dan de rol te beurt om het te laten eten en drinken? Aan de ouders.
Maar een kind kan geen kind blijven, anders kan hij niet evolueren. Het eerste verzet van het kind is gericht tegen zijn ouders. Het is pas op volwassen leeftijd dat hij met een bewuste wil waarheid gaat verkiezen boven afdwaling. Het is met een verantwoorde keuze, uit verlangen, uit liefde dat men terugkeert naar God. Het is door dit proces dat hij zich gaat ontwikkelen en de wereld ontdekt.

De eerste inwijding - In de boodschap van de Uniciteit wordt het kind ingewijd vanaf de puberteit, vanaf het ogenblik dat hij zich kan gaan voortplanten. De goddelijke boodschap richt zich tot de mens die verantwoordelijkheid kan gaan dragen voor daden en woorden. Vanaf dat moment wordt alles in rekening gebracht.
De moderne samenleving heeft hiervoor geen goede voedingsbodem. De ouders dienen het kind de noties mee te geven van de Goddelijke Eenheid en over de zin van zijn mensheid, anders raakt het kind ontworteld. Want als alles ontheiligd is, wordt een mens bedroefd en komt hij te staan voor innerlijke problemen. De wereld van nu is het resultaat van ons innerlijke leven, want we leven meer en meer in het veelvoudige en in het complexe. Het is slechts door weer naar de Eenheid te zoeken dat we ons evenwicht kunnen terugvinden en dat het adamische wezen zijn oorsprong terugvindt.
De Eenheid roept ons terug naar de gelijkheid, naar het delen en naar het criterium:
"Doe het goede en laat het kwade," in onszelf en in de maatschappij. Het egoïsme moet allereerst verdwijnen in ons eigen hart.

De rol van de vrouw - De vrouw is de moeder van de maatschappij. In de koranieke openbaring is de vrouw en haar ziel niet minderwaardig. Ze is de gelijke van de man, zowel op het vlak van de schepping als van het zijn. De vrouw is evengoed als de man in staat om de hoogste mystieke staten te bereiken. Er is slechts een natuurlijk verschil. Maria heeft deze plaats in de Koran, evenals de moeder van Mozes. Omdat het lichaam niet uit de hemel neerdaalt, moet het zich vormen in de vrouw om de ziel te kunnen verwelkomen.

De Profeet hield de vrouwen voor dat er bij het kinderenbaren een muur werd opgetrokken tussen haar en de hel. Alle zonden zijn haar vergeven zodra ze leven heeft geschonken en zodra ze aanvaard heeft haar rol te spelen in de schepping. Het paradijs ligt aan de voeten van de moeder. En niet aan die van de vader. Opvallend zijn hier de rol en de rang van de moeder, zowel in de aardse maatschappij als in de hemelse wereld. Hiermee verheft de Profeet het moederschap in de adelstand. Naast de liefde voor onze kinderen is er de liefde voor onze ouders, met een voorkeur voor de moeder.

De beschermster van de traditie - De vrouw is het die de naties schept. Ze is de beschermster van de gewoontes, van de tradities, de eer van de familie. De vrouw is de pijler van de maatschappij. Het westen bekijkt de moslimvrouw op een karikaturale manier, omdat ze niet beantwoord aan het beeld van de 'vrijgevochten' vrouw. Maar in principe is de vrouw een wezen dat meer kan geven dan ze krijgt. De vrouw is de bodem van stabiliteit en vruchtbaarheid voor de rust van de zielen.
Als we het hebben over de evolutie van de vrouw gaat het eigenlijk over een vals probleem omdat we de evolutie van het menselijke wezen niet kunnen opsplitsen. Ofwel gaan alle wezens samen vooruit, ofwel gaan we naar een steriel ideologisch debat waar man en vrouw elkaar bekritiseren.
In de islamitische traditie zijn man en vrouw helaas gevangen gezet in lokale en voorouderlijke gebruiken die indruisen tegen wat in de Koran geschreven staat. We moeten terugkeren naar de Heilige Tekst.

