4  De geestelijke ontwikkeling


Na het verzámelen van kennis, volgt de tóepassing ervan.

Geestkunde behandelt de levensweg: de ontwik-
kelingsweg van het levende, de menselijke geest.
Op die levensweg kun je - door inzicht in jezelf -
alleen iets veranderen aan je éigen houding.

4.1 De geest als een ontwikkelingsmogelijkheid
"De mens is op aarde gekomen
met één groot, allesoverheersend
doel: de zelfverwerkelijking."
Carl Gustav Jung, psychiater
Van de remmende aanvangstoestand van onbeheerste werkzaamheid kun je je bewust worden. Daardoor kan er een heilige onrust in je ontstaan, een heilig verlangen, waardoor je wilt gaan streven naar inzicht in jezelf en naar bevrijding van jezelf uit die remmende, ongeluk en onvrede veroorzakende toestand.
Om dat te kunnen bereiken, moet je je vermogens bewust en beheerst leren gebruiken, waardoor je steeds meer jezelf omvormt en je oorspronkelijke, geestelijke geaardheid, verwerkelijkt.
De zin van die remmende aanvangstoestand is daarom, dat zij jou de mogelijkheid geeft jezelf eruit te bevrijden door jezelf als werk ter hand te nemen. Door die arbeid aan je persoonlijkheid - door je vermogens bewust en beheerst te leren gebruiken - kun je je geestelijke zelfstandigheid verwerkelijken: het doel van de leerschool die dit tijdelijke bestaan voor ons is.
Als menselijke geest begin je dit bestaan niet alleen in die toestand van onbewustheid van jezelf, maar ook als een ontwikkelingsmogelijkheid. Je bezit namelijk zoals gezegd een geestelijke vormbaarheid, waarmee je vermogen om te leren samenhangt. Door dit leervermogen ben je niet alleen opvoedbaar, vormbaar, maar ook in staat jezélf op te voeden door je geestelijke vermogens tot ontwikkeling te brengen en zo je persoonlijkheid te vormen.
"Wer mit dem Leben spielt,
kommt nie zurecht,
Wer nicht sich selbst befielt,
bleibt immer Knecht."
Johann Wolfgang von Goethe,
filosoof, dichter (1749-1832)
Vanuit de jeugdige, onbezonnen en ongevoelige toestand kan er in de loop van de jaren, door vele wisselende omstandigheden en gebeurtenissen te doorstaan en te verwerken, een toestand van wijsheid en mildheid ontstaan.
Ook heeft de mens de vrijheid gekregen minder volgens zijn driften te moeten leven zoals de dieren en heeft daardoor de mogelijkheid gekregen zichzelf te leren beheersen, en zo geestelijk te groeien.


Henri Boelaars OSB - De Ontmoeting
St. Willibrordsabdij, de Slangenburg,
Doetinchem
4.2 De ontwikkeling van de vermogens
Hoe kunnen de geestelijke vermogens - en daarmee de persoonlijkheid - worden ontwikkeld? De geestelijke vermogens kunnen alleen in de persoonlijke omgang met je medemensen in het alledaagse bestaan, tot ontwikkeling worden gebracht. Je kunt alleen mens worden door de levende omgang met je medemens.

Het waarnemingsvermogen ontwikkel je door bewust open te staan voor je dagelijkse ervaringen en met aandacht te luisteren naar wat anderen tegen je zeggen.
Het denken ontwikkel je door te trachten de betékenis van die ervaringen te begrijpen, door ze verstandelijk te ontleden en ze door de rede te verbinden met je overige ervaringen, waardoor je toeneemt in begrip.
Het voelen ontwikkel je door bewust een open gevoelshouding tegenover je ervaringen aan te nemen, waardoor ze jou persoonlijk kunnen raken en je met je medemensen en medeschepselen, ook met planten en dieren, gaat meevoelen, meeleven.
"Het echte leven is ontmoeting."
Martin Buber, godsdienstfilosoof
De ontwikkeling van het willen is een oefening in zelfbeheersing en geduld. Daarbij gaat het erom naar binnen toe meester te worden over jezelf als de bewuste, vermogende levenskracht en naar buiten toe je redelijke en zedelijke besluiten vastberaden uit te voeren.

