Paul Davies: 'Perfect universum' - Waarom er leven is op aarde


Uitg. Het Spectrum 2007, ISBN 978 90 274 5527 7
GAMMA, jrg. 15 nr. 4 - dec. 2008
Boekbespreking door Henk Hogeboom van Buggenum, hoofdredacteur tijdschrift Gamma,
tijdschrift van de Stichting Teilhard de Chardin

De natuurkundige Paul Davies kijkt in dit boek kritisch naar de diverse wetenschappelijke opvattingen over het ontstaan van de kosmos en van het leven sinds de spectaculaire vorderingen in de kosmologie door metingen met de Hubble Space Telescope, WMAP-satelliet en de ontdekking van 'donkere energie'. Hij draagt het boek op aan de theoretisch natuurkundige John Archibald Wheeler, die hem inspireerde en meer dan dertig jaar grote belangstelling had voor zijn werk en zijn boeken.
Wheeler werkte in de jaren dertig van de vorige eeuw met Niehls Bohr samen aan bepaalde aspecten van kernfusie, zette het werk van Einstein voort over de zwaartekrachttheorie en bedacht de termen 'zwart gat' en 'wormgat'. Hij was overtuigd van de noodzaak om de algemene relativiteitstheorie en de kwantummechanica in één theorie van kwantumzwaartekracht te verenigen. Hij was ongelukkig met de scheiding tussen de concepten van materie en informatie, en stelde het idee voor van 'it from bit' (d.w.z. het verschijnen van deeltjes uit informatie). Verandering stond bij Wheeler voorop, niets is in zijn visie absoluut, ook niet de wetten van de kosmos.

In zekere zin is het voorliggende boek een vervolg op het eerdere werk van Paul Davies: 'The Mind of God' (1992), maar ondanks de nadruk op het diepe en zinvolle, dient het tevens als introductie op de moderne kosmologie en de fundamentele natuurkunde. Davies doet daarbij telkens een beroep op wetenschappelijk onderzoek en op de rede, teneinde de grote vragen van het bestaan aan de orde te stellen. Hij maakt daarbij een scherp onderscheid tussen betrouwbare feiten, redelijk speculeren en wild giswerk.
Veel wetenschappers die zich inspannen om een allesomvattende theorie van het fysische universum te construeren, geven openlijk toe dat een deel van hun motivatie is оm nu eindelijk eens van God af te raken, die ze als een gevaarlijke en infantiele misvatting zien. En niet alleen God, maar elk restje gepraat over God, zoals 'zin' of 'doel' of 'ontwerp' in de natuur.
Deze wetenschappers beschouwen wetenschap en religie als twee onverbiddelijk tegengestelde wereld- beelden. Zo niet Paul Davies. Hij erkent dat het concept 'God' voor vele mensen een andere inhoud heeft, maar ook dat "de God van de geleerde theologen [...] de rol van een wijze kosmische architect [heeft], wiens bestaan zich door de rationele orde van de kosmos kenbaar maakt, een orde die in feite door de wetenschap wordt geopenbaard." (p. 31/32)

Een centraal thema van dit boek is de biovriendelijkheid van het universum. Daarbij komt ook het godsbewijs van Paley ter sprake: Het leven zit zo ingenieus in elkaar, dat men wel zou moeten uitgaan van een intelligente ontwerper.
Davies wijst er echter op, dat Darwins evolutietheorie haar succes juist te danken heeft aan het vermogen om de schijn van ontwerp te verklаrеn, zonder een beroep op een ontwerper(-God) te doen. Het leven zou op grond van de natuurwetten door blind toeval kunnen zijn ontstaan (het argument van de blinde horlogemaker van Richard Dawkins). In de kosmologie daarentegen is het ontwerpargument grotendeels immuun voor een darwiniaanse aanval, omdat daarop het mechanisme van variatie, overerving en selectie niet gemakkelijk kan worden toegepast.
Davies staat uitvoerig stil bij de multiversumtheorie(ën) die gecombineerd met het antropisch principe een selectiecriterium invoeren om de schijn van ontwerp weg te verklaren en zo de Intelligent-Design-beweging de wind uit de zeilen te nemen. Met instemming citeert hij daarbij uit het artikel van kardinaal Christoph Schönborn. 1)

