beheerste werkzaamheid


De beheerste werkzaamheid van de geest wordt gekenmerkt door het verloop van het waarnemen, denken, voelen en willen.
Bij de beheerste werkzaamheid leidt de geest zichzelf door bewust en beheerst gebeurtenissen waar te nemen, ze te overdenken, te doorvoelen en naar het gevormde redelijke en zedelijke oordeel te willen handelen. Deze werkzaamheid uit zich in zinvolle handelingen en uitspraken, die worden gekenmerkt door zelfbezonnenheid en gemeenschapszin.
Het gaat bij de beheerste en de onbeheerste werkzaamheid om dezelfde vermogens, alleen de manier, waarop ze in het gedrag en daarmee in de persoonlijkheid tot uiting komen is anders, namelijk beheerst of onbeheerst.

De geestelijke werkzaamheid moet ongestoord kunnen verlopen. Daartoe moet de geest niet meer worden geremd door onverwerkte ervaringen. Deze kunnen verdrongen zijn en ongemerkt de gedachten- en gevoelswereld beïnvloeden, en daardoor het denken en voelen storen, wat ook de werkzaamheid stoort. Daarnaast moet er een doel zijn om naar toe te leven. Alleen een duidelijk doel om naar toe te kunnen werken, geeft richting en kracht aan de werkzaamheid van de geestelijke vermogens.


terug naar de woordenlijst






^