heilige geest


De heilige geest in geestkunde
Afgaande op mijn persoonlijke ervaringen daarmee, beschouw ik de heilige geest als een geestestoestand of verschijningsvorm van Gods geest.

De algeest is Gods geest in de ongevormde oertoestand, waarin Gods geest zich voordoet als een oneindige zee van geestelijk licht en geestelijke warmte. Deze oertoestand is vormeloos, er is dan nog geen sprake van een geschapen vorm. De eerste vorm die uit deze oertoestand voortkomt, is Gods heilige geest.

Overal in zichzelf waar dat nodig is en in alle tijden kan Gods geest, door verdichting van Gods eigen licht en warmte in zichzelf als de algeest, zichzelf als een algeestvonk laten ontstaan. Deze algeestvonk is een omvorming uit en in de algeest en doet zich aan het geopende geestesoog voor als een bolvormige wolk van geestelijk licht en geestelijke warmte.
Deze algeestvonk is het algeestmiddelpunt, dat zich in de algeest als eeuwige oneindigheid overal kan bevinden. Met die bijzondere algeestvonk is de algeest onmiddellijk en in zijn geheel rechtstreeks verbonden, doordat deze algeestvonk door verdichting uit de algeest is ontstaan en er daardoor naadloos en vloeiend in overgaat en altijd mee blijft samenhangen.

Gods geest → ongevormd: Gods geest als de algeest
→ gevormd: Gods geest als de heilige geest

De algeest en die algeestvonk zijn twee verschijningsvormen van één en dezelfde goddelijke geest. Deze algeestvonk in de vorm van het algeestmiddelpunt is de verpersoonlijking van de algeest. Hij wordt als vorm door de algeest gedacht en doorvoeld, en komt zo tot aanschijn. Deze algeestvonk verkeert blijvend in een zelfde volmaakte ontwikkelingstoestand als de algeest zelf en is daarom 'heilig': heel, volmaakt.
Aangezien de algeest de heilige geest door te denken voortbrengt, noemt Jezus de algeest als de verwekker ervan 'de Vader' en de heilige geest die zo is verwekt, de 'Zoon'.

Aangezien de algeestvonk die de 'heilige geest' wordt genoemd, door verdichting rechtstreeks uit de goddelijke algeest afkomstig is, is de algeest even heilig, want volmaakt, als de heilige geest Gods dat is. Zij zijn gelijkwaardig, maar verschillen van vorm.
Dit in tegenstelling tot de menselijke geest; die is ook een algeestvonk, maar in een toestand van schijnbare afgescheidenheid, noodzakelijk voor de ontwikkeling van wat in áánleg in de menselijke geest aanwezig is als goddelijke eigenschappen: de geestelijke vermogens. Door die aanleg en noodzakelijke ontwikkeling is de menselijke geest een 'nog niet heilige geest'.

De heilige geest toont zich aan het geestesoog in de geestgedaante: dit is de gevormde toestand die samenhangt met de eigenschappen van de geestelijke vermogens. In de heilige geest is de algeest op persoonlijke wijze bij de menselijke geest aanwezig, als steun voor de geestelijke ontwikkeling naar heelheid, die de algeestvonk als mens nog moet doormaken.
De menselijke geest is zoals de heilige geest zelf ook een verpersoonlijking van de goddelijke algeest, maar in wording. De menselijke geest is de nog niet geheel heilige geest, die - onder leiding van God als heilige geest en met onmerkbare hulp van Gods engelen - onderweg is naar het doel heilig te worden zoals de heilige geest zelf is. Het doel is de 'leerling te laten worden als de meester', waarna de hereniging met God - het uiteindelijke doel - kan plaatsvinden.

Om de menselijke geesten dat duidelijk te maken, is Gods heilige geest één keer als mens naar de aarde gekomen. De heilige geest is door Maria heen in een stoffelijke vorm op aarde geboren en zei van tevoren tegen haar 'Jezus' te willen worden genoemd (van 'Jehova-shua', of Joshua, wat betekent: 'God redt').
De geestestoestand waarin Jezus - de heilige geest als mens op aarde - zich later in gebed tot God richtte, wordt de 'Godszoon' genoemd; richtte Jezus als de heilige geest zich tot de mensen om hem heen, dan wordt die toestand de 'mensenzoon' genoemd. In het Hebreeuws heeft het woord 'zoon' ('ben') o.a. de betekenis: hij, die iemand toebehoort.
Zoals Jezus is ook iedere menselijke geest door verdichting een verpersoonlijking van de goddelijke algeest, maar is tijdelijk in een stoffelijke vorm op aarde en hier - schijnbaar - aan zichzelf overgelaten. Daardoor heeft de menselijke geest hier de mogelijkheid om, door de vrije keuze te oefenen met zijn geestelijke vermogens, zijn geestelijke aanleg te ontwikkelen en zo geestelijk toe te groeien naar Jezus' voorbeeld.


Het leerstuk 'Drie-eenheid'
Eeuwenlang is er vergaderd over de formulering van het menselijke leerstuk dat de naam 'de heilige drie-eenheid' heeft gekregen. Dit is een verwarring stichtend bedenksel doordat er werd gesproken over drie 'personen', alsof het aanwijsbare zelfstandigheden zouden zijn. Zo zijn ze ook afgebeeld.
De in de geestelijke wereld ervaarbare werkelijkheid is dat er één geest is - Gods geest - die zich in twee vormen aan de mens kan voordoen - ongevormd en gevormd - waarvan de gevormde toestand als Gods heilige geest als de mens Jezus één keer als nastrevenswaardig voorbeeld bij de mensheid op aarde is geweest.
Klik hier voor een verhandeling over het leerstuk van de 'Drie-eenheid'.