"Nu aan het begin van de eenentwintigste eeuw, geconfronteerd met wetenschappelijke claims als neodarwinisme en dе muliversumhypothese in de kosmologie, die zijn bedacht om het overweldigende bewijs voor doel en ontwerp te vermijden dat in moderne wetenschap wordt gevonden, zal de Katholieke Kerk opnieuw menselijke redenen verdedigen dооr te verkondigen dat het immanente ontwerp, dat evident is in dе natuur, echt is. Wetenschappelijke theorieën die het vóórkomen van ontwerp als het resultaat vаn 'kans en noodzakelijkheid' proberen weg te redeneren, zijn helemaal niet wetenschappelijk, maar zoals hij [paus Johannes Paulus II -red.] het stelde, een abdicatie van menselijke intelligentie." (p. 222/223)

Ook Paul Davies vindt: "Ontwerp-door-wetten is onvergelijkbaar intelligenter dan ontwerp-door-wonderen. [Want] een serie wetten uitkiezen die, zonder enig periodiek regelen en micromanagement, een universum laten ontstaan en zelforganisatie, zelfcomplexificatie en zelfassemblage van leven en bewustzijn teweegbrengen - kijk, dat ziet er nou zeer ingenieus uit." (p. 223). "De ontwerper-van-wetten is verantwoordelijk voor het universum. [...] Het tyре God dat ik beschrijf, benadert, denk ik, dicht het type waarin veel geleerde theologen - en ... heel wat wetenschappers - beweren te geloven. [...] Een kosmische ontwerper moet buiten de tijd liggen." (p. 224)

In een verbazingwekkend scherpe analyse van de argumenten vóór en tegen bespreekt Davies achtereenvolgens de standpunten die door gerenommeerde wetenschappers en filosofen worden verdedigd:
A. het absurde universum (zonder zin of doel);
B. het unieke universum (berustend op wiskundige aannames; en dat sinds Gödels 'onvolledigheidsstelling' - zie p. 310, vtn. 26);
C. het multiversum (en waarom dat gauw leidt tot nepuniversa en nepfysica);
D. Intelligent Design (dat ook op een ontwerpende supercomputer zou kunnen slaan);
E. het levensprincipe (dat het universum dwingt naar leven en geest te evolueren);
F. het zichzelf verklarende universum;
G. het nepuniversum en
H. alle mogelijkheden buiten A t.m. G.

Aan het slot lezen we zijn 'geloofsbelijdenis': "Veel wetenschappers zullen mijn E/F-neiging als cryptoreligieus bekritiseren. [...] En dit terwijl ik geloof dat Homo sapiens niet meer dan een toevallig bijproduct van lukrake natuurlijke processen is. Maar toch geloof ik dat leven en geest diep in de structuur van het heelal zijn geëtst, misschien door een schimmig, vaag gezien levensprincipe, en als ik eerlijk moet zijn, dan moet ik toegeven dat ik dit uitgangspunt meer in mijn hart dan in mijn hoofd voel. Dus misschien is dat wel ееn bepaald soort religieuze overtuiging." (p. 294)

Het zou een goede zaak zijn als dit boek in combinatie met de werken van Teilhard de Chardin en Alfred North Whitehead door een groot aantal fysici werd gelezen. Voor eenvoudige 'gelovigen' is het mogelijk vaak te moeilijk, al zal het in menig opzicht boeien. HvB

1) artikel in de New York Times:
Christoph Schönborn: Finding design in nature, New York Times, 7 juli 2005
Zie ook het artikel van Arthur Fabel Een historische bevestiging door het Vaticaan van Pierre Teilhard de Chardin over het boek van Christoph Schönborn: Change or Purpose, in GAMMA, jrg. 15 nr. 3 - september 2008, p. 25-30.

terug naar het antropisch principe

terug naar de woordenlijst

terug naar het weblog







^