In het 'Boek van de gulden voorschriften' vermeldt de theosofe Helene Blavatski de eeuwenoude wijsheid, dat de mens vanaf zijn eerste tot zijn laatste stap keuzes maakt en daardoor zijn karakter en karma vormt.

De domesticatie van honden laat zien, dat door de eeuwenlange, innige omgang met de mens ook in de dierlijke hondengeest geestelijke vermogens tot ontwikkeling zijn gekomen.

"Je krijgt alleen een duidelijk inzicht,
als je in je eigen hart kijkt.
Wie naar buiten kijkt, 'droomt',
wie naar binnen keert, 'wordt wakker'."
Carl Gustav Jung, psychiater
4.3 Door zelfbeleving tot zelfbesef
Als je je vermogens tot ontwikkeling brengt door ze, zoveel als mogelijk is, bewust en beheerst te leren gebruiken, dan ontwikkel je je
- waarnemingsvermogen tot schoonheidszin, tot zin voor orde en netheid,
- dan wordt je denken gekenmerkt door wijsheid en streven naar waarheid,
- je voelen door liefde en goedheid,
- en je wil door kracht en volharding.
Door de ontwikkeling van je vermogens ga je steeds meer bewust vanuit jezelf als géést leven; want door de werkzaamheid van je vermogens in jezelf te ervaren, kom je namelijk tot zelfbeleving en daardoor tot zelfbesef, tot zelfkennis, tot kennis van jezelf als de volkomen uit zichzelf werkzame geest.

"Er is maar één eredienst
waarmee God wordt gediend:
een goed mens zijn!"
Corpus Hermeticum
4.4 Het geweten en de deugden
Door het beheerste gebruik dat je van je vermogens bent gaan maken, heb je ook een bijzóndere eigenschap daarvan tot ontwikkeling gebracht. Het is namelijk de mogelijkheid ze door inkeer op jezelf te richten en zo jezelf een spiegel voor te houden. Het is de mogelijkheid om met behulp van je eigen vermógens je eigen geestelijke wérkzaamheid zelf weer waar te nemen, de waarde van je eigen gedachtengang te overdenken, de waarde van je eigen gevoelens te doorvoelen en zo nodig je eigen wilskracht te beheersen.

het geweten
Met dat vermogen hangt je geweten samen. Het geweten is namelijk het geheel van je eigen zelfbeschouwing, je redelijke en zedelijke zelfbeoordeling en je zelfbeheersing.
Door het geweten wil je in jezelf overleggen hoe jij het zelf zou vinden, te worden behandeld zoals je van plan bent te gaan doen.

In de ontwikkelde toestand doen je vermogens, als ze naar bínnen zijn gekeerd, zich voor als het geweten, als ze naar búiten zijn gekeerd als de deugden. Het waarnemingsvermogen wordt dan gekenmerkt door aandacht, het denken door begrip, het voelen door liefde en het willen door geduld. Door deugdzaamheid wordt je gedrag - en daarmee je persoonlijkheid - uit liefde gekenmerkt door aandacht, begrip en geduld en daardoor kan er een hechte samenhang tussen jezelf en je medemensen ontstaan.

Geestelijk leven is een zaak
van een goed geweten hebben,
omdat ons denken daarin
met ons voelen is verbonden.
Emanuel Swedenborg
Het Nieuwe Jeruzalem 133
Een kunstenaar en zijn kunstwerk vormen een eenheid, beide leven in en door elkaar. Maar een kunstenaar is daardoor ook: de levenskunstenaar, dat is de mens die zichzélf heeft verwerkelijkt - zijn kunstwerk is zijn evenwichtige persoonlijkheid.
Dat innerlijke evenwicht bestaat uit het evenwichtige gebruik dat de menselijke geest als levenskunstenaar van zijn geestelijke vermogens heeft leren maken

