De kernteksten van de bijbelse, geestelijke ontwikkeling


Geestelijke groei en ontwikkeling: de heiliging van de mens, worden als de meester, dat is de strekking van heel de Bijbel.
Het gaat in de Bijbel om de ontwikkeling van de geestelijke vermogens tot het geweten en de deugden, zodat je geestesgesteldheid in overeenstemming komt met die van Gods heilige geest en de hereniging daarmee kan plaatsvinden.
Dat is in het volgende dertigtal kernteksten van deze bijbelse, geestelijke ontwikkeling te vinden:

Gen. 4:7; 17:1; Lev. 19:1-2; 19:11-18; Deut. 6:5; 30:15-19; Ps. 11:7; Ez. 18:23; 18:31-32; Wijsheid 2:23; Matth. 5:3,8,9,10; Matth. 5:48; Matth. 6:33; Matth. 10:25; 18:2-3; Joh. 3:3; Hand. 24:16; Rom. 6:20; 12:1-3; 2 Kor. 7:1; Gal. 6:2-3; Efez. 1:4-5; Filip. 4:8-9; Kol. 1:27-28; 1 Tess. 2:12; 4:3; 4:7; 2 Tim. 3:16-17; Hebr. 12:7-14; 1 Petrus 1:16; 2:9; 2 Petrus 1:3-7; 3:9

Genesis 4:7
Jij moet sterker zijn dan de zonde.

Genesis 17:1
"Ik ben God, de Almachtige. Leef in verbondenheid met mij en leid een onberispelijk leven.

Leviticus 19:1-2
Heilig moeten jullie zijn, want Ik, jullie God, ben heilig

Leviticus 19:11-18
God sprak tot Mozes: "Zeg tegen de Israëlieten: Steel niet, lieg niet en bedrieg je naaste niet. Leg geen valse eed af als je bij mijn naam zweert, want daarmee ontwijd je de naam van je God. Ik ben God.
Beroof niemand en pers een ander niet af. Betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit.
Spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde. Toon ontzag voor je God. Ik ben God.
Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over je naasten.
Breng het leven van een ander niet in gevaar door lasterpraat over hem rond te strooien. Ik ben God. Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren.
Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben God."

Deuteronomium 6:5
Heb daarom uw God lief met hart en ziel [hereniging]
en met inzet van al uw krachten [zelfverwerkelijking].

Deuteronomium 30:15-19
U staat voor de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood. […] Kies voor het leven.

Psalmen 11:7
De oprechte zal zijn gelaat aanschouwen.

Ezechiël 18:23
Denken jullie dat ik het toejuich als een slecht mens moet sterven? - spreekt God. Nee, ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft.

Ezechiël 18:31-32
Breek met het zondige leven dat jullie hebben geleid en vernieuw je hart en je geest. Want de dood van een mens geeft me geen vreugde - spreekt God. Kom tot inkeer en leef!

Wijsheid van Jezus Sirach 2:23
God heeft de mens geschapen voor de eeuwigheid,
als afspiegeling van zijn eigen wezen.

Mattheüs 5:3
Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Mattheüs 5:8
Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

Mattheüs 5:9
Gelukkig de vredestichters, zij zullen kinderen van God worden genoemd.

Mattheüs 5:10
Alleen als je rechtvaardig bent, zul je het hemelse rijk binnengaan.

Mattheüs 5:48
Wees volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

Mattheüs 10:25
Laat de leerling ernaar streven te worden als zijn meester.

Mattheüs 6:33
Zoek eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid ... [een eigen zoektocht].

Mattheüs 18:2-3
Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, [zelfverwerkelijking]
dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan [hereniging.]

Johannes 3:3
Jezus zei: "Waarachtig, ik verzeker jullie: alleen wie opnieuw wordt geboren [alleen wie zich geestelijk ontwikkelt], kan het koninkrijk van God zien [de hereniging]."

Handelingen 24:16
Daarom tracht ook ik steeds mijn geweten zuiver te houden tegenover God en de mensen.

Romeinen 6:20
Zoals u zich ooit in dienst stelde van zedeloosheid en onrecht om een wetteloos leven te leiden, zo stelt u zich nu in dienst van de gerechtigheid om heilig te leven

Romeinen 12:1-3
"... ik vraag u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u.
U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.
... ik zeg u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden, maar verstandig over uzelf moet denken.

2 Korinthiërs 7:1
7:1 Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen

Galaten 6:2-3
Draag elkaars lasten, zo leeft u de leer van Christus na. Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf.

Efeziërs 1:4-5
In Christus immers heeft God, nog voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn

Filippenzen 4:8-9 Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht [waarnemen] aan alles wat waar is [denken], alles wat edel is [voelen], alles wat rechtvaardig is [denken, voelen], alles wat zuiver is [waarnemen], alles wat lieflijk is [voelen], alles wat eervol is [voelen], kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe [willen] alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het en de God van de vrede zal met u zijn. [Met andere woorden: ontwikkel je geestelijke vermogens door ze bewust en beheerst te leren gebruiken, dus verwerkelijk jezelf en God zal zich met je verenigen.]

Kolossenzen 1:27-28
Hun heeft God bekend willen maken hoe machtig en hoe wonderbaar dit geheim is. En het luidt: "Christus is in u en ook de hoop op een eeuwige heerlijkheid." Hem verkondigen wij, wanneer wij allen zonder onderscheid vermanen en onderrichten met alle wijsheid die ons gegeven is, om ook allen zonder onderscheid in Christus tot volmaaktheid te brengen.

1 Tessalonicenzen 2:12; 4:3; 4:7
God roept u tot zijn eigen Koninkrijk en heerlijkheid.
Want dit wil God: uw heiliging.
God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot heiliging.

2 Timotheüs 3:16-17
"Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust."

Hebreeën 12:7-14 Leerschool voor heiligheid
"[...] want God berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt." Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen. Welk kind wordt niet door zijn vader berispt? Maar als u die leerschool niet doorloopt zoals alle anderen vóór u, dan bent u geen kinderen, maar bastaards.
Daar komt nog bij dat wij voor onze aardse vaders, door wie we werden opgevoed, respect hadden; hoeveel te meer zullen we ons dan niet onderwerpen aan het gezag van de Vader van alle geesten, en dan leven? Onze aardse vaders berispten ons maar voor korte tijd en naar eigen goeddunken, maar hij berispt ons voor onze eigen bestwil, om ons te laten delen in zijn heiligheid.
Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie erdoor gevormd is er de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid [...]
Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; alleen wie dat doet, zal God zien.

1 Petrus 1:16
Leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals Hij die u geroepen heeft, heilig is.

1 Petrus 2:9 God roept u uit de duisternis naar zijn wonderbaarlijke licht.

2 Petrus
1:3-7 Zijn (Jezus') goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de zelfzucht, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur.
Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.

3:9 God heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.


terug naar Bijbel en geestkunde

terug naar het weblog







^