Vergelijking tussen het Boek van Thoth, de Tarot en geestkunde


Prof. dr. Woldemar Graf von Uexkuell-Gyllenband, 'Die Einweihung im alten Aegypten', Het Boek Thoth
Dit uittreksel uit deze studie van de oude, Egyptische wijsheid, dient hierbij als uitgangspunt.
Zie voor het volledige boek in het Menu het Literatuuroverzicht onder 'Egypte'.

Het Boek van Thoth beschrijft de gehele ontwikkeling door alle levens heen, die de mens afwisselend in het 'tehuis der geesten' en op aarde doorloopt, en die de mens uiteindelijk tot God terugbrengt.
Het Boek Thoth is een historisch feit. Wijzen en mystici uit de Oudheid en uit de Middeleeuwen grijpen daarop terug (Clemens van Alexandrië, Apollonius en Thyana, Raymundus Lullus e.a.), ook schrijvers uit onze tijd maken er melding van.
Het boek is door de historicus Woldemar von Uexkuell-Gyllenband bestudeerd. Voor dit werk zijn de afbeeldingen in het Boek Toth naar oude verwijzingen en beschrijvingen gereconstrueerd door Leo Sebastian Humer, een talentvolle schilder uit Innsbruck.

[Volgens Rudolf Steiner was de oude helderziendheid die de mensen in de Oudheid bezaten, nog volledig aanwezig in de Indiase en Perzische cultuur; bij de Egyptenaren waren het vooral de priesters die door geestelijke oefening nog helderziende waren. Bij de Grieken waren het alleen een aantal filosofen (Pythagoras, Parmenides, Socrates), terwijl de Romeinen geheel op de stoffelijke wereld waren gericht, maar wel aannamen dat mensen uit vorige culturen erover beschikten - de Griekse cultuur stond bij hen in hoog aanzien en zij volgden die na. In de Europees/Amerikaanse cultuur is dit vermogen vrijwel verdwenen en wordt het bestaan ervan door de meeste wetenschappers afgewezen.
Egyptische priesters wisten van het verloop van de menselijke, geestelijke ontwikkeling en vatten daarom hun kennis over de ontwikkeling die de mens doormaakt, samen in een reeks afbeeldingen met geestelijke strekking: het Boek van Thoth - de god van het schrift en van wijsheid. Zij verbonden deze beelden met hun getallenleer, die later door Pythagoras is bestudeerd en meetkundig uitgewerkt.

Deze verhandeling laat zien dat er een hechte samenhang is tussen:
- de mystieke kennis van Egyptische priesters in de vorm van de genummerde, geestelijke uitbeeldingen in het Boek van Thoth; de beschreven beelden komen uit elkaar voort en vertonen een onderling verband;
- de getallenleer (numerologie) op wiskundige grondslag zoals die door Pythagoras is ontwikkeld,
- de Tarot, zoals die in de loop der eeuwen o.a. uit het Boek van Thoth is voortgekomen
- en de negen persoonlijkheidskenmerken zoals die in Geestkunde zijn beschreven.
De huidige Tarotspellen hebben echter wel allerlei aanpassingen ondergaan, die niet altijd van inzicht in de oude wijsheid getuigen.

Alle afbeeldingen geven een geestelijk onderwerp weer; de eerste negen beschrijven de eigenschappen van de menselijke geest in de vorm van de geestelijke vermogens; pas bij tien begint de ontwikkeling van die eerste negen eigenschappen op een geestelijk pad, dat door de overige kaarten wordt uitgebeeld.
Het pad wordt begaan door de menselijke geest, die bij de tien nog in de toestand van de Dwaas, afbeelding 22, de toestand van onbewustheid en onbeheerstheid, verkeert.
Tussen [ ] staan mijn opmerkingen.]

