Hildegard van Bingen - Visioenen


Hildegard werd in 1098 geboren als het tiende kind van een adelijke familie te Bernersheim in het Rijnland. Ze was van jongs af aan helderziende. Toen ze acht jaar was, werd ze naar het benedictijner klooster op de Disibodenberg gebracht, waar een vrouwenafdeling was. Hildegardis werd haar kloosternaam. Hildegard werd daar abdis toen ze 38 was.
Klik hier voor een levensbeschrijving.

In het jaar 1141 (43 jaar) beginnen de grote visioenen, die in drie groepen komen. Ze krijgt de opdracht die op schrift te stellen en te verspreiden. De vrouwenafdeling van het klooster begint te groeien en ze besluit een eigen klooster te stichten op de Rupertsberg bij Bingen, niet ver daar vandaan. Daar overlijdt ze op 81-jarige leeftijd.


Hildegard heeft veel gestudeerd en geschreven. Ze schreef een toneelstuk (Ordo virtutum, de ontwikkeling van de deugden), muziek en liederen. Naast de boeken met haar getekende visioenen: het Liber scivias en het Liber Divinorum Operum, schreef ze ook een boek over de deugden, het Liber Vitae Meritorum, en ook over de natuur (Physica) en de geneeskunde (Causae et Curae).
De titel 'Scivias' is een samentrekking van 'scientia vias Domini': ken de wegen des Heren.
De visioenen van Hildegard zijn uniek in de wereldgeschiedenis. Hun grootsheid komt overeen met de werken van Bach, de schilderijen van Rembrandt en de Divina Commedia van Dante.
Ze was in haar tijd alom bekend. Ze heeft reizen gemaakt in de omgeving om op uitnodiging van abten in hun klooster te preken. Hildegard kwam eigenlijk als een Joodse profetes. Ze kwam in een tijd dat het Christendom op zijn hoogtepunt was en de tekenen van verval zichtbaar werden; ze kwam om de mensen op een deugdzaam leven te wijzen. Zo keurde Hildegard de jodenvervolgingen alsook de kruistochten af. Ze schrijft honderden brieven en wijst koningen en bisschoppen op hun plichten.
Hildegard had moderne opvattingen over bijvoorbeeld het toen verplichte hoofddoekje voor vrouwen. Ook het haar van vrouwen was een scheppings Gods en moest dus niet worden bedekt; de zintuigen waren door God geschapen en het was dus geen zonde om niet alleen van voedsel, maar ook van de geslachtsgemeenschap te genieten.
Ze heeft daardoor niet alleen veel medewerking, maar ook tegenwerking ondervonden. Gelukkig voor haar werd zij door de paus gesteund.

De stem van het levende licht
"Hildegardis, roep, ja schreeuw het uit, het wezenlijke dat je in één lichtflits, in één mystieke ervaring hebt mogen beleven. Ik, God, zet je daartoe aan. Immers, zij die eigenlijk het evangelie als de blijde boodschap moesten verkondigen, laten door zelfzucht verstek gaan. God, die alles geschapen heeft en regeert, zal degenen die Hem in ootmoed dienen met hemels licht doorstralen om hen die ermee instemmen, tot ware aanschouwing te voeren."
"Dit zijn de wegen des Heren. Wie instemt met God zal nooit uit het hemelse evenwicht worden losgerukt, wees dus niet bang. Immers, in de geschapen, zichtbare dingen openbaart God de onzichtbare geestelijke dingen."

Zes diaseries over de miniaturen die naar aanleiding van haar visioenen zijn gemaakt:
(gebruik de ↑ en ↓ of ← en → -toetsen, sluit af met esc)

  Scivias deel I  De miniaturen T1 t/m T9: 26 dia's
  Scivias deel II  De miniaturen T10 t/m T18: 26 dia's
  Scivias deel III  De miniaturen T19 t/m T35: 29 dia's
  de deugd 'Victoria'  De betekenis van miniatuur T23, 3e visioen van Scivias III,3: 26 dia's
  de 'Zelus Dei'  De betekenis van miniatuur T26, 5e visioen van Scivias III,3: 28 dia's
  Liber Divinorum Operum  De miniaturen 1 t/m 10: 36 dia's

Voor een vertaling van de oorspronkelijke, Latijnse teksten - die Hildegard bij de miniaturen van haar visioenen liet opschrijven - in het Nederlands, zie de website van Boris Todoroff.
In deel 3 van zijn artikel over Hildegard geeft hij een beknopte analyse van Scivias en het Liber Divinorum Operum, waarna een vertaling van een aantal fragmenten uit de visioenen volgt.


Hildegard van Bingen werd ook de 'Sybille (waarzegster) aan de Rijn' genoemd vanwege haar voorspellingen. Die over het einde der tijden (het einde van de tijdperken en het begin van de nieuwe) staan aan het einde van Scivias. De volgende tekst is uit het boek van (wijlen) Broeder Harry Boelaars van de Sint Willibrordsabdij in de Slangenburg (Doetinchem).