De alif en de bâ - In de moslim-esoterie kan de Goddelijke Openbaring begrepen worden door de eerste letters van het alfabet: alif en bâ.
De eerste is het mannelijke element of de geest, de tweede het vrouwelijke element of de scheppende ziel. De alif heeft een verticale positie, de bâ is een liggende letter.
Door te gaan liggen, heeft Adam (alif) het leven geschonken aan Eva (bâ). Adam draagt Eva dus in zich, zijn tweede natuur is vrouwelijk van aard. De dualiteit is later geschapen, maar er is geen breuk. Alleen in overstijging van het debat (mannelijk of vrouwelijk) en in de terugkeer naar onze eenheid ligt het antwoord.
In de liefde hebben man en vrouw altijd weer die eenheid gezocht. Als we trachten beide wezens te harmoniseren, vinden we de eenheid terug. De samensmelting van de alif en de bâ is de scheppende kracht achter de geboorte van de mensheid. Het belangrijkste voor man en vrouw is de zoektocht naar een terugkeer van de effectieve en reële eenheid in elk aspect van het dagelijkse leven. Die zoektocht verloopt in het kader van de harmonie van het individu, van het echtpaar, van de groep, van de natie en van de hele mensheid. De Profeet zegt:
"De gelovigen zijn één lichaam. Als een van de organen ziek is, is het hele lichaam getroffen door slapeloosheid en koorts."

De gulden middenweg - De islam is de gulden middenweg omdat hij de menselijke aard neemt zoals die is. Daarom is echtscheiding mogelijk. De Profeet zegt: "De geoorloofde zaak die God het diepst veracht is echtscheiding." In de islam zet men liever dingen in het volle daglicht, dan ze te verbergen. De islam ziet het huwelijk als een overeenkomst tussen twee partijen en niet als een heilige verbintenis voor het leven. De overeenkomst kan naar wens worden ingevuld. Vóór de tijd van de islam hadden de mannen in het Oosten het recht om met verschillende vrouwen te leven. Het is de islam die het aantal beperkte tot vier.

De liefde - De menselijke liefde kan ook de aanleiding zijn tot een openbaring van de overstijgende liefde, want het is het meest dynamische en krachtigste middel om ons terug te voeren tot de Eenheid. Maar het is ook mogelijk om niet te trouwen en toch in de Goddelijke eenheid te leven. Khadiia, de vrouw van de Profeet, heeft hem geholpen, beschermd en bevestigd.
De vrouw is een aanzienlijke kracht voor de man en omgekeerd. Er is eenheid als de twee wezens tot harmonie komen en innerlijk evolueren, zoals ze ook uiterlijk evolueren. De harmonie in zichzelf vinden betekent ook de harmonie in de ander vinden. Het mannelijke en het vrouwelijke deel dragen we allemaal in ons. Het is de ervaring op het aardse vlak die ons verder voor de universele dimensie kan openen.

terug naar de Inhoud

8. De Goddelijke Tijd
God heeft het woord gekozen om zich tot ons te richten. Het woord is het voertuig van de gedachte. De ware communicatie komt in de stilte.

terug naar de Inhoud

Goddelijke aanwezigheid - De tasawwuf is een Weg die de mens naar de Eenheid leidt. God is tegelijk het Alles, het Andere, het Onkenbare. Het is de mens die de dualiteit schept door van God een aparte entiteit te maken. In werkelijkheid is Hij nooit van ons gescheiden geweest. Het is onze onwetendheid en hoogmoed die Zijn 'aanwezigheid' verhullen. Maar beetje bij beetje heft de aanbidding de sluiers op.
De Profeet: "Op aarde zijn er tekenen voor hen die vast overtuigd zijn en in jullie zelf. Hebben jullie dan geen inzicht? "(soera 51, 20-21). En: "Wij zijn namelijk dichter bij Hem dan onze halsslagader."(soera 50, 16)
God is altijd aanwezig geweest in het hart van de mens. En Hij is er niet alleen altijd geweest, maar er is alleen maar Hij en niets anders dan Hij. Daar is het waar de causaliteit en de finaliteit liggen, in het Alles (het Al).