Inhoud

1. Osiris, de Godheid
2. Isis, de Goddelijke Moeder
3. Horus, zoon van Osiris en Isis
4. de Pharao
5. de Hogepriester
6. Liefde, Schoonheid
7. de Triomfwagen van Osiris

1. Het eerste beeld - Osiris, de Godheid (Magiër)

1 - Osiris, de Godheid
a. De persoon die de geestelijke wetten kent en ze beheerst, een machthebber. De houding van de handen betekent: hij kent de inhouden van de hemel [linkerarm] en hij verwerkelijkt die op aarde [rechterarm]. Hij oefent overal zijn macht uit [in de hemel en op aarde], hij wil zijn omgeving beheersen.
Op zijn tafel bevinden zich (v.r.n.l.) het muntstuk [waarnemen], het zwaard [denken], de schaal [beker, voelen] en de staf [willen, de geestelijke vermogens van de mens die daardoor hier in het middelpunt staan, als op een altaar]. [De hoge kroon [van Latijn 'corona': uitstraling], wijst op de eigen, hemelse uitstraling, de lemniscaat op verbondenheid met de geestelijke wereld.]

b. [Deze beschrijving van het getal 1 is in overeenstemming met het persoonlijkheidskenmerk het 'ingekeerde willen' (zie aldaar in de woordenlijst): het willen van zichzelf, het bij zichzelf willen blijven en het willen handelen naar eigen gedachten en gevoelens. De ingekeerd willende persoon is onafhankelijk en zelfstandig, gaat het liefst alleen zijn of haar eigen weg en wil baas zijn over het eigen leven en de eigen levenswijze.]

terug naar de Inhoud

2. Het tweede beeld - Isis, de Goddelijke Moeder (Hogepriesteres)

2 - Isis, de Goddelijke Moeder
a. De Hogepriesteres, die op een zetel vóór het voorhangsel [in het licht] zit, [daarachter nog verborgen kennis] met twee sleutels in de linker hand en een boekrol - het boek Thoth - in de rechter hand.
[Het voorhangsel hangt tussen een witte pilaar - met de naam Jachin: ik ben bewust - en een zwarte pilaar - Boaz: ik wil - en hebben samen de betekenis: bewuste kracht, geest. Deze pilaren stonden in de Oudheid voor iedere tempel, ook voor die in Jeruzalem. In de tempel bevond zich achter een voorhangsel het 'heilige der heiligen': God.]
De mens kan zijn gaven, in aanleg aanwezig, ontwikkelen door het boek te lezen. De Hogepriesteres begeleidt de zich ontwikkelende mens, maakt hem bewust en opent de deur als het inzicht is verkregen. [Zij zit op een kubus, de aarde en is daardoor bij de mens op aarde aanwezig als diens begeleider, i.t.t. Osiris, die zich in de hemel bevond.]

b. [Deze beschrijving van het getal 2 is in overeenstemming met het persoonlijkheidskenmerk het 'uitgekeerde voelen' (z.a.): het gevoelsmatige streven naar een gevoelsband met anderen om zich heen om zich persoonlijk in te zetten voor hun heil. De uitgekeerd voelende persoon streeft naar aanpassing en overeenstemming, naar dienstbaarheid en samenwerking, en spreekt gevoelsoordelen in de vorm van in- of ontstemming meteen naar anderen toe uit.]

terug naar de Inhoud

3. Het derde beeld - Horus, zoon van Osiris en Isis (Keizer)

3 - Horus, zoon van Osiris en Isis
a. De god Horus, verbeeld door de Adelaar, de alles doordringende levenskracht, de geest die zich op aarde op een top bevindt en die zich in de lucht [ether] gaat verheffen.
De vleugels worden beschermend uitgespreid naar de verheven godin [zijn moeder Isis] vóór hem; maar ook maakt hij zich klaar weg te vliegen en zelfstandig te worden.
Uit de gedachten van het Oerwezen ontstond het Al, juist als uit de gedachten van de mens de hoorbare woorden en de zichtbare daden voortkomen. Maar in de gedachten heerst dezelfde geest als in de woorden en daden.

b. [Deze beschrijving van het getal 3 is in overeenstemming met het persoonlijkheidskenmerk het 'uitgekeerde denken' (z.a.): het denken voor de ander, het opstellen van regels waar anderen een houvast aan hebben. De uitgekeerd denkende persoon is verstandig, zakelijk en heeft een rijke, scheppende verbeeldingskracht; kan goed gedachten onder woorden brengen; spreekt de voortbrengselen van het denken, de gedachten, voortdurend naar buiten toe uit in de vorm van verstandelijke oordelen om anderen te leiden.]