4.5 De geestelijke begeleiding
Wat de ínnerlijke mens is en wat
de úiterlijke, is weinigen bekend.
Emanuel Swedenborg
Hemelse Verborgenheden 3167
Door de in deel 3 beschreven aanvangstoestand van onbewuste vereenzelviging met dit tijdelijke bestaan, is al je aandacht en toewijding op deze wereld overgedragen. Daardoor kun je gaan denken, dat dit alles is wat er is, dat je je lichaam bént en dat je dit maar één keer meemaakt.
Doordat je zo geheel in deze wereld opgaat, zou het kunnen gebeuren dat je je geheel gaat inspannen om het je hier zo aangenaam mogelijk te maken door aan al je zintuiglijke verlangens tegemoet te komen en ze te bevredigen. Daardoor zou van een ontwikkeling van jezelf als menselijke geest geen sprake meer zijn.
Zo mis het het doel volledig en om dat te voorkomen, heb je met je broeders en zusters in de geestelijke wereld van tevoren afspraken gemaakt om je in dit bestaan te begeleiden. Daarbij moet echter jouw vrije keuze geëerbiedigd blijven. Hun begeleiding voeren zij daarom ongemerkt uit door je in stilte ingevingen te geven en voorgevoelens in je te laten ontstaan, doordat zij zich geestelijk met je verbinden. Je blijft echter de vrijheid behouden daar al dan niet naar te luisteren.
Vóór je naar de aarde bent vertrokken voor een nieuwe levensweg, heb je met je vrienden en vriendinnen afspraken gemaakt over leerzame ervaringen en je levensbestemming voor deze keer, en zij trachten jou daaraan te houden... voor je eigen heil, je eigen geestelijke groei naar zelfstandigheid, hoe moeilijk die weg ook mag zijn.
De aarde is een proeftuin, een leerschool. Alles wat hier op aarde gebeurt, hoe naar het ook is, heeft een diepere geestelijke oorzaak en bedoeling. Alleen ken je die hier niet, want het gaat erom er zólf een houding tegenover te bepalen en er zelfstandig mee om te gaan. Waarbij het helpt de dingen te zien in het licht van de eeuwigheid.

4.6 De hereniging met de algeest
"Onze hele bezigheid in dit leven is het herstellen
van de gezondheid van het oog van het hart,
waarmee we God zouden kunnen aanschouwen."
Augustinus, kerkleraar (354 - 430)
Door zelfverwerkelijking, als de ontwikkeling van je vermogens tot het geweten en de deugden, nemen in de geestelijke wereld je eigen geestelijke licht en warmte toe en daardoor kan jouw geestesgesteldheid met die van de algeest in overeenstemming komen. Zelfverwerkelijking heeft die geestesgesteldheid tot gevolg, waardoor er niet alleen met je medemensen, maar ook een hechte samenhang met de algeest kan ontstaan en de hereniging ermee mogelijk wordt.
Zelfverwerkelijking door zelfopvoeding, door jezelf als werk ter hand te nemen, is daardoor de kern van geestkunde; het is de beslissende stap op je levensweg en het is de zin van de leerschool, die dit tijdelijke bestaan voor ons is.


Handelingen 17:27 (Paulus spreekt in Athene de Grieken toe)
"Het was Gods bedoeling dat ze Hem zouden zoeken en Hem al tastende zouden kunnen vinden, aangezien Hij van niemand van ons ver weg is. Want in Hem zijn wij, bewegen wij en leven wij."
[De menselijke geest is door verdichting uit en in de goddelijke algeest.]

䷀ 1 Tjièn (I Tjing) - Het scheppende
De weg van het scheppende bewerkt door verandering en omvorming,
dat eenieder zijn juiste aard en bestemming krijgt (begeleide zelfverwerkelijking)
en in blijvende overeenstemming met het scheppende komt (hereniging).

"Iedere mens is vrij; hij is als een eigen God; hij kan zich in dit leven in toorn of in licht veranderen. Waarmee iemand zich kleedt, laat zien wie hij is. U kunt niet zeggen dat u niet in God leeft en bestaat, of dat God iets vreemds, onbekends is, wat u niet kunt bereiken. Waar u nu bent, daar is de poort naar God."
Jacob Boehme (1575-1624) - Morgenrood in opgang

Zij die door middel van voornemen en doen
het goede en het ware tot hoofddoel maken
van hun leven, worden gelijkenissen van God
en met God verenigd.
Emanuel Swedenborg, Hemel en Hel 16

Augustinus van Hippo (354-430), kerkleraar
uit Belijdenissen VII, 10

... jij verandert in Mij.