God is Eeuwigheid - Dit begrip kan niet intellectueel worden benaderd. Als we de tijd zouden willen bevatten dan moeten de grenzen van onze individualiteit verdwijnen. Het Goddelijke is verordening en mysterie. Lichaam en verstand zijn werktuigen die de mens zijn aangereikt als hulp. Maar zodra het gaat om de universele waarheid is de rede niet meer doeltreffend en als het ware verkrampt. Vanaf een bepaald ogenblik verloopt de zoektocht op een ander vlak, anders wordt de rede een hinderpaal voor de ervaring van het Al, van de veelheid en de Uniciteit.

Het oorspronkelijke wezen - Als de leerling voor deze spirituele Weg kiest, vragen we hem zijn oorsprong terug te vinden die niet intellectueel was, noch rationeel, noch lichamelijk, maar eenvoudigweg spiritueel. Alles wat beperkt is in de tijd is denkbeeldig: het is de illusie van één ogenblik, zelfs al duurt het eeuwen. Zelfs de aarde is beperkt.

Gematerialiseerde tijd - We kunnen ook vaststellen dat de Waarheid niet toebehoort aan een groep mensen, en nog minder aan onszelf, maar dat wij de Waarheid toebehoren. De Waarheid is eeuwig. Voor de soefi volstaat God:
"Hij is de Eerste en de Laatste, de Zichtbare en de Verborgene,"(soera 57, 3) de Innerlijke en de Uiterlijke. Hij is in mij, maar ook buiten mij, want ik ben maar een ogenblik in de tijd. Wij zijn een waterdruppel die zijn individualiteit verliest als hij neerplenst in de onmetelijke oceaan. Als we naar het Absolute terugkeren zien we dat Hij het is die Doet, de Alwetende. Hij is het die ons inspireert, om ons geeft en voedt. Weer is Hij het die ons vorm geeft door ons te laten leven en sterven. We komen van Hem en keren terug naar Hem. Net zoals de tijd, waarin het ogenblik sterft. De tijd die alles in zich opneemt en het voortdurend mirakel van de schepping herhaalt.

De Profeet: "Zoals wij de eerste schepping begonnen zijn, zullen wij haar herhalen. Dit is een toezegging waartoe wij verlicht zijn. Wij doen het zeker." (soera 21, 104)
Elke beschaving is uit de tijd ontstaan. Het is de tijd die ons de onschuld van het kind geeft, de kracht van de volwassene, het inzicht van de rijp geworden en bezonnen man. De tijd geeft de jeugd, de wijsheid en de ouderdom, en dankzij onze rimpels zien we hoe hij dag in dag uit op ons inwerkt. We kunnen de tijd niet aanvechten of stopzetten.
Elke ervaring is maar een ogenblik van de tijd die we te leven krijgen en die we daarom zo positief mogelijk moeten beleven, zonder hoogmoed of verwaandheid, door ons ego tot bedaren te brengen en als dienaar van de weg.

terug naar de Inhoud

De cirkel en het middelpunt - Wij zijn geen zuivere geesten en het bestaan vraagt ons om onze verplichtingen - hoe eenvoudig ook - na te komen: symbolisch weergegeven door een cirkel. Het dagelijkse leven is de ideale plaats voor het lijden. Die cirkel is het ook die opstandigheid en dualisme veroorzaakt. Elke minuut dat we God vergeten, vergroot ons lijden.
De herinnering aan God roept ons terug naar ons oneindig en onveranderlijk middelpunt, geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Naar dat middelpunt terugkeren door gebed, bezinning, herhaling van de Goddelijke Namen, of aanschouwing, is een terugkeer naar onszelf. Deze terugkeer licht het doek op dat uitgespreid lag over onze tegenstellingen en ons lijden: deze worden dan tot heilzame beproevingen en vormen geen kluisters meer.