terug naar de Inhoud

4. Het vierde beeld - de Pharao (de Geliefden, de Intuïtie)

4 - de Pharao
a. Beeld 4 toont de God die na de schepping rust en de geschapen wereld, de kubus, door wetten beheerst. Wetten beheersen het heelal. Deze persoon beheerst vanuit de onzichtbare wereld met gedachten de zichtbare wereld. De vier is de innerlijke grondwet die aan de schepping vorm geeft.
De beide, witte kronen en de twee scepters wijzen op de verbondenheid met de twee werelden. [De hoge, dubbele kroon ('corona': uitstraling), wijst op de eigen, hemelse uitstraling, het zitten op de kubus op de verbondenheid met en beheersing van de aarde.
De pharao gold bij de Egyptenaren als een godenzoon, de vertegenwoordiger van de godheid op aarde.]

b. [Deze beschrijving van het getal 4 is in overeenstemming met het persoonlijkheidskenmerk het 'ingekeerde waarnemen' (z.a.): het waarnemen van de inhouden van de eigen binnenwereld om die in de buitenwereld vorm te geven - het verstoffelijken van die inhouden; en het waarnemen van ingevingen vanuit de geestelijke wereld. De ingekeerd waarnemende persoon streeft ernaar de schoonheid in de naaste omgeving te bevorderen door aandacht en toewijding eerst daar naar uit te laten gaan en die schoonheid vervolgens innerlijk in stilte te beleven en te genieten; deze persoon heeft oog voor overeenstemming in vormen, kleuren en klanken: schoonheid.
De pharao was de 'paragnost' (zoals ook de joodse hogepriester), de godenzoon die beide werelden verbond.]

terug naar de Inhoud

5. Het vijfde beeld - de Hogepriester

5 - de Hogepriester
a. Deze persoon betekent geloof, gezag, mondeling onderricht. Hij zit vóór het scherm in het licht, erachter bevindt zich nog verborgen kennis. Hij zit op een kubus: is naar de aarde gericht. De hoge hoed met vogelveren wijst op zijn geestelijke uitstraling.
[Het voorhangsel hangt tussen een witte pilaar - Jachin: ik ben bewust - en een zwarte pilaar - Boaz: ik wil - en hebben de betekenis: bewuste kracht, geest. Deze pilaren stonden in de Oudheid voor iedere tempel, ook voor die in Jeruzalem. In de tempel bevond zich achter een voorhangsel het 'heilige der heiligen': God.]
De rechterhand wijst naar boven: de geestelijke wereld wordt verklaard, duidelijk gemaakt door onderricht aan leerlingen, die voor hem zitten en tot wie hij zich richt [aandacht]; daardoor wordt kennis ontsloten [waarneembaar gemaakt] met de sleutels in de linkerhand.
De leerlingen stellen vragen, dringen bij de leraar aan om zijn onderwijs, dat zij in zich op willen nemen [waarnemen - waarna de leerlingen vrij zijn er naar eigen believen iets mee te doen].

b. [Deze beschrijving van het getal 5 is in overeenstemming met het persoonlijkheidskenmerk het 'uitgekeerde waarnemen' (z.a.): het streven naar vermeerdering van kennis en de behoefte dat ook aan de anderen om zich heen te laten zien, te leren, hen ermee te onderwijzen, hun aandacht erop te richten.
De uitgekeerd waarnemende persoon wordt gekenmerkt door nuchterheid en is gericht op feiten; deze persoon kan echte aandacht en belangstelling hebben voor de omgeving, maar ook weetgierig en nieuwsgierig zijn; streeft naar afwisseling in de omgeving om zoveel mogelijk ervaringen op te doen.]