Frater Henri Boelaars OSB, Scivias


"Vier miniaturen verluchten de laatste visioenen van het boek Scivias, nl. het elfde, twaalfde en dertiende visioen (zie de diaserie Scivias deel III). Het zijn die over het einde der tijden, de Wederkomst van Christus, en het Laatste Oordeel en tenslotte de Hemelse Glorie.
Miniatuur 32 is wel een van de merkwaardigste van alle 35 illustraties.
Men beziet dit alles onwillekeurig met een zekere huiver. In de linker bovenhoek zijn de vijf apocalyptische dieren weergegeven welke Hildegard vanuit het noordoosten ziet oprukken, namelijk een hond, een leeuw, een paard, een varken en een wolf. Uit hun bekken komen donkere koorden die in het Westen aan de vijftoppige heuvel die daar oprijst, zijn vastgemaakt.
Een merkwaardige voorstelling, die velen in de middeleeuwen fascineerde. Elk van de vijf dieren verzinnebeeldt een van de tijdperken in de geest van de toekomstvoorspelling in het Boek Daniël (Dan. 7). Daarom zijn deze dieren afgebeeld tegen een achtergrond van zilver, het beeld van de almacht van God en van Zijn Alwetendheid en Voorzienigheid. Dit alles immers vraagt van ons een geest van geloof.
Rechts bovenaan zien we weer de Mensenzoon gezeten in het Oosten waar de muren van het hele gebouw (het hemelse Jeruzalem) samenkomen. Maar nu op het einde der tijden zien we Hem volledig met op zijn schoot een muziekinstrument, dat op een lier gelijkt, wat volgens de tekst wijst op de vreugdezang die de heldhaftige martelaren doen weerklinken, als zij, vervolgd door de antichrist, hun leven geven voor de Heer. Maar we zien dit bijzondere aan de Christusfiguur: de benedenhelft is wel zichtbaar maar donker van kleur. Dit wijst op de donkere tijd van de antichrist (de huidige tijd), wanneer veel gelovigen door hem tot afval verleid worden. (Boek uit de Openbaringen van Joh.).
Nu verschijnt in de benedenhelft van de voorstelling de verheerlijkte Kerk, zoals we haar kennen van de miniatuur twaalf. Maar tot onze schrik baart zij een afschuwelijke monsterkop met ezelsoren, terwijl haar onderlichaam hevig gewond is. We hebben gezien dat bij de opbouw van de stad alle verdedigingswerken tegen de duivel in het Noorden waren gericht en dat de Kerk onoverwinnelijk leek. Maar nu zien we hoe de Kerk van binnenuit bedreigd wordt. Op het moment dat de laatste muur van het Zuiden naar het Oosten afgebouwd wordt, heeft ook de laatste en tevens de gevaarlijkste aanval op het geloof van de Kerk plaats en wel vanuit de gelovigen zelf. Hier grijpt Hildegard terug op het kerkbeeld van het tweede boek van Scivias en wel op dat van de bruid. Thans baart zij echter geen kinderen door haar mond tot het eeuwig leven (diaserie Scivias deel II), maar brengt zij langs natuurlijke weg (uit zichzelf) de antichrist ter wereld.
De enige hoop die ons voor de toekomst van de Kerk overgelaten wordt, is dat de voeten van de vrouw weer stralen van verblindend licht. Dat is de kracht van het geloof (hier weer door zilver aangeduid) waarop de bruid van Gods Zoon gegrondvest is en overeind blijft staan. De antichrist zal in overmoed en tot grote verbazing van de mensen opstijgen tot de hoogste bergen om te trachten de hemel te bestormen. Maar een vuurstraal uit de hemel doet hem op aarde neerstorten."

Hildegard veroordeelde op krachtige toon het zedelijke verval, dat in haar tijd in de kerk al zichtbaar werd. Haar werd in een visioen duidelijk getoond waaruit dit verval in de eindtijd van het huidige tijdperk zou bestaan: een zedelijk verval door perverse sexualiteit: het zwarte monster dat door de kerk zelf wordt gebaard en zich betekenisvol 'in haar kruis' bevindt.
Op verschillende plaatsen in de literatuur wordt over de vijf dieren geschreven die vijf tijdperken vertegenwoordigen, bij Jakob Lorber uitgebreid. Uitgaande van deze beschrijvingen kan de volgende tabel worden opgesteld:


De tijd van het 'zwarte monster' is onze tijd, waarin het zedelijke verval en het onvermogen tot zelfkritiek van de Rooms-Katholieke Kerk onverbloemd tot uiting komt.
In de werken van Lorber wordt dit feit op verschillende plaatsen besproken, zie de pagina 'Jezus' wederkomst' in het menu van deze website, waar Jezus de kenmerken van deze tijd met zijn leerlingen bespreekt.
Klik hier voor overwegingen omtrent het noemen van het jaartal 2020 voor Jezus' wederkomst.


Journalist Marcel Hulspas heeft in De Pers (19 juli 2010) het falen van het bestuur van de Katholieke Kerk en het graf dat zij daarmee voor zichzelf graaft, duidelijk op een rij gezet in zijn artikel 'De tien geboden voor de Katholieke Kerk'.


terug naar Jezus' wederkomst





^