De basmala - De moslim begint elke daad met de basmala:
"In Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige." Deze formule heiligt en overstijgt de daad en maakt die mens tot instrument van de Goddelijke Wil.
Het ego vervaagt en de Doener is niemand anders dan God door ons heen. Al ons handelen wordt aangesloten op de scheppende en soevereine bron. De 'mensen van de Weg' voeren al hun daden uit 'in Naam van God'. Voor hen is alles wat niet in Zijn Naam wordt volbracht afgesneden van de bron. De aanroeping geeft aan elke daad haar verticaliteit.

Basmala zeggen betekent dat het ego er niet meer is en dat alles wordt volbracht in Naam van God. Zo wordt elke daad teruggevoerd naar de Eenheid en het bewustzijn wordt almaar krachtiger en ruimer. Die uitbreiding van het bewustzijn verankert zich in de leerling door het vertrouwen in God, in de Eenheid. Een vertrouwen dat zich langzaam vormt tot zekerheid. Elke kennis, elke waarheid ligt bevat in de ultieme Waarheid die zelf besloten ligt in de kracht van de Basmala. We keren terug naar die ultieme Waarheid en het is door Zijn wil en Zijn kracht dat we leven.
In het christendom vinden we: "In Naam van de Vader, dat Uw wil geschiede," wat betekent: dat Uw Goddelijke wil worde volbracht en niet mijn menselijke wil.

terug naar de Inhoud

Het innerlijke leven - De tarîqa (esoterische weg) helpt ons het moment in God te beleven. Het zijn onze innerlijke toestanden die de buitenwereld kleur geven. Door de omvorming van onze innerlijke wereld wordt onzer buitenwereld gewijzigd. Maar dit is nooit een blijvende werkelijkheid en moet steeds opnieuw worden bevochten. Zo stelt God ons op de proef. We krijgen de beproevingen om innerlijke zuiverheid, groei en rijping mogelijk te maken. De zuivering is ook een ontsluiering, waardoor de mens duidelijker gaat zien.
terug naar de Inhoud

9. Het Ogenblik van De Waarheid
Vanaf de oorsprong van de islam hebben de teksten het over de overwinning op de lichamelijke dood. De tulband die de gezellen van de Profeet droegen, was bedoeld als lijkwade, want zij stonden altijd klaar voor de overtocht.

De overgang - In de islamitische traditie wordt gezegd dat het wezen de andere wereld binnentreedt door een deur, een doorgang (sirât), die ook wordt beschreven als een lijn die - voor wie zich heeft voorbereid - zo breed is als het universum en tegelijk - voor wie zich niet heeft voorbereid - zo dun als een haar. Het is een verplichte doorgang. Het geeft aan dat het geheel van onze daden bepaalt hoe het zal zijn.
De dood wordt in het Westen tot een steeds eenzamer fenomeen. Juist op het ogenblik van de dood moet het bewustzijn het meest zuiver zijn, vol liefde, vergeving, onthechting en gericht op de uiteindelijke, zo lang verwachte ontmoeting. Het heengaan moet volledig aanvaard zijn.

