El Sjaddai - de mannelijke en vrouwelijke betekenis van het woord 'sjaddai'


In de tijd vóór Mozes werd in het Hebreeuws de naam van God onder andere met 'el sjaddai' aangeduid. Aangezien het oude Hebreeuws een medeklinkerschrift had, werd van een woord alleen de medeklinkers geschreven. Afhankelijk van de gekozen klinkers, kunnen woorden daardoor verschillende betekenissen hebben. De betekenissen van 'sjaddai' blijken een eenheid van tegendelen in te houden.

Het eerste woord 'el' betekent eenvoudig 'God'. Het tweede woord 'sjaddai' heeft de betekenissen:
- 'almachtige', 'kracht', 'ontzagwekkende' en 'al-beheerser' (Grieks pantokrator); het wordt met twee d's geschreven i.v.m. een punt in de Hebreeuwse letter dalet (d);
- met één d geschreven betekent het woord 'sjadad': 'overweldigen', dat met de vorige betekenis overeenkomt en er zo een verbinding mee vormt;
- maar met één d geschreven hangt het woord 'sjad' ook samen met het woord voor 'vrouw', terwijl het meervoud 'sjadayim': 'borsten' betekent;
- het woord hangt daarnaast ook samen met het Assyrische woord 'sjadu', dat 'berg' betekent.

In de betekenissen die aan 'el sjaddai' kunnen worden toegekend, kunnen een mannelijke en een vrouwelijke zijde worden onderkend, die verenigd worden in de zinnebeeldige betekenis van een berg: een berg kan een toonbeeld van een indrukwekkende ongenaakbaarheid zijn, maar ook een beeld van breed op de aarde rustend en met de top naar de hemel verwijzend (zie voor de vrouwelijke gerichtheid op het godsdienstige bij Vragen en antwoorden), het kan een beeld zijn van ontoegankelijkheid maar ook van bescherming en vruchtbaarheid.
Daarnaast heeft een evenwichtig gevormde berg onmiskenbaar de vorm van een jonge vrouwenborst (denk aan het Hooglied).

Het joodse volk was van oorsprong een herdersvolk en voor hen was één ding heel duidelijk: het leven van het pas uit de moeder geboren kind was volkomen afhankelijk van de moederborst. De vrouwenborst was in het oude Israël daardoor een zinnebeeld van vruchtbaarheid en van leven-geven. Voor het herdersvolk had 'el shaddai' daardoor ook de betekenis van: God als Bron van leven en overvloed.

Alle betekenissen van de woorden 'el sjaddai' komen in Genesis 49:24-26 samen in één uitspraak voor, namelijk in de zegen die Jakob aan zijn zoon Jozef geeft:
[...] door de hulp van de Machtige, de Machtige van Jakob, door de nabijheid van de Herder, de Rots van Israël, door de God van je vader, de Ontzagwekkende.
Hij moge je helpen, hij moge je zegenen met zegeningen van de hemel daar boven en van de oervloed in de diepte [de aarde], met zegeningen van borsten en moederschoot.
De zegen van je vader is rijker dan de zegen van de eeuwige bergen, de kostelijke rijkdom van de eeuwige heuvels.

Volgens één van de betekenissen van het woord 'sjaddai' is God almachtig. Die almacht houdt in dat God alles vermag, alles kan en daardoor van elke 'kunne' is: de mannelijke en vrouwelijke kunne. Gods almacht houdt ontegenzeggelijk in dat God zowel het mannelijke als het vrouwelijke kan zijn.
Immers: een God die niet vrouwelijk zou kunnen zijn... zou minder machtig zijn dan de mens, die God zélf heeft geschapen.

Bronnen:
Aantekeningen bij de Bijbel - www.bijbelaantekeningen.nl Bijbelteksten El Shaddai
Nieuwsbrief Pansophia, dr. Annine van der Meer, 8 november 2012
De namen van God - Infonu.nl
Site 'Inspiratie & Inzicht,' Pastor T.J. de Ruiter/The Netherlands
El Shaddai - huweschap.com - huweschap.com/article/el-shaddai
El-shaddai - Henk Schouten.pdf
Babtistengemeente Immanuël Hoogeveen - Namen van God

Asjera-pilaarfigurine. Zij biedt haar levengevende borsten aan.
9e eeuw v.Chr. Israël

Over de pilaarfigurines: in de ijzertijd zijn er in Juda en Israël in de negende en eind achtste eeuw v.Chr. massieve 'pilaarfigurines'. Het gaat om een naakte vrouw. Zij houdt haar borsten omhoog. Het lichaam is geboetseerd als was het een zuil of pilaar. Het gaat om een godin. Ze staat op dieren, draagt hoorns of een hoofddeksel en is soms in het gezelschap van een duif.
Deze beeldjes zijn in veel huizen gevonden. Men komt tot de volgende cijfers: In ongeveer de helft van de huizen in Tel Be'er Sheva en in ruim drie-kwart van de huizen in Tell Beit Mirsim is er een massieve pilaarfigurine van de naakte godin opgegraven. Hetzelfde schijnt voor andere vindplaatsen te gelden. De pilaarfigurines blijken dus buitengewoon populair te worden. Tussen 700 en 600 v.Chr. zijn er ongeveer 3000 pilaarfiguurtjes of vrouwelijke terracotta's gevonden. Het merendeel toont sterk geaccentueerde borsten. Alleen al in Jeruzalem zijn uit de tijd tussen 700 en 600 v.Chr. tweeduizend stuks gevonden.
Na de ballingschap die rond 520 v.Chr. afloopt, wordt deze beeld-cultus door koning Josia verboden.

Bron: Dr. Annine van der Meer - Pansophia


terug naar God als man en vrouw, El Sjaddai

terug naar het weblog







^