terug naar de Inhoud

6. Het zesde beeld - Liefde, Schoonheid (Keizerin)

6 - Liefde, Schoonheid
a. De keuze voor gemeenschap met een ander mens, het huwelijk.
De keuze voor een geestelijke invulling van het huwelijk betekent geestelijke groei. De loutere zintuiglijkheid wordt door een geestelijke begeleider (op een wolk, boven) afgeweerd.
[De toegewende houding van de beide handen van de linker, aangeklede vrouw duidt op bescherming, verzorging; de houding van de handen van de rechter, naakte vrouw - wijzen van top naar teen - duidt op bezit. Het huwelijk kent een liefdevolle en een zintuiglijke kant, waartussen moet worden gekozen.]

b. [Deze beschrijving van het getal 6 is in overeenstemming met het persoonlijkheidskenmerk het 'ingekeerde voelen' (z.a.): het gevoelsmatige beleven van de persoonlijke band met één persoon of met een kleine groep vertrouwden (gezin, familie). De ingekeerd voelende persoon beleeft de gevoelsband met anderen in zichzelf in de vorm van een persoonlijke gemoedsgesteldheid; deze persoon voelt een grote persoonlijke betrokkenheid naar anderen toe in een vertrouwde kring en kent daardoor een liefdevolle inzet en zorgzaamheid voor de naaste omgeving.
Deze persoon geniet innerlijk in stilte van eerder waargenomen schoonheid in de buitenwereld. Bijvoorbeeld van muziek: de hoorbare uitbeelding van een gemoedsbeweging.]

terug naar de Inhoud

7. Het zevende beeld - de triomfwagen van Osiris (Zegewagen)

7 - de triomfwagen van Osiris
a. De zeven gold in de Oudheid als een heilig getal.
In deze beeldenreeks ontstaat het ene beeld uit het andere [zoals in een gedachtengang]. Een verborgen weg leidt zo door het boek, een weg die op de onderlinge betrekking der getallen is gegrondvest: het is de weg van Osiris.
In zijn rechterhand een staf met de afbeelding van een cirkel, vierkant en driehoek in elkaar: meetkunde, wiskunde, geestelijke wetenschap.
De hoge, witte hoed wijst op geestelijke uitstraling.
De godheid toont zich in de aanwezigheid van zekere wetten (nummer 4) die gezag voortbrengen (5); waar de goddelijke wet heerst en gezag heeft, ontstaat overeenstemming en schoonheid (6) en kan de godheid zijn denkbeelden uitwerken (7).
Osiris' plan is de innerlijke, geestelijke ontwikkeling van de menselijke geest. Het zevende beeld toont de verwerkelijking van die gedachte.
De persoon op de rijdende wagen houdt die in evenwicht. De kroon op het hoofd en de scepter wijzen op het verband met beeld 4, de Pharao [godenzoon]. Beeld 1 toont de allesscheppende God; beeld 4 de God die na de schepping rust en de geschapen wereld door wetten beheerst en beeld 7 toont God, die zijn schepping naar de volmaaktheid voert die hij zich innnerlijk had gedacht.
De drie sterren wijzen op de verbondenheid met de kosmos.
De sfinxen die de wagen voorttrekken, verbeelden de goede krachten en de kwade; de laatsten moeten door de voerman worden overwonnen, maar door die arbeid aan zichzelf verwerkelijkt hij zelf zijn innerlijke zelfstandigheid.

b. [Deze beschrijving van het getal 7 is in overeenstemming met het persoonlijkheidskenmerk het 'ingekeerde denken' (z.a.): het overdenken van de geestelijke eigenschappen van zichzelf en het streven naar innerlijke rijkdom en innerlijk evenwicht. De ingekeerd denkende persoon: is een zelfstandige vrijdenker met persoonlijke inzichten; is zelfscheppend, denkend werkzaam; deze persoon streeft naar geestelijk inzicht door zelfbeschouwing; streeft ernaar de voortbrengselen van het denken, de gedachten, in de eigen binnenwereld uit te bouwen tot een samenhangend, wijsgerig denkstelsel. Alleen als ernaar wordt gevraagd, zal hij antwoord geven.]