De voorbereiding op het heengaan - We bereiden de stervende voor en verlenen bijstand aan zijn familie. Als de verwanten droevig zijn, ervaart de stervende dat als een belemmering. Tijdens ons leven blijft de ziel gevangen in het lichaam, als in een kledingstuk. In Genesis weigerde de vrije ziel in het lichaam van Adam te treden. God riep de engelen om de ziel te verleiden met muziek.
Het wezen van de mens is heilig en elk mens moet als het kan worden bijgestaan. Als een mens heengaat, verliest hij zijn identiteit, omdat hij naar zijn oorsprong terugkeert en in zich de volledige erfenis van Adam meedraagt. Daarop leerde de Profeet: "Eer de zoon van Adam - wie hij ook is."
Aangezien het soefisme een Weg van overgave is, kunnen we zeggen dat wie zelfmoord pleegt zijn lotsbestemming weigert. Maar alleen God weet! In de traditionele moslimwereld is zelfmoord uiterst zeldzaam. De dood kan ook buitengewone vreugde aan het licht brengen.

De allerlaatste reis - Degene die op het punt staat heen te gaan, wordt door zijn familie bijgestaan en als hij aangesloten is bij een van de soefi-wegen, dan zijn het zijn broeders die deze taak op zich nemen en bij hem blijven waken. Er zijn speciale gebeden en gebaren, zoals het opleggen van handen op bepaalde plaatsen van het lichaam om de energie te harmoniseren.
De stervende wordt aangesproken met de voornaam van zijn moeder. Het allerlaatste gebed is een gebed van leven: lâ ilâ-ha-illa-llâh. Dat was het eerste levensgebed dat in zijn oor werd gefluisterd op het ogenblik van zijn geboorte en het laatste dat hij zal zeggen of horen bij zijn heengaan uit dit leven. Op het preciese ogenblik van de dood is het noodzakelijk dat er eenheid bestaat tussen de lichamelijke en de spirituele energie.

Het laatste woord - De islam kent verschillende fasen in de doodstijd: woede, berouw, warmte, kou. Eerst is er de warmte die heengaat om plaats te maken voor de kou die bij de voeten begint en opstijgt. Bij bewustzijnsverlies wordt de sjahâda gereciteerd en de naam van de moeder genoemd. We trachten dat de stervende dit met ons kan opzeggen. Zo zal hij vertrekken met op zijn lippen het woord van de Uniciteit dat de overgang vergemakkelijkt.
De samenvatting van heel zijn leven gaat zich op dat moment afspelen en het beetje bewustzijn dat overblijft moet in het Ene worden opgenomen. Daarom kan medicatie maar het beste zoveel mogelijk vermeden worden. Wel pijnverlichting. Maar het belangrijkste is dat de leerling zich bewust blijft. Hij moet niet ongerust zijn, maar wel waakzaam.
Bij het naderen van de dood zijn er onmiskenbare tekenen. De relatie tussen een soefi-meester en een stervende is dan heel intiem. Het gaat om een verplichte doortocht, die soms zacht en soms gewelddadig verloopt. Het kledingstuk van het lichaam verscheurt en vergaat. De waarheid moet voor de stervende niet verhuld worden. Hoe vollediger de aanvaarding is des te gemakkelijker de bevrijding.

De spirituele dood - De dood is geen eindpunt, maar een toegang, een deur waardoor we verder kunnen gaan in de onzichtbare wereld. De spirituele dood is een tweede geboorte. Alle dierlijke instincten, alle negatieve instincten die de mens in zich draagt, moeten worden verwijderd. Het menselijke wezen moet in zich de kwintessens van de meest verheven karaktertrekken behouden die hem tot plaatsvervanger van God op aarde maken.
De voorbereiding op de dood van het ego is voor degene die de Weg begaat eigenlijk de belangrijkste gebeurtenis, want het gaat erom af te sterven aan zichzelf om te leven in het Absolute en zo de Goddelijke eenwording te realiseren. Dat is het enige dat telt.