In het Nieuwe Testament komt in de eerste brief van Johannes de volgende opmerking voor: Want drie zijn er, die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn een. (1 Joh. 5:7) Hier is te lezen dat de 'Vader' en de uit de Vader voortkomende 'Heilige Geest' samen het 'Woord' spreken, wat overeenkomt met wat ik daarvan in de geestelijke wereld mocht zien. Het komt ook overeen met de voorstelling hiervan die Hildegard van Bingen vanuit de geestelijke wereld werd getoond.



Hildegard
De Duitse abdis Hildegard von Bingen (1098-1179) was een buitengewone vrouw. Zij was niet alleen een mystica die 45 unieke en indrukwekkende visioenen kreeg die ze liet opschrijven en uitbeelden, ze schreef zelf ook boeken, brieven, toneelstukken en liederen, en trad op als plantkundige en natuurarts. In haar eerste visioenenboek 'Scientia vias Domini' (Ken de wegen des Heren) komt een visioen voor dat volgens Hildegard de goddelijke drie-eenheid weergeeft (Scivias T 11/Boek II,2).
Bij dit visioen zegt de 'stem van het levende licht', die al haar visioenen begeleidt en uitlegt:

"Dit is de diepe zin van het grote goddelijke geheim dat helder door je werd aanschouwd, opdat je zou inzien hoe groot die volheid wel is, die geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle 'levens-stromen' [dat zijn de menselijke geesten als zelfstandige 'krachtbronnen' (Freek)] ontspringen.
Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu herkent men in het volmaakte werk (dat is de schepping en de mens daarin [Freek]) het diepste wezen van de Maker zelf". [het: "Laat ons mensen maken naar ons beeld." uit Genesis]

Hildegards visioenen gaan hier van de zichtbare orde der geschapen dingen over naar het innerlijke wezen van God zelf.
Zij schrijft zelf als volgt:
"Vervolgens zag ik een zuiver licht en in dat licht een mensenbeeld in de kleur van saffier. En deze mensengestalte was omgeven door een zacht trillend vuur. Het zuivere licht overstroomt het trillende vuur en dit overstroomt op zijn beurt het zuivere licht. Maar dit zuivere licht en dat trillende vuur verenigen zich, om zich samen uit te storten over het mensenbeeld. Aldus vormen vuur, licht en mensenbeeld slechts één licht en als het ware één hevigheid (volheid) van macht."

Bij de blauwe figuur zegt de stem van het levende licht':
"Want uit deze bron des levens is de moederlijke liefde van Gods omhelzing gekomen, die ons tot leven voedde en die in gevaar onze helpster is [in het O.T. is 'helpster': 'parakleitos' of: de heilige Geest (Freek)], ... die de diepste en zoetste liefde is en ons tot boetedoening onderricht [die ons begeleidt bij onze geestelijke ontwikkeling (Freek)]."


Overeenkomsten
Wat hier door God aan Hildegard wordt getoond, komt overeen met mijn geestelijke ervaringen.
De 'volheid die groot is', die 'geen oorsprong kent' en 'nooit vermindert' is een omschrijving van de algeest, waaruit door verdichting alle geesten zijn voortgekomen, want: "aan diens kracht zijn alle 'levensstromen' ontsprongen". Door Hildegard wordt de menselijke geest omschreven als 'een stroompje van kracht uit God'.
Vervolgens zag zij een 'zuiver licht' en in dat licht een 'mensenbeeld' [geestgedaante]; daarvan mocht ik zien dat de mensenlijke geest eerst als bolvormige wolk door verdichting uit het licht van de algeest voortkwam en later door de vermogens tot geestgedaante werd gevormd. Daarna wordt bij Hildegard de 'mensengestalte' 'omgeven' door een zacht trillend vuur - terwijl ik zag dat de bolvormige wolk van licht door een liefdevolle warmte vanuit de algeest werd doorstroomd.
Bij Hildegard doorstroomt het 'zuivere licht' het 'trillende vuur' [de warmte] en omgekeerd wordt het 'trillende vuur' door het 'zuivere licht' doorstroomd, waarbij zij zich verenigen en samen het 'mensenbeeld' doordringen en er zo een eenheid mee vormen. Ik zag weliswaar op deze wijze eerst een donkere koelte en daarna een lichtende warmte zich met elkaar tot een eenheid verenigen, maar daarna bleef er uiterlijk eenzelfde lichtende warmte over [de donkere koelte was daarin opgegaan], waaruit zich door verdichting van beide eerst een wolk en later een geestgedaante van licht en warmte vormde: de menselijke gestalte.

In feite ziet ook Hildegard de algeest als een lichtende warmte - de ongevormde oertoestand - en ziet zij daar volkomen mee verweven de menselijke geest als een mensenbeeld, een geestgedaante - de gevormde toestand. De strekking van beide geestelijke ervaringen komt in grote lijnen overeen.
Dat dit visioen de Drie-eenheid als onderwerp zou hebben, wordt niet door 'de stem van het levende licht' gezegd! Het is het oordeel van Hildegard zelf, trouw als zij was aan de gangbare leerstellingen van de kerk en wellicht ook beducht voor kritiek van kerkelijke gezagsdragers. Want hoewel de paus zelf op haar hand was, waren er ook die meenden dat zij al deze visioenen van de duivel kreeg!

De kleuren in Hildegards visioenen hebben een geestelijke betekenis: blauw en zilver wijzen op de wijsheid van het denken, rood en goud op de liefde van het voelen. De geestelijke vermogens waarnemen, denken, voelen en willen komen alle bij Hildegard voor en met dezelfde betekenis als in geestkunde.


terug naar de woordenlijst

terug naar het weblog







^