terug naar de Inhoud

8. Het achtste beeld - Waarheid en Gerechtigheid

8 - Waarheid en Gerechtigheid
a. Schriftelijk (2) en mondeling onderricht (5) voert de mens naar het kennen van de waarheid (7) en naar het ervaren van de wet van zaaien en oogsten [het handelen in de wereld], van daad en vergelding (8) ['karma': de gevolgen van handelingen in het verloop van de tijden].
De voortgang door het leven [beweging] is een zich steeds herhalende gebeurtenis. Krachten komen daardoor in de mens tot ontwikkeling, waardoor de mens moedig de wereld tegemoettreedt.
Deze persoon zit op een verhoging als een leider.
[Bij de gang door de wereld is de mens zich niet bewust van de toekomst (blinddoek); waardoor de mens wordt gedwongen steeds te wikken en te wegen (weegschaal in de linkerhand) voordat een besluit kan worden genomen (zwaard in de rechterhand), wat echter wel de geestelijke groei naar zelfstandigheid bevordert. Dit is een beeld van de toestand van onwetendheid waarin de mens zich hier bevindt, maar die wel de groei naar zelfstandig besluiten en handelen tot gevolg heeft.
Al deze afbeeldingen hebben een geestelijke betekenis. Deze persoon grijpt in in de loop der gebeurtenissen in de wereld als daar naar zijn mening onrecht geschiedt.]

b. [Deze beschrijving van het getal 8 is in overeenstemming met het persoonlijkheidskenmerk het 'uitgekeerde willen' (z.a.): De uitgekeerd willende persoon streeft ernaar in de buitenwereld zoveel mogelijk plannen uit te kunnen voeren en zaken te kunnen ondernemen; deze persoon is de ondernemer die een eigen zaak op wil bouwen; straalt gezag en bekwaamheid uit of wil die indruk wekken; heeft leiderseigenschappen en streeft naar macht en zeggenschap.]

terug naar de Inhoud

9. Het negende beeld - de Pelgrim (Kluizenaar, Wijze)

9 - de Pelgrim
a. De lijdensweg door het aardse bestaan kan de mens wel tot grote hoogten voeren. De mens trekt als een pelgrim door de geestelijke woestijn die de aarde is. [Niets herinnert daar de mens immers aan zichzelf als menselijke geest, waardoor de aarde voor de geestelijke zoeker als een bestaansleegte wordt ervaren.] Maar door de muts richt de mens zijn blik alleen vooruit, alleen omhoog.
De staf is de verbinding tussen beneden en boven, waar de kennis die de mens heeft verworven, hem heenleidt.
De lantaarn is het geestelijke licht, dat het pad van de pelgrim verlicht. Slechts een deel van het pad wordt verlicht, zodat hij - door onbekendheid met de toekomst - toch steeds keuzes zal moeten maken, die hem verder ontwikkelen. [De staf is een herdersstaf: door zijn eigen geestelijke groei is de pelgrim in staat anderen te begeleiden.]

b. [Deze beschrijving van het getal 9 is in overeenstemming met het persoonlijkheidskenmerk het 'innerlijke evenwicht' (z.a.): want de geest is in wezen een eenheid van tegendelen. De geest is in aanleg een eenheid van elkaar aanvullende en met elkaar samenhangende tegendelen: het waarnemen en het willen; het denken en het voelen; de ingekeerde en de uitgekeerde instelling.
Innerlijk evenwicht wordt bereikt wanneer de geest de eigen vermogens zodanig tot ontwikkeling brengt, dat er sprake is van een evenwichtige samenwerking van de vermogens. Dit innerlijke evenwicht van de vermogens komt naar buiten toe tot uitdrukking in het gedrag, waardoor er sprake is van een evenwichtige persoonlijkheid.]

terug naar de Inhoud

10. Het tiende beeld - het Rad des Levens

10 - het Rad des Levens
a. Het Levensrad stelt de grote ommekeer van alle dingen voor.
Alles leeft, stroomt voort, verheft zich en verzinkt weer: het lot van de mens.
De verklaring van het lot verkrijgt de mens, wanneer die uiteindelijk tot kracht en rijpheid zal zijn gekomen.