Wie in de loop van zijn leven zijn egocentrisme nooit te boven is gekomen, heeft spiritueel zijn doel gemist. Al het werk van een leerling in de loop van zijn leven is gericht op de dood van het ego. Ik meen dat als een leerling serieus het doel van zijn realisatie nastreeft, maar dat aan het eind van zijn dagen niet heeft bereikt, hij dan heel zijn bewustzijn en al zijn energie zal moeten toespitsen op het ogenblik van zijn grote vertrek. Het heengaan wordt dan voor hem de gelegenheid om het scherm dat het lichaam was, te verscheuren en door zijn lichamelijke dood toegang te krijgen tot de Eenheid. De dood wordt dan een buitengewoon middel van toegang tot het Absolute.

Aan Hem alleen behoort onze lotsbesteming - Gods reddende hand is bij iedere mens aanwezig, maar er bestaan geen recepten en geen voorbestemming. Hij beslist over ons lot. De overledene wordt zo spoedig mogelijk begraven om vrede en barmhartigheid te laten neerdalen in het hart van de verwanten. De verwanten zullen de dode op de zevende dag na het overlijden gedenken met reciteren van de gepaste Koran-verzen.

De tussenwereld, de hemel en de hel - Er wordt gezegd dat de ziel na het overlijden een zekere tijd in de 'barzakh' - de tussenwereld - verblijft. In die tijd bevrijdt onze ziel zich van alle negatieve aspecten die ze in dit leven heeft meegekregen, want we kunnen de hogere wereld alleen maar binnengaan in een staat van zuiver bewustzijn.
Het is in dit stadium dat symbolische begrippen van hemel en hel opduiken, begrippen die feitelijk wegen zijn om toe te treden tot de uiteindelijke Werkelijkheid. De weg van de hemel wordt opwaarts afgelegd. Dat is de weg van de totale realisatie, namelijk de aanschouwing van Gods Gelaat.
De weg van de hel wordt neerwaarts afgelegd door zielen die hun aardse leven geleefd hebben in totale verwaarlozing van God. De hel is even heilzaam als de hemel. De profeet sprak: "De mensen in de hemel jammeren even hard als de mensen in de hel."
Dit kan erop wijzen dat de hemel nog een fase is en een beperking zolang de ziel het Goddelijke, het Absolute niet heeft teruggevonden. Feitelijk zijn beide routes een onmetelijke barmhartigheid van de Schepper jegens zijn schepselen.

Alle spirituele tradities roepen de wereld van het hiernamaals op met beelden en symbolen.
Als de dode begraven is, treurt men niet meer om zijn afwezigheid, want daardoor wordt de reis van de ziel makkelijker. Zelfs het vasthouden van herinneringen blijft een belemmering voor de ziel. Aan de dood denken en aan het kortstondige aspect van dat alles, werkt als een barometer die ons op de vergankelijkheid wijst van wie of wat we denken te zijn.
Hieruit vloeit voort dat we in ons leven goed moeten weten wat we boven alles verlangen, en dat we vooral moeten weten waar we naartoe willen. De profeet zegt:
"Leef in dit leven alsof je eeuwig zou leven en werk tegelijkertijd voor het andere leven alsof je morgen zou heengaan." Wat betreft de Dag van het Laatste Oordeel moet elke daad worden verricht op de juiste wijze en met de hoogst mogelijke graad van bewustzijn.

Reïncarnatie - De islam laat de vraag hierover open. De Koran zegt dat onze oorsprong materieel, mineraal, plantaardig en dierlijk is. Op het ogenblik van de dood keren alle samenstellende elementen van het lichaam terug naar hun oorsprong. Op grond hiervan zou men kunnen spreken over de eventuele reïncarnatie van een deel van ons lichaam, want alles vormt zich om. De geest woont in het lichaam en op de dag dat het lichaam zijn rol heeft vervuld, vertrekt de geest en keert terug naar zijn oorsprong. "En God weet beter! "