Augustinus' godservaring
"Gewaarschuwd door hetgeen ik las om naar mezelf terug te keren, ben ik onder uw leiding, in het diepst van mijn hart gegaan. Ik heb het gekund omdat U mijn ondersteuning bent. Ik ben er binnen gegaan, ik heb hoger dan mijn gedachten een onveranderlijk licht gezien, ik weet niet met wat voor oog. Het was niet het gewone licht, dat waargenomen wordt door de ogen van mijn lichaam, noch een licht van hetzelfde soort dat krachtiger is, schitterender, alles vervullend met zijn onmetelijkheid. Nee, dat was het niet, maar een ander licht, erg verschillend van dat alles.
Zij was ook niet boven mijn gedachte als olie dat blijft drijven op water, noch als de hemel die zich uitstrekt boven de aarde. Zij was boven omdat zij het is die mij gemaakt heeft; en ik eronder omdat ik haar werk ben. Om haar te kennen, moet je de waarheid kennen; degene die haar kent, kent de eeuwigheid; het is de liefde die haar kent. O eeuwige waarheid, ware liefde, lieve eeuwigheid! U bent mijn God, ik verzucht dag en nacht naar U.
Toen ik U begon te kennen, hebt U me opgetild tot U, om me te tonen dat ik nog veel dingen moest begrijpen en tot hoeveel ik nog niet in staat was. U hebt me de zwakheid van mijn zienswijzen laten zien door op mij Uw schittering te laten vallen, en ik heb gebeefd van liefde en vrees. Ik heb ontdekt dat ik ver van U was, in het ver verwijderd gebied, en Uw stem kwam tot mij, als vanuit de hoogte:
'Ik ben het brood van de groten ['geestelijken']; wordt groot, en jij zult mij eten.
En niet jij zult Mij veranderen in jou, zoals dat gebeurt met het voedsel voor je vlees...
maar jij verandert in Mij.'"

De eerste woorden die Jahweh tegen Abraham zegt in de joodse Tenach zijn: "Lech lecha!" (Genesis 12:1) Die woorden worden gewoonlijk vertaald als "Ga weg uit je land en je geboorteplaats en je vaders huis..." Maar je kunt ze ook vertalen met: "Ga weg uit de wereld en ga naar jezelf," dus: "Kom tot jezelf."
Het woord 'ga' heeft in de Tenach de bijbetekenis van het bewegen naar je uiteindelijke doel, dat is: dienstbaarheid aan je Schepper. En dit wordt juist aangeduid door de zin: "Ga naar jezelf" - d.w.z. ga naar het wezenlijke van jezelf en je uiteindelijke doel, datgene waarvoor je bent geschapen, in je eigen binnenwereld.

"De menselijke geest kan niet leeg van gedachten blijven. Als hij zich niet bezighoudt met de dingen van God, blijft hij dodelijk gebonden aan wat hij eerder heeft geleerd; zolang hij geen plaats heeft om op elk moment [in zichzelf] terug te keren en zijn onvermoeibare werkzaamheid uit te oefenen, trekt een onweerstaanbare neiging hem naar buiten naar de onderwerpen, waarmee hij van jongs af aan is doordrenkt."
Johannes Cassianus (Marseille, rond 360-435)
Uit: De geestelijke wetenschap, hfdst. IX; SC 54

En Friedrich Nietzsche voegt daar in zijn "Aldus sprak Zarathoestra" (Voorrede 4,25) aan toe:
"De mens is een koord, geknoopt tussen het dier en een toekomstige, hogere mens, een koord boven de afgrond. Een gevaarlijk overlopen, een gevaarlijk op-weg-zijn, een gevaarlijk terugschouwen, een gevaarlijk huiveren en staan blijven. Het grote in de mens is, dat hij een brug is en geen doel; wat kan worden bemind in de mens, is dat hij een overgang is ..."


naar deel 5: de geestelijke hereniging






^