b. [Met de tien begint voor de mens - waarvan de eigenschappen in de nummers 1 t/m 9 zijn geschetst - de weg van geestelijke ontwikkeling door de stoffelijke en de geestelijke werelden.
Volgens de gereduceerde cijfersom van 10 is 1+0=1, wat wil zeggen dat er met het getal 10 ook weer een nieuw begin is: de 10 als nieuwe 1 verwijst terug naar de eerste 1 waar alles mee begon, zodat het getal 10 op een kringloop wijst.]

terug naar de Inhoud

22. Het beeld nul - De dwaas [de nog onwetende mens]

22 - De dwaas
a. De mens die aan zijn weg begint, is De dwaas, kaart 22, het beeld nul.
De persoon draagt in zijn rugzak de zinnebeelden van de geestelijke vermogens met zich mee die op zijn tocht door de woestijn van dit bestaan tot ontwikkeling moeten worden gebracht: het muntstuk (waarnemen), het zwaard (denken), de schaal (beker, voelen) en de staf (willen). [Bij 1 Osiris bevonden die zich al zichtbaar, ontwikkeld op zijn tafel.]
De persoon kijkt naar beneden, is gericht op de aarde en ziet daardoor niet de gevaren die hem belagen [zwart: onzichtbaar].
Want van voren en van achteren wordt hij op zijn tocht door gevaren bedreigd. Vóór hem, in de toekomst, wacht een verscheurend monster hem op; achter hem wordt hij door zichzelf in verlegenheid gebracht doordat een hond (zijn nog onbeheerste driftkrachten) bij zijn achterwerk zijn kleding stukscheurt. De plaats 'achter hem' geeft de toestand van zijn eigen onbewustheid en onbeheerstheid aan.

terug naar de Inhoud

Samenvatting
Het verband tussen de negen persoonlijkheidskenmerken van de menselijke geest, de getallen 1 t/m 10 volgens Pythagoras, de beelden uit het Boek van Thoth en de huidige Tarot, ziet er als volgt uit:


De beelden uit het boek van Thoth vormen in dit overzicht de grondslag - zij schetsen een beeld van de menselijke ontwikkeling als kosmisch wezen, gezien in het licht van de eeuwigheid. Die beelden komen overeen met die van de grote arcana, terwijl de kleine arcana beelden toont van toestanden en gebeurtenissen uit het alledaagse leven van de mens op aarde.
Er bestaat een rechtstreeks verband tussen al deze beelden door de munt (aarde, het waarnemen), het zwaard (lucht, het denken), de beker (water, het voelen) en de staf (vuur, het willen) die op de tafel voor Osiris (de Magiƫr), beeld 1 uit het Boek van Thoth, aanwezig zijn.

De beelden uit het Boek van Thoth hangen ook samen met een uitgebreide Egyptische getallenleer, waarbij de gereduceerde cijfersom (de transcendente rekenkunde volgens Augustinus) een belangrijke rol speelt. Deze getallenleer is door Pythagoras wiskundig (meetkundig) uitgewerkt, waardoor de betekenis van de getallen van 1 t/m 10 een wiskundige grondslag heeft gekregen.
De beschrijving van de kenmerken van de getallen volgens zijn leer komt weer overeen met de persoonlijkheidskenmerken, zoals in Geestkunde beschreven, in samenhang met de vier vermogens van de menselijke geest: het waarnemen, denken, voelen en willen.

terug naar de Inhoud

Prof. dr. Woldemar von Uexkuell (1898-1939), historicus, was hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Univ. van Tübingen van 1932-1939.
Andere boeken van zijn hand:
Griechische Kultur - Entstehungslehren; Simion, Berlin 1924.
Plutarch und die griechische Biographie; Kohlhammer, Stuttgart 1927
Das Bildungs und Wissenschaftsideal im Altertum; Kohlhammer, Stuttgart 1933.
Das revolutionäre Ethos bei Stefan George; Mohr, Tübingen 1933.
Der Gnomon des Idios Logos. Band 2: Kommentar (Ägyptische Urkunden aus den Staatlichen Museen zu Berlin. Griechische Urkunden. Bd. 5, ZDBID 8026415). Weidmann, Berlin 1934.
Bron: Wikipedia


terug naar de woordenlijst

terug naar het weblog







^