De angst voor de dood - We komen allemaal een keer voor de beproeving te staan voor de angst van de dood. Als we dicht bij de lichamelijke dood hebben gestaan, dan wordt het een natuurlijk fenomeen en worden de wortels van de vrees weggehaald en wordt de schaduwzone uitgewist. Op het ogenblik van intense angsten wordt de leerling zich bewust van de basis van zijn spirituele praktijk en van haar herkenningspunten. Gelukkig bestaat er die onmetelijke goddelijke Barmhartigheid om zich aan vast te klampen.
De Profeet zei: "De mensen slapen. Pas als ze dood zijn, worden ze wakker."

terug naar de Inhoud

Besluit - In onze tijd wordt alles opnieuw ter discussie gesteld. De meest dringende vraag is dat de mensheid tot een punt komt, vanwaar geen terugkeer mogelijk is. Vroeg of laat zal de mensheid inzien dat zijn geluk alleen maar verbonden kan zijn met terugkeer naar het Absolute, naar het Eeuwig Ware, naar de Barmhartige.
terug naar de Inhoud

Laten we terugkeren naar de kern, naar dat vonkje Geest dat zich in ieder van ons bevindt.
Vandaag is het onze plicht om in alle nederigheid een antwoord te geven op de problemen van de mensheid. Niet met antwoorden uit de middeleeuwen. Alle culturen hebben bijgedragen aan de beschavingen en de islam draagt al die aspecten in zich.

terug naar de Inhoud

Opmerkingen en raadgevingen
1. Interesseer u momenteel meer voor de mensheid, dan voor spiritualiteit. We moeten de mensheid richten naar de universele mens. Als spiritualiteit daarbij kan helpen, des te beter. Maar als ze een handicap is of een belemmering of een egoïstische zelfbevrediging, laat haar dan varen.
2. Al wie een kloof aan het scheppen is tussen de islam en het Westen begaat een ernstige fout, omdat hij aan beide kanten haat, woede en wraak voedt. De moslimwereld heeft hulp nodig om zijn stabiliteit, zijn evenwicht en zijn gulden middenweg te vinden.
3. Laten we menselijker worden en onszelf beter leren kennen in onze innerlijkheid om dichterbij te komen bij het archetype van de universele mens!
4. Het conservatisme is niet alleen in de moslimwereld, maar overal aanwezig. Het is de uitdrukking van angst, onwetendheid en de teloorgang van elke vorm van redelijkheid.
Als de geest uit de gemeenschap is verdwenen, dan vertrekt de wijsheid kort daarop, verzwakt het bewustzijn en verliest de redelijkheid terrein. Zelfs spiritualiteit wordt dan een handelszaak.
5. Waarheid bestaat er eerst en vooral in dat we in harmonie komen met onze tegenstrijdigheden en dan onze pelgrimsstaf opnemen. Spiritualiteit is niet anders dan uitgedrukte eenvoud. Een terugkeer naar de oorspronkelijke eenvoud is alleen mogelijk door te leren ontleren, door het stof te verwijderen en door nieuw leven in te blazen in de eenvoudige en universele waarden die de fundamentele kenmerken zijn van het hart van de mens. Er is maar één betere waarheid: het onzegbaar en onkenbaar Goddelijke.
6. En tot Hem is het dat we ons vóór alles moeten richten. Want indien ik een Weg ben ingeslagen, moet ik niet lopen rondbazuinen dat dit de enige Weg is en dat er buiten die Weg geen heil bestaat: de Waarheid is immers overal aanwezig. Anders sluiten we de deur van Gods Barmhartigheid.
7. Realisatie bestaat erin om meer en meer door hem te worden verlicht. Om ons daarbij te helpen is het gebed onmisbaar. Want als we ons bewust worden van de Uniciteit worden we ons bewust van onszelf en van de anderen.
8. Aan God behoort de wil zodat de verschillende godsdiensten elkaar kunnen ontmoeten. Zoals de Koran zegt: "O mensen, Wij hebben jullie uit een man en een vrouw geschapen en wij hebben jullie tot volkeren en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar zouden kennen." (soera 49, 13) Niemand bezit het monopolie op de waarheid, want de waarheid is niet menselijk, maar Goddelijk.
God is groot! (allâhoe akbar). Hij is groot en stijgt boven ons allen uit.
9. Als we één gebed zouden mogen bidden, dan bidden we dat God onze schreden zou leiden en ons verdraagzamer zou maken. Dat Hij de haat uit onze harten verwijdert en er liefde voor in de plaats brengt. Dat Hij de woede wegneemt en haar vervangt door Zijn wijsheid om bewuster te worden van onszelf en van de anderen, en ons in staat stelt die gave te delen die wel allemaal hebben gekregen: het léven.
10. Elk wezen moet zijn eigen reis maken, want God openbaart zich telkens op een andere manier aan ieder van ons, zoals aan de profeten die allen getuige waren van een verschillende uiting van Waarheid.
11. God leidt naar een vernieuwde mensheid die op de Redder wacht, op de Messias.
Alle godsdiensten kondigen die messiaanse tijd aan en wachten erop. Maar wie van ons zal hem erkennen en volgen? Sjeik Hajj Adda zei hierover:
"De groep die werd gevormd om de Messias te ontvangen, zal het idee van zijn ego hebben verbannen! Hij zal dus niet mogen zeggen 'mijn' familie, 'mijn' oorsprong, 'mijn' godsdienst. Dat zal de groep van de heiligen zijn, van de moetah haroen (de gezuiverden) ."
12. Ik voeg er ook nog aan toe dat men op zijn hoede dient te zijn voor meesters, te beginnen bij onszelf. De meester is maar een spiegel waarin de leerling zijn eigen lelijkheid en schoonheid kan bekijken. Zoek toenadering tot meesters die zeggen: "Ik weet dat ik niet weet. En God weet beter. En naar Hem keert alles terug."
"Godsdienst", zei de Profeet, "is oprechtheid."

Dit boek wil niet overtuigen of bekeren. Het is gewoon het getuigenis van een man die door het lot werd geplaatst waar hij het niet had gevraagd. Het is het getuigenis van een man die gelovig is, dienaar en overgegeven aan Zijn wil, zonder verdienste noch pretentie.

Ik vraag vergiffenis aan de Barmhartige God voor de onvolkomenheid van mijn taal waarmee ik Zijn heilige Weg heb beschreven; ik vraag de lezer om begrip indien ik hem zonder opzet zou hebben gekwetst; en ik vraag begrip aan mijn broeders die in de ENE geloven, omwille van mijn grote onwetendheid.

Amin

terug naar de Inhoud

Woordenlijst:
alif en bâ: de eerste twee letters van het alfabet
basmala: in naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige
dhikr: het aanroepen van God
doe'â: smeekbede
hadith: dat wat wordt verteld (over de levenswijze van Mohammed)
ihsân: uitmuntendheid
al-ilâh (allah): (de, het) God
lâ ilâha illa-llâ: er is geen god behalve God
îmâm: vertrouwen
islâm: overgave
jihâd: de grote, heilige oorlog
khalîfa: vertegenwoordiger van God op aarde
maqâm al-ishaân: staat van deugdzaamheid en uitmuntendheid
nabî: een gewone profeet
al-qoer'ân: de koran, de oplezing, voordracht
rasoel: een gezonden profeet
sjarî'a: weg naar de bron; wet, die uit de Koran en de Hadith is samengesteld
sjî'a: partij (sji'ieten: volgelingen van Ali)
soenna: de levenswijze van Mohammed
tarîqa: broederlijkheid met de meester
tasawwoef: soefisme, waarvan de oorsprong teruggaat tot de prille mensheid
tasbîh: islamitische rozenkrans met 99 kralen voor de heilige namen van Allah
zakât: een verplichting van liefdadige aard
zâwîha: een soefigemeenschap o.l.v. een meester


terug naar het literatuuroverzicht

terug naar